De klopjacht op langdurig werklozen

Na de verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen van de federale regering, wil de Vlaamse bevoegde minister Philippe Muyters (N-VA) nu ook hun begeleiding grondig hervormen. Vicky Coryn, algemeen directeur van Groep INTRO vzw, ziet hoe het activeringsbeleid langzaam doldraait. ‘Langdurig werkzoekenden naar werk begeleiden vergt tijd én aandacht. Als ook hier markteconomische wetten beginnen te regeren, zijn de meest kwetsbare mensen straks vogels voor de kat.’

Groep INTRO vzw begeleidt onder meer mensen die ‘moeilijk een reguliere baan of hun weg in de samenleving vinden’. Algemeen directeur Vicky Coryn weet dus hoe ze langdurig werkzoekenden moet aanpakken. Maar het verhaal van J. was zelfs voor haar een eyeopener.

Vicky Coryn «J. gold als een voorbeeld voor anderen. Na een lange periode van werkloosheid had hij dankzij het zogeheten werkplekleren een échte, reguliere baan gevonden. Hij kon bij Colruyt aan de slag als winkelmedewerker. Ons doel – hem ervaring te laten opdoen waarmee hij kon doorstromen naar de gewone arbeidsmarkt – was bereikt. J. was enthousiast, het liep goed, iedereen blij.

»Enkele weken later verscheen J. plots niet meer op zijn werk. Hij was niet ziek, er was ook geen noemenswaardig incident geweest en toch had hij van de ene dag op de andere afgehaakt. We begrepen er niets van. Pas na enig aandringen hoorden we waar het was fout gelopen. J. had net als zijn collega’s vakantie gehad. Bij zijn terugkeer werd hij overdonderd door al hun mooie reisverhalen: de ene was naar Frankrijk geweest met vrienden, de andere naar Spanje, iemand had een pretpark bezocht met zijn kinderen, nog een ander was een week met zijn gezin naar zee geweest. Maar J. was nergens naartoe gegaan: hij kon het zich niet permitteren. Omdat hij niet kon meepraten, klapte hij volledig dicht. De dag nadien durfde hij niet meer terug te keren. Uit schaamte. Hij hoorde daar niet thuis, vond hij.

»Voor wie zijn schaapjes op het droge heeft, klinkt dat misschien banaal. Het lijkt iets waar je je overheen moet zetten, maar voor J. was het de drempel te veel. Ik zal zijn verhaal nooit vergeten: wil je langdurig werkzoekenden aan het werk krijgen, dan gaat het over zoveel méér dan een job alleen. J. hád een baan, maar hij kon ze niet houden omdat hij niet tegen de heersende sociale codes opgewassen was. Je kunt niet iedereen op dezelfde manier aanpakken. Dat werkt niet.»

Toch is het net dát wat Vlaams minister van Werk Philippe Muyters voor ogen heeft. De federale regering kondigde al aan dat langdurig werklozen twee halve dagen per week gemeenschapsdienst zullen moeten uitvoeren – voor wat hoort wat – en nu hervormt Muyters ook hun begeleiding naar de arbeidsmarkt. De minister wil een eengemaakt systeem in plaats van de huidige verschillende systemen met ingewikkelde namen als Gesco, art. 60 of WEP-plus. Dat werkplekleren met een statuut als werknemer wordt zelfs helemaal afgeschaft en vervangen door een nieuw systeem. Hoe dat er moet uitzien, is onduidelijk. Wél duidelijk is dat de Vlaamse regering de kosten van alle gesubsidieerde tewerkstellings-vormen nagaat en bekijkt of één en ander niet – wat had u gedacht? – efficiënter kan. Doel van die hervorming is onder meer ook: ‘oversubsidiëring’ vermijden.

Veel organisaties in de sociale economie, van de kringloopwinkels tot Natuurwerk, protesteerden fel. Zij stellen heel wat mensen tewerk in het kader van WEP-plus en door de hervorming zagen de organisaties zich gedwongen om hun medewerkers en veel begeleiders hun vooropzeg te geven. Ze eisten – op zijn minst – duidelijkheid. Eind vorige maand bereikte de Vlaamse regering een akkoord over WEP-plus, waarin volgens Muyters deels was tegemoetgekomen aan de bezorgdheden. Zo wordt in 2015 een overgangsscenario voorzien en kunnen de begeleiders hun expertise behouden. Vanaf 2016 wordt een nieuw systeem gelanceerd waarbij de werklozen tijdens het traject het statuut van werkzoekende zullen behouden.

Medewerker van de maand

Caroline Copers, algemeen secretaris van het Vlaamse ABVV, reageerde al scherp in een persbericht. De werkzoekenden zélf werden niet gehoord, luidde het.

Caroline Copers «Het komt erop neer dat 3.000 WEP-plusplaatsen voor langdurig werklozen om tijdelijk werkervaring op te doen mét werknemersstatuut vanaf 1 april 2015 afgeschaft worden. Diezelfde mensen zullen vanaf dan hetzelfde werk kunnen doen, maar dan onbetaald, in de vorm van een begeleide stage met behoud van uitkering. Wie dat níét wil doen, kan een sanctie oplopen.

»Ik vrees dat dit de voorbode is van een grote operatie die tienduizenden betaalde jobs zal omzetten in onbetaalde stages en gemeenschapsdienst.»

Ook Vicky Coryn van Groep INTRO vzw heeft er geen goed oog in. Ook zij moeten door de hervorming mensen hun ontslagaanzegging geven, maar haar bezorgdheid gaat dieper.

Coryn «In het huidige discours over werkzoekenden ligt de nadruk op ‘eigen verantwoordelijkheid’, ‘activering’, ‘efficiëntie’, ‘optimalisatie’ en ‘prestatie’. Wie wil werken, kán werken, klinkt het. Wie geen werk vindt, moet maar harder zijn best doen. En wie niet wíl werken, die zal het voelen. Maar de realiteit is dat meedraaien in het arbeidscircuit ongelooflijk moeilijk is voor de mensen met wie wij werken. Om redenen die niet altijd zo meetbaar of zichtbaar zijn. Werk is slechts één van hun vele zorgen: ze proberen in de eerste plaats te overleven. Het klopt dat arbeid de sleutel tot ontplooiing kan zijn, maar dan moet je wel de rest van je leven op orde hebben. Als je zware schulden hebt, in een heftige vechtscheiding zit, geen opvang voor je kinderen kunt betalen en niet op familie kunt terugvallen, geen stabiele thuis hebt, met psychische problemen of een drugsprobleem kampt, is het heel moeilijk om al je aandacht op werk te richten.»

HUMO Op zich is het toch niet slecht dat wordt nagegaan of de begeleiding naar werk niet beter kan?

Coryn «Daar ben ik het mee eens. Maar er is een kantelpunt. Wij hebben altijd het gevoel gehad dat ons werk waardevol was, maar binnenkort telt nog maar één resultaat: of je iemand een job geeft of niet. Onze sector wordt vermarkt. Dat er een openbare aanbesteding komt waar ook de privésector op kan intekenen, zegt genoeg. Er zijn commerciëlere bedrijven waar de collega die de meeste werkzoekenden aan een job heeft geholpen ‘medewerker van de maand’ wordt. Is dát het doel? Zo veel mogelijk jobs verkopen en daarvoor vergoed worden? Wij kunnen dat ook, hoor. Als we ons publiek selecteren en enkel nog werken met de sterksten onder de langdurig werkzoekenden. Maar wat doe je dan met degenen die onze begeleiding het meest nodig hebben? Laat je die aan hun lot over? We zullen ons daartegen blijven verzetten.»

HUMO Voor welke aanpak pleit u?

Coryn «Bij ons mogen ze al doende leren, hier mogen ze fouten maken. Intussen zoeken we ook uit waar het misloopt in hun leven en proberen we dat recht te trekken. Kan schuldbemiddeling helpen? Kunnen ze hun sociale vaardigheden aanscherpen, hun werkhouding verbeteren, leren omgaan met gezag?

»Soms moeten mensen weer voor zichzelf leren zorgen, moeten we hen wapenen tegen tegenslag, zodat ze tóch op hun werk opdagen daags na een zoveelste ruzie thuis, zodat ze een bepaalde hiërarchie kunnen aanvaarden. Dat proces vraagt tijd en zorg, en gaat gepaard met véél vallen en af en toe opstaan.

»Nu vragen werkgevers en VOKA om de subsidies voor de begeleiding van langdurig werklozen aan hen te geven, omdat zij menen dat efficiënter te kunnen. Er wordt gewezen op het succes van de individuele beroepsopleidingen, maar je moet ook durven te kijken naar wie daar instroomt. Ons doelpubliek – de kwetsbaarste groep – is helaas niet sexy voor werkgevers.»

HUMO Intussen wordt ook de strijd tegen sociale fraude bij werklozen verder opgevoerd. Het lijkt wel of dát het grootste probleem is. Ziet u veel langdurig werklozen die niet willen werken?

Coryn «Er zíjn mensen die misbruik maken van hun uitkering, maar dat is de minderheid. Wij sluiten een contract af met mensen. Ze krijgen begeleiding als ze zélf ook hun verantwoordelijkheid opnemen. Zo niet, dan kunnen ze hun uitkering verliezen en sturen we hen door naar de RVA. Je moet niet naïef zijn. Maar er is een verschil tussen ervan uitgaan dat heel wat mensen profiteren óf ervan uitgaan dat er een groep is die extra aandacht en zorg nodig heeft om een job te kunnen vinden.

»Vandaag kunnen wij langdurig werkzoekenden nog een oplossing op maat bieden, maar dat wordt steeds moeilijker. Sommige mensen zijn zonder die intensieve begeleiding een vogel voor de kat. Wij pleiten ervoor om ook hen via aangepast werk in de samenleving te blijven opnemen, maar nu lijken we de omgekeerde beweging te maken. Ik vind dat gevaarlijk. Je mag mensen zo veel straffen als je wil, maar als ze uit de werkloosheidsstatistieken verdwijnen, duiken ze wel weer op in de leeflooncijfers. Of op straat. Is dát dan wat je wil?»

ÉÉn tegenslag

Eén van de mensen die nu nog een oplossing op maat krijgt, is Serge (43). Hij pendelt een klein anderhalf uur naar zijn werk met het openbaar vervoer. Enkele richting. Een auto heeft hij niet, dat is te duur. Ooit had Serge een goeie job, een vriendin, een huis, een auto en een pasgeboren zoontje. Ooit is intussen meer dan achttien jaar geleden. Nu deelt hij een appartementje met zijn moeder. Zij de voorkamer, hij de achterkamer.

Serge is lange tijd werkloos geweest, maar werkt sinds kort weer halftijds als hulpinstructeur in een fietspunt.

Serge «Voltijds werken lukt niet, ik ben ook mantelzorger voor mijn schizofrene moeder. Ik heb een loon van 838 euro. Ik klaag niet, maar veel kun je daar niet mee opbouwen, hè.

»Mijn zoon van 18 heeft al meer bereikt dan ik ooit zal kunnen bereiken. Hij is uitstekend opgevoed door zijn pleegouders, hij heeft werk, een vriendin, een auto, hij neemt geen drugs en studeert verder.»

Serge frunnikt aan zijn trui. Hij is zenuwachtig, weet geen blijf met zichzelf. Sporen van een heftig leven.

Serge «Ik ben altijd onrustig geweest. Ik kan niet tegen stress. Geef mij te strakke deadlines op het werk en ik kan ontploffen. Toen ik hier in het begin weer begon, liep het ook niet echt goed. Aanpassingsproblemen.»

Gaandeweg heeft Serge de Grote Dromen opgeborgen, maar één droom blijft.

Serge «Ik hoop te kunnen werken tot mijn pensioen. Werk houdt mij uit de miserie. Als ik te lang werkloos ben, ontspoort het. Normaal hoor je na je geboorte netjes school te lopen, je vriendin te ontmoeten, kinderen te krijgen en een huis te kopen. Lukt dat niet, dan zit je in de penarie. Kijk naar mij.»

Waar het precies misliep bij Serge, is moeilijk te zeggen. Er ging zo veel fout. Tot zijn 12de ging het goed – hij woonde met zijn ouders en zijn broer in een mooi huis. Toen zijn ouders scheidden, verdween zijn vader met de noorderzon, zijn moeder raakte aan de pillen, Serge hing vaker rond op straat dan op school.

Serge «Wat doe je als je geen geld hebt? Je haalt van alles uit. Futiliteiten, diefstal. Om te overleven. (Aarzelt) Oké, misschien ook wel voor de kick.»

Serge kreeg een relatie. Een zwangerschap volgde snel, de relatieproblemen nog sneller. Drugs waren makkelijk beschikbaar in die tijd en toen hij een arbeidsongeval kreeg, werd ‘experimenteren’ zwaar gebruiken.

Serge « De pezen en zenuwen van mijn hand waren doorgesneden. Ik kreeg morfine tegen de pijn. En morfine werd heroïne.»

Zijn relatie liep op de klippen, zijn ex kreeg een kind met een ander, zijn zoontje liep in de weg. De kinderen werden geplaatst en bij Serge ging het van kwaad naar erger. Hij belandde zelfs even in de gevangenis – onschuldig, beweert hij zelf. Eén jaar verslaving werd jaren therapie in De Sleutel.

Serge «Daar leerden ze me weer belang hechten aan normale dingen: opstaan, eten, gezond leven. En via hen heb ik weer contact opgenomen met mijn zoon. Ik had hem acht jaar niet gezien.

»Je moet zélf iets van je leven maken, zegt men steeds vaker, maar de ene heeft het toch wel gemakkelijker dan de andere. Voor sommigen is het leven misschien een feest, maar ik heb toch vooral afgezien. Zonder mijn zoon zou ik hier misschien niet meer zitten. Je moet iets of iemand hebben waarvoor je wil afzien.»

Serge wíl werken, maar is de man van twaalf stielen en dertien ongelukken geworden.

Serge «Ik heb alles geprobeerd. Ik hoopte dat ik ooit zou ontdekken wat ik écht graag deed. Dit doe ik graag. Maar werk is een struikelblok voor mij. Een baan houden. Ik heb soms moeite met bazen. Die kunnen me opstandig maken. En wie boel maakt, krijgt zijn ontslag. Niets is zo gemakkelijk te krijgen als je C4.

»De werkdruk is te hoog vandaag: het is álles of niets. Ofwel moet je volle bak meedraaien, ofwel vind je géén werk meer. Er zou toch iets tussenin moeten blijven. Voor mensen die nog willen werken, maar die 110 procent niet meer aankunnen. Gelukkig kun je vandaag in de sociale economie terecht. Ik zie hier genoeg mensen die het anders niet zouden halen.

»Véél van wat is misgelopen, was ook mijn eigen schuld. Maar het was misschien toch wel anders gelopen als ik wél een goede opvoeding had gekregen. Mijn moeder is schizofreen, mijn vader had een kwade dronk en heeft ons laten vallen als een baksteen toen ik 12 was.»

Zijn broer doet het wél goed.

Serge «Hetzelfde gezin, een andere uitkomst. Maar hij heeft minder tegenslag gekend. Hij is ook veel rustiger. De ene staat vrolijk in het leven, de andere somber. Drugs hielpen mij om die somberte te verjagen. Als ik gelukkig was geweest, had ik die misschien niet nodig gehad. Maar als niets in je leven écht lukt, hoe kun je dan tevreden zijn?

»Zolang een arbeider kan werken, redt hij het wel. Maar één tegenslag zoals bij mij en het wordt een pak moeilijker. En als je zoals ik ook nog iets hebt mispeuterd, dan krijg je al helemaal geen tweede kans meer. Vóór mijn arbeidsongeval had ik alles. Daarna nog weinig. Alleenstaanden zijn de sukkelaars van vandaag. Ik heb werk, maar ik leef als een pater. Luxe ken ik niet.

»Ik weet één ding: deze job is mijn redding. Ik verdien nu zelfs evenveel als de uitkering die ik kreeg. Ik zou niet willen doppen. Als ik thuiszit, word ik zot. Werk geeft me een reden om uit bed te komen. Wat moet ik anders? Wakker worden en naar het plafond liggen staren?»

Eén ding moet ik zéker opschrijven.

Serge «Ik heb altijd mijn trots behouden. Ik ben nooit bij het OCMW gaan aankloppen, ben nooit om geld gaan schooien. Ik heb altijd voor mijn eigen stutjes gezorgd. Niet altijd op de schoonste manier, ik bén over de schreef gegaan, maar toch.»

Een foto wil hij liever niet, uit schaamte.

Serge «Ik woon in een dorpje. Als ze mij dan herkennen, zeggen ze: daar is hij, die armoezaaier.»

Eindelijk sparen

‘Mijn budgetbegeleider vertelde me net dat ik een spaarrekening kan openen. Ik heb 1.200 euro. Wie had dat ooit gedacht?’ Freia (39) – welbespraakt, vlot, mooi gekleed en opgemaakt – straalt. Ook zij was lang werkloos.

Freia «De wereld is een andere plek als je een loon hebt, en een beetje geld. Je wordt niet meer scheef bekeken. Niemand die denkt: ‘Die leeft van den dop, dat is gemakkelijk.’»

Als het één ding níét was, dan was het dat: gemakkelijk. Freia heeft diep gezeten. Als ze ’s ochtends langs het Brusselse Noordstation wandelt op weg naar haar WEP-plusbaan als boekhoudster, rilt ze soms even als ze daklozen ziet scharrelen naar sigarettenpeuken, op zoek naar nicotinetroost.

Freia «Wat als ik niet de moed had gehad om te blijven vechten? Ik ben een vrouw met kloten aan haar lijf, zeggen ze, maar als je een kind hebt, moet je wel. Dat is een contract voor het leven.

»Ik ben een taaie. Maar zelfs de sterksten kunnen het niet alleen. Als je lang werkloos bent, is het zó belangrijk dat iemand in je gelooft.»

Negen jaar geleden was Freia een alleenstaande mama van 30 met een diploma etalage en bakkerij, en acht jaar werkervaring als arbeidster en huishoudhulp. Bovendien had ze net een zware ziekte achter de rug. De kansen lagen niet voor het grijpen.

En de RVA was streng. Na vier maanden werkloosheid moest ze op controle. Activering, heet dat.

Freia «Ik had mijn medisch dossier bij. De controlearts schoof het zonder te kijken opzij. Hij bekeek mij van kop tot teen en zei dat het al een begin zou zijn, mocht ik wat kilo’s verliezen. Ik ben huilend naar mijn huisarts gerend. Die heeft een vlammende brief geschreven naar de RVA. Daarna was het wél in orde.»

Dat medisch probleem was geen excuus, het was echt. Op haar 30ste sukkelde Freia van de ene kwaal in de andere, ze was doodmoe. Ze had er lange tijd geen idee van wat er aan de hand was, tot haar nieren, haar lever en haar longen het begonnen te begeven.

Freia «Op een bepaald moment begon zelfs mijn haar uit te vallen. Ik durfde het niet meer te kammen. Ik sliep soms 23 uur per dag. Ik dacht dat ik terminale kanker had. Tot een alerte geneeskundestudent ontdekte wat ik had: leishmaniasis, een ziekte veroorzaakt door een parasiet die wordt overgedragen door zandmuggen. Opgelopen op vakantie.

»Ik ben er bovenop geraakt met peperdure medicatie, maar daarna begon de strijd pas echt. Mijn ziekte had mij van alles en iedereen afhankelijk gemaakt. Dat wou ik niet, ik wou mijn eigen boontjes doppen. Ik kwam opnieuw op de arbeidsmarkt, maar kon niets meer. Had ik mijn zoontje niet gehad, dan had ik mij gewoon laten gaan. Dan had ik niets meer gehad om voor te vechten.»

Poetsen kon ze fysiek niet meer aan, en Freia wou zich omscholen – hogerop! Ze wist dat ze meer in haar mars had.

Freia «Mijn grootouders waren zelfstandigen, als kind vond ik dat geweldig. Daarom was ik ooit begonnen met boekhouden, maar ik had afgehaakt. Tja, iedereen pubert op zijn manier.

»Eerste obstakel: bij mijn VDAB-kantoor weigerde de medewerkster me in te schrijven voor de opleiding boekhouden. Daarvoor moest je Frans en Engels begrijpen, zei ze, en dat kon ik toch niet? Ik was alleen goed om te poetsen. Dat hoefde ze niet eens te testen, dat wist ze zo. Maar ik liet me niet kennen: ik trok naar een ander VDAB-kantoor en keerde een jaar later terug naar die eerste medewerkster: ‘Hier zie, het getuigschrift van de vrouw die het niet kon.’ (glundert) Geloof me: daarna heeft die vrouw alles geprobeerd om mij aan werk te helpen.»

‘Wie wíl werken, kán werken.’ Freia heeft het zelf zo vaak gehoord. Nog vaker het tegendeel aan den lijve ondervonden. Aan de inspanningen zal het niet gelegen hebben. Freia solliciteerde, solliciteerde en solliciteerde met telkens dezelfde reactie: ‘Sterk cv hoor, maar geen ervaring? Nee, dank u.’

Freia «Blijkbaar willen bedrijven mensen die niets kosten, maar tonnen ervaring hebben. Die bestaan toch niet? Ik kreeg zelfs de kans niet om me te bewijzen.»

Na twee jaar werkloosheid kon ze gelukkig aan de slag via WEP-plus, als administratieve kracht. Maar toen het contract afliep, was het volop crisis. De ene afwijzing na de andere volgde. Hoe diep die haar ook raakten, de buitenwereld zag ze niet. Die zag alleen hoe één jaar werkloosheid twee jaar werd, en meer. Ze werd weleens een profiteur genoemd. Of scheef bekeken als ze bij de slager eens een biefstuk kon kopen. Dan hoorde ze giftig gefluister. ‘En die staat op den dop? Het kan niet op zeker?’ Terwijl het één stuk vlees voor twee personen was.

Freia «Ach, het raakte me niet. Alleen mensen die mij niet kennen, denken zoiets. Ik bén geen profiteur. Mijn grootmoeder zei altijd: ‘Met zwijgen kunt ge de duvel kloten.’ Maal niet om wat anderen van je denken. Dek je oren af, slik en doe verder. Dat deed ik.»

Freia belandde in een financiële put. Bij de herinnering aan het gevoel dat armoede geeft, springen de tranen in haar ogen.

Freia «Het is de angst voor de deurbel. Stress op het uur dat de postbode moet langskomen. Jezelf een weekend uithongeren om te zorgen dat je zoon de week nadien wél brood met kaas kan eten in plaats van de eeuwige choco. Angst voor het aangroeiende stapeltje onbetaalde facturen. Stress dat er wéér een broek stuk zou gaan die je niet meteen kon vervangen door een nieuwe.

»Eenzaam was het ook: ik kwam niet meer buiten. Ik nam mijn zoon nooit mee naar de cinema, ik had zelf ook geen sociaal leven meer. Ik wou zo graag vooruit, maar zakte alsmaar dieper weg. Een gevecht tegen de bierkaai.»

Op de achtergrond leverde ze intussen nog slag met haar ex om haar zoon. Het kwam zelfs tot een veroordeling door de rechtbank. En toen stond de deurwaarder voor de deur.

Freia «In totaal had ik voor 3.000 euro openstaande facturen. Niet zó veel, maar ik wou niet wegzinken. Straks was ik alles kwijt en namen ze mij mijn kind af. Ik ben naar het OCMW gestapt en heb budgetbegeleiding gevraagd.»

Maar een job vond ze nog steeds niet.

Freia «Mijn begeleidster zei me dat ze zelf ten einde raad was. Alles was in orde, ik had een goed voorkomen, ik was vriendelijk, ik kon alles, waarom vond ik dan geen werk? Ze had nog één optie: hoogst uitzonderlijk kon ik misschien nóg eens aan de slag als WEP-plus.

»Dat is mijn kans geweest, en ik heb ze met beide handen gegrepen. Ik werk nu zelfs op de boekhouding en tot nu loopt het goed. Ik mag normaal alleen deeltijds werken, maar ik doe dit nu fulltime. Ik krijg hier een compliment als ik het goed doe, ze begeleiden me, geven me langzaam nieuwe taken. Dat geeft je vleugels. Als ik dan iets nieuws onder de knie heb, kan ik de wereld aan. Sinds ik hier werk, ben ik nog geen enkele dag tegen mijn zin komen werken. Ik voel me sterker en sterker worden.

»Geen denken aan dat ik stempelen zou verkiezen boven een job. Ik wil mij nuttig voelen én onafhankelijk zijn. En vooral: mijn eigen geld verdienen. En hier verdien ik méér dan wat ik als uitkering zou krijgen.»

Het verschil bedraagt 300 euro: voor sommigen een extra citytrip, voor Freia een fortuin.

Freia «Wat je daar allemaal mee kunt doen! Maar ik blijf op de kleintjes letten, hoor. Als ik een vlootje margarine koop, kijk ik nog altijd welk merk het goedkoopst is. De huidige besparingen boezemen me angst in. Ik wil écht niet opnieuw in hetzelfde schuitje belanden.»

Ze is er nog niet. In maart loopt het WEP-pluscontract af.

Freia «Als ik kan blijven en een gewone job krijg: o zo graag. Maar wie weet wandelt eind februari mijn vervanger binnen. Ik ben realistisch, maar niet pessimistisch: dat jaar ervaring als boekhouder heb ik op zak.

»En wat meer is: ik heb een beetje geld. Ik kan mijn zoon voor zijn 16de verjaardag het feestje geven dat hij wil. Nu hoor ik vanbinnen een stemmetje dat mij ophemelt: ‘Zie je wel dat je ’t kan?’ Ik blijf ervoor gaan, zoals mijn grootmoeder altijd zei: ‘Onkruid vergaat niet. Ge moogt het nog zo vaak plat trappen, het schiet altijd weer recht.’ Dat ben ik. Ik ben al zo vaak platgeslagen, maar niet stuk te krijgen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234