De mailbox van Arnon Grunberg: 'Creatief gebruik van een stuk lever'

U was niet helemaal wit, u was niet helemaal man en u was niet altijd groots

'U was niet helemaal wit, u was niet helemaal man en u was niet altijd groots'

Beste Philip Roth,

Ik heb een tijdje niet aan dode schrijvers geschreven, ik vond dat ik de schrijvers met rust moest laten, maar nu ontkom ik er niet aan.

In vrijwel elk in memoriam wordt ‘Portnoy’s klacht’ genoemd als uw beroemdste roman en in één moeite door wordt dan gewag gemaakt van het seksuele leven van de hoofdpersoon. Zo schreef Hans Bouwman in de Volkskrant: ‘Portnoy vertelt openhartig over zijn seksuele obsessies, met name zijn opmerkelijke masturbatiepraktijken, zoals jezelf aftrekken met behulp van een stuk lever.’

Charles McGrath formuleerde het in de New York Times eleganter: ‘Alexander Portnoy, een tiener met zoveel libido dat hij zowel seks had met zijn baseballhandschoen als met het avondeten van het gezin.’

Je hoeft de lever inderdaad niet te vermelden, dat is grof.

Het avondeten en baseball, iconen in het leven van de gemiddelde Amerikaan. Daarin is niet vreselijk veel veranderd, al zal de consumptie van lever zijn afgenomen. Dat lag overigens niet aan u.

Charles McGrath noemde u ‘de laatste van de grote witte mannen.’ Wat mij doet denken aan de beroemde uitspraak over de zogenaamde angry young men: ze waren niet allemaal boos, ze waren niet allemaal jong en het waren niet allemaal mannen.

Ik zou zeggen: u was niet helemaal wit, u was niet helemaal man en u was niet altijd groots, wat voor u pleit.

Ergens in 1992 dineerde ik in Amsterdam bij de ouders van een schoolvriendje. Hijzelf was al het huis uit, maar kennelijk meenden zij zich over mij te moeten ontfermen. Ze adviseerden mij om de Nederlandse ‘Portnoy’s klacht’ te schrijven. Dat heb ik niet gedaan.

Zoals de Israëlische krant Ha’aretz benadrukte in het in memoriam aldaar: u was in de eerste plaats Amerikaan, u wist wat het betekende om Jood te zijn en dat was niet zo vreselijk interessant.

U deed en doet mij beseffen dat de Amerikaanse ervaring een andere is dan de Europese; Newark is Buitenveldert niet, New York is Berlijn niet. De Europese masturbatietechniek vereist geen baseballhandschoen en waarom zou je je ook om die technieken bekommeren als pornoblaadjes in de Beethovenstraat te koop zijn?

McGrath schrijft dat u onvermoeibaar was in uw onderzoek naar mannelijke seksualiteit maar, vergeeft u mij, uw mannelijke seksualiteit was niet helemaal de mijne.

Ergens in de jaren 90 vroeg NRC Handelsblad mij ‘Sabbaths theater’ te recenseren, ik kwam daar niet helemaal uit. Men had mij ongetwijfeld gevraagd omdat men affiniteit vermoedde – ik was er zelfs op uitgestuurd u te interviewen maar kwam onverrichter zake terug – en die affiniteit viel mee. Ik kwam met de noodoplossing van een monoloog van Portnoy die over ‘Sabbaths theater’ sprak. Nou ja, ik was jong. In uw geest deed ik in het stuk over uw werk moeite om taboes te breken want ik wist nog niet dat andere mensen dat wel voor je doen.

Overigens citeert McGrath ook de criticus Milton Appel, die u later nog eens behandeld hebt, en die over ‘Portnoy’s klacht’ schreef: ‘Het gruwelijkste dat je met ‘Portnoy’s klacht’ kan doen, is het twee keer lezen.’

Dat heb ik dan ook niet gedaan.

‘When She Was Good’ heb ik wel twee keer gelezen en dat beviel me. Ik neig meer naar het werk van Bernard Malamud, maar hij wordt nauwelijks meer genoemd, dus hij zal wel vergeten zijn. Het werk van Saul Bellow is dodelijk samengevat door Karel van het Reve die zei, ik parafraseer, dat alle personages van Bellow praten alsof ze niets anders doen dan de hele dag door The New York Review of Books lezen. Wat niet wegneemt dat er af en toe aardige zinnen bij Bellow te vinden zijn en dat bedoel ik niet arrogant. ‘Herzog’ is een geweldig boek om in te bladeren.

Uw onderzoek naar mannelijke seksualiteit is mij iets te nietzscheaans, ik kan dat van Nietzsche hebben, maar een Amerikaanse nietzscheaan is me teveel van het goede. Hoewel uw laatste boeken vooral onderzoek schijnen te doen naar de figuur van de hedendaagse Job, en die interesseert mij zeer, dus misschien moet ik me maar om die figuur en uw laatste boeken bekommeren, als ik ben uitgeraasd. Ergens in augustus hoop ik.

Het stuk in The New York Times eindigt met een verwijzing naar de laatste roman die u las, ‘Asymmetry’, van Lisa Halliday, over een jonge vrouw die een verhouding begint met een oudere romanschrijver die erg op u lijkt. In een interview gaf u toe dat Lisa en u vrienden waren.

Als je zelf stopt met schrijven dan moet je vrienden uitnodigen om over je te schrijven.

Overigens is het libido geen demon maar een reddingsboei. Dat is misschien het verschil tussen Amerika en Europa. Daar is het een demon, hier een reddende engel, meestal althans.

Zij die zich niet kunnen inhouden, kunnen zich vergrijpen aan een stuk lever en die lever kan later nog met wat uitjes worden gebakken en opgepeuzeld. Dat heet duurzaamheid.

De dood kwam eerder dan de Nobelprijs. Ze waren in Zweden nog niet toe aan creatief gebruik van een stuk lever.

Dat geeft allemaal niet.

Ik ga lezen, ik ben geen Amerikaan, maar ik woon er wel en dat schept toch een band.

Lieve groet,

Arnon »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234