null Beeld

De jeugd van tegenwoordig: het internaat

We horen allang te weten dat reality de gestroomlijnde, opgevoerde, op maximale amusementswaarde berekende en dus altijd half gejokte versie van de realiteit is. Je tuint erin uit vrije wil, en verder geen gezeur.


Koen Fillet is er op zijn manier óók ingetuind, nu die wetenschappers van 'Overleven' de showbizz hebben ontdekt. Nu moet Koen op de blaren zitten, wat ongetwijfeld comfortabeler is dan de marathon lopen met een knieblessure. Wat gek dat iemand na de uitvinding van het wiel de marathon nog wíl lopen. Maar goed, dit keer ging ik met enig genoegen op in de reality van 'De jeugd van tegenwoordig: internaat', waarin jongens en meisjes die van mp3-spelers aan elkaar hangen voor ons vermaak naar het jaar 1950 teruggedraaid werden. Ze kwamen in een kostschool terecht - een tussen Gods akkers opdoemend kasteel - waar ze meteen tegen een reglement aanbotsten. Het hield hun voor dat de oorlog nog niet helemaal voorbij was. De laatste Belgische oorlogsmisdadiger werd overigens in 1950 ter dood gebracht. Het was ook het jaar waarin Boudewijn een beetje pips de troon besteeg en tegen alle verwachtingen in géén mop vertelde. Ik maakte me nog geen zorgen toen, want ik was nog lang niet geboren. Blij toe.

'200'

Die scholieren werden door hun liefhebbende ouders afgeleverd. Bij het afscheid zeiden sommige van die vaders en moeders : 'Ze zullen ze wel kráken, hier' Daar leken ze zelfs een beetje blij om te zijn. Vreemd dat er uit kraken in 2006 nog een pedagogisch verlangen kan spreken. Ze wekten de indruk dat ze zelf ook wel te gelegener tijd hun zoontje of dochtertje hadden willen kraken, maar dat ze geen idee hadden hoe dat in z'n werk ging. Er zat een goth tussen de scholieren, die in zijn vrije tijd het satanisme was toegedaan: een vleermuis voor de kat, dacht ik meteen, en ja hoor: in aflevering twee pakte hij al zijn biezen in 1950, waarna hij in 2006 zijn huilende ouders in de armen viel. Nog een geluk dat die hem meteen herkenden, want op Sint-Victor was hij onder dwang gekortwiekt en grondig van goth losgeraakt. Thuis zou hij een pilsje drinken en een pizzaatje eten, zei hij bij het afscheid tegen zijn klasgenoten, die hem zeer om dat vooruitzicht benijdden. En daarna zal hij natuurlijk weer in vrijheid vervleermuizen, een paar pacten met de duivel sluiten, en een woelig kind van zijn tijd zijn. Zoals het hoort.

Het onderwijzend personeel van Sint-Victor in 1950 bestaat uit leraren die merkwaardig veel plezier lijken te beleven aan groteske gezagsuitoefening die ze zich in 2006, wegens de voortschrijdende beschaving, in het echte onderwijs niet meer kunnen permitteren. De directeur die uit hoofde van zijn ambt aldoor omstandig staat te dreigen, zei dat hij 'een donkergrijs vermoeden' van iets had, waarmee hij de sfeer van 1950 goed wist te treffen, want 'een donkerbruin vermoeden', de juiste uitdrukking, had net iets te veel kleur. Een leraar werd toen ook een 'professor' genoemd. Hoe noemde je in die tijd dan een professor? Ik googel er straks wel even naar.

Er werd aldoor mallotig gebulderd en gestraft, getuchtigd en luctor et emergo geroepen. Eerst moesten de scholieren er openlijk om lachen, maar weldra kwamen ze tot het inzicht dat besmuikt lachen misschien wel verkieslijker was in deze omstandigheden: het spel leek ernstiger te worden dan voorzien. Er stak ook snel heimwee naar huis in ze op, waar ze bijvoorbeeld geen naoorlogs slachtafval hoefden te eten en bespaard bleven van levertraan. Telkens als de werkelijkheid het op de reality haalde, vloeiden er echte tranen. Je kunt zo te zien niet aldoor denken dat het maar televisie is, ook al weet je dat je aan een televisieprogramma deelneemt.

De scholieren moesten in het ingebeelde 1950 afstand doen van alle gadgets en knuffelbeesten die ze uit 2006 hadden meegebracht. Een meisje barstte in snikken uit: ze kon niet zonder haar knuffelbeer, want die had ze nog van haar vader gekregen, een week voor hij stierf dan nog wel. Zuster Mia, een gevaarte van een non, hoorde het meisje aan en viel eventjes uit haar gietijzeren rol: beertje mocht blijven. Later zou het meisje zeggen dat ze wel een band met Zuster Mia had. Volgens mij waren die gevoelens wederzijds, als de werkelijkheid in een onbewaakt moment de reality inhaalde.

Intellectueel bleken de meeste scholieren niet opgewassen tegen het leerprogramma van 1950: ze bakten er niets van, wat voor het lerarenkorps weer een mooie gelegenheid was om te bulderen, te beledigen, te vernederen, te tuchtigen en tussendoor 'idioot!' en 'luctor et emergo!' te roepen. Dit programma suggereerde dat scholieren van nu aanzienlijk dommer zijn dan scholieren van toen. Ik hoop dat daar spoedig verzet tegen wordt aangetekend.

Verzet: je zag het in dit programma ontstaan. De scholieren zuchtten wel onder de tijdgeest die hen was opgelegd, maar toch lieten vooral de jongens geen kans voorbijgaan om de boel te saboteren en het gezag te ondermijnen, desnoods door een paar rotjes te gooien. Het was alsof ze in dat ingebeelde 1950 al warm aan het draaien waren voor de jaren zestig, die ze ook maar van horen zeggen hebben. Wat heerlijk dat we ons in 2006 ongestraft vrolijk kunnen maken over de opvoedingsmethodes en het hele lerarenkorps van Sint-Victor. Nooit meer 1950, tenzij dan in 'De jeugd van tegenwoordig: internaat.' Eventjes van geluk spreken is toegestaan.

(rv)


Nu op VT4: 'De jeugd van tegenwoordig: de boerenstiel'

Trailer voor 'De jeugd van tegenwoordig: de boerenstiel':


Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234