De laatste preek van successchrijfster Annie Proulx: 'De afkeer van al wat anders is, lijkt de mens ingebakken'

Annie Proulx (81), voorheen bekend van ‘Scheepsberichten’ en tal van verhalen uit Wyoming – ‘Brokeback Mountain’ – wordt met deze turf van 800 bladzijden ’s werelds bekendste woudschrijfster. ‘Schorshuiden’ is een meeslepende saga over drie eeuwen ontbossing in Noord-Amerika.

'Het idee dat ik zou omkomen in een vloedgolf of een vulkaan spreekt me meer aan dan zo'n klerekanker die me in een ziekenhuis doet belanden'

Ze noemt het zelf een vreemde plek om haar te ontmoeten, dit appartement van een vriendin in New York, in de Upper East, want Proulx hoort diep in het groen thuis. In haar roman ‘Schorshuiden’ is het woud de echte hoofdfiguur en verglijden de eeuwen zonder dat de grootstad eraan te pas komt.

Aan het eind van de zeventiende eeuw, zo begint deze megavertelling, trekken René Sel en Charles Duquet vanuit Frankrijk naar de Nieuwe Wereld, die dan nog oogt als het grote wereldbos – ‘Niemand heeft ooit de uiterste grenzen gezien’. We volgen de exploten van deze twee helden én die van hun vele afstammelingen tot in onze tijd. Het is de historie van een rijke familie, want Duquet wordt een grote naam in de houtindustrie, en die van een armere, want houthakker Sel trouwt met een indiaanse. De chronologie van beide geslachten illustreert een grootschalige ecologische ramp, het kaal leggen van het Noord-Amerikaanse platteland.

New York is wel één paragraaf lang aan de orde in de roman, zeg ik, zo gauw we ons in comfortabele sofa’s genesteld hebben. Want vroeg in de negentiende eeuw stoot een afstammeling van Charles Duquet er tijdens zijn huwelijksreis op slaven, varkens en paarden.

Annie Proulx «Je hebt gelijk: ‘Schorshuiden’ schildert niet echt een positief beeld van de stad, tenzij je van paardenstront houdt. We gaan er vandaag algauw van uit dat steden in het verleden relatief proper waren, in werkelijkheid moeten het vuilnisbelten geweest zijn. Er liepen zoveel paarden rond dat men er op regendagen door de vloeibare stront moest waden. Misschien zagen mensen daardoor wel scheel van de koppijn.»

HUMO ‘Barkskins’ is de Engelse titel van uw roman. Als ik dat woord googel, vind ik weinig meer dan een shampoomerk, Barkskin Shampoo. ‘Schorshuiden’ is een nieuw woord?

Proulx «Het is míjn woord, ja. Een jaar of elf geleden, toen ik over dit boek begon na te denken, ben ik erop gekomen.»

HUMO Als ik de opdracht goed begrijp, is het een verzamelnaam voor al wie iets met bomen heeft: houthakkers, zagers, planters, ecologen, beeldhouwers, klimatologen, picknickers, boomringentellers, enzovoort.

Proulx «Ik zie het als een algemene term, ja. Mensen die van bomen houden, mensen gehuld in schors: je kan je er van alles bij voorstellen.»

HUMO Ontbossing is geen evident thema voor een roman.

Proulx «Ik wou een boek schrijven over de klimaatverandering, maar dat is een enorm thema, en er is nog veel wat we niet weten. Dus leek ontbossing mij een redelijk alternatief. Al snel werd me duidelijk dat ik voor zo’n thema een tijdsperspectief van tenminste driehonderd jaar nodig had. Ook voordien was er al sprake van ontbossing in Noord-Amerika: wil je volledig zijn over deze kwestie, dan moet je zowat het eeuwige leven hebben, maar dat is me niet gegund, geloof ik. Een periode van driehonderd jaar leek me wel het minimum als ik wou aantonen hoe een tamelijk intact woud veranderd is in wat we vandaag ‘bos’ noemen: een stel bewegwijzerde stronken.

»Ik heb hier altijd veel rondgereden, kriskras door de VS en Canada, en één ervaring van misschien wel dertig jaar geleden heeft zijn weg naar deze roman gevonden: ver weg in Michigan belandde ik eens op een kruispunt van niks. Er stond alleen maar een bordje met de naam van de plek: Alma. En in het struikgewas daartegenover stond een groot bord met de tekst: ‘Op deze plek stond ooit het mooiste woud van witte dennen ter wereld.’ En niet één witte den was er overgebleven.

»In feite is het allemaal ontzettend snel gegaan. Ik vertel het in het boek: toen de kolonisten zowat alle dennen in Maine gekapt hadden, hoorden ze verhalen over de gigantische wouden van Michigan. Ze trokken daarnaartoe en geloofden hun ogen niet: ‘Het zal duizend jaar duren eer we al deze bomen kunnen kappen!’ zeiden ze. Wel, aan vijftien jaar hadden ze genoeg.»

HUMO Bent u oud genoeg om zelf grote veranderingen in het Noord-Amerikaanse landschap opgemerkt te hebben?

Proulx «En of! Vorig jaar ben ik een tijd teruggekeerd naar Vermont en New Hampshire, ik zocht mijn zus en andere familieleden op, en merkte dat het er enorm veranderd is. Veel stadsmensen trekken ernaartoe op vakantie, ze vinden het woud er fantastisch, zeker met de felle kleuren in de herfst, maar ik zie iets heel anders: alleen de kromme bomen zijn overgebleven, misvormde gevallen van inferieure kwaliteit, en veel kreupelbos – niet de grote, sterke beuken, die ik me herinner uit mijn jeugd. Nu, dat is ook haast tachtig jaar geleden (lachje). Veel boomsoorten ontbreken inmiddels: de iepen zijn verdwenen, niet één hazelaar heb ik er kunnen vinden. En je ziet de mensen nog altijd furieus kappen. Behalve eekhoorns, blauwe gaaien en herten vind je er weinig wild. Ik merkte er wel een boel insecten op die je er vroeger niet had: teken – met de ziekte van Lyme – en zwarte vliegen: niet echt aantrekkelijke nieuwkomers.»

HUMO Inmiddels weten we ook dat sommige van die veranderingen met de klimaatwijziging samenhangen.

Proulx «Ja, toen ik in de Rocky Mountains woonde, kon ik goed zien hoeveel schade de schorskevers aanrichtten aan de dennen daar, en dat hing samen met de opwarming. Ik wandelde er heel veel, liep er in de winter op ski’s rond, en zag eerder dan de lokale bevolking welke ramp er zich aan het voltrekken was, ik kon er niet over zwijgen. De mensen daar dachten dat het wel meeviel, dat het slechts hier en daar om een strookje bos ging. Maar dat was niet zo, de ziekte sloeg overal toe, en vandaag zijn al die hellingen er rood en kaal.»

'De Nobelprijs moeten ze vooral niet aan liedjesschrijvers geven'


Bucketlist

HUMO U hebt, zoveel is duidelijk, voor ‘Schorshuiden’ ontzettend veel research gedaan.

Proulx «Dat is het leukste deel van zo’n onderneming: eens kijken waar je nieuwsgierigheid je overal brengt. Ik heb veel interessante boeken gelezen, van alles bijgeleerd over het dagelijks leven in de loop der eeuwen: het vlechtwerk, de gebruiksmogelijkheden van de verschillende houtsoorten…

» Ik heb ook veel landschapsschilderijen bekeken, vergeleken met hoe diezelfde plekken er vandaag uitzien. Of fotoboeken, die heb ik altijd al verzameld.»

HUMO Maar u hebt ook veel gereisd. In ‘Schorshuiden’ wordt uitgevaren naar China, Nieuw-Zeeland en Brazilië: het boek verhaalt de geschiedenis van het globale kapitalisme. Welke reizen wilde u absoluut ondernemen?

Proulx «Ik móést naar Nieuw-Zeeland, om het kauriwoud te zien. In het Braziliaanse regenwoud was ik als kind al geweest. Ik vond het toen overweldigend: ‘Dit woud krijgen we nooit klein!’ dacht je bij de eerste aanblik; intussen weten we beter. Ik wou ook nog een reis maken naar Sumatra, waar het regenwoud in de afgelopen jaren tegen een waanzinnig tempo vernietigd is ten behoeve van de houtindustrie. Maar dat is uiteindelijk niet gelukt: de tijd ontbrak en het boek was al te dik, vond de uitgever. Zelf had ik nog duizend bladzijden kunnen doorgaan.

»Als je, zoals iedereen tegenwoordig, een bucketlist hebt van dingen die je nog wil doen, zet dan Nieuw-Zeeland maar bovenaan: het is er fan-tas-tisch. Ik ben er een paar keer geweest. Vrienden in Wellington namen me mee naar het laatste kauriwoud, aan de westkust van Northland. Die kauri’s zijn enorme bomen, het lijken wolkenkrabbers. Vier of vijf woonkamers als deze passen er makkelijk in. En je hebt daar een kaurimuseum, dat met geen ander museum vergelijkbaar is: antieke meubels, kijkkasten, oude machines, het houdt niet op. Waipoua heet dat woud, het is bewaard omdat de lokale haven vanwege de zandbanken zo moeilijk te bereiken is. Ik was er ’s nachts, met een Maori-gids, om die bomen in het maanlicht te kunnen zien. Heel bijzonder was dat, ook al omdat die man met zang en muziek de hermelijnen en buidelratten probeerde te verdrijven. Hij haat ze, wil ze uitroeien, omdat ze de kiwi’s opeten, een vogelsoort die je alleen in Nieuw-Zeeland vindt en die aan het uitsterven is.»

HUMO Die kauribomen wekken zoveel eerbied op dat het voor de houthandelaars in uw boek een moreel probleem stelt ze te vellen.

Proulx «Het probleem is dat je wel nieuwe kauribomen kan planten, maar het duurt vele honderden jaren eer zo’n boom z’n volle lengte bereikt: een kauri kan een paar duizend jaar oud worden.»

HUMO Hebt u zelf ook nog een bucketlist?

Proulx «O jawel! Ik zou heel graag naar het hoge noorden reizen, voorbij de poolcirkel. Ik hou erg van sneeuw en ijs, en ben nog nooit noordelijker dan Labrador geweest. En het windt me helemaal op dat ik nu uitgenodigd ben om in september naar Spitsbergen te gaan, dat zijn eerste literaire festival houdt.

»Samen met mijn zus heb ik een paar jaar geleden mijn DNA laten onderzoeken. Het kost maar een paar honderd dollar, en het is toch interessant te weten wie je voorouders zijn – ik kan het je aanbevelen. Zo zijn we erachter gekomen dat zo’n 45 procent van ons genoom uit het noorden van Scandinavië afkomstig is: we stammen af van de Laplanders met hun rendieren. Ik weet nu waarom ik altijd van het noorden gehouden heb, niet het zuiden. En het is ook definitief afgelopen met de praatjes in onze familie dat er ooit een vermenging was met indiaans bloed.»

HUMO U was enkele jaren geleden in Brussel, op uitnodiging van Passa Porta: deed u toen ook research voor dit project?

Proulx «Niet meteen. Maar je hebt toch gemerkt dat ik ergens in het boek waterzooi serveer? Ik had een heerlijke tijd in Brussel, en er zijn toch altijd weer kleine dingen die hun weg vinden naar het manuscript. Ik was ook in Amsterdam, dat was nuttig omdat Charles Duquet trouwt met een Nederlandse. En zo kon ik schrijven over die prachtige Hollandse wolken, en de bruggen. Bergen zijn er niet, hè? Daarom heb ik ‘In de bergen van Nederland’ van Cees Nooteboom altijd zo’n mooie titel gevonden. Een mooi boek trouwens.»

HUMO Nooteboom belichaamt voor de Nederlandse letteren de hoop op een Nobelprijs.

Proulx «Die verdient hij ook. Zoals zovele anderen hem verdienen – ze moeten die prijs vooral niet aan liedjesschrijvers geven.»


Overbevolking

HUMO Terug naar ‘Schorshuiden’. U laat het personage Charles Breitsprecher de kerngedachte als volgt formuleren: ‘Niets in de natuur, geen bos, geen rivier, geen insect of blad heeft enige intrinsieke waarde voor de mens. Alles is waardeloos, volstrekt misbaar, tenzij we er enig nut voor onszelf in ontdekken; zelfs de meest fervente bosliefhebber denkt er zo over. Mensen gedragen zich als opperheren. Zij beslissen wat bloeien en wat sterven zal. Ik geloof dat de mensheid zich ontwikkelt tot een verschrikkelijke nieuwe soort en het spijt me dat ik er één van ben.’ Die laatste gedachte overvalt u zelf weleens?

Proulx «Natuurlijk. Wat dacht je? Vele keren op een dag zelfs. Hoe meer ik van de mensheid zie, hoe minder ik ervan hou. Sommige mensen kan je bewonderen, maar als soort zijn we erg destructief.»

HUMO Is er een alternatief? U voert zelf de tegenargumenten aan: ‘We kunnen niet leven als wilde dieren. We zijn mensen. We leven in een wereld die nu eenmaal is zoals ze is en het bos moet zich aanpassen aan de overweldigende stroom mannen met bijlen, niet andersom.’

Proulx «Dat soort argumenten zal nooit verdwijnen. Mensen doen wat ze doen omdat ze het gevoel hebben dat ze niet anders kunnen, dat ze juist handelen als ze heersen over alle levenloze dingen – bomen, stenen, grondstoffen. Zelf geloof ik niet dat er maar één mogelijke weg is, die van de hysterische expansie, er zijn verschillende wegen mogelijk. Mensen zijn gewoon niet goed in toekomst: we kunnen maar niet begrijpen dat wat we vandaag doen morgen grote gevolgen heeft.»

HUMO Hadden de indianen een betere manier om met de wereld om te gaan? U wijst er in uw boek zelf op dat er ook in hun geval geen sprake was van een ongestoorde ‘natuurlijke’ balans.

Proulx «Indianen waren toch minder verspillend dan de blanken, zij hadden wél oog voor de toekomst. Ze vermeden bijvoorbeeld overbevissing, ze hadden niet van die netten die vele vierkante kilometers van de zeebodem leegschrapen. In Noord-Amerika waren er miljoenen en miljoenen trekduiven, zoveel dat ze soms de hemel verduisterden. De Indianen hielden die populatie op peil door plekken te creëren waar die duiven konden rusten en eten. Door jacht en ontbossing zijn ze in korte tijd uitgeroeid – de laatste trekduif, Martha, is in 1914 in een dierentuin gestorven.

»De indianen verstoorden de natuur zeker minder, maar vergeet niet dat hun aantal zovele keren kleiner was. Men schat dat toen de blanken arriveerden er hier een miljoen indianen woonden, verspreid over Canada en de VS. Als die in dat grote, lege land aan het kappen gingen of grote stukken woud verbrandden, stichtten ze niet al te veel onheil. Vergelijk dat met die meer dan zeven miljard mensen op de aarde vandaag, een beangstigend aantal.»

HUMO Het is dus een kwestie van overbevolking?

Proulx «Mijn God, ja: de overbevolking is de wortel van alle problemen. Het is zo evident dat het weinig wordt opgemerkt. Mij verbaast het dat mensen zoveel kinderen op de wereld blijven zetten.»

HUMO Met één van uw motto’s suggereert u dat het onverschillig exploiteren van de natuur voortvloeit uit het christendom.

Proulx «Kapitalisme en christendom zijn door en door met elkaar verweven: ze waren voor elkaar gemaakt. Ik moet van geen enkele godsdienst iets weten, maar met name het christendom ging ver in het goedpraten van hebzucht.»

HUMO De indianen die u in uw roman opvoert zijn van de Mi’kmaq-stam. Niet zo bekend bij ons, maar het waren de eersten die contact hadden met de Europeanen.

Proulx «Ja, ze woonden vooral in Nova Scotia. Vandaag zijn ze nog met enkele tienduizenden, ze wonen deels in een reservaat. Ze lopen er miserabel bij, hebben geen werk, zijn extreem arm. Noch in de VS, noch in Canada is het leven voor de oorspronkelijke bewoners goed geweest. Dat geldt eigenlijk wereldwijd: de Maori in Australië en Nieuw-Zeeland hebben hetzelfde ellendige lot gekend. Dat is nog zoiets onbegrijpelijks: vanwaar toch die ijver van de blanken om deze mensen te bekeren? Met die mensen was niks verkeerd, ze hadden een gelukkig leven, en toch waren ze blijkbaar dringend aan Europese kleren toe, moesten ze andere liederen gaan zingen en een andere God vereren. Waarom wilden de blanken die mensen absoluut veranderen? Het doet me denken aan van die afschuwelijke vrouwen die een man trouwen vanuit de overtuiging dat ze hem toch wel zullen kunnen veranderen.»

'Een stel be­wegwijzerde stronken: dat noemen we vandaag een bos'


Hoop zonder hoop

HUMO Wat u zo mooi beschrijft, is de onmogelijkheid tot communicatie, tot enig begrip tussen indianen en blanken.

Proulx «Ik geloof inderdaad dat het verschrikkelijk moeilijk is een andere cultuur echt te doorgronden. De angst voor de ander, de instinctieve afkeer van al wat anders is, lijkt de mens ingebakken.»

HUMO Is er in vergelijking met de Holocaust genoeg aandacht voor de genocide op de native Americans?

Proulx «Ziekte was in die tijd dé grote killer, meer dan iets anders. Maar je kan inderdaad stellen dat in een reservaat worden gestopt, neerkomt op een detentiekamp.»

HUMO In ‘Schorshuiden’ is er ook sprake van wreedheden in de scholen voor indianen door ‘genocidale nonnen en priesters’.

Proulx «Voor de Mi’kmaq-Indianen, en ook voor andere stammen, waren de staatsscholen afschuwelijke plekken. Ik heb daar veel over geleerd dankzij gesprekken met Roger Lewis, een curator van het Nova Scotia Museum, die zelf ook Mi’kmaq is. Hij en zijn broer werden naar zo’n school gestuurd, het was zoiets als een concentratiekamp voor kinderen. Hij zag er kinderen sterven. Ze kregen slaag als ze hun eigen taal durfden te spreken of als ze hun ouders probeerden te zien. Ook een boek van ene Isabelle Knockwood, een vrouw die midden vorige eeuw in zo’n school zat, was voor mij een eyeopener. Ik had er meer over willen schrijven, maar uiteindelijk heb ik zo’n honderdvijftig pagina’s moeten schrappen. Ook de stukken over de klimaatopwarming heb ik meer moeten condenseren dan ik oorspronkelijk voor ogen had.»

HUMO Het prekerige stuk, hebben critici dat genoemd, want als er al kritiek is op dit meeslepende boek, betreft het meestal het slotdeel met heel expliciete stukken over de klimaatwijziging.

Proulx «Het bewustzijn van wat er gaande is, is pas heel recent gekomen, dat moest ik dus aan het eind ter sprake brengen. Van preken gesproken: ik vond het wel interessant de preken uit het midden van de negentiende eeuw van een dominee uit Massachusetts te kunnen signaleren. George Perkins Marsh heet hij, en de preken die hij publiceerde zijn zowat het eerste groene geschrift – halverwege de negentiende eeuw! Je merkt dan bij sommigen een ommeslag van haat jegens het bos naar zoiets als verering. Marsh had begrepen dat als de wouden vernietigd zouden zijn, ze nooit meer zouden terugkomen.

»Als mensen mijn boek prekerig noemen, is dat misschien omdat ze nog altijd graag geloven dat alles in orde is, dat het woud voor eeuwig is. Was het maar zo.»

HUMO In The New York Times zag ik over een hele pagina een advertentie van de obscure club Samsung Chemical Coating: de opwarming, volgens die advertentie, is een natuurlijk fenomeen.

Proulx «Ik heb het ook gezien: te gek voor woorden. We beleven ook met die Trump een heel gekke tijd: everything is nuts.»

HUMO ‘We beleven de interessantste tijden sinds de oorlog in Vietnam,’ hoorde ik in het restaurant hier om de hoek net nog iemand beweren.

proulx «Boeiende tijden heet dat dan, ja, en het is verschrikkelijk. Wie weet beleven we nog een burgeroorlog voor die ‘boeiende tijden’ voorbij zijn. Het is het Tijdperk van de Verschrikkelijke Mannen: Nederland heeft ook die Wilders.»

HUMO In uw boek is er aan het eind een afstammelinge van René Sel, de radicale ecologiste Sapatisia, die hoopt dat een herstelbeweging nog mogelijk is: ‘De bossen, de bomen, die kunnen het tij nog keren.’

Proulx «Erg realistisch is het niet. Maar zíj gelooft het.»

HUMO Hoopt u zelf dat er een herstelbeweging vanwege alle boomminnende mensen op gang komt?

Proulx «Ik hoop zonder hoop.»

'De overbevolking is de wortel van alle problemen'




Dude ranch

HUMO Een jaar of negen geleden bezocht ik u in uw droomhuis, op een groot domein in Wyoming. In de schaduw van een klif creëerde u er een ecologisch paradijs: hebt u daar op kleine schaal een terugkeer van het bos kunnen realiseren?

Proulx «Een heel klein beetje. Eén van de laatste dingen die ik daar met enkele vrienden gedaan heb, was het plaatsen van een afrastering om de bevers weg te houden, want die beten alles kapot. En nu weet ik ook wel dat bevers bomen nodig hebben om te overleven en burchten te bouwen, maar deze bevers lieten die bomen daar gewoon liggen, en er zijn al zo weinig bomen in Wyoming. Ik weet niet of die afrastering nog functioneert, misschien kunnen ze er vlot overheen. Ik heb geen idee wat er daar gebeurt.»

HUMO ‘Dit is misschien de plek waar ik zal sterven,’ schreef u in ‘Mijn leven op Bird Cloud Ranch’. Maar het is anders gelopen.

Proulx «Hoe weet je dat dat niet gebeurd is? Wat doet je denken dat ik vandaag nog leef? (lacht) Ik mis Wyoming, ik hield vreselijk van die plek.»

HUMO Waarom ging u er weg?

Proulx «Het was te afgelegen. Ik moest enorme afstanden afleggen om groenten in huis te halen, om de dokter of de tandarts te zien, of een vliegtuig te nemen. Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het wordt om zulke lange afstanden te rijden. Ik zag me daar al met de auto in een sloot eindigen. En dus ben ik verhuisd.»

HUMO Wie is de nieuwe eigenaar?

Proulx «Zo’n multimiljonair die er een dude ranch van gemaakt heeft, waar rijke mensen komen paardrijden of vissen in de rivier en doen alsof ze cowboys zijn. Ik betreur het elke minuut dat ik die prachtige plek helemaal ingericht heb voor dat soort mensen, maar ik had geen keuze.»

HUMO Overweegt u weleens te gaan kijken hoe het er daar vandaag bij ligt?

Proulx «Nooit!»

HUMO Ziet u heel dat tijdrovende project achteraf als een vergissing?

Proulx «Helemaal niet, want ik heb er een aantal van de gelukkigste jaren van mijn leven doorgebracht. Intussen heb ik even in Seattle gewoond, maar ik ben algauw verhuisd naar een klein stadje in de buurt, Carnation. Daar heb ik mijn roman voltooid, in een huis midden in een bos van rode ceders. Prachtige bomen, heel groot, heel bruikbaar ook – voor de indianen waren het haast heilige bomen. Ik vind er niks heiligs aan, want ik bleek er allergisch voor, ik was daar de hele tijd ziek.»

HUMO Terwijl u daar een boek over bossen zat te schrijven? Dat lijkt me een tikkeltje té veel ironie.

Proulx «Vind ik ook. Zeker als je er ook boeken zit te lezen over de geneeskrachtige eigenschappen van bomen. De duivel leek ermee gemoeid. En dus moest ik daar ook weer weg.»

HUMO U verhuist niet opnieuw naar New England om de cirkel rond te maken?

Proulx «Vreemd dat je me dat vraagt, want ik had bijna een huis gekocht in Vermont, maar op de valreep heb ik me bedacht. Bij dat huis hoorde een groot bos en in Vermont ben je dan verplicht een boswachter aan te nemen – geen stukje bos zonder bosbeheerder! – en daar had ik geen zin in. Dus was het weer eens een bomenkwestie die in de weg zat…»

HUMO Huizen kopen en verkopen gaat u blijkbaar nogal vlot af.

Proulx «Daar lijkt het wel op. Er moet iets schelen aan mij: ik verhuis constant, ik raak snel verliefd op een plek, de ene na de andere. Ik was smoor op Newfoundland, daarna helemaal weg van Texas, daarna van Wyoming… Vroeger heb ik mijn vader weleens de schuld gegeven: als Franstalige Canadees kon hij nergens wortelen. Inmiddels zie ik onder ogen dat het mijn eigen aard is. Ik ben nu ook heel erg van het leven aan de westkust gaan houden en ga een huis kopen in de noordwestelijke hoek van Washington State, op het Olympic Peninsula, vlak bij de Stille Zee.»

HUMO Het slechte nieuws heb ik opgespaard voor het laatst: u hebt aangekondigd te stoppen met publiceren. ‘Ik heb het gehad met de signeersessies, de interviews, alle pr-stuff. Ik haat het, ik ben een solitair mens. Vanaf nu zijn mijn verhalen alleen voor mij.’

Proulx «Heb ik dat gezegd? Wel, hier zitten we dan toch maar weer (lacht). Maar veel van wat ik daar zeg, is waar. Over toekomstige boeken heb ik het niet meer. Als ik er nog schrijf, worden ze allicht niet meer gepubliceerd. Waarom zou dat moeten? Schrijven is fun, maar die boeken ook nog publiceren is het oninteressante deel.»

HUMO Ik zou wel willen blijven meelezen.

Proulx «Ach, wie weet? Misschien komt er nog wat, als ik op mijn nieuwe plek zit, met uitzicht op het zeeleven. Weet je waar ik ook gek op ben, daar in Washington State? Je hebt er vulkanen! Aardbevingen! Tsunami’s! De geologie en seismische activiteit van die streek is fascinerend. Van de zomer komen mijn oude vrienden uit Wyoming daarnaartoe, en gaan we Mount Baker bekijken, een vulkaan die op uitbarsten staat. Een vriend van me is met een klein vliegtuigje eens een vulkaan gaan bekijken, en hij is nooit teruggekeerd. Niet dat ik zoiets ga doen, maar het idee dat ik zou omkomen in een vloedgolf of een vulkaan spreekt me wel meer aan dan zo’n klerekanker die me in een ziekenhuis doet belanden. Niet dat ik daar erg mee bezig ben, hoor, ook al ben ik in de 80. Het leven is wat het is.»



Annie Proulx, ‘Schorshuiden’, De Geus

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234