De kracht van Olivier Deschacht, Anderlecht-icoon aan de zijlijn: 'Soms is het alsof er een bom ontploft in mijn lichaam'

In november 2016 speelde Olivier Deschacht (36) zijn 567e wedstrijd voor Anderlecht. Een record, waarmee hij clubicoon Paul Van Himst het nakijken gaf. Maar 2016 was vooral een onheilsjaar: een blessure en een nieuwe trainer kostten hem zijn plaats in het elftal. Spelen doet hij nauwelijks nog, en praten evenmin, na de gokaffaire. Maar Deschacht zou Deschacht niet zijn – koppig! – als hij zich zomaar gewonnen gaf. ‘Geef mij die ene kans, en ik zal klaarstaan!’

Met een uitduel tegen Bayern München begint voor Anderlecht volgende week de Champions League. De laatste keer dat ze naar Beieren moesten, negen jaar geleden in de achtste finales van de Europa League, gingen de Brusselaars er winnen met 1-2. Mooi, maar nutteloos, want een week eerder waren de Duitsers met een blitzoffensief door het Vanden Stockstadion gerold: 0-5. Exact de score die enkele jaren later ook tegen Paris Saint-Germain op het bord kwam. Om maar te zeggen: met Bayern München, PSG en Celtic Glasgow in de groep wacht Anderlecht een zware herfst.

Olivier Deschacht (korzelig) «Het is maar hoe je het bekijkt. De laatste keer dat ik tegen PSG speelde, in 2013, was het 1-1 in Parijs. Dat herinner ik mij, net als de 1-1 thuis tegen Bayern München in 2003, met kleppers als Ballack. Ook die fantastische match van ons ín München, die we altijd hadden moeten winnen, maar verloren door een penaltyfout van Zewlakow. En tegen Celtic wonnen we dat seizoen thuis met 1-0, maar verloren we in Glasgow met 3-1, voor mij nog altijd dé mooiste ervaring uit mijn carrière, ondanks de nederlaag. Dat fantastische publiek, zestigduizend man die van de eerste tot de laatste minuut stonden te zingen: nooit meegemaakt!»

HUMO Ooit zei je: ‘Als ik tot mijn 34ste in de eerste ploeg van Anderlecht kan spelen, heb ik er alles uit gehaald.’ Je bent nu 36, héb je er alles uit gehaald?

Deschacht «Ja, alhoewel: met een beetje geluk stond ik nu nog in de ploeg. Blessures hebben er anders over beslist. Mijn pubalgie (spierontsteking aan de binnenkant van de dij, red.) kwam heel ongelegen. Sinds januari 2016 heb ik maar de helft van de wedstrijden gespeeld. Ik liet me opereren in mei en miste vervolgens de voorbereiding met de nieuwe trainer (René Weiler, red.). Dat maakte het extra moeilijk om terug te keren, zeker voor een speler op leeftijd. Misschien komen er nog speelkansen, misschien ook niet. Maar ik blijf me verzorgen: daarom ook heb ik gisteren met de reserven gespeeld. Met veel plezier trouwens.»

HUMO Vorig seizoen kreeg je weinig speelkansen van Weiler. Waarom ben je gebleven?

Deschacht «Mijn palmares is het allerbelangrijkste. Het is zó leuk om kampioen te spelen. Liever dat dan bij een ploeg onder in het klassement het dubbele te gaan verdienen. Ik heb voorbeelden genoeg gezien van jongens die vertrokken naar een staartploeg in Engeland of Spanje, maar na zes maanden al stonden te blèten om terug te mogen komen. ‘Dat ga ik niet doen,’ dacht ik, ‘ik zit hier goed: ik speel, één op de twee keren word ik kampioen, en ik sta geregeld in de Champions League.’ De Champions League is het summum, daar weegt geen geld tegenop. Goed, ik speel nu niet, maar op mijn leeftijd kan ik het bankzitten beter relativeren.»

HUMO Heb je toch geen vertrek overwogen?

Deschacht «Ik héb mooie aanbiedingen gekregen – vorige winter had ik twee trainers aan de lijn – maar ik heb ze geweigerd. Anderlecht ook: ‘Ollie blijft!’ Kort, maar krachtig: ze wilden absoluut dat ik bleef. Nu, als je echt weg wil, dan bén je weg. Eén telefoontje naar je makelaar en ’s anderendaags heeft hij drie ploegen voor je. Maar ik ben hier gelukkig en ik amuseer me op de training. En vanbinnen brandt nog altijd de ambitie. Als de trainer mij drie, vier matchen geeft, ben ik weer vertrokken. Alleen, die matchen moet ik eerst verdienen.»

HUMO Weiler liet je vorig seizoen eens invallen als spits, een andere keer zette hij je als linksvoetige rechts in een driemansdefensie. Was dat niet respectloos tegenover een speler met jouw staat van dienst?

Deschacht «Dikke zever! Ik zag Kompany met Manchester City tegen Everton op links staan en met zijn rechtervoet uitverdedigen, maar daar zegt niemand iets over. Die keer dat het mij overkwam en ik op rechts mijn linkervoet gebruikte, zaten er wel twee van mijn passes ’s avonds bij Tom Coninx in ‘Stadion’ op VTM. Ik had toen medelijden met de pers, zoals zo vaak. Toevallig verloren we die wedstrijd en zochten ze naar oorzaken: ‘Deschacht stond op rechts!’ Jongens toch… Dat de trainer míj koos om de ploeg in de laatste tien minuten als spits te helpen, getuigt in mijn ogen juist van respect. Hij had net zo goed iemand anders kunnen nemen.»

HUMO Weiler verdacht je er ook van naar de pers te lekken.

Deschacht «De dag nadat het in de kranten had gestaan, kwam hij bij mij: ‘Ik heb dat niet gezegd, de pers heeft het ervan gemaakt.’ Kijk, een jaar lang heb ik de pers tegen mij gehad. Alles hebben ze eraan gedaan om mijn carrière kapot te maken. Als je mij op pagina één zet, de moordenaars op pagina twee en de terroristen op pagina drie, en als journalisten schrijven dat Deschacht het lek is, terwijl ze heel goed weten wie het wél zijn, maar dat niet durven te schrijven: wat wil dat zeggen?»

HUMO Je roept al je hele carrière controverse op. Hoe komt dat toch?

Deschacht «Jaloezie. Ik kom uit een goede familie, ik heb een goede jeugd gehad én ik ben recordhouder: niemand heeft meer wedstrijden voor Anderlecht gespeeld dan ik. En dat terwijl mijn speelstijl er één is die misschien niet typisch Anderlecht is: ik ben een werker en een vechter, iemand die zich met veel plezier opoffert. Sommige mensen hebben het daar moeilijk mee, maar ik moet hen bedanken: dankzij hen zit ik nog bij Anderlecht.»

HUMO Ben je trots op dat record?

Deschacht «Absoluut, al besef ik best dat ik maar half zo goed ben als Van Himst of Rensenbrink. Ik durf die mensen amper goeiendag te zeggen! Als ze over driehonderd jaar ‘Anderlecht’ zeggen, weet ik ook wel dat niemand er spontaan ‘Deschacht’ aan zal toevoegen. Wel Van Himst, Rensenbrink of Kompany. Zo nederig ben ik wel. Maar ook trots, ja: ik denk niet dat mijn record ooit verbeterd zal worden. Het staat er toch voor een paar honderd jaar.»

'Ik ben geen plantrekker, Annelien zorgt voor mij. Eigenlijk ben ik het derde kind in huis.'


Stille Ollie

HUMO Als erfgenaam van het doe-het-zelf-imperium van je vader had je snel het beeld tegen van een rijkeluiszoon die alles in de schoot geworpen kreeg.

Deschacht «Maar toch niet mijn carrière? Ik heb bij AA Gent, Lokeren en Anderlecht met spelers gevoetbald van wie er telkens vier, vijf voor de nationale jeugdploegen werden opgeroepen. Ik was daar nooit bij. Die jongens spelen nu in tweede of derde provinciale, en ik bij Anderlecht. Dat zorgt voor jaloezie en frustratie.»

HUMO Maar nog voor je iets had gedaan, wist je: ‘Mijn bedje is gespreid.’ Je had achterover kunnen leunen.

Deschacht «Ik had elke dag een eindje kunnen gaan fietsen, of wat voetballen in de tuin met de vrienden. Geen stress, geen zorgen. Maar ik heb voor de moeilijkste weg gekozen.»

HUMO Omdat je je wilde afzetten tegen je afkomst?

Deschacht «Absoluut, ja. Ik wilde mijn eigen weg gaan. Koppig, zeker? Ik heb daar weleens over in de clinch gelegen met mijn pa. Hij is 65 en had gehoopt dat hij op die leeftijd had kunnen stoppen: ‘Ollie, doe jij maar verder.’ Dat heb ik niet gedaan, en dus werkt hij nog. Maar hij is wel trots op mij.»

HUMO Je hebt nooit flauw gedaan over je afkomst. ‘Ik ben opgegroeid in luxe,’ heb je ooit gezegd.

Deschacht «Wat is luxe? Ik moest niet met mijn vingers knippen om iets te krijgen, hè. En mijn vader had een bedrijf waarin ik altijd vakantiejobs moest doen. Ik ben nooit iets tekortgekomen, dat is waar. Als ik een Nintendo-console of een PlayStation wilde, kreeg ik dat. En ik heb prachtige vakanties beleefd waar andere kinderen misschien alleen maar van kunnen dromen: we gingen jaarlijks skiën, en met Kerstmis vlogen we naar Tenerife. Maar ik moest me gedragen en niet het verwende nest uithangen. Dat heb ik ook nooit gedaan. Mijn vrienden zijn nog altijd dezelfde als uit mijn jeugd: ik heb nooit iemand laten vallen omdat ik toevallig profvoetballer werd.»

HUMO Je werd weleens arrogant genoemd.

Deschacht «Als ik ergens binnenkom, ga ik liever rustig in een hoekje zitten dan dat ik iedereen goeiendag zeg. Ik zoek niet graag de aandacht op. Als mensen dat arrogant vinden, is dat voor hun rekening. Wie mij echt kent, zal me nooit arrogant noemen.

»Voor een stuk is dat uit zelfbescherming: ik ben niet zo sociaal. Ik praat ook niet graag over mijn gevoelens, zelfs thuis niet. Ik ben nu tien jaar samen met Annelien (Coorevits, red.) en nog altijd moet ze het uit mij sleuren als ze wil weten wat er in mij omgaat. Het is een werkpunt, zegt ze, en ik geef dat ook toe. Alleen, het gaat niet zo vlot. Als ik ergens mee zit, krop ik het op en hoop ik dat het na een week voorbij is. Soms bel ik Yves Vanderhaeghe (ex-ploegmaat bij Anderlecht, nu trainer van KV Oostende, red.): hij is mijn beste voetbalmaat en één van de weinigen met wie ik over mijn gevoelens kan praten. Annelien kent mij door en door, maar zij is mijn tegenpool: zij praat over álles. Als zelfs maar het kleinste haar dwarszit, gooit ze het er direct uit. Dat zou ze ook graag bij mij zien.»

HUMO Zit er veel opgekropte agressie in jou?

Deschacht (denkt na) «Mja… Het is soms alsof er een bom ontploft in mijn lichaam, maar daarna is het weg. Zo is het toch altijd gegaan.»

HUMO Je bent een man van weinig interviews.

Deschacht «Blijkbaar ben ik geen saaie figuur en willen mensen alles weten over mij, maar ik ben nogal rancuneus. Da’s geen goede eigenschap, maar als iemand tegen mijn schenen stampt, is het meestal over en uit. Al verandert dat nu wel een beetje: ik heb geleerd mensen een tweede en een derde kans te geven.»

'De pers heeft zich geamuseerd met die gokaffaire, maar ik lees het niet meer. Het heeft me nooit geraakt'

HUMO Vanwaar die rancune?

Deschacht «Ik ben koppig. En gesloten: ik vertrouw niet veel mensen. Ik zie ook veel hypocrisie rond mij, zulke mensen laat ik liever links liggen. Het is een karaktertrek waarmee ik ben geboren, maar waaraan ik werk.»

HUMO Op zeker ogenblik was je de enige Nederlandstalige speler bij Anderlecht, waardoor je tegen wil en dank keer op keer voor de camera’s werd gesleurd.

Deschacht «Toen was er geen persverantwoordelijke om je te beschermen, en neen zeggen tegen een journalist was ook uit den boze. Ik moest het altijd komen uitleggen: heel vervelend. Ook al omdat ik zeg waar het op staat, soms iets te direct. Mensen storen zich daaraan, dus ik heb dat afgeleerd. Jammer, want ik blijf graag mezelf. Maar goed, soms haal je beter een paar clichés boven. Ik heb maar van één ding spijt: dat ik Gert Verheyen na een wedstrijd heb aangepakt. Maar dat is al lang bijgelegd.»

HUMO Toen werd je ook nog aanvoerder…

Deschacht «…en moest ik nóg meer praten. Nu, ik denk dat ik het er goed heb afgebracht. Heel goed zelfs. Je hebt aanvoerders die roepen en tieren, maar daar heb ik een hekel aan. En je hebt er die het rustiger aan doen, zoals ik. Toeval of niet, maar net in die periode waren we uiterst succesvol. Echt, ik heb me geamuseerd als kapitein.»

HUMO Er is je weleens aangewreven dat je vaak als laatste op de club aankwam en als eerste weer vertrok.

Deschacht «Dat had met de files te maken. Ik sta dagelijks een uur, soms anderhalf uur in de file tussen Gent en Brussel. Om ze voor te blijven, zou ik om zes uur ’s ochtends moeten vertrekken en dat vind ik toch iets te vroeg. Het belangrijkste voor een kapitein is dat hij er altijd is op de training en tot het uiterste gaat in de wedstrijden. Dat heb ik altijd gedaan.»


Zonder diploma

HUMO Je bent een keer of vijf van school veranderd. Was je een moeilijk kind?

Deschacht (denkt na) «Correctie, víér keer. Ach, ik was niet de braafste, maar ook niet de stoutste. Studeren was gewoon niets voor mij. Ik keek meer uit naar het voetbalpartijtje over de middag dan naar die levensbelangrijke toets om twee uur. Had ik weer eens een B-attest, dan veranderde ik van school – en de school had het ook liever zo. Ik werkte toen al veel bij mijn pa in het bedrijf. Dat was mijn buffer. Ik wist: ‘Als het niet lukt op school, dan ga ik voor mijn vader werken.’ Niet goed, dat besef ik nu wel. Maar het was wel altijd de bedoeling dat ik later bij mijn pa in de zaak zou gaan. Dat was zijn droom.»

HUMO Je hebt de middelbare school niet afgemaakt?

Deschacht «Toen ik naar Anderlecht ging, moest ik kiezen. Als er nu een jongen uit Gent bij Anderlecht komt voetballen, krijgt hij een appartement, hij gaat wat verder naar school en wordt met een busje naar de training gebracht. Vroeger moest je toch meer je plan trekken.

»Ik ben er niet trots op, ik was ook liever afgestudeerd met een diploma. Ik hoop dat mijn kinderen dit interview niet lezen: ik zou toch graag hebben dat ze zich tot hun 18de ten volle inzetten op school, en niet de weg van hun papa opgaan.»

HUMO Ervaar je het als een gemis?

Deschacht «Ik weet wel van de wereld, hè: ik ben geen dommerik. Maar soms maak je keuzes. Terugkijkend op mijn carrière denk ik niet dat ik de verkeerde keuze heb gemaakt toen Frankie Vercauteren me op mijn 17de vroeg om profvoetballer te worden.»

HUMO Niet alleen op school, ook als voetballer was je nonchalant en gaf je vaak blijk van een ongeïnteresseerde houding op de training. Dat is toch wat je trainers in Lokeren over jou zeiden.

Deschacht «Dat sloeg op mijn eerste jaar bij Lokeren. We waren echt een vriendenploegje. In het tweede jaar meldde Anderlecht zich. We speelden een toernooi waarop ik toevallig de beste speler was, waarna Maurice De Corte (scout van Anderlecht, red.) bij mij thuis kwam. Plots werd het serieus en was ik wél gefocust.

»Ik denk dat ik elke dag van mijn leven al heb gesport. Ook in de vakanties, soms tot ergernis van Annelien. Rusten bestaat niet voor mij. Dat ik gisteren met de reserven heb gespeeld, was op míjn vraag: ik wil in vorm blijven. Vanochtend heb ik een uur meegetraind, terwijl ik evengoed had kunnen zeggen: ‘Ik heb gisteren gespeeld, ik ga wel een kwartier op de fiets zitten.’»

'Van alles naar niets: daar ben ik bang voor.'

HUMO Je zou als kind een betere tennisser geweest zijn.

Deschacht «Echt niet: ik ben een goede tennisser, maar een betere voetballer. Weet je, ik deed álles graag. Ook dat was een stukje luxe die ik thuis kreeg: ik mocht tennissen en voetballen, ik kan skiën en snowboarden, ik ga graag fietsen – eigenlijk kan ik alles.»

HUMO Zelfs motorcrossen.

Deschacht (lacht) «Mijn vader ging vroeger wekelijks crossen. Ik was nog heel klein – een jaar of 3, 4 – toen hij me al meenam. Tijdens de pauze reed ik op mijn eigen motortje op het parcours. Fantastisch! Tot hij zwaar ten val kwam en een Wasilewski-achtige blessure opliep. Hij is er toen mee gestopt en ik ben bij Lochristi gaan voetballen, mijn eerste club.

»Mijn vader was geen groot sporttalent. Hij is amper naar school geweest, vanaf zijn 12de moest hij al werken – hárd werken. Motorcross was zijn enige hobby. Hij heeft nog wat gekoerst, maar zeer amateuristisch. Ik geloof dat hij ooit één wedstrijd heeft gewonnen. Naar mij later is verteld, heeft hij zich toen één ronde verstopt en zich daarna aan het peloton gehangen (lacht).»

HUMO Hebben je ouders je naar het voetbal geduwd?

Deschacht «Absoluut niet. Ze hebben me wél naar Anderlecht geduwd. We stonden aan de leiding met Lokeren toen Anderlecht kwam aankloppen. Ik dacht: ‘Moet ik mijn vrienden nu echt achterlaten?’ Toen hebben ze mij toch even aangepord: ‘Dit móét je doen, zo’n kans krijg je nooit meer.’»

HUMO Ze hebben thuis ook een hoogtekamer voor je ingericht.

Deschacht «O, maar dat had een andere reden. Ik heb een tekort aan rode bloedcellen, mijn hematocrietwaarde is 38. Om je een idee te geven: Merckx had 49, Van Avermaet ook, denk ik. Als je in zo’n hoogtekamer slaapt, wordt de aanmaak van rode bloedcellen gestimuleerd en gaat je hematocrietwaarde met enkele procenten omhoog. Het werkt dus prestatiebevorderend, maar op een natuurlijke manier. Alleen, je moet er minstens twaalf uur per dag in zitten en die opoffering kon ik niet opbrengen. Bovendien maakte die kamer te veel lawaai, en ik ben al geen goede slaper: van het minste geluid word ik wakker. Ik ben er snel mee gestopt. Voor een voetballer is het uiteindelijk ook niet zo belangrijk: een wedstrijd duurt maar 90 minuten. Daarvoor is mijn uithouding groot genoeg. Maar mocht ik een wielrenner zijn, dan zou ik niet meekunnen. Epo zou voor mij perfect zijn (lachje).»

HUMO Je hebt heel lang thuis gewoond.

Deschacht «Ik had nog geen vriendin en ik ben ook niet echt een kok (grijnst). Alleen wonen is niets voor mij, het zou niet bevorderlijk geweest zijn voor mijn carrière. Ik wilde pas weg thuis als ik me 100 procent goed bij iemand voelde. Met Annelien vond ik zo iemand. Na twee jaar zijn we gaan samenwonen.»

HUMO Je bent geen plantrekker?

Deschacht «Nee, Annelien zorgt voor mij. Eigenlijk ben ik het derde kind in huis (lachje). Ik wil op het voetbal gefocust blijven, en Annelien weet dat. Alle respect voor mannen die het wel doen, maar ik kan niet thuiskomen en dan naar de supermarkt gaan, twee uur koken én voor de kinderen zorgen. Nu, dat laatste doe ik wel.

»Ik heb een veeleisende job en ik ben niet meer van de jongste. Als ik na dit interview thuiskom, moet ik een paar uur in de zetel liggen. Ik ben sneller moe. Vroeger zou ik nog iemand gebeld hebben om een uurtje te gaan tennissen, maar dat zit er niet meer in. Nu is het: serietje kijken, rusten en om vier uur de kinderen van school halen. Na mijn carrière is het aan mij. Wassen, plassen, koken: ik zal mijn verantwoordelijkheid opnemen, dat weet Annelien ook. Ik kan niet blijven profiteren van haar, ook al zie ik haar elke dag met liefde voor mij zorgen. Zo was het ook met mijn moeder: ze deed het met veel plezier en liefde.»


Niet op de knieën

HUMO Ben je bang voor het leven na je carrière?

Deschacht «Zeker weten! Ik ben verliefd op het voetbal, en ik hou van het leven als topsporter. De dag dat het stopt, zal ik het heel moeilijk hebben, ook al zal ik het misschien niet tonen.»

HUMO Ik doelde ook op je enkel.

Deschacht «Daar zit geen kraakbeen meer, hè. Vijf jaar geleden stond ik bijna een volledig seizoen aan de kant. In het begin had ik heel veel pijn, nu vóél ik die enkel vooral de hele tijd. Maar voor het overige heb ik nergens last van. Over later maak ik me geen zorgen: ik zal geen topsport meer bedrijven en als ik tegen 50 procent met mijn vrienden voetbal, voel ik geen pijn. Die is er alleen als ik voluit ga.»

HUMO Ontstekingsremmers waren ‘vaste wedstrijdkost’ geworden, zei je toen.

Deschacht «Ik ben ermee gestopt: als je te veel medicatie neemt, raakt je lichaam eraan gewend en verdwijnt het effect. Bovendien weet je niet wat de gevolgen op lange termijn kunnen zijn. Ik heb geleerd de pijn te aanvaarden. En sinds mijn pubalgie zit ik minder met die enkel in mijn hoofd.»

HUMO Moeten we het ook niet over de Rode Duivels hebben? Je verzamelde twintig caps: tevreden?

Deschacht «Er is een periode geweest, vlak vóór de gouden generatie, waarin ik geloofde dat ik een paar jaar de vaste linksback van de nationale ploeg kon zijn. Ik was twee keer kampioen geworden met Anderlecht en had goed gespeeld in de Champions League, maar toevallig was er toen een bondscoach die mij compleet negeerde.»

HUMO René Vandereycken.

Deschacht «Daarna is de bekroning toch nog gekomen onder Wilmots, die mij op mijn 33ste opnieuw opriep. Ik heb niet meer gespeeld, maar ik heb er wel nog bij mogen zijn. Ook Dick Advocaat heeft me opgeroepen, ondanks een overvloed aan linksvoetige verdedigers, en niet van de minsten: Vertonghen, Vermaelen, Lombaerts

HUMO Welke verwachtingen koester je nog?

Deschacht «Ik hoop op een mooi einde: in een paar matchen nog eens laten zien wie ik was. Misschien komt die kans, misschien ook niet. In het tweede geval hoop ik dat we kampioen spelen. Dat zou ook een fantastisch afscheid zijn.»

HUMO Ben je bezig je carrière te rekken?

Deschacht «Absoluut niet! De trainer, Herman (Van Holsbeeck, manager van Anderlecht, red.) en de voorzitter hebben mij gevraagd om nog een jaar door te gaan. Ik heb er niet op mijn knieën om zitten bedelen, hè. Maar van alles naar niets: daar ben ik bang voor.»

HUMO Is het na dit seizoen gedaan?

Deschacht «Dat weet ik niet. Ik voel me nog goed, we zien wel.»

HUMO Wat is erger: geruisloos aan je einde komen, of op je oude dag nog een gokaffaire over je heen krijgen?

Deschacht «Het ergste zou een blessure zijn. Niet meer in actie kunnen komen en in mei op krukken afscheid moeten nemen van de supporters.

»(Denkt na) Kijk, ik weet wat er is gebeurd en wat niet. Meer ga ik er niet over zeggen: ik ben in beroep gegaan en ik moet nu de verdere rechtsgang afwachten. De pers heeft zich geamuseerd, maar ik lees het niet meer. Het heeft me nooit geraakt. Ooit geef ik er wel een interview over, maar niet nu.»

HUMO Heeft het een rol gespeeld toen je uit de ploeg ging?

Deschacht «Absoluut niet. Anders had ik toch geen contractverlenging gekregen? De trainer heeft liever grote, sterke verdedigers en die doen het goed. Maar hij vindt het ook belangrijk om mij erbij te houden. Ik kan me daarmee verzoenen, weliswaar met de brandende ambitie om nog die kleine kans te pakken. Op training merk ik dat ik het nog kan. Ik zou het niet mogen zeggen, maar gisteren met de reserven speelde ik tegen jonge gasten van 19, 20 jaar. Niemand liep me voorbij, ik voetbal nog altijd met veel gemak. Echt, als hij mij die ene kans geeft, zal ik klaarstaan.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234