'De kleedkamer' op Canvas: 'Het wielrennen duldt geen pottenkijkers'

Het wielrennen duldt geen pottenkijkers. Als je beleefd bent, mag je misschien even de drempel van de voordeur over. Maar in de keuken, waar je het gelach hoort opstijgen en het bijzonder gezellig lijkt, mag je niet binnen. In ‘De kleedkamer’ proberen ze, zoveel jaren na de feiten, dat mysterie een beetje op te heffen.

En dat lukte aardig in de twee afleveringen over de Tour de France. Johan Bruyneel en Rudy Pevenage, ooit gezworen tegenstanders als ploegleiders van ­Lance Armstrong en Jan Ullrich, zaten voor het eerst tegenover mekaar.

Ze vertelden heerlijke verhalen over hoe ze mekaars radiofrequenties afluisterden en zo meer. Maar ze zeiden ook rake dingen als: ‘Waarom worden wij als lepralijders verbannen, terwijl alle anderen er ongestraft vanaf komen?’ Niemand wist het antwoord, maar medetafelgenoten Dirk Demol en José De Cauwer knikten instemmend.

Uit de gesprekken klonk ook: doping was bijzaak, het hoorde erbij, maar haalde de waardeverhoudingen niet door mekaar. Nogmaals een bewijs dat je normvervaging niet gemakkelijk uitgewist krijgt in het wielrennen, we zullen wel later zien of het met de huidige generatie beter gesteld was. Kritische vragen, zoals over doping, worden in ‘De kleedkamer’ zelden of nooit gesteld. De makers kiezen voor de zachte aanpak. Daar valt iets voor te zeggen, je mag dan even de drempel van de voordeur over. En we komen zo best wel wat te weten en horen in het programma doorgaans fijne gesprekken. Met soms zelfs een ongewild komisch effect. Andy ­Schleck bijvoorbeeld, die vol herwonnen zelfvertrouwen na het zwarte gat, beweerde de enige te zijn die in die periode op kraantjeswater reed. Toen ik voor de zekerheid daarover naar een oud-ploegleider belde, klonk er onophoudelijk burdergelach aan de andere kant van de lijn.

In de tweede aflevering zaten de laatste Belgische geletruidagers bij mekaar. Allemaal nog actieve renners, als we de messcherpe Tom Boonen er even bijrekenen. ‘De groene trui is moeilijker om te winnen dan de gele trui,’ zei hij, alsof hij zich nog steeds als de maat der dingen zag. Maar ook hier werd aangenaam gekeuveld, met Philippe Gilbert duidelijk in vorm. ‘Eddy Merckx en ik gaan dikwijls samen eten en iets drinken. Allee, het is vooral drinken en ook iets eten.’ Ook naar de openhartige gesprekken met Bradley Wiggins en Cadel Evans bleef je kijken. En bovenop de basiliek van Koekelberg werd er zelfs zuinig omgegaan met droneshots, werkelijk een plaag in de reeks over Frank Vandenbroucke.

‘De kleedkamer’ eindigt altijd met een rondje miserie, na de heldendaden worden aan een rotvaart de dieptepunten in ieders leven naar boven gehaald. Na de keelkanker van Pevenage en de vechtscheiding van Bruyneel, leek José De Cauwer er even genoeg van te hebben. Even voordien had hij uit te doeken gedaan hoe zijn faillissement hem tot op heden heeft achtervolgd. ‘Nu lijkt het alsof er hier vier mensen met alleen tegenslag rond de tafel zitten.’ Die opmerking was terecht, we hebben het Jan Mulder ook eens horen zeggen. In de laatste aflevering viel er nochtans ook genoeg rampspoed te rapen bij de tafelgenoten, maar bleven we gespaard van dat onvoorzichtige getrek naar tegenslagen. Dat voelde goed aan.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234