De kinderen van oostfronter Jan Fossey reageren: 'Hitler blijft zijn beste vriend'

‘Als we thuis een verjaardagsfeestje vierden, deden we de polonaise: op tafel, onder tafel, over tafel – het was een dolle boel. Maar altijd schalde er Duitse marsmuziek.’ Drie kinderen van oostfronter Jan Fossey reageren op het vorige week in Humo verschenen interview met hun vader. ‘Ik wil niet geboekstaafd staan als ‘de zoon van een onverbeterlijke oostfronter’.’

'Het is veelzeggend dat wij alle drie in de psychiatrie hebben gezeten'

Na het interview liet de reactie van Gerrit Fossey (52), de op één na jongste zoon van Jan Fossey, niet lang op zich wachten. Er moest hem dringend wat van het hart. In een lange mail aan de redactie vertelde hij hoe het hem vele jaren van zijn leven had gekost om afstand te nemen van ‘de fundamentalistische gedachten’ van zijn vader, maar met het interview was alle boosheid en verdriet, die hij met veel moeite een plaats in zijn woelige bestaan had gegeven, onweerstaanbaar weer naar boven gekomen. Hij moest reageren. Mensen hadden het recht te weten wat het sluipende gif van het fascisme in hun gezin had aangericht. De oorlog, schreef hij, was nooit opgehouden.

Gerrit Fossey «Ik heb al mijn woede in één ruk neergeschreven. Mijn uitgangspunt is: als mijn vader zijn ideeën binnen zijn clubje van gelijkgestemden houdt, is het oké. Als hij ermee naar buiten treedt, reageer ik. Ik wil niet geboekstaafd staan als ‘de zoon van een onverbeterlijke oostfronter’.»

Voor hij zijn mail naar Humo verstuurde, had Gerrit ’m door de vier andere kinderen laten nalezen. Zij maakten geen bezwaar. Zij hadden ook, elk op hun manier, geworsteld met de verwarrende erfenis van ‘ons vader’ – een starre prinzipienreiter, maar tegelijk ook een warme familyman. Voor het interview met Humo zijn Koen (63) en Frieda (60), de oudste broer en zus van Gerrit, mee naar Antwerpen afgezakt.

Koen fossey «Ik bekijk het wat filosofischer dan Gerrit: ik ben in de eerste plaats nieuwsgierig naar dit gesprek. Ons vader heeft me, na het interview, gebeld met de vraag of hij voor Humo op de foto mocht.»

Frieda fossey «Ik wist nergens van. Hij heeft, zoals gebruikelijk, alleen zijn zonen geraadpleegd. Maar bij de nalezing van het interview was er wel een praktisch probleem: de printer van mijn jongste broer deed het niet. Hij vroeg me het artikel af te drukken. Ik heb dat gedaan, maar ik heb het onmiddellijk weer gedeletet: ik wilde het niet in huis.

»Gerrit heeft het over de oorlog die nooit is opgehouden. Ik begrijp dat volkomen. Een therapeut heeft me ooit gezegd: ‘Jij bent een oorlogskind dat de oorlog niet heeft meegemaakt.’ Als ik van school kwam met een leerboek geschiedenis in mijn boekentas, volstond dat voor een vlammend exposé van ons vader. Alles wat in dat boek over nazi’s en Joden stond, alles over de Holocaust, was gelogen. Ik dacht dus: ‘Het klopt niet.’ Uiteraard dacht ik dat: elk kind denkt dat zijn vader de waarheid spreekt, toch? Ik kropte het op, ik duwde het van me weg: het was behoorlijk verwarrend. Ik heb jarenlang met het idee rondgelopen dat onze schoolboeken vol fouten stonden. Tegelijk deed ik alles om in zijn gunst te komen: ik volksdanste, ik ging mee naar het Vlaams Nationaal Zangfeest, naar de missen voor August Borms. Zelfs toen ik al getrouwd was, vergezelde ik hem nog naar de bals van de Volksunie. Alleen: in zijn ogen bestond ik niet. Hij heeft me jaren ‘Frits’ genoemd, terwijl ik Frieda heet. Vrouwen zijn voor hem ondergeschikte wezens.

»Ons moeder was volgens hem ook dom. Ze was geen intellectueel, maar ze had veel kwaliteiten die hij beknotte.»

'O wee als mijn dochtertje te veel Engelse liedjes zong: dan kreeg ze de volle laag van bompa'

Gerrit «‘Vrouwen horen aan de haard,’ zei hij.»

Koen «En: ‘De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars.’ Hij voelde zich geroepen tegenwicht te geven. Tijdens het avondeten kregen wij geschiedenisles, zíjn versie van de feiten. Hij eiste ook volstrekte stilte, zodat hij ongestoord naar de nieuwsuitzendingen kon luisteren. In die tijd haalde Simon Wiesenthal, de befaamde nazi-jager, geregeld het nieuws – als hij weer eens een kampcommandant bij de kladden had. Dat was het sein voor hem om uit zijn krammen te schieten, een tirade van een halfuur waarin hij zijn ongezouten mening gaf: ‘De Joden zijn parasieten.’ Dat kregen wij als kind te horen.»

Frieda «Dat kwam hard binnen.»


Blanke suprematie

Koen «Ons gezin was een clan met een patriarch aan het hoofd. Hij ziet er niet uit als een patriarch, daarvoor is hij te mager en te schriel, maar hij was het wel.»

Gerrit «Op een dag moest ik voor school een spreekbeurt houden. Hij stelde voor om het over de Tweede Wereldoorlog te hebben, en hij hielp me daarbij met informatie uit boekjes van zijn privébibliotheek, druksels met rode kaften waarin stond hoeveel miljoenen Joden er vóór en ná de oorlog waren. Conclusie: er waren ettelijke duizenden Joden gesneuveld, maar ze waren níét uitgeroeid. En ze waren gedeporteerd naar werkkampen.

»Vorige week verklaarde hij in Humo: ‘Als ik een Jood had kunnen verstoppen voor de deportatie, dan had ik het gedaan.’ Vergeet het: hij had ’m aangegeven.»

Koen «Maar in het Humo-interview spreekt hij zich niet uit over de Holocaust, zo slim is hij wel.»

Gerrit «Hij staat nog helemaal achter de nazi-ideologie: voor hem is dat de enige juiste visie.»

Koen «De suprematie van het blanke ras. Hij zal het niet meer met die woorden zeggen, maar het is nog altijd de bottomline van zijn gedachten. Tegenwoordig zegt hij: ‘De zwarten hebben het niet in hun genen.’»

Gerrit «Ik heb met hem nooit gesproken over zijn ervaringen in de oorlog, hij had het altijd over zijn ideeën.»

Koen «Met mij heeft hij wel over zijn ervaringen gesproken. Hij hamerde op zijn nobele streven: Vlaanderen zou een eigen plek krijgen in het Derde Rijk. En ze zouden de strijd winnen tegen het oprukkende bolsjewisme.

»Tussen mijn 30ste en 40ste heb ik geprobeerd hem te doorgronden. Met walging heb ik een deel van zijn ontkenningsliteratuur gelezen om inzicht te verwerven: wat speelde er indertijd? Hij was 18 toen hij naar het oostfront trok, en ik moet zeggen: zijn edele motieven kan ik nog vatten.»

Gerrit «Dat kunnen wij allemaal.»

Koen «Er is een parallel met de Syriëstrijders: die gasten hebben ook nobele motieven.

»Ons vader is het schoolvoorbeeld van een man die zijn principes een leven lang koestert, tot op zijn sterfbed. Nu vind ik dat boeiend, maar ik heb een lang proces achter de rug: verwarring, woede, verdriet – ik heb het allemaal doorgemaakt.

»In mijn studententijd speelde ik in een bandje. Elke zaterdag laadde hij ons materiaal in de auto, hij pikte de drummer en de gitarist thuis op, bracht ons naar ons repetitiehok en ’s avonds stond hij daar weer. Zo’n vader was hij dus ook: iemand die voor je zorgt. Geen nazimonster uit een Hollywoodfilm, nee, een bezorgde huisvader. Maar die oorlogsretoriek kwam er telkens tussen, en dat maakte het ontzettend verwarrend.

»De bevrijding kwam toen ik op mijn 16de naar het middelbaar kunstonderwijs ging. Ik tekende graag en ik was geen groot student, dus het was oké voor hem – hij tekende zelf ook. Vlak bij de academie was toentertijd de King Kong Club, een alternatief nest: freejazz, literatuur, films die je elders niet zag. Op een avond werden de propagandafilms van de nazi’s vertoond: beelden uit het getto van Warschau, waartussen beelden van ratten in het riool waren gemonteerd. Dat opende mijn ogen. Toen ik thuis vertelde wat ik had ontdekt, schoot hij weer in zijn oude ideologische modus – er viel niet meer met hem te praten. Plus, hij was lid van het Sint-Maartensfonds geworden: het vuur dat diep in hem sluimerde, flakkerde weer hoog op.

»Bij ons in de buurt woonde een Joods koppel, artistieke mensen. Mijn vader kwam er geregeld met mij over de vloer om over schilderijen en tekeningen te praten. Van de ene op de andere dag hield hij daarmee op.

»Ons vader heeft veel musea met mij bezocht. Maar na het impressionisme was de kunst in zijn ogen ontaard. ‘Ontaarde kunst’, die woorden nam hij ongegeneerd in de mond. De groten over wie ik leerde, Andy Warhol, Jackson Pollock, no way – dat stelde niks voor. Alles was heel duidelijk bij hem. Duidelijk en radicaal.»

'Ons vader staat nog helemaal achter de nazi-ideologie: voor hem is dat de enige juiste visie'


Onwrikbaar

Gerrit «Het was simpel: zolang je binnen de lijntjes kleurde, was er niets aan de hand.»

Koen «Als je erbuiten ging, kon hij heel vernederend worden.»

Gerrit «Ik heb lang binnen de lijntjes gekleurd: ik was op mijn 15de al leider bij de scouts. Niet de katholieke of de rode of de blauwe – dat mocht niet van hem. ‘Geen geüniformeerde jeugd,’ zei hij. Nee, de open scouts.»

Frieda «Je was een goede leider, ondanks je jeugdige leeftijd.»

Gerrit «Bedankt, maar telkens opnieuw boorde ons vader mij de grond in omdat er op de mouw van mijn uniform een Belgisch vlaggetje was geborduurd.»

Frieda «Dat onwrikbare heeft hij nog altijd. Mijn dochter – zijn kleinkind – heeft lange tijd in een koor gezongen. Als ze optrad, ging bompa mee luisteren. Maar o wee als ze te veel Engelse liedjes zong, dan kreeg ze de volle laag.»

Gerrit «Bij de kerstfeestjes van de scouts ging het ook geregeld fout: elke sectie bracht een toneelstukje, maar hij vond er meestal wel iets in dat tegen zijn ideologie indruiste, en dat kreeg je sofort op je brood. Als kind snap je dat niet: ‘Waarom word ik nu weer afgebroken?’»

Koen «Als oudste ben ik als eerste tegen hem ingegaan. Het waren geen makkelijke gesprekken: ik delfde meestal het onderspit, niet bij gebrek aan argumenten – ik had wel wat bagage verworven – maar ik kon zijn felheid niet aan. Op zulke momenten was hij bloedfanatiek en persoonlijk: ‘Wat weet jij nu, als kunstenaar? Jij leeft met je kop in de wolken.’»

Gerrit «Zo sprak hij over Koen tegen ons: ‘Naar hem moet je niet luisteren: hij is een zwever.’»

Koen «Op een dag, ik was al getrouwd, zag ik dat ons vader thuis een Germaans zonnerad aan de muur had gehangen, met daarin de bekende SS-slogan: ‘Meine Ehre heisst Treue’. Ik zei: ‘Als dat hier blijft hangen, kom ik niet meer binnen.’ – ‘Dan kom je niet meer,’ zei ons vader. Ik heb het maar enkele weken volgehouden, ik ben een softie op dat vlak (lacht).»

Gerrit «Ik was heel kwaad op jou in die periode.»

Koen «Ik had de clan opgeblazen, hè.»

Gerrit «Ik dacht: ‘Wat durft die thuis allemaal te komen zeggen?’ Toen Koen met een zware depressie was opgenomen in Rustenburg, een psychotherapeutisch centrum in Brugge, heb ik hem zelfs nog aangepakt: ‘Wat doe jij je ouders aan?’ En enkele jaren later zat ik zélf in Brugge (lacht).»

Koen «Het is veelzeggend dat wij alle drie in de psychiatrie hebben gezeten. Ik na mijn eerste huwelijk. Het verdriet om een mislukte relatie riep het sluimerende verdriet uit mijn jeugd weer op, het barstte samen los. En ik voelde: ‘Ik red dit niet.’ Ik ben zelf binnengegaan. Ik moest er met iemand over praten, want van de kant van mijn vader kwam niks. Dat was één monolithisch, blind fanatisme: met het ouder worden raakte hij alleen maar méér overtuigd van zijn gelijk.

»Het verblijf in Rustenburg was zwaar, ik wens het mijn grootste vijand niet toe, maar het heeft me diepe inzichten verschaft over wie ik ben. Ik heb nooit met zelfmoordgedachten rondgelopen, maar ik was wel verplicht mezelf helemaal opnieuw op te bouwen, vanuit een nieuw nulpunt. Er is ook een dimensie bij gekomen: het spirituele aspect, dat diep in mij verscholen zat, is weer aan de oppervlakte gekomen. Bij ons thuis kreeg dat geen aandacht. Religie, dat was… opium voor het volk (lacht).»


Frieda, Koen en Gerrit: 'In therapie heb ik geleerd wie ons vader werkelijk was. Maar de grootste schok kwam toen ik zag wie ikzelf was: een kopie.

Fouten toegeven

Gerrit «Ik begrijp mensen die tot extreme daden overgaan maar al te best, zonder die daden daarom goed te keuren. Toen Hans Van Themsche, ook een jongen uit een Vlaams nest, in 2006 twee mensen doodschoot op straat, was ik van plan een lezersbrief te schrijven me als titel: ‘Het had mij ook kunnen overkomen’.

»Ik ben véél later dan Koen tot inzicht gekomen, omstreeks mijn 30ste. Daarvoor heb ik onbewust in de pas van ons vader gelopen: als we bij de scouts over de opkomst van het Vlaams Blok discussieerden, snapte ik niet waar de anderen hun bezwaren vandaan kwamen. Ik had geen idéé.»

Frieda «Mij is het pas beginnen te dagen toen ik voortdurend ruzie had met mijn oudste dochter. Ik wilde haar mijn wil opleggen, en zij ging daar heftig tegenin. Gelukkig deed ze dat, hoe was het anders met ons gegaan?

»Toen ze 18 was, heb ik me ook in Rustenburg laten opnemen. We hebben daar heel serieuze gesprekken gevoerd, met de bemiddeling van een sociaal assistente. Die zei: ‘Ik voel bij allebei een diepe liefde voor elkaar.’

»Ik heb mijn fouten toegegeven, en we hebben het verleden afgesloten. Dat is belangrijk, als ouder kunnen zeggen: ‘Ik ben fout geweest.’ Maar dat zal hij nooit doen.»

Gerrit «Dat is het grote verschil.»

Frieda «Ik heb, toen ik zelf al twee kinderen had, brieven naar hem geschreven, die ik bij hem thuis heb voorgelezen in de hoop dat hij zijn pantser zou afnemen. Ik zie de scène nog voor me: het eerste wat ons moeder deed, was alle deuren sluiten opdat de buren niks zouden horen (lacht). Ik zei: ‘Alsjeblieft, breek die muur af, wij zijn je kinderen.’ Maar aan het eind zwaaide zijn vingertje weer: ‘Ik blijf staan achter datgene waarin ik geloof, niemand zal mij daarvan afbrengen.’

»Ons moeder zei: ‘Ik versta Frieda.’ Zij heeft het toen aangedurfd haar stem te verheffen.»

Gerrit «Ik heb een ander beeld van ons moeder, omdat ik een puber was toen het niet meer ging tussen onze ouders. Ons moeder heeft een tijdlang een drankprobleem gehad – ik heb aardig wat flessen leeggegoten. Ik had compassie met ons vader: hij zat met een vrouw die dronk.»

Frieda «Hij benadrukte dat problematische drinken ook. Pas achteraf gaat het je dagen dat ze dronk omdat hij haar vernederde.»

Gerrit «Precies.»

Frieda «Ik heb bewondering voor haar: na een familieraad is ze van de ene dag op de andere opgehouden met drinken. Ze heeft resoluut voor haar gezin gekozen, zonder hulp van buitenaf.»

Gerrit «Maar toen ze stopte met drinken, stopte ze ook met leven. Ze kwam niet meer buiten. Als de zon scheen, gingen de gordijnen toe. Ze heeft jarenlang voor haar ouders gezorgd, die naast ons woonden. Haar vader was een tiran die geweld gebruikte – dat kunnen we van ons vader niet zeggen.»

Koen «Wij hebben wel degelijk liefde van onze ouders gekregen, veel zelfs. Alleen, die liefde was bezoedeld. Ik ben er ook van overtuigd dat het tussen onze ouders ware liefde was: toen ze gingen swingen in de Antwerpse danscafés, sprongen de vonken eraf. Ze hadden goede seks, dat kregen we geregeld te horen. Maar er waren ook issues, van vaders én moeders kant.»

'Als ouder moet je kunnen zeggen: 'Ik ben fout geweest.' Maar dat zal hij nooit doen'

Gerrit «Ik bekijk het anders, omdat ik ben opgegroeid in een troebele periode (zwijgt).

»Mijn ogen zijn opengegaan toen ik een feestje wilde organiseren voor ons vader zijn 70ste verjaardag. We zaten met alle kinderen samen, en Koen zei: ‘Ik wil de boel niet saboteren, maar ik ga niks voor hem doen.’ Frieda was het volmondig met hem eens. Mijn jongste broer en ik bleven na die samenkomst verweesd achter: ‘Hebben wij een andere vader gehad?’ Hij was nog altijd mijn god. In die periode zijn een aantal dingen samengekomen, ook in mijn eigen gezin, en voor ik het wist, zat ik in een stroomversnelling. Ik zag in dat het niet klopte: de manier waarop hij met vrouwen omging, met ons ook.

»Na lang aarzelen heb ik hem verteld wat er op mijn lever lag. Enfin, in dat eerste gesprek heb ik welgeteld twee woorden uitgesproken voor hij me onderbrak met een repliek waar geen speld meer tussen te krijgen was. De keer daarop had ik me voorbereid. Hij liet me uitspreken, dat had hij van tevoren beloofd. Daarna vroeg hij: ‘Ben je nu klaar?’ En wham, daar ging hij weer.

»De derde keer heb ik het buitenshuis gedaan, waar hij niet kon vertrekken voor ik uitgesproken was. Nadat ik hem alles had opgelepeld, zei hij tegen ons moeder: ‘Kom, moederke, we zijn weg: hier wordt toch niks zinnigs gezegd.’ Toen heb ik ingezien: dit is de realiteit, ik zal nooit meer tot mijn vader doordringen.

»Ik ben ook in Rustenburg binnengegaan, waar ik heb geleerd wie ons vader in werkelijkheid was. Maar de grootste schok kwam toen ik inzag wie ikzelf was: een kopie. Ik was net zo dominant.»

Koen «De patriarch brengt kopieën van zichzelf voort.»


Principes primeren

Gerrit «Ik herinner me een vergadering bij de scouts, toen ik 18 was. Een overleg met ouders. Ik stelde hen voor de keuze: ofwel liep ik over hen heen, ofwel sprongen ze opzij.

»Ik heb mijn huwelijk stopgezet toen ik besefte dat wij dezelfde relatie als mijn ouders hadden: dominant versus volgzaam. Mijn ex-vrouw heeft nog gezegd: ‘Je zou eens moeten weten hoeveel woede er in je stem zit als je tegen de kinderen praat.’ Toen ben ik in therapie gegaan, voor de kinderen.»

Frieda «Als het met de kinderen fout gaat, besef je dat er wat scheelt.»

Gerrit (tegen zijn broer en zus) «Gelukkig heb ik veel steun aan jullie gehad, aan alle kinderen, trouwens.»

Frieda «Dat is het mooiste: sinds wij volwassen zijn, hebben wij met ons vijven een ontzettend hechte band.»

Gerrit «Ik ben nog altijd bezig mezelf te zoeken. Na mijn scheiding ben ik er wel geweest voor mijn kinderen, maar de cruciale beslissingen liet ik aan mijn ex over. Ik vertrouwde mezelf niet meer: het verleden had ik afgezworen, maar wat had ik in de plaats? Ik moest opnieuw leren leven.

»Al jaren geleden heb ik afscheid genomen van mijn ouders, om zelf niet meer gekwetst te worden. Ons vader mag, wat mij betreft, nog jaren gelukkig zijn; als hij morgen doodvalt, zal ik geen traan laten. Toen ons moeder stierf, voelde ik ook niks. Ik kon haar op het einde van haar leven ook niet meer verzorgen, wat de andere kinderen wel deden.»

Frieda «Drie maanden lang hebben wij haar verzorgd, we bleven elk om beurten beneden bij haar slapen – vader vloog naar boven. Maar toen ze beter werd, nam hij het weer over: alle zorg vloog aan de deur. ‘Vanaf morgen moet je niet meer komen,’ zei hij. Ons moeder draaide haar rug naar me toe en zei: ‘Hij is altijd goed voor mij geweest.’ Ik heb mijn sleutel op tafel gegooid en ik ben drie maanden lang niet meer binnen geweest. Hij kón helemaal niet voor haar zorgen.

»Een half jaar later is ze overleden. Een prachtige dag, al klinkt dat misschien raar: ze lag op haar grote ziekenhuisbed zachtjes uit te doven terwijl het een komen en gaan was van mensen met wijn en pakjes. Kinderen en kleinkinderen, iedereen heeft haar nog gezien.

»Daarna ben ik niet meer naar huis geweest, ik wilde niet met hem alleen zijn.»

Koen «Na de dood van ons moeder is het heel stil geworden in dat grote huis. Ons vader heeft veel verdriet gehad omdat Frieda niet meer kwam.»

Frieda «Hij belde met tranen in zijn stem: ‘Loop alsjeblieft eens langs.’ Maar ik wees hem af. Vroeger had ik zoiets niet gedurfd, aan de telefoon lukte het wel.»

Koen «Hij is triest dat de band met Frieda verbroken is, en toch belt hij alleen met zijn zonen als hij in Humo komt. Vrouwen blijven quantité négligeable in zijn geest. Daar kun je niet bij.»

Frieda «Hitler blijft zijn beste vriend.»

Koen «Als ik met hem aan mijn arm door het park schuifel, gaan de gesprekken nog altijd automatisch in die richting: het goedpraten van wat 75 jaar geleden is gebeurd. Terwijl hij wéét hoe ik erover denk: Hitler stond aan het hoofd van een misdadig regime.»

Gerrit «Dat zei hij ook in één van onze confronterende gesprekken: ‘Ik heb jullie nooit willen indoctrineren, maar ik wilde jullie wel doen inzien dat ik geen lid was van een misdadige organisatie.’ Waarop ik: ‘Maar je wás lid van een misdadige organisatie.’

»In tegenstelling met Koen ben ik wel jarenlang suïcidaal geweest, van jongs af aan. Op een gegeven moment heb ik openlijk afscheid genomen van mijn broers en zussen, van ons moeder ook. Toen is ons vader heel onverwacht bij mij langsgelopen om nog eens te babbelen. Toen ik vijandig reageerde, herviel hij in zijn oude rol. Ik zei: ‘Wat zit jij mij nu te verwijten dat ik van de wereld weg wil? Je grote baas heeft precies hetzelfde gedaan.’ Dat kon er bij hem niet in. ‘Dat was helemaal anders,’ zei hij.

»Uiteindelijk heb ik het niet gedaan, dankzij mijn broers en zussen. Ik heb ook drie fantastische kinderen.»

Koen «Wat mij fascineert, is dat bij ons vader nooit het inzicht is gekomen.»

Frieda «Dat valt mij zo zwaar. Ik kan er niet bij dat je niet tot inzicht komt als je vaststelt dat je hele gezin uit elkaar valt. Drie van je kinderen zijn ongelukkig om dezelfde reden. Dat leg je niet naast je neer, dat doet je nadenken, toch? Maar blijkbaar niet bij hem. Ik kan daar nog altijd kolerig van worden.»

Gerrit «Waarschijnlijk ziet hij zelf niet dat het fout is gegaan.»

Frieda «En: er is de frustratie dat hij aan het front geen grote rol heeft gespeeld. Dat vreet aan hem, daarvan ben ik overtuigd.»

Gerrit «Hij was zo klein en tenger dat hij eerst niet werd aangenomen om te vechten. Toen hij eindelijk 18 was en de Duitsers aan het verliezen waren, mocht hij wel – iederéén was toen welkom. De oorlog was al voorbij.»

Koen «Sommige mensen gieten vroeg in hun leven hun principes in gewapend beton en wijken daar geen millimeter meer van af. Zelfs niet als anderen daar met pikhouwelen en hamers op slaan, zoals wij hebben gedaan. Dat is het patriarchale systeem, hè. Principes primeren. Ons vader heeft hard gewerkt voor zijn gezin, geen discussie daarover, maar in wezen ging het om zíjn principes. Het is zoals hij zegt: ‘Een vent moet een ruggengraat hebben.’»

Gerrit «Ik heb het ook bij mezelf in therapie ondervonden: ik had het gevoel dat mijn kern in beton gegoten was. Ik smeekte: ‘Sloop mijn muren!’ Maar mijn begeleiders zeiden: ‘Voor elke muur die wij slopen, trek jij er drie nieuwe op. Je moet ze zelf slopen.’ Járen heeft het geduurd voor ik daaraan ben begonnen, en ik heb ze nog altijd niet helemaal neergehaald. Dat vergt moed, hè. En die moed heeft hij niet. Of liever: die kracht. Hij kan dat niet meer.»

Frieda «Als hij het nu doet, stort alles in elkaar.»

Gerrit «Dan is zijn leven voor niks geweest.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234