'De laatste deur': het grote zelfmoordonderzoek van Jeroen Brouwers

Jeroen Brouwers, juweel uit onze letteren, is uit zijn zonevreemde villaatje in het Zutendaalse bos verjaagd. Ik vind hem tussen verhuisdozen, niet ver van de dorpskern van Lanaken. De ‘zelfmoordkamer’ in dit pand is nog niet klaar, krijg ik te horen: daar zullen alle knipsels en boeken terechtkomen die Brouwers voor ‘De laatste deur’ heeft gebruikt. Zijn beroemde essaybundel over zelfmoord in de Nederlandse letteren ligt, 34 jaar na verschijnen, weer in de boekhandel.

'Stoppen met leven is even moeilijk als stoppen met drinken of roken'

‘De laatste deur’ is herzien, geactualiseerd en met Brouwers’ andere geschriften over dat thema aangevuld tot een tweedelige zelfmoordencyclopedie. ‘De laatste deur’, ook dat wordt me duidelijk, is hier de gangbare benaming voor het gelijkvloerse toilet, laatste deur helemaal links achteraan. Het onderwerp zelfmoord sluit bij Brouwers enige lichtheid niet uit.

HUMO De nieuwe editie van ‘De laatste deur’ bevat herzieningen in vrijwel ieder hoofdstuk, schrijf je. Het kon dus beter?

Jeroen Brouwers «Dat boek is meer dan dertig jaar oud. Ik weet intussen veel meer, en ik wou vooral nieuwe portretten toevoegen: Joost Zwagerman, Anil Ramdas, Wim Brands, Daniël Robberechts… Want hoe gaat dat: ooit wil je een boekje over zelfmoord schrijven, maar ook daarna worden er almaar zelfmoorden gepleegd: uiteindelijk heeft dat karwei me vijftig jaar beziggehouden.

»Bij het herlezen vroeg ik me vooral af: is het goed geschreven? Als ik al eens iets van mezelf herlees, is het alleen met díé vraag in het achterhoofd. En het ís goed. Trots is een te groot woord, maar ik heb altijd voldoening gehad over dat boek.»

HUMO Je hebt jezelf op aangenaam weinig flaters betrapt?

Brouwers «Eén! Het essay over Gust L. van Roosbroeck heb ik moeten schrappen. Het Lectuur-Repertorium beweert over hem: ‘Hij pleegde zelfmoord.’ Marnix Gijsen, die Van Roosbroeck in New York had gekend, had me dat bevestigd: hij was uit het raam gesprongen. Verder kon ik nergens iets over hem vinden: daarom vond ik het al een twijfelachtig geval. Een paar jaar geleden is men erachter gekomen dat de man rustig de pijp is uitgegaan. Ik vraag excuus voor deze flater.»

HUMO Ook ‘de eerste zelfmoordenaar uit de Vlaamse letteren’ is uit het boek verdwenen: exit Jules Persyn. Is die dan toch niet in een regenput gesukkeld?

Brouwers «O, jawel. Maar was het zelfmoord, of is hij daar per ongeluk in gesukkeld?»

HUMO En wie is dan de nieuwe eerste?

Brouwers «Weet ik veel. Voor zover mij bekend, was dat Dirk de Witte. Mogelijk had hij voorgangers in de 20ste of nog eerdere eeuwen, maar daarover zijn geen namen of feiten overgeleverd.»

HUMO De ontstaansgeschiedenis van ‘De laatste deur’ staat uitvoerig beschreven in je gepubliceerde correspondentie. Het was een obsessieve schrijfperiode: ‘Soms sta ik echt in brand, als een warmgelopen automotor, en komen de rookwolken mijn oor- en neusgaten uit.’

Brouwers «Mijn God, heb ik dat allemaal geschreven? Het was wel zo. Ik had ‘Bezonken rood’ geschreven en dacht: ‘Na een roman van dat kaliber moet nu maar het grote essayboek komen.’»

'Zonder de zelfmoord van Anne zou ik niet aan dit boek begonnen zijn. Zij is misschien de geliefde van mijn leven geweest'

HUMO Je bracht het manuscript zelf naar Amsterdam, ‘geil op ieder meisje dat ik zag lopen’, want je was toen uitgehongerd, diep in de Achterhoek. Komt ook dat allemaal weer boven?

Brouwers «Ja! (lacht) Ik leverde het in bij Theo Sontrop van De Arbeiderspers, maar die voelde niets voor het boek, dat werd ik meteen gewaar. Hij was bang van zelfmoord, denk ik. Maar hij dacht het wel te kunnen verkopen. ‘Er zit brood in de dood,’ zei hij. En ‘De laatste deur’ hééft goed verkocht, vier drukken in één jaar. Ik heb er mijn huis in Exel van kunnen verbouwen. En opeens hield het op. Dat boek is sinds 1984 niet meer in de handel geweest: krankzinnig toch van zo’n uitgever? Dáárom heb ik het hernomen. Mijn jaren raken ook bemeten, ik zorg nu voor een soortement Verzamelde Werken: al mijn polemieken zijn verzameld in ‘Hamerstukken’, en dit zijn al mijn essays over zelfmoord.»

HUMO Een brief van je uit 1983: ‘Ikzelf weet dat er in Nederland nog nooit zo’n boek is verschenen; zou het niet handelen over zelfmoord in de Nederlandstalige literatuur, maar over de hele wereldliteratuur, het zou een heel grote bestseller zijn kunnen worden.’

Brouwers «Dat is waar. Maar zo’n boek is al vaker geschreven, daar had ik geen zin in. De zelfmoord van Hemingway of Virginia Woolf, daar weten we toch alles van? In mijn boek ‘De zwarte zon’ heb ik wel een paar minder bekenden uit de wereldliteratuur geportretteerd, zoals Stig Dagerman. Maar in ‘De laatste deur’ wilde ik het alleen over de Nederlandse letteren hebben.»

HUMO De lancering was een hele gebeurtenis. Eerste exemplaar overhandigd door Harry Mulisch, een hele reeks interviews, signeersessies in de boekhandel, een uitgebreid portret op VPRO en BRT: toen allemaal nog niet zo gebruikelijk.

Brouwers «Er was zeker een hype. Dat had ik voorvoeld, omdat het onderwerp nooit eerder was aangeraakt.»

HUMO Je had jezelf voor 3.000 gulden nieuw in de kleren gestoken.

Brouwers «Alstublieft! We zijn een nieuw pak gaan kopen in Deventer. Josefien (Brouwers’ toenmalige partner, red.) wou dat: ‘Je kunt niet in die lorren blijven rondlopen.’»

HUMO En dan konden de mensen denken: ‘Wat een lelijke man, maar hoe perfect is hij gekleed.’»

Brouwers «Dat zeg ik nog altijd (lacht).»

HUMO Je zoop in die periode liters en liters, schreef je ook, bang als je was voor de komende kritiek ‘die, als hij niet uit literaire hoek komt, dan zéker zal komen uit psychiatrische hoek, pastoors- en domineeshoek en socialewerkershoek.’

Brouwers «Ik ben weer bang geweest voor niks, zoals gewoonlijk. Met ‘Het hout’ was het recent net zo: je schrijft een roman over jongetjesmisbruik door priesters en je denkt: nu valt de hele kerk over me heen. Geen woord gehoord! Na ‘De laatste deur’ heb ik niks gehoord van de psychiatrie. Ja, één keer. Op een dag werd er opeens op de deur geklopt, stond er een psychiater voor de deur! We hebben een paar uur gezellig gebabbeld over de vraag of ‘De laatste deur’ een wetenschappelijk werk is. Die man noemde het een ‘voorwetenschappelijk’ werk – wat dat ook moge betekenen. Het boek is interessant, zei hij, maar hij kon er niets mee. Niemand kan iets met dat boek. Ik breng geen psychologische, filosofische of sociale kwesties aan de orde, het is een opeenstapeling van casussen: schrijvers die zelfmoord begaan. En dat is het dan. Zoals je ook een boek zou kunnen schrijven over bakkers die zelfmoord plegen, of schoorsteenvegers. Of psychiaters, zo zijn er heel veel!

»Als je probeert iets van iemands dood te begrijpen, raak je nooit erg ver. Maar het interessante van die schrijvers-zelfmoordenaars vond ik dat ze geschriften hebben nagelaten: dan kun je bestuderen in hoeverre de toekomstige zelfmoord al in het werk voorkomt. En dat heeft toch resultaat opgeleverd.»

HUMO De kritiek uit literaire hoek was niet unisono positief. Je ging destijds ‘door de muur van drift en verdriet’ om de reactie van ‘de zure boer Hooimakers’ – Arnold Heumakers in de Volkskrant.

Brouwers «Hij was de enige die zuur was. Ik heb nu voor de achterflap citaten moeten bijeensprokkelen uit die oude stukken en dat heeft een verfdoos aan mooie kritieken opgeleverd.»

HUMO Toch was je de maanden na de publicatie ‘onbeschrijfelijk terneergeslagen’, je zat aan de Seresta Forte én aan de drank.

Brouwers «Ik raak altijd nogal gedeprimeerd nadat er een boek van mij verschenen is. Het gevoel: ik ben uitgeschreven, wat moet ik nou nog? Maar ik vind uiteindelijk altijd wel weer iets anders.»


Zeiken over de dood

HUMO Hoe je tot het onderwerp van ‘De laatste deur’ kwam, is simpel: in de jaren 70 van de vorige eeuw leek zelfmoord even een schrijversziekte: in het noorden had je Jan Emmens en Jan Arends, bij ons Dirk de Witte en Jan Emiel Daele.

Brouwers «In die jaren was het een soort hype, die zelfmoorden. Iedereen had het erover. Het was internationaal, je had het ook in de popmuziek: ook over Janis Joplin heb ik geschreven. De grote revolutie waar we allemaal in hadden geloofd, was als een ballon ontploft. Dat werd niks, onze wensen bleven onvervuld: díé tijd was het.»

HUMO De zelfmoord van Dirk de Witte in 1970 maakte je wel van heel nabij mee: het gebeurde in de auto waarmee je zelf had leren rijden.

Brouwers «Een Anglia. Hij verbond een tuinslang aan de uitlaat en stak die door de bodem van de auto: een afgeleide variant van de methode van Stig Dagerman. We woonden niet zo ver van elkaar: ik in Vossem, hij in Kessel-Lo, en we stonden dicht bij elkaar, tot onze vriendschap afkalfde omdat hij al te chagrijnig werd; ik had geen zin meer in iemand die almaar over de dood zat te zeiken. Zijn vrouw, Anneke Hoegaerts, was mijn secretaresse bij uitgeverij Manteau. Hij heeft haar zover gekregen dat ook zij zich een halfjaar later van kant heeft gemaakt. Op precies dezelfde manier, weer in die auto. Hij had de hond bij zich, zij de kat. Schreef je het op in een roman, niemand zou je geloven.»

'Er komt een rust over je heen als je al 77 jaar leeft. Neem me niet kwalijk, maar dat is láng, hoor'

HUMO Merkwaardig genoeg werkte Dirk de Witte aan een boek over schrijvers-zelfmoordenaars, en ook hij had een zelfmoordbibliotheek.

Brouwers «Bibliotheekje. Later heb ik zijn vriendin Loekie Zvonik ontmoet, zij heeft me alles gegeven wat Dirk aan boeken, notities en kaartsystemen had gehad. Bij de verhuizing is dat weer tevoorschijn gekomen: het was niks. Wat hij erover heeft geschreven, was te weinig doordacht, maar dat kun je hem niet kwalijk nemen: hij was nog te jong, hij had nog niet veel gelezen.»

HUMO Dirk de Witte loofde destijds een beloning van 100 frank uit voor elke tip van een schrijver-zelfmoordenaar die hij nog niet kende. Hoeveel euro is een tip jou waard?

Brouwers «Nul euro. Als je er vijftig jaar mee bezig bent, ken je ze allemaal wel, hoor.»

HUMO ‘De laatste deur’ is opgedragen aan een ex-geliefde, Anne Walravens. Ook zij pleegde zelfmoord, in 1973, nog voor ze aan schrijven toekwam. Na al die jaren blijf je haar Anne W. noemen.

Brouwers «Ik handhaaf dat initiaal tot de huidige dag, ook in de nieuwe editie. Dat doe ik uit schroom, of sentiment. Het heeft zich voorgedaan in mijn leven, en dat wil ik voor mezelf houden. Mijn hele relatie met Anne W. ging over de dood. Haar pa was kort ervoor overleden, ze droeg zijn horloge, zelfs zijn broeken, en ze schreef met zijn vulpen. Dat meisje was compleet geobsedeerd door de dood. Maar dat ze zich zou ophangen, had ik nooit vermoed. Dirk de Witte was een vriend, maar zijn zelfmoord raakte me niet zo erg als die van een ex-geliefde. Zonder de zelfmoord van Anne W. zou ik niet aan ‘De laatste deur’ begonnen zijn.»

HUMO Een brief van jou uit 1978: ‘Haar zelfdood heeft mij van de ene dag op de andere veranderd van een blije, vriendelijke springer – ik was een konijntje in de maneschijn – in de cynische alleshater die ik thans ben.’

Brouwers «Dat is zo. Ik denk nog altijd met dezelfde emoties aan haar terug.»

HUMO Je werd na haar zelfmoord verteerd door ‘de doorn der wroeging’. Maar waarom eigenlijk? Ze was een ex-geliefde, een andere fazant – zo beschreef je het zelf – had haar ingepikt.

Brouwers «Of dat nou allemaal in Humo moet? Ik was getrouwd en had kindjes, en ik begon opeens een relatie met iemand die tien jaar jonger was, die nog studeerde – dat was toen in Brussel the talk of the town. En dan gedraag je je als lafaard: ‘Ik ben gehuwd, we kunnen verder niks.’ Met dan haar tegenwerping: ‘Je kunt toch scheiden?’ De lulligheid die zich voordoet in zo’n situatie, daar heb ik wroeging over. Tot op de huidige dag denk ik: Anne is misschien de geliefde van mijn leven geweest.»

HUMO Wat trok je zo aan?

Brouwers «God, weet ik veel. Haar gestalte, haar aanwezigheid. Ze studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde in Brussel, ik was gek van taal- en letterkunde, dus we hadden samen een boel te bespreken. En we gingen samen op onderzoek uit: waar had de schrijfster Hélène Swarth precies gewoond in Brussel? We waren nog erg jong, hè: ik nog geen 30, zij nog geen 20. Dat was de band tussen ons. En haar pa, Jan Walravens, de enige echte literatuurcriticus die Vlaanderen heeft gekend.»

HUMO Ik herinner me gelezen te hebben dat je voor Anne Walravens zelfs op de vuist bent gegaan in een café.

Brouwers «Dat was met Willem Roggeman. Zijn vrouw had toen een café in Brussel, en ja, hoe ging dat? Anne had het warm en trok haar truitje uit, en ze zat daar in haar blote tieten. Maar dat mocht niet van Willem, die wou een net café. En dus heb ik hem vastgegrepen en buitengegooid: vechten voor je geliefde, hè!»

HUMO De brieven van Anne heb je midden jaren 80 verbrand. Dat gaat ver voor een liefhebber van oud papier. En het hielp niet eens: ‘Zuipen, souvenirs wegdoen, verhuizen of zelfs emigreren, het blijft altijd bij je – zoals je schaduw.’

Brouwers «Ze stond erg dicht bij mij, en toen ik met die brieven werd geconfronteerd, heb ik ze verbrand. Ik heb er nog wel een paar, hoor. Het emotioneert mij nog! (Tegen de fotografe) Saskia, wat zit je me te bekijken! Wat denk je: vreemde verhalen van zo’n ouwe lul?»

HUMO Naar de omstandigheden van de zelfmoord van Anne heb je nooit willen speuren.

Brouwers «Ik weet het natuurlijk wel ongeveer, maar ik wíl het niet weten. Ik vond het iets té ergs in mijn leven. Je moeder sterft, je vader sterft, je zoon sterft: dat heeft me wel geraakt, maar niet zoals de dood van Anne.»


Mislukkeling

HUMO In de inleiding laat je al weten dat zelfmoord niks voor jou is. En toch kan ik me voorstellen dat velen ook in jou een geknipte kandidaat hebben gezien.

Brouwers «Door zo’n boek te schrijven gaan sommigen een kandidaat in je zien, zó zit het in elkaar.»

HUMO Je romans getuigen van veel levenswalg en ook de ontvangers van je brieven zullen weleens zorgelijk opgekeken hebben. Een voorbeeld uit 1977: ‘Ik zou wel willen schrijven, maar ik zou niet willen leven. Het leven wordt mij een steeds grotere kwelling.’

Brouwers «En dat is het nóg. Maar zelfmoord is wel degelijk niks voor mij, omdat ik een andere roeping heb. Ja, roeping is een woord voor pastoors, ik gebruik het niet graag, maar in ieder geval: mijn leven is schrijven, en niet zelfmoord begaan. Die afspraak heb ik met mezelf.»

HUMO Je bent geleidelijk ook meer van het leven gaan houden, geloof ik. Ik herinner me nog het schokje de dag dat ik in één van je ‘Feuilletons’ op deze zin stootte: ‘Misschien bestaat de kans dat ik zelfs nog van het leven ga houden.’

Brouwers «God, ik ben geen vrolijke frans, maar als je toch leeft, maak er dan wat van: dat is mijn instelling. En dan weet je het leven uiteindelijk toch te omhelzen. Of laten we zeggen: aan te raken. En het leven verandert. Er komt bijvoorbeeld een andere vrouw in je leven. Of je krijgt wat meer succes in de dingen die je doet.»

'Als je toch leeft, maak er dan wat van. En dan weet je het leven uiteindelijk toch te omhelzen'

HUMO Je citeerde in dat verband de filosoof Emil Cioran: ‘Doodgaan op je 60ste of je 80ste is moeilijker dan op je 10de of je 30ste. Gewenning aan het leven, daar zit ’m de kneep.’

Brouwers «Tenslotte is dat zo: leven is een verslaving, en stoppen met leven is even moeilijk als stoppen met roken of drinken. En waarom zou je ermee ophouden? Dat heb ik me vaak afgevraagd bij het schrijven van ‘De laatste deur’: waarom houdt men er in godsnaam mee op? Je kunt veel redenen opsommen: geldnood, liefdesverdriet, enzovoort. Maar waarom kan de ene daarmee leven, en is het voor de andere een reden om er een eind aan te maken? Dat is een vraag die ik niet kan beantwoorden.»

HUMO Ook schrijvers tekenen zelden helder op waarom ze zelfmoord plegen: afscheidsbrieven zijn een zeldzaamheid in je boek.

Brouwers «Alleen van Jan Emiel Daele is er dat lullige getikte briefje, zeggende dat hij niet tegen het leven bestand is, en waar hij nog met de pen bij heeft geschreven dat hij er een eind aan maakt omdat zijn vrouw een seksuele relatie met iemand anders heeft.»

HUMO Duikt bij schrijvers niet meer dan gemiddeld miskenning op als mogelijk motief?

Brouwers «Nu je het zegt, zo zijn er veel. Dirk de Witte voelde zich een mislukkeling, als leraar, als schrijver en als echtgenoot. Adriaan Venema: ook een mislukking. Daniël Robberechts voelde dat misschien ook zo. De dag dat je Brouwers hoort zeggen: ‘Ik kan niet schrijven en ik heb het nooit gekund’, begin je dan maar zorgen te maken over hem (lachje).»

HUMO Als je jezelf uitdrukkelijk solidair verklaart met schrijvers-zelfmoordenaars, heeft dat dan ook met de eigen onzekerheid over je beginnende schrijverschap te maken?

Brouwers «Natuurlijk! Ik was zelf een debutant van de generatie van De Witte en Daele, ik was nog maar net met mijn paar boekjes aangetreden. Dus denk je: ‘God, ben ik wel op de goede weg? Ben ik zelf niet een mislukkeling? Hou ik dat schrijven wel vol?’ Ik had toch begrip voor mensen die zich mislukt waanden en dat overigens helemaal niet hoefden te zijn. Dirk de Witte had moeten doorschrijven. Dan was hij nu weliswaar een schrijver à la Ruyslinck geweest of zo, maar goed: toch een schrijver.»

HUMO Je hebt later ook geprobeerd Jan Emiel Daele te herlezen. Je trof het volgende aan: ‘Een schotel bedorven sla, gegarneerd met tot pap vervallen schijfjes tomaat en naar gestorven muizen stinkende stukjes ei’.

Brouwers «In mijn essay in ‘De laatste deur’ ben ik milder voor hem: hij kon niet schrijven, maar hij schreef niettemin en dat onderscheidt hem van anderen. Van zijn dagboeken heb ik fotokopieën gekregen: onpubliceerbare rotzooi. Je leest behoorlijk wat bagger als je met dit onderwerp bezig bent, hoor.»

HUMO Vóór Daele zelfmoord pleegde, joeg hij met een long rifle vijf kogels door zijn vrouw, op Valentijnsdag. Valt solidariteit je in zo’n geval niet wat moeilijker?

Brouwers «Dat bemoeilijkt de solidariteit, maar het maakt ze niet onmogelijk. Zeker niet als het om een vriend gaat.»

HUMO Uiteindelijk is Jotie T’Hooft, geloof ik, de beroemdste zelfmoordenaar uit de Vlaamse letteren.

Brouwers «Het heet wel zelfmoord, maar ik denk dat het in zijn geval per ongeluk is gebeurd. Hij had zin in drugs en is daar te ver in gegaan. Hij is de beroemdste geworden, ja, en die roem is er in grote mate door zijn dood gekomen. Hij had misschien een Paul van Ostaijen kunnen worden. Of zeg maar: een Paul Snoek. We zullen het nooit weten, dat leven hield op.»

HUMO In je beschrijving van zoveel zelfmoorden duiken talloze manieren op waarop zulks kan. Seneca wist het al: wie dood wil, kan in alles een bruikbaar middel zien.

Brouwers «Alles is bruikbaar, ja. Zelfmoordenaars kiezen duidelijk voor een bepaalde methode, gaan daarvan houden. Ontmoet ik iemand die me zegt: ‘Ik heb geen zin meer in het leven, ik ga zelfmoord plegen’, dan vraag ik: ‘Hoe wil je dat doen?’ Als het antwoord is, ‘Weet ik nog niet’, dan is het nog niet zover. Is het antwoord: ‘Dat weet ik precies!’, dán moet je opletten.

»Hoe zou ik zelfmoord plegen? Ik zou het met een schietwapen doen, binnen een seconde is het dan voorbij.»

HUMO Heb je het al eens geprobeerd door ongeremd te drinken? Adri van der Heijden zegt: ‘Drinken is zelfmoord met geduld.’

Brouwers «Ben je gek, man? Die onzin over de trage zelfmoord, daar geloof ik niet in. Een alcoholist is geen zelfmoordenaar. Je gaat niet drinken om dood te gaan, daar ken ik geen enkel voorbeeld van. Evenmin is roken een trage zelfmoord. Ik rook omdat ik verslaafd ben, toch niet met het voornemen te sterven?»

HUMO Soms pleiten mensen ervoor middelen om zelfmoord te plegen, zoals pillen, niet te gemakkelijk ter beschikking te stellen: het aantal impulszelfmoorden zou daardoor kunnen toenemen.

Brouwers «Ik geloof niet dat er veel impulssuïcide is. Als je een ontzettende keet met je vrouw hebt, richt je het pistool toch niet op jezelf? Eerder zul je haar doodschieten. Maar ik ben geen suïcidoloog, hoor. Alsjeblieft, nee.»

'Tot euthanasie zie ik mij wel in staat, niet tot zelfmoord'

HUMO Je hebt geen hoge pet op van de zelfmoorddeskundigen?

Brouwers «Ik lees ze, ga maar kijken in de zelfmoordkamer hierboven. Maar ik schiet daar niks mee op. Onlangs nog las ik zo’n boek om het te recenseren: ‘Gedachten over zelfdoding’ van Simon Critchley. Daar staat níks in.»

HUMO Over ‘De laatste deur’ is geschreven dat het ‘niets meer of minder is dan Brouwers’ dissertatie’. Zou je een eredoctoraat aanvaarden?

Brouwers «Mijn God, wat moet ik met een eredoctoraat? Met een doctoraat zou ik zeer geëerd zijn. Dat heb ik geprobeerd, in 1983 al, en dat ging niet omdat ik geen diploma middelbare school heb. Punt. Een diploma mulo, meer uitgebreid lager onderwijs, meer heb ik niet. Als je geen universitaire opleiding hebt en niettemin essays schrijft zoals ik heb gedaan, dan ben je niet meer dan een verdienstelijke dilettant.»

HUMO Die dilettant haalde, naar eigen schatting, wel een miljoen krantenknipsels in huis. Denk je weleens: was het internet er sneller gekomen, dan had ik een ander leven gehad?

Brouwers «Zeker! Maar ik zit vandaag wel op Google om mijn kruiswoordpuzzels op te lossen.»


Erfelijk belast

HUMO Joost Zwagerman kwam je in Zutendaal opzoeken toen hij ‘Door eigen hand. Zelfmoord en de nabestaanden’ schreef. Je had niet door dat hij zelf mogelijk toen al op zelfmoord broedde?

Brouwers «Nee. Die man was zo’n bom van levenslust en vrolijkheid. Hij wou een boekje schrijven over mensen die een zelfmoordgeval in hun nabije omgeving hebben gehad. ‘Wat is dat nou voor een onderwerp?’ zei ik hem. ‘Wat schiet je daar nou mee op?’ Niettemin, daarover bakkeleiend verliep het allemaal vrolijk, terwijl Klaas Koppe met een fotomachine rond de tafel liep. Geen enkele aanwijzing dat Joost zich ooit zou ophangen. Iedereen die hem heeft gekend, heeft dergelijke herinneringen.»

HUMO In zijn boek hamert Zwagerman erop hoezeer de zelfmoordenaar slachtoffers maakt van de nabestaanden.

Brouwers «Een slachtoffer, dat ben je niet één-twee-drie, hoor. Ik vond ook dat Joost zelf geen slachtoffer was na een zelfmoordpoging van zijn vader. Waarvan dan wel? Zijn pa heeft toch geen zelfmoord begaan, die man is wel 90 geworden. Het heeft iets egoïstisch je een slachtoffer te willen noemen in plaats van je te verplaatsen in de zelfmoordenaar.»

HUMO Zwagerman geeft het voorbeeld van Van Gogh: met het schot door zijn hoofd verminkte hij ook zijn broer Theo, die vijf maanden later in een inrichting overleed.

Brouwers «Is dat zo? Die broer was al lang kierewiet. Dat komt echt niet door Vincent

HUMO Zwagerman ging er ook van uit dat inzake zelfmoord een genetische belasting meespeelt. Daar geloof je niet in?

Brouwers «Of ik daarin moet geloven of niet, dat weet ik niet. Ik geef zelf voorbeelden van zogenaamde zelfmoordfamilies, zoals de familie Mann of Hemingway, waarvan ik zeg: dat is stom toeval. Maar er zijn zeker ook families waar bijvoorbeeld een artistieke gave wordt doorgegeven. Denk maar aan het geslacht Bach, dat generaties lang voor muziek heeft gezorgd. Dus het zal een zeldzame keer wel voorkomen, die genetische belasting, maar je hoeft er toch niet bij voorbaat bang voor te zijn? ‘Ai, mijn pa heeft zelfmoord begaan, dus ik zal hetzelfde doen, en mijn kinderen en mijn kleinkinderen…’ Dat is onzin. Ik dacht dat ik het hem uit het hoofd had gepraat. En vervolgens hangt hij zichzelf op en laat hij zelf drie kinderen achter. Vier eigenlijk, want zijn vriendin was zwanger.»

HUMO Dat schrijf je ook op: is dat geen impliciet oordeel? Terwijl je in het interview met Zwagerman zei: ‘Waarom zou je je een oordeel aanmatigen over andermans beslissing?’

Brouwers «Dat zei mijn redactrice ook. ‘Je oordeelt zelf!’ Nee, ik vind van niet. Joost klaagt aan dat een zelfmoordenaar zijn kinderen onrecht aandoet, en vervolgens doet hij het zelf. Dat mag ik toch wel opmerken, dat is toch geen veroordeling?»

HUMO De dichter Rogi Wieg vroeg in juli 2015 om euthanasie om aan het psychisch lijden te ontsnappen. Dat was een schok voor Zwagerman. In ‘Door eigen hand’ had hij geschreven: ‘Op termijn is het onvermijdelijk dat je je in de omgang met kandidaat-zelfmoordenaars die je na staan niet alleen tegen hun doodswens keert, maar je er op bepaalde momenten ook mee identificeert, al was het maar om de helse kloof tussen jou en de ander te dichten.’

Brouwers «Daar had hij het vooral over zijn vader, denk ik, maar de keuze van Rogi Wieg was zeker een grote klap voor hem.»

HUMO Je correspondeerde zelf met Rogi Wieg, hij heeft een gedicht aan je opgedragen. Maar hij heeft geen hoofdstuk gekregen in ‘De laatste deur’.

Brouwers «Euthanasie is iets anders dan zelfmoord.»

HUMO Tussen die twee is de grens soms flinterdun, schrijf je. En Zwagerman zag de euthanasie van Wieg als een zelfmoord.

Brouwers «Ik weet het, maar als je euthanasie er ook nog bij wil hebben, dan wordt het boek tien keer zo dik. Wat mezelf betreft: tot euthanasie zie ik mij wel in staat, niet tot zelfmoord.»


HUMO Mag ik uit de discussie tussen jou en Zwagerman ook deze conclusie trekken: hij kantte zich tegen zelfmoord, stond argwanend tegenover ‘de zelfmoordlobby’, de ‘klaar-met-leven-school’. Jij neemt daar geen standpunt in.

Brouwers «Ik sta totaal neutraal in die discussie; ik vind dat mensen zelf over hun leven kunnen beschikken, het is niet aan mij om commentaar te geven.»

HUMO Zou je iemand helpen zijn leven te beëindigen, als je de vraag kreeg?

Brouwers «Nee, ik zou het afraden, net als Zwagerman zou ik zeggen: ‘Doe maar niet.’ Maar niet op een pastoorsmanier, zo van: ‘Er is nog zoveel moois op de wereld, hoor de vogeltjes eens fluiten’, dat niet. Ik zou zeggen: ‘Het leven is inderdaad rot, maar doe het nou toch maar niet. Het kan ook morgen. Of volgende week.’

»Anderzijds zou ik iemands beslissing ook wel respecteren. Als iemand me vraagt weg te blijven op het uur dat hij er een eind wil aan maken, zou ik dat doen. Anders dan Zwagerman, die Rogi Wieg tot enkele uren voor zijn euthanasie maar bleef bestoken.»

HUMO Ben je benieuwd naar de omstandigheden van je eigen dood?

Brouwers «Niet hoe ik zal sterven, maar dat ik zal sterven, houdt mij bezig. Tegelijkertijd: er komt een rust over je heen als je al 77 jaar leeft. Neem me niet kwalijk, maar dat is láng, hoor. Dat er vandaag of morgen een einde aan komt, is een rustgevende gedachte. Ik mag nu wel.»

HUMO Als kluizenaar eindigen zit er niet meer in: je hebt hier buren.

Brouwers «Allicht heb ik buren. In de drie weken dat ik hier woon, ben ik nog maar één keer buiten geweest. Ik leef hier, in huis.»

HUMO Dat het boshuis in Zutendaal, waar je haast een kwarteeuw hebt gewoond, wordt neergehaald, maakt dat jou boos, of blijf je er gelaten bij?

Brouwers «Eerlijk gezegd: het gaat me aan het hart, ja, ik zal dat huis wel missen. Het bos, de stilte, de onbereikbaarheid. Want je gps-toestelletje houdt daar op, hè? ‘Waar woont die Brouwers eigenlijk?’ Dat beviel mij. Maar het begon wel aan alle kanten wrakkig te worden, koud en vochtig. Vergeleken daarmee is dit een riant, comfortabel huis. Het is hier warm, en er is ruimte.»

HUMO Zelfs ruimte genoeg opdat al je boeken hier bij elkaar kunnen blijven.

Brouwers «Van mij hadden ze weg gemogen, verkocht, weggegeven. Idem voor mijn hele knipselrotzooi en mijn zelfmoordkamer, maar het mocht niet van Gwennie (Debergh, Brouwers’ partner, red.)»

HUMO Ga je kijken als ze je huis neerhalen?

Brouwers «Ben je gek?»

HUMO Dan kun je zien of ze die steen heel houden waarop in het Latijn geschreven staat: ‘Raak me niet aan’.

Brouwers «‘Noli me tangere’. Die heeft Gwennie eruit gebikt, we hebben ’m hier in huis.»

HUMO Je had daar in de tuin al een knus kerkhofje voor jou alleen bedacht, zo schreef je eens: een belommerd hoekje, ‘maar dan met een metershoog, elektrisch geladen ijzeren hek eromheen en met een stelletje scherp afgericht loslopende teringhonden die de wacht houden’. Heeft Lanaken een kerkhof?

Brouwers «Jazeker. Daar ligt de minderbroeder-dichter Hilarion Thans: ik zal er dan maar naast gaan liggen.»

Jeroen Brouwers,
‘De laatste deur’, Uitgeverij
Atlas Contact

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234