null Beeld

'De innerlijke grenspolitie' Dwarskijker over 'De bril van Martin' en 'Auwch_'

Er is, zowel in goede als in slechte tijden, maar één wereldomspannend fundamentalisme, en dat is de economie.

Rudy Vandendaele


De bril van Martin

VIER – 12 februari

In mijn jonge jaren kon je in de populaire pers weleens een advertentie voor X-ray Specs aantreffen, een zogenaamde röntgenbril waarmee je volgens een wervende tekst dwars door de kleren van nietsvermoedende voorbijgangers kon kijken. Er stond een verhelderend tekeningetje bij waarop je een weelderig vrouwenlichaam door een klokjurk zag schemeren. Een lust voor het oog, welzeker, maar vermoedelijk was deze vorm van blikverruiming nu ook weer niet altijd een esthetische verrukking. Je hoefde maar even stil te staan bij wie er in die dagen zoal ongevraagd door je gezichtsveld trekkebeende en je hield zo’n röntgenbril al voor bekeken. Ik, die meestentijds voor een geintje te vinden ben, stelde me voor dat Martin Heylen zich van zo’n röntgenbril bediende toen ik hem in het proloogje tot ‘De bril van Martin’ met welgevallen zijn spiegelbeeld zag aankijken. Een kokette knipoog kon hij daarbij nog net onderdrukken. En nu weer zo ernstig mogelijk: Martin bleek in werkelijkheid een camerabril te dragen, of een brilcamera zo u wil: een hoogtechnologische fok die vrijelijk te koop is in speciaalzaken voor amateurspionnen en andere lieden die zich beter met hun eigen zaken zouden bemoeien als ze dan toch het talent ontberen om bij de Mossad aan de slag te gaan. Met die bril zou Martin de mensen naar verluidt ‘recht in de ogen kijken’, waardoor het ruime publiek dan weer kon zien hoe hij de wereld bekeek, ‘letterlijk én figuurlijk’.

De wereld in ‘De bril van Martin’ beperkte zich voorlopig tot Sijsele, een West-Vlaamse gemeente met vijfduizend inwoners, waar sinds enkele maanden ook vijfhonderd vluchtelingen in een loods kamperen. De meesten van hen zijn ternauwernood ontkomen aan een oorlogsgebied waar het armageddon al begonnen lijkt, en waar de grootmachten op dit ogenblik vooral hun tegenstrijdige geopolitieke belangen verdedigen, met alle bommentapijten van dien. Martin wou met zijn eigen ogen, en die bril, zien wat er na toevoeging van vijfhonderd vreemdelingen, meestal Syriërs en Irakezen, met zo’n dorp gebeurt. In journalistiek opzicht lijkt me dat een mooi en erg bijdetijds idee.

Van de eerste aflevering heb ik vooral twee uiterste reacties onthouden: een vrouw was zo in haar nopjes met de vluchtelingen dat ik me afvroeg of ze zich, vóór hun komst, niet te pletter had zitten vervelen in Sijsele. En dan was er ook nog een representatieve verontruste burger die ter gelegenheid van een open dag in het kamp luidkeels op een avondklok voor vluchtelingen begon aan te dringen – vóór zonsondergang moesten ze van die vent elke dag uit het straatbeeld verdwenen zijn of er zwaaide wat. Zonder het te beseffen vond deze roeptoeter door zijn angst de apartheid opnieuw uit. Ooit was er bij hem ingebroken, weliswaar vóór die vijfhonderd vluchtelingen naar Sijsele waren gekomen, ‘maar toch, je zult het altijd zien’.

Op diezelfde open dag stelde de vrouw die in Sijsele een kranten- en tijdschriftenwinkel dreef, hardop vast dat de frisdranken in de automaat van het vluchtelingenkamp aanmerkelijk goedkoper waren dan in haar nerinkje. Daar letten Vlaamse middenstanders op als ze al eens in een vluchtelingenkamp verzeilen. ‘En toch komen ze bij mij frisdrank kopen,’ zei ze. In de tweede aflevering had die vrouw, ten behoeve van haar nieuwe klantenkring, al waterpijpen ingeslagen. En op de toonbank had ze flessen wodka uitgestald, want daar was, ofschoon Allah het verbood, ook bij vluchtelingen vraag naar. Religie, die een enkele keer Gods toestemming is om een gekooide kafir levend in brand te steken, kwam tot op heden niet ter sprake in ‘De bril van Martin’. Dat ze bijzaak zou zijn, of iets waar je uit menslievendheid vooral niemand mee lastigvalt, is een heerlijke gedachte, en dus een illusie.

Martin Heylen nam in minder dan geen tijd de gedaante van een gemiddelde Sijselenaar aan die andere modale Sijselenaren in de dorpsstraat veel vertrouwen inboezemde, ook al was hij dan uitzonderlijk gebrild en, kwestie van zelf in beeld te komen, vergezeld van een cameraploeg. Ook de vluchtelingen schrikte hij niet af: ze toonden hem persoonlijk leed op hun iPhone – gebombardeerde kinderen, omgebrachte familieleden, afgeslachte vrienden en kennissen – of anders spraken ze, vechtend tegen schuldgevoel en ander onbehagen, over hun naasten die ze in de hoop op gezinshereniging in een probleemgebied hadden achtergelaten. Voor het overige keken ze raar op van de vette kippen die in Sijsele rondscharrelden. Dat wegbermen hier met gras en niet met keukenkruiden waren begroeid, daar stond hun verstand bij stil, maar dat ze in het gras van Sijsele nergens slangen en schorpioenen te duchten hadden, vonden ze dan weer een pluspunt.

De vluchtelingen die Martin door zijn bril te zien kreeg, wilden graag als welwillende mensen overkomen, die blij waren dat ze voor het OCMW van Sijsele vrijwilligerswerk konden doen. Ali bood zelfs aan om gratis wandversieringen te maken voor huwelijksfeesten. Voor het overige telde Sijsele door de komst van die vijfhonderd vluchtelingen ineens veel meer civiele ingenieurs per hectare dan voorheen. Martin maakte ook kennis met een professor en zijn familie, die hem hun gemeenschappelijke slaapplaats en meteen ook hun hele hebben en houden in het vluchtelingenkamp lieten zien: een met doeken afgespannen en dan ook gehorige ruimte waarin acht mensen het zonder privacy met elkaar moesten zien uit te houden. Dat die huisvesting draaglijker is dan een uitzichtloze oorlog, zal wel de achterliggende gedachte zijn.

Ook de autochtonen die Martin Heylen in de tweede aflevering in het vizier nam, waren, naar dit programma te oordelen, mensen van goede wil. Neem nu de hondentrimster die graag Yussef over de vloer kreeg, een op het oog eenzame man die graag mocht toekijken hoe zij een luxekeffer van een scheiding in het midden voorzag. Zij converseerden met elkaar door middel van een app die elementair Nederlands in simpel Arabisch kon vertalen en omgekeerd. ‘Hij is zo dankbaar,’ zei de hondentrimster, en omdat hij zo dankbaar was, mocht Yussef ’s avonds zelfs mee aanschuiven bij haar en haar man. Martin at ook mee, maar over zijn graad van dankbaarheid liet de trimster zich niet uit.

Naar de tweede aflevering van ‘De bril van Martin’ te oordelen, valt het vluchtelingenvraagstuk ter hoogte van Sijsele vooralsnog geweldig mee, althans voor de meeste Sijselenaren, van wie sommigen de omzet in waterpijpen met 100 procent zagen stijgen. Er is, zowel in goede als in slechte tijden, maar één wereldomspannend fundamentalisme, en dat is de economie. Bij het zien van dit programma kwam de Duitse carnavalsdeun ‘Wir schaffen das!’ in me op, maar gelukkig hield mijn scepsis – de innerlijke grenspolitie – ’m tijdig tegen. Reuze benieuwd hoe het zal aflopen.

undefined

null Beeld

'Van 'jezelf' spelen in 'Auwch_' kun je volgens mij spijt krijgen'


Auwch_

VIER – 8 februari

Als alles eventjes meezit op het wisselvallige bewustzijnsniveau dat je ‘het leven op de televisie’ zou kunnen noemen, valt je in het beste geval een openbarinkje te beurt. Het is mij al wel een paar keer overkomen, onder andere op 5 september 2004. Die zondag zag ik op de Nederlandse televisie, uiteraard in de zendtijd van de naar mijn smaak nog steeds toonaangevende VPRO, de eerste aflevering van ‘Curb Your Enthousiasm’. In die Amerikaanse comedyserie speelde Larry David, coauteur van ‘Seinfeld’, ten voeten uit zichzelf. ‘Zichzelf’ was: een egocentrische, zelfs egoïstische, misschien zelfs lichtelijk narcistische Joodse rentenier – ‘Seinfeld’ had wereldwijd een fortuin opgebracht – die als speelbal van zijn karakter van de ene gênante situatie in de andere belandde, zonder dat het in hem opkwam dat hij, door ‘zichzelf’ te zijn, misschien wel aan één stuk door penibele omstandigheden veroorzaakte. Een andere keer was hij dan weer het slachtoffer van een misverstand dat nog meer misverstanden uitlokte: comedy of errors heet het bij kenners die denken dat hun kennerschap minder gediend is van het Nederlands dan van het Engels. Larry David was op een briljante en oergeestige manier onuitstaanbaar in ‘Curb Your Enthousiasm’. De toon van die serie vond ik van meet af aan heel bijzonder, zodanig zelfs dat ik ze zonder voorbehoud opnam in mijn persoonlijke canon van stukken verdriet waar ik altijd wel om zal moeten lachen.

Het kan niet anders of de bedenkers van ‘Auwch_’, een nieuwe serie op VIER, zijn ook tuk op ‘Curb Your Enthousiasm’. Zij hebben zich op een dag afgevraagd of je in die toonzetting ook een Vlaamse serie zou kunnen maken, en er was niemand die hen tegenhield: Axel Daeseleire en Ben Segers mogen dan ook ‘zichzelf’ spelen in ‘Auwch_’.‘Zichzelf’ zou voor de gelegenheid betekenen dat ze behalve acteur ook programmamakers zijn, die bijvoorbeeld Gert Verhulst, eveneens ‘zichzelf’, een tv-serie probeerden aan te smeren waarvan het verkooppraatje al zó beroerd klonk, en niet eens komisch, dat zelfs de producent van het geheel overtollige ‘Wij zijn K3 – de droom gaat verder’ er feestelijk voor zou bedanken. Maar in ‘Auwch_’, waarin hij ‘zichzelf’ neerzette, had hij er wel oor naar, en weerom niet eens komisch. Het spreekt vanzelf dat komedie de geloofwaardigheid mag tarten, maar ondertussen moet je er, onder het lachen, wel in kunnen geloven. Geen makkelijke discipline, me dunkt.

Ik had tot nog toe weinig last van lachen tijdens ‘Auwch_’. Ben Segers, die zichzelf speelde, leende een jasje uit aan de zichzelf spelende Gert Verhulst, wat volgens mij nooit in de natuur kan voorkomen, maar het herinnerde mij wel aan twee afleveringen van ‘Curb Your Enthousiasm’ die om problematische kledingstukken draaiden: ‘The Smoking Jacket’ en ‘Chet’s Shirt’.

Laatst trof Ben Segers, als ‘zichzelf’, een ex-vriendin aan in een vuilniscontainer. Hoewel ze zei dat ze er haar polshorloge in zocht, dacht Ben dat ze dakloos was geworden. Tot overmaat van ongeloofwaardigheid nodigde ze Ben en zijn huidige vriendin uit voor een etentje. Wat neem je in godsnaam mee voor een dakloze? Een restje varkensgebraad in een pan, natuurlijk. En je trekt je sjofelste plunje aan om je dakloze ex-vriendin de ogen niet uit te steken. De vermeend dakloze ex-vriendin bleek godsamme op stand te wonen, een chiquelinge te zijn, en tot het corps diplomatique te behoren. Bovendien herkende Ben haar man met wie hij ’s ochtends nog in aanvaring was gekomen op een parkeerterrein. Je zag de problematiek al van ver aankomen. Om de tijd te doden kon je je ondertussen afvragen of er wat te lachen viel. En wanneer. En bedenken dat ‘Auwch_’ als geheel gênanter is dan de gênante, komisch bedoelde scènes die erin voorkomen.

Axel en Ben bleken zich, als ze ‘zichzelf’ speelden, ook een kantoor te kunnen permitteren, waar de secretaresse Naomi het scenario probeerde te dienen. Toen ze een knobbeltje in één van haar borsten gewaar meende te worden, verzocht ze Axel op kittige toon om even te voelen. De geloofwaardigheid piekte. Ben wilde ook wel even voelen, maar dat mocht dan weer niet van Naomi. Er zijn vast mensen die daar de humor van inzien, maar ik prijs me gelukkig dat ik geen omgang met ze hoef te hebben. Ik las onlangs dat slechts 8 procent van de Vlaamse acteurs van hun kunstambacht kan leven. Fijn dat Axel Daeseleire en Ben Segers tot die minderheid behoren, en ook wel terecht, maar van ‘jezelf’ spelen in ‘Auwch_’ kun je volgens mij spijt krijgen.

Er kan nog net een kanttekeningetje bij de titel af: ‘Auwch_’ is een lelijke vervlaamsing van het Amerikaanse tussenwerpsel ouch, dat sommige Vlamingen uitstoten als ze ai, au, oh of oe bedoelen, uitroepen van pijn of ergernis of ander acuut ongemak. Diezelfde Vlamingen kijken ook niet op een ‘Oh my Gawd!’ meer of minder, en werken me dan ook al tijden op de zenuwen. Over die underscore waarin ‘Auwch_’ uitmondt – hij gaat zwanger van betekenis – hoop ik eerlang te publiceren in het Journal of Daft Linguistics.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234