null Beeld

Het grote Humo-debat

De jeugd van tegenwoordig: het grote Humo-debat: 'Moeilijke jongeren bestrijd je niet met robocops'

België telt een recordaantal weglopers. Jongeren slikten nooit meer antidepressiva. In de instelling van Mol voerden jeugdbegeleiders actie tegen de komst van een 15-jarige jongen. In Everberg is het aantal isolaties en agressie-incidenten opnieuw gestegen. Waar loopt het scheef met onze jeugd, en hoe trekken we het weer recht?

'Vooral kinderen uit eerste relaties worden verwaarloosd. Ze zijn bij papa noch mama welkom, 'want we hebben nu jonge kinderen''

‘Probleemjongeren’ oplappen terwijl de samenleving hen aan de lopende band beschadigt: het is de dagtaak – en soms het laatavondwerk – van onze gesprekspartners. Wim Weyts kent u misschien nog als de opvoeder uit de jeugdinstelling van Mol die in ‘Radio Gaga’ zijn verhaal deed. Nicole Caluwé is een jeugdrechter in Mechelen die haar nek durft uit te steken. Ingrid De Jonghe is een jeugdadvocate die zich heeft omgeschoold tot psychotherapeut. Omdat ze de wachtlijsten in de jeugdhulp niet meer kon aanzien, richtte ze tien jaar geleden TEJO op: een Antwerps rijhuis waar jongeren gratis en anoniem kunnen binnenlopen voor kortdurende psychologische hulp. Vandaag is TEJO actief in twaalf steden en wordt het project beperkt gesubsidieerd door Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen.

HUMO Er werden in 2016 twee trieste records geboekt. 17.605 Belgische jongeren tussen 11 en 20 jaar slikten antidepressiva. Professionals spreken van alarmerende cijfers. Ook het aantal weglopers piekt. Wat is er aan de hand?

Ingrid DE JONGHE «Het gaat niet zo goed met onze jongeren, en we bieden niet snel genoeg de gepaste hulp. Dertig jaar geleden moesten jongeren soms een jaar wachten op een intakegesprek bij de psycholoog of een plek in een instelling. Vandaag is het niet beter. Als iemand een hartkwaal heeft, zeggen we ook niet: ‘Kom over een jaar maar eens terug.’ Tegen een 15-jarige met een depressie doet men dat wel. Maar een ernstig psychisch probleem kán niet wachten. Daarom ben ik met TEJO gestart. Ik wilde jongeren preventief begeleiden, alvorens het escaleert. Van de tien jongeren die bij TEJO komen, kunnen wij er acht heel goed helpen. Bij de andere twee zijn de problemen te zwaar. Hen leiden we naar het reguliere hulpcircuit.

»Toen ik TEJO oprichtte, werd daarover gemopperd in de sector: ‘Waarom is dat nu nodig?’ Vandaag verwijzen veel hulpcentra jongeren door naar ons omdat ze zelf overvraagd worden.»

Nicole CALUWÉ «Het hulpaanbod is sterk uitgebreid, maar het blijft onvoldoende. Een kind dat op school slecht kan stilzitten, was vroeger een moeilijk kind. Nu worden daar labels opgeplakt. En hoe meer probleemjongeren je detecteert, hoe meer begeleiding en opvang er nodig is.

»De wachtlijsten zorgen er alleszins voor dat ik als jeugdrechter vaak niet kan doen wat ik wil. In theorie zoek je naar de geschikte plaats voor een jongere, in de praktijk ben je al blij dat je érgens een bed vindt.»

Wim WEYTS «Bij ons staat er nooit een bed leeg. Zodra er een plaats vrijkomt, wordt die weer ingevuld.»

DE JONGHE «Wat me ook zorgen baart, is dat we steeds zwaardere gevallen zien. Vroeger hadden we ongeveer één keer per week een kind met suïcidale gedachten, nu bijna dagelijks. Een directeur van een secundaire school in Brugge vertelde me dat hij zwaar geschrokken was bij een bezoek aan twee funeraria: daar lagen meer jonge dan oude mensen.

»Een tijd geleden kreeg ik een jongen bij mij die zijn vuist had kapotgeslagen. Zijn 16-jarige zus had enkele uren voordien zelfmoord gepleegd, terwijl ze nog zo hadden afgesproken dat híj het zou doen. De oorzaak lag bij een moeilijke omgangsregeling na een echtscheiding. Ik vroeg hoe zijn vrienden eraan toe waren. Die zaten ook allemaal diep. Twee dagen later nodigden we hen uit als groep, op een zaterdagnamiddag, voor een eerste sessie die zés uur zou duren. Ik had een stoel geplaatst met een foto van het overleden meisje erop. Het eerste halfuur werd er alleen gehuild, zo heftig dat ik vermoedde dat er meer aan de hand was. Ik vroeg wie van hen er ook aan zelfmoord dacht. Vier man! Eén van hen zei dat zijn mama vorig jaar gestorven was. De dag na de begrafenis was er al een nieuwe vriendin in huis. Zijn papa had gezegd dat hij de bladzijde wou omdraaien, over mama mocht niet meer gesproken worden. Maar die jongen had zijn moeder graag gezien.

»Een andere jongen had enkele maanden eerder zijn moeder verloren. Ook zelfmoord. De rest van de groep viel uit de lucht: ze wisten het niet! Jongeren houden op sociale media voortdurend de schijn hoog, maar weten amper hoe het écht met elkaar gaat. Ze moeten weer beseffen hoe belangrijk een goede vriend is, met wie ze niet alleen plezier kunnen maken, maar ook hun verdriet kunnen delen. Veel 18-plussers zeggen dat ze geen netwerk hebben. Familie, gezin, vrienden: niks.»

HUMO Kinderpsychiater Mark Van Bellinghen vindt dat moeilijke jongeren systematisch worden genegeerd. ‘Maar op een dag slaan ze terug en schrikt iedereen op,’ zei hij in De Morgen. ‘Dan sluiten we hen op. Maar op den duur zullen we er veel kunnen opsluiten. Hoeveel instellingen denken we te bouwen?’

DE JONGHE «Hij heeft gelijk. Het percentage jongeren dat echt psychiatrisch ziek is, is klein. De grootste groep heeft heftige dingen meegemaakt en loopt risico op een ernstige aandoening. Maar als ze niet verzorgd worden, verergert hun situatie.

»Ik heb een meisje gekend dat op haar 11de thuis was weggelopen na zwaar misbruik door de vader. Ze had al een zelfmoordpoging achter de rug en – na maanden wachten – een opname in de kinderpsychiatrie. Daar liep het niet goed, waarop ze werd doorverwezen naar een centrum voor geestelijke gezondheidszorg. Na twee gesprekken ging ze niet meer terug. Uiteindelijk stuurde de school haar naar ons. Ze kwam binnen met haar haren voor haar gezicht. ‘Doe geen moeite, ik heb al afscheid genomen van de wereld,’ zei ze. Haar problemen waren eigenlijk te zwaar voor TEJO, maar ze kreeg nergens hulp. Ik heb haar een jaar gevolgd, hoewel we normaal maar tien sessies geven, en heb haar min of meer op weg gekregen.

»De jeugdrechter oordeelde dat ze opnieuw opgenomen moest worden. Na een jaar kregen we een intakegesprek. Daarin ventileerde de psychiater haar ongenoegen over de wachtlijst, terwijl het meisje erbij zat. Ze werd onpasselijk. Ik ben met haar naar buiten moeten gaan om af te koelen. Daarna zei de psychiater dat ze het meisje niet zouden opnemen, omdat ik al 90 procent van het werk had gedaan. Ik ben haar dan maar zelf blijven begeleiden.»

HUMO Hoe gaat het nu met haar?

DE JONGHE: «Redelijk. Ze heeft haar studie opgegeven, omdat ze niet rondkwam. Ze woonde alleen en vreesde dat ze geen geld meer zou overhouden om eten te kopen. Die stress was er te veel aan. Dat zie je vaak bij jongeren die zware dingen hebben meegemaakt. Daarmee blijven omgaan, blijft een uitdaging. Ze heeft nu een fijne vriend en ik spreek af en toe met haar af om lang te praten. Jammer genoeg is er bij haar te veel tijd verloren gegaan vooraleer er hulp kwam.»

'Jongeren houden op sociale media voortdurend de schijn hoog, maar weten amper hoe het écht met elkaar gaat'


Kinderen colloqueren

HUMO In 2014 werden 47 jongeren gedwongen opgenomen in de volwassenenpsychiatrie, omdat er nergens anders plaats was. Er zijn ook gevallen bekend van jonge tieners die opgevangen worden in de cel of in ziekenhuizen.

Caluwé «Ik heb ook al zulke maatregelen moeten nemen. Soms kun je niet anders dan colloqueren. Als de crisisplaatsen in de jeugdpsychiatrie vol zitten, rest alleen nog de volwassenenpsychiatrie. Dat is dramatisch. Plots zitten die jongeren met iemand van 60 jaar op de kamer. Als ik op bezoek ga, krijg ik vaak te horen: ‘Dat kind hoort hier niet.’»

HUMO In Mol verzetten jeugdbegeleiders zich twee maanden geleden tegen de komst van een agressieve 15-jarige. Hoever moet het komen voor zoiets gebeurt?

WEYTS «We hadden die jongen in afzondering geplaatst, omdat hij een gevaar was voor zichzelf en anderen. Tien uur lang ging hij zó tekeer dat we vreesden dat het slecht zou aflopen. Hij weigerde alle medicatie, niemand wist nog raad. We belden de dokter en die liet hem colloqueren. Een dag later stuurde de psychiatrie hem al terug: ze vonden dat hij geen psychiatrisch probleem had, maar een gedragsprobleem. Dat gebeurt wel vaker. Om het draaglijk te houden voor de leefgroepen en begeleiders laat men zulke jongeren dan een ‘Ronde van Vlaanderen’ doen: een paar weken hier, een paar weken ginder. Geen ideale oplossing, maar soms is er geen alternatief.»

Caluwé «Als een jeugdinstelling zegt dat het niet meer gaat, heb ik daar altijd begrip voor. Maar ik wil niet dat jongeren in mijn kabinet moeten horen dat er nergens plaats is voor hen. Dan faal je als maatschappij. Ik wil een oplossing hebben voor ik hen ontvang.»

WEYTS «Toen ik begon, moesten wij jongeren heropvoeden nadat ze criminele feiten hadden gepleegd. De laatste jaren is er een nieuwe categorie bij gekomen: mentaal gehandicapte jongeren met een agressieprobleem. Eén jongen heeft het werk in mijn leefgroep drie jaar lang onmogelijk gemaakt. Als het hem niet aanstond, trapte hij de deuren uit de hengsels. Hij had de emotionele leeftijd van een peuter van 18 maanden. ’s Avonds kwam hij soms duimzuigend tegen me aan liggen.»

DE JONGHE «Zat die in Mol op zijn plaats?»

WEYTS «Nee, maar wegens zijn agressieprobleem wilde de kinderpsychiatrie hem ook niet. Op zijn 18de is hij naar de volwassenenpsychiatrie verhuisd, voor de rest van zijn leven. Ze hebben daar een aparte leefruimte met plexiglas voor hem gebouwd, want hij breekt alles af. Vroeger hadden we zo drie of vier jongeren per jaar. Nu zijn het er zoveel dat we er aparte leefgroepen voor hebben.»

Caluwé «De kinderpsychiatrie en private instellingen hebben soms te weinig middelen om met agressie om te gaan. Ze houden intakegesprekken om te zien of een jongere daar thuishoort. Een gemeenschapsinstelling zoals De Markt in Mol heeft een opnameplicht. Als er plaats is, kunnen ze geen jongeren weigeren.»

HUMO Krijgt u in de rechtbank ook te maken met agressie?

Caluwé «Recent nog. Sommige jongeren zijn zo gefrustreerd dat ze voor het minste overkoken. Ze keren zich tegen mij, tegen hun ouders, tegen het meubilair. In mijn bureau is al redelijk wat gesneuveld. Ik richt het steeds minimalistischer in (lacht).»

WEYTS «Als ik agressie zie opkomen, ga ik naast hen zitten en leg ik een hand op hun been. ‘Rustig blijven.’ Vroeger was er één begeleider voor een groep van tien jongeren. Bij agressie stond je er alleen voor en gold het recht van de sterkste. De opvoeders van vroeger waren allemaal beren. Tegenwoordig zijn er twee begeleiders per groep. Een jongere die ‘flipt’, proberen we zo snel mogelijk over te brengen naar een afzonderingsruimte.»

HUMO J. Thomas, de rapper die ‘Gij waart er ni’ uitbracht nadat hij zijn jeugd in instellingen had gesleten, zei in ‘Pano’ dat jonge begeleiders voor de leeuwen worden gegooid. De jongeren testen hen graag.

WEYTS «Klopt. In de gesloten instelling van Everberg hebben ze regelmatig te kampen met agressie. Het is volgens mij geen toeval dat het personeel daar vrij jong is en vaak wisselt. Ik weet dat de collega’s zich daar ook keihard inzetten, maar hoe meer ervaring, hoe beter.»

HUMO Na de berichten over het agressieprobleem in Everberg pleitte de N-VA voor een high security-instelling. Geloven jullie daarin?

Caluwé «Ik vind Everberg al ingrijpend genoeg. Vroeger werkten ze daar met cipiers en opvoeders. De opvoeders moesten het vertrouwen van de jongeren winnen, de cipiers traden op bij agressie. Dat was geen slecht systeem.»

WEYTS «Maar als je telkens als het escaleert een stap terug zet, krijg je ook geen respect van de jongeren. ‘Als het erop aankomt, is hij weg en mogen anderen het oplossen,’ redeneren ze. Het is beter dat je zelf je mannetje kunt staan.»

HUMO Sinds de rellen in Brussel zijn de termen ‘lik op stuk’ en ‘nultolerantie’ weer in zwang. Ik vermoed dat jullie daar geen fan van zijn.

DE JONGHE «Media en politici focussen te zwaar op jeugddelinquenten. Het aantal jongeren met problematische thuissituaties ligt veel hoger dan het aantal dat misdrijven pleegt. Die eerste categorie blijft maar groeien, de tweede blijft stabiel. Dan weet je waar de focus zou moeten liggen.»

WEYTS «Ik kríjg het van dat harde discours. In de jaren 80 werden voetbalsupporters in het stadion opgesloten in kooien. Repressie zou alles oplossen, maar het geweld nam alleen maar toe. Als je mensen als beesten behandelt, gedragen ze zich ook zo. Uiteindelijk heeft men de stewards ingevoerd en de kooien verwijderd. Sindsdien is er van hooliganisme nog amper sprake. In de moeilijke wijken hebben we ook meer ‘stewards’ nodig. Straathoekwerkers, jeugdcoaches en wijkagenten die de jongeren óók vragen hoe het met hun zieke moeder gaat.»

HUMO Veel Brusselse flikken zijn moedeloos, omdat justitie niet volgt. Ze pakken die boefjes op en stellen vast dat ze enkele uren later alweer de held uithangen op straat. ‘Hen een pak slaag geven is het enige wat we kunnen doen,’ zeiden enkele agenten in Humo.

WEYTS «Dat lokt alleen meer geweld en haat uit. Met robocops gaan we het probleem niet oplossen.»

Caluwé «Ik begrijp de frustratie van die agenten, maar het is niet zo eenvoudig. Bij die rellen heb je echte heethoofden, meelopers en slimmeriken die zelf niks doen, maar de rest opjutten. Sorry, maar een nieuwsgierige meeloper stuur ik niet naar Mol.»

DE JONGHE «Jongeren die zich zo gedragen, doen dat vaak vanuit een zekere leegheid. Ze zien veel geweld in hun omgeving, hebben moeilijke relaties, een laag zelfbeeld en het idee dat ze niks te verliezen hebben. Naar school gaan? Een inspanning leveren? Daar hebben ze geen fut meer voor.»

null Beeld

'Kinderen zijn als jonge boompjes. Als ze klein zijn en krom groeien, kun je dat nog rechttrekken. Als ze volgroeid zijn, lukt dat zelfs met honderd begeleiders niet meer' Wim Weyts


Rappen voor de rechter

DE JONGHE «Veel jongeren kennen geen liefde. Ze schrikken ervan hoe warm wij bij TEJO met elkaar omgaan. Ik werk met vrijwilligers die naast hun job een paar uur per week gratis therapie geven. Jongeren voelen dat wij echt met hen begaan zijn. Dat alleen al kan volstaan om hen weer op het juiste spoor te krijgen.

»Twee jaar geleden begeleidde ik een meisje dat zwaar werd gepest. Na tien gesprekken kon ze de wereld weer aan. Enkele maanden later kwam ze terug. In haar nieuwe klas werd een ander meisje gepest. Ze had de tips gebruikt die ik met haar had besproken en wilde weten of ze goed bezig was. Dan ben ik gelukkig: als we jongeren sterk genoeg maken om op hun beurt anderen te helpen.»

WEYTS «Met oprechte betrokkenheid krijg je veel gedaan. Als een jongere op zondagavond terugkomt na een weekendverlof kun je hem op de rooster leggen: ‘Was je op tijd thuis? Heb je wiet gerookt? Heb je de afspraken nageleefd?’ Maar dat werkt niet. Ik vraag altijd hoe hun weekend is geweest. Dat is een heel andere benadering.

»Maar je kunt mensen niet veranderen met praten alleen. Veel jongeren zeggen wat je wilt horen. Ze slijmen zich overal doorheen om een goed verslag te krijgen en snel weer naar huis te kunnen. ‘Meneer, kijk eens hoe goed ik heb gepoetst.’ Ze veinzen voorbeeldig gedrag, maar werken niet aan hun problemen. Als ze buitenstappen, hervallen ze meteen.»

HUMO Hoe breng je hen toch tot inkeer?

WEYTS «Door hen uit evenwicht te brengen. Een gesprek zetten ze moeiteloos naar hun hand, maar als je ze in het midden van de Ardennen dropt, waar ze over een smalle koord de rivier moeten oversteken, piepen ze anders.

»Ik heb in de instelling ook een muziekstudio ingericht, omdat ze veel met Nederlandstalige rap bezig zijn. Zet hen voor de microfoon en de straattaal rolt er zo uit. Voor mij moeten ze een liedje maken over zichzelf, en het laten horen aan de jeugdrechter. Ze mogen het ook brengen voor een publiek van vrienden en familie. Ik heb zo al een paar gasten losgekregen waar psychiaters hun tanden op hadden stukgebeten.

»Toen ik aan een jongen vroeg wat hij in zijn nummer zou vertellen, ging hij met zijn rug naar mij zitten. Hij kon er niet over praten als iemand hem aankeek. Zo hebben we een gesprek gevoerd. In een liedje van drie minuten vertelde hij zijn hele leven. Een andere jongen zong over seksueel misbruik. Voordien wisten we daar niks van. Toen hij dat nummer voor zijn vader zong, kwam er een brok emotie los. Het jammere is: daarna moeten ze vertrekken. Daar heb ik het lastig mee. Het is tegen de regels, maar met sommigen hou ik contact. Als ze de warme adem van Mol af en toe in hun nek voelen, blijven ze alert (lacht).»

HUMO Je sprak net over de Ardennen. Mag jij daar met die jongeren naartoe?

WEYTS «Ja. Twee keer per jaar trek ik met een groepje jongeren naar daar. Ze moeten een uitgestippelde route van 100 kilometer volgen met een rugzak van 20 kilo. En ze krijgen 2 euro per dag. Wij gaan mee, maar de jongens maken de keuzes. Daar gebeurt véél. De meeste gasten zijn plantrekkers die niemand vertrouwen. Maar op die tocht is samenwerken de enige optie. Alleen al om eten te kopen moeten ze hun geld samenleggen. Dat geeft spanningen. In Mol smoren we die in de kiem, in de Ardennen laten we het gebeuren.

»’s Nachts slapen we in tenten, soms in de kou, in de regen. We doen ook aan canyoning (sport waarbij men de loop van een rivier door een kloof volgt, red.). Dat is voor hen de pure wildernis. Hun wereld speelt zich af in de stad of op het scherm. Een jongen zei ooit: ‘Wow, ze hebben het water wel hard gezet.’ Zo vervreemd zijn ze van de natuur. En dan bind ik hen aan elkaar vast en moeten ze van rots naar rots die rivier afdalen, zonder elkaar ten val te brengen. Ook dat vraagt overleg en vertrouwen in de ander. De ruzies die je dan ziet: jongens, toch! Uit die ervaring halen ze meer dan uit het zoveelste gesprek.

»Allemaal bereiken ze vroeg of laat een breekpunt. Daarna schuif ik hun ’s avonds een brief van hun ouders onder de neus. In die brief staat wat hun ouders nog tegen hen willen zeggen als hun zoon tien jaar de wijde wereld in zou trekken. Als ze dát lezen, vallen de maskers af. Plots zien ze hun problemen en smeken ze om hulp. De meesten willen daarna zo snel mogelijk naar huis.»

DE JONGHE «Prachtig initiatief. Maar wat daarna? Veel jongeren hebben geen veilige, warme thuis meer. Jij kunt hun gedragsprobleem wel aanpakken, maar als de thuissituatie aan de basis lag, staan ze niet veel verder.»

WEYTS «We doen er alles aan om de ouders te betrekken. Na het wandelkamp vragen we de jongeren om een verslag te maken voor de jeugdrechter. Dat moeten ze voorlezen voor een publiek van naasten. Dan zie je ouders voor het eerst weer trots zijn op hun kind. Het kan een momentopname zijn, maar op dat moment is hun contact sterk verbeterd. Een goede basis om thuishulp op te starten.»

DE JONGHE «Maar vaak komen jongeren terecht in een lege gezinssituatie.»

Caluwé «En als ze 18 zijn en uit de jeugdinstelling mogen vertrekken, belanden sommigen op straat, omdat de ouders zeggen dat ze hun eigen boontjes maar moeten doppen.»

DE JONGHE «Dat zie je meer en meer. Jongeren die bang zijn, omdat hun ouders hebben gezegd dat ze op hun 18de het huis uit moeten. De overheid biedt hun wel trajectbegeleiding aan, maar de meesten blijven worstelen. Daarom starten we in februari bij TEJO Antwerpen met groepstherapie voor jongeren van 18 tot 22 jaar. We hopen hen zo beter te kunnen voorbereiden op het leven als volwassene.»

null Beeld

'In mijn bureau is al redelijk wat meubilair gesneuveld. Ik richt het steeds minimalistischer in' Nicole Caluwé


Bedankt, lieve ouders

HUMO Is het ook jullie taak om ouders op de vingers te tikken?

Caluwé «Sommigen schieten zwaar tekort en daar praat ik een hartig woordje mee.»

WEYTS «Als onze jongeren op weekendverlof mogen, verwachten we dat de ouders hen komen ophalen. Regelmatig staan daar kinderen aan het raam te wachten op ouders die niet komen. Daar breekt mijn hart van. Na wéken opsluiting mogen ze eindelijk even naar huis en dan worden ze ‘vergeten’.»

Caluwé «Sommige ouders kúnnen het gewoon niet. Meestal komen ze zelf niet uit een warm nest. En wat je nooit hebt gekregen, kun je ook niet doorgeven. Het is een vicieuze cirkel.»

DE JONGHE «Als samenleving zouden we solidair moeten zijn met die mensen. We veroordelen te veel. Als buren, familie en vrienden moeten we beter voor elkaar zorgen. Het individualisme maakt veel kapot.»

Caluwé «Bij Marokkaanse jongeren is dat familiegevoel en die sociale controle er nog wel. Bij blanke Vlamingen neemt het af. Veel armen staan alleen.»

WEYTS «Kun je geloven dat sommige jongeren blij zijn dat ze bij ons zitten? Even weg van thuis, rust, structuur… Thuis heerst er chaos en worden ze aan hun lot overgelaten. Wij vinden het normaal dat er ’s avonds warm eten op tafel staat. In die gezinnen is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Ze moeten zich behelpen met opwarmmaaltijden, in het beste geval.»

Caluwé «Ik vraag ouders en jongeren altijd hoe laat ze ’s avonds eten. Dan weet je meteen of er structuur is in dat gezin. Soms stel ik schema’s op. Dan kijken ze raar: ‘Waar komt díé nu mee af?’ (lacht)»

DE JONGHE «Sommige jongeren vragen of ze bij TEJO mogen blijven slapen. Helaas kan dat niet. Maar als je hen naar de crisisopvang wilt sturen, heb je de toelating van de ouders nodig. Ouders van wie die jongeren net zijn weggevlucht. Soms ben ik tot middernacht bezig om mensen duidelijk te maken dat hun kind nu beter even naar de crisisopvang gaat. Het zou vlotter gaan als we daar zonder hun toestemming over mochten beslissen.»

Caluwé «Tja, een kind valt nog altijd onder het ouderlijk gezag.»

HUMO Jeugdrechter Inge Claes vindt dat sommige ouders geen kinderen zouden mogen krijgen. ‘Ik zie zulke schrijnende situaties van mensen die eigenlijk niet eens voor zichzelf kunnen zorgen, laat staan voor een kind.’

WEYTS «Sommige gevallen zijn zo schrijnend dat je je toch afvraagt of er niet beter drastisch wordt ingegrepen. Ik herinner me een jongen wiens zusje op bezoek kwam. Ze was 12 en hoogzwanger. Ze waren er nog niet uit of het kind verwekt was door de broer of de vader. Toen we dat bespraken met de ouders, zeiden die dat ze al blij waren dat het kind tenminste niet van een vreemdeling was. Begin dan maar, hè.»

DE JONGHE «Ik zie veel moeilijke omgangsregelingen. Sommige kinderen weten op vrijdagmiddag nog niet bij wie ze het weekend kunnen doorbrengen: bij papa in de Kempen, de grootouders in Antwerpen of een tante in Sint-Niklaas. Jongeren moeten in de puberteit een aantal ontwikkelingsstadia doorlopen. Als er zo met hen wordt gesold, komen ze tot stilstand en wordt hun normale evolutie verstoord. Ik begeleid jongeren met eetstoornissen en paniekaanvallen die te wijten zijn aan een traumatische echtscheiding. Stel je voor: een jongen die alle dagen buikpijn heeft voor het eten, omdat hij het avondmaal associeert met spanningen.»

Caluwé «Sommige mensen maken er een puinhoop van, met allerlei relaties en kinderen bij verschillende partners. Vooral kinderen uit de eerste relatie worden verwaarloosd. Ze zijn zowel bij papa als mama niet meer welkom, ‘want we hebben nu jonge kinderen’. En dan schrikken we dat jongeren agressief worden.»

DE JONGHE «Een studente van 18 werd door haar lector bij TEJO binnengebracht, omdat haar houding abominabel was. Ze zat daar met de mondhoeken naar beneden, niet geïnteresseerd in hulp. Ik gaf haar een TEJO-kaartje en zei dat ze altijd mocht bellen. Binnen het uur hing ze aan de lijn: ‘Mag ik komen?’ Ze was een kind uit een eerste relatie. Na de scheiding hadden haar ouders allebei een nieuwe partner gevonden. Haar stiefvader had haar misbruikt, maar haar mama koos voor haar nieuwe partner, omdat ze intussen ook kinderen met hem had. Dat meisje voelde zich door iedereen in de steek gelaten. Toen ik voorstelde om haar ouders uit te nodigen, zei ze: ‘Die komen niet, ze zijn niet geïnteresseerd in mij.’ Na de zesde sessie heb ik hen toch uitgenodigd. Haar papa, een hooggeplaatste man met weinig tijd, heeft een hele voormiddag met mij gepraat. Ik gaf hem allerlei tips mee om het contact met zijn dochter te verbeteren. Bij de laatste sessie kwam dat meisje glimlachend binnen en zei ze dat haar ouders veranderd waren en haar nu positieve aandacht gaven.»

HUMO Is ons tweeverdienersmodel wel zo gezond? Veel ouders werken zich te pletter om hun hypotheek af te betalen. Drie maanden na de bevalling dumpen ze hun baby’s in de crèche. Zelfs ’s avonds en in het weekend blijft er soms weinig gezinstijd over.

DE JONGHE «Zeker de eerste levensjaren zijn cruciaal voor de hechting van een kind. Zelf heb ik mijn carrière op een lager pitje gezet op het moment dat ik moeder werd. Ik had op de jeugdrechtbank al wel wat gezien en vond dat ik het tegenover mijn vier kinderen niet kon maken om fulltime te werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, terwijl mijn man hetzelfde deed.

»Ik heb mijn twijfels bij het cliché dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. Goed, áls je samen bent met je kind, probeer dan rustig te zijn en het gemeende aandacht te geven, in plaats van als een stresskip door het huis te lopen en maar met een half oor te luisteren. Maar de hoeveelheid tijd die je aan je kinderen spendeert, is ook van belang.»

Caluwé «Iedereen móét zoveel. Dat ouders met twee moeten gaan werken: oké. Maar ze móéten dan ook nog een uitgebreide vriendenkring onderhouden, uitblinken in de sport, zich langs alle kanten ontplooien. En hun kinderen moeten ook 1.001 activiteiten hebben. Dat wordt te veel, en ik zie dat alleen maar toenemen. Mensen hollen zich voorbij en beschadigen daardoor zichzelf en hun kinderen.»

DE JONGHE «Er zijn te veel prikkels. Ik merk bij mezelf al dat ik na een zware dag moeilijk tot rust kom.»

Caluwé «Sommige kinderen hebben alle dagen activiteiten. Wanneer mogen die eens nietsdoen? Wat tv-kijken of rustig spelen: mag dat nog? Ze moeten aan zoveel verwachtingen voldoen. Sommigen kraken onder die druk.»

WEYTS «Ik zie ook steeds meer angst bij jongeren om niet mee te kunnen met de prestatiemaatschappij. Deze generatie ouders heeft ook de neiging om kinderen te overbeschermen. Ze nemen hen te lang bij het handje, waardoor ze later de harde wereld niet aankunnen. Wij mochten in onze jeugd nog alleen in het bos spelen. Als we thuiskwamen met geschaafde knieën, was dat geen wereldramp. Nu ben je haast een misdadiger als je je kind in een boom laat klimmen. Dat is niet gezond.»

HUMO Vraag jij jongeren weleens waarom ze diefstallen hebben gepleegd?

WEYTS «Meestal is het antwoord: acute behoeftebevrediging. Ze zien een iPhone liggen en hebben twee mogelijkheden: er een maand voor werken of hem gratis meejatten, wetende dat de kans groot is dat ze ermee wegkomen. Als dat één keer lukt, zijn ze vertrokken. Tot ze tegen de lamp lopen. De meesten komen uit arme gezinnen. Ze zien overal de blingbling en de westerse levensstandaard. Het is moeilijk als je niet mee kunt.»

null Beeld

'Vroeger hadden we één kind met suïcidale gedachten per week, nu bijna dagelijks' Ingrid De Jonghe


Overal beter dan thuis

HUMO Zien jullie ook oplossingen? Kinderpsychiater Van Bellinghen stelt voor om de klassen te halveren: tien leerlingen per leerkracht.

DE JONGHE «Jongeren spenderen veel tijd op school. Als het daar al fijn is, met leerkrachten die tijd voor hen kunnen maken, kan dat zeker helpen.»

HUMO Wedden dat politici roepen dat dat onbetaalbaar is?

DE JONGHE «Het is natuurlijk een kwestie van prioriteiten.»

Caluwé «De Vlaamse overheid bedoelt het goed, maar ze steekt soms te veel energie in structuren. Er gaat te veel energie naar onderzoeken om te zien of een jongere wel in voorziening A of B past.»

DE JONGHE «Ik vind dat onze attitude tegenover jongeren moet veranderen. Als iedereen die verantwoordelijkheid draagt – jeugdrechters, opvoeders, therapeuten, ouders en leerkrachten – wat meer solidariteit zou tonen, stonden we al veel verder. Een jongere die bij ons een kwartier voor sluitingstijd binnenstapt, wordt nog geholpen. Elders is dat vaak niet zo. Er wordt ook zoveel vergaderd. Daar moeten dan weer verslagen van gemaakt worden. Allemaal tijd en energie waarvan ik me afvraag of we die niet beter in de jongeren zelf investeren. Er is te veel bureaucratie.»

WEYTS «Helemaal mee eens. Meer doen en minder praten, dat kan onze sector goed gebruiken.»

HUMO Hebben jullie al jongeren ontmoet die door en door slecht zijn, en die je eigenlijk moet opgeven?

DE JONGHE «Ik wil daar niet in geloven.»

Caluwé «Sommige jongeren volg ik jaren. Daardoor raak je betrokken. In elke jongere zit iets goeds, maar het impulsieve overweegt soms. Als dat te ver gaat, moet ik denken aan de veiligheid van de maatschappij. Daarom geven wij sommige jongeren uit handen (doorverwijzing naar de volwassenenrechtbank, waar ze een gevangenisstraf riskeren, red.).»

WEYTS «In onze behandelunit zitten de zwaarste gevallen. De eerste drie maanden worden die jongeren individueel begeleid, pas daarna mogen ze in de leefgroep. Sommige jongens worden daar veel te laat in gezet. Ze hadden daar twee jaar eerder moeten zitten.»

DE JONGHE «Dat is de rode draad in de jeugdhulp: er moeten eerst allerlei processen worden doorlopen voor men écht ingrijpt. Er wordt te laat gesproken van een verontrustende situatie. Als het ernstig is, moet je íngrijpen.»

WEYTS «Kinderen zijn als jonge boompjes: als ze klein zijn en krom groeien, kun je dat nog keren. Als ze bijna volgroeid zijn, krijg je dat met honderd begeleiders nog niet rechtgetrokken.»

HUMO Gaan jullie weleens oude bekenden bezoeken in de gevangenis?

WEYTS «Ik wel. Je mag niet vergeten dat er bij ons ook veel slachtoffers zitten. De perceptie is: de jongens uit Mol belanden later in den bak. Maar naar mijn gevoel komen acht op de tien jongeren die bij ons hebben gezeten, goed terecht. Op een bepaald moment komen ze tot de jaren van verstand en willen ze ‘serieus doen’. Zo noemen zij dat. Ze komen tegen hun goesting binnen, maar achteraf geven ze toe dat het nodig was. Soms zorgt een grote levensgebeurtenis ook voor de kentering: een nieuw lief of een kind.»

DE JONGHE «Ik zie steeds vaker dat zo’n levensgebeurtenis geen verschil meer maakt. Door wat ze in hun jeugd hebben doorstaan, geloven ze daar zelfs niet meer in. ‘Volgend jaar zijn we misschien al uit elkaar.’»

WEYTS «Zeker bij moslimjongeren heeft dat toch nog impact, hoor. Zij vinden familiewaarden nu eenmaal belangrijk. Wij proberen hen zo snel mogelijk naar dat keerpunt te duwen. Liever op hun 17de dan op hun 25ste, wanneer ze al een resem inbraken en celstraffen op hun strafblad hebben.»

Caluwé «Soms vragen jongeren of ze niet wat langer onder mijn toezicht mogen blijven. Ik heb al constructies toegepast om daarvoor te zorgen. Als ik die jongeren later tegenkom, is dat altijd met de glimlach.»

WEYTS «Onlangs kreeg ik telefoon van een jongere die als 12-jarige bij ons was geplaatst. Jarenlang zat hij hier tussen de boefjes die in het weekend op verlof mochten, terwijl hij binnen moest blijven. Hij mocht enkel naar huis als zijn mama uit het ziekenhuis was. Op zijn 12de zocht hij in de krant al naar appartementjes. ‘Als ik iets goeds vind, kan ik met mijn mama naar huis,’ zei hij. Hij kon nergens terecht. Ik heb hem een paar keer mee naar huis genomen, zodat hij toch eens buiten was. Gisteren belde hij om te zeggen dat hij ambulancier is geworden. Daar doe ik het dus voor.»

Wie TEJO wil steunen, vindt meer informatie op www.tejo.be.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234