null Beeld

De mailbox van Arnon Grunberg: 'De illegale vrijgezel'

Is het echt een straf om in een dier te veranderen?

Waarde Yorgos Lanthimos,

U bent de regisseur van twee films die ik recentelijk heb gezien. ‘Dogtooth’, die ik in mijn bed in New York samen met mijn geliefde bekeek, en ‘The Lobster’, die ik vorige zondag samen met een Duitse vriend in een New Yorkse bioscoop zag. Vooral van ‘The Lobster’ was ik erg onder de indruk.

Net las ik in The New Yorker een, zoals dat heet, vernietigende recensie over ‘The Lobster’ van Richard Brody. Hij was erg boos, wat doorgaans een goed teken is. Hij verwijt u onder andere dat u in tijden van Griekse nood een film hebt gemaakt die niet over de Griekse nood gaat. Als het engagement niet vanzelf komt, dan moet het op hoge toon worden afgedwongen. Verder geen kwaad woord over Richard Brody.

‘The Lobster’ wordt een dystopie genoemd. Van dat soort woorden moeten we ons niets aantrekken. Als men zich ergens geen raad mee weet, kan het altijd nog een dystopie worden genoemd. Volgens Brody in The New Yorker zou de liefde in ‘The Lobster’ overigens uiteindelijk overwinnen. Dat heb ik er niet in gezien. Er overwint van alles, maar geen liefde.

Goed, in ‘The Lobster’ heeft de staat besloten dat burgers niet langer vrijgezel mogen zijn. In een luxehotel – nou ja, luxehotel – krijgen vrijgezellen 45 dagen de tijd om een partner te vinden. Lukt ze dat niet, dan veranderen ze in een dier. Alleen al dat idee is vrij geniaal. Je zou zeggen dat, als mensen er echt tegenop zien om in een dier te veranderen, ze wel genoegen zullen nemen met welke partner dan ook. Maar je kunt je verblijf in het hotel ook verlengen door succesvol op illegale vrijgezellen te jagen die zich in een bos buiten het hotel bevinden. Sommige mensen vinden dat hotel kennelijk erg prettig.

De illegale vrijgezellen, oftewel vrijgezellen die al lang in dieren hadden moeten worden veranderd, worden overigens niet gedood, maar alleen verdoofd. Een dode vrijgezel kan niet meer succesvol in een levend dier worden veranderd. Maar dat spreekt vanzelf.

Goed, ik ga u niet uw eigen film uitleggen. Hoewel iedere bezoeker altijd zijn eigen film ziet, hoorde ik de Oostenrijkse filmregisseur Ulrich Seidl net in een interview zeggen. In navolging van Proust dat iedere lezer zijn eigen boek leest.

Erop vertrouwend dat u geïnteresseerd bent in mijn avonturen in uw film, neem ik de vrijheid om mijn interpretatie nog wat verder toe te lichten.

Mensen willen altijd weten: waar gaat het eigenlijk over?

De mens zoekt houvast.

Met dank aan de psychiater met wie ik vorig jaar een tijd mocht meelopen, en met dank aan Lacan naar wie hij verwees, geloof ik dat het erom gaat dat mensen er uiteindelijk achter komen wat hun echte verlangens zijn, en daarover ook kunnen praten of denken.

Nu heb ik een vriendin van wie ik vermoed dat ze wel in een dier zou willen veranderen, maar helemaal zeker weten doe ik dat niet.

Overigens is dat het enige punt in uw film dat me niet helemaal overtuigt. Is het echt een straf om in een dier te veranderen? Zo loopt de hoofdpersoon met zijn broer rond die inmiddels in een hond is veranderd, en je kunt je afvragen of de broer er als hond niet beter aan toe is dan als mens. Dat vraag ik me in elk geval af.

Goed, de hond wordt op een gegeven moment door een harteloze partner van de broer van de hond gedood, maar dat ondergraaft mijn stelling niet.

Dankzij Trump weten we dat Mussolini heeft gezegd dat het beter is om één dag te leven als leeuw dan duizend dagen als lam. Of woorden van soortgelijke strekking. Ironisch trouwens dat Trump zich zo kon vinden in dat citaat, want als iemand de indruk wekt ten koste van alles te willen leven, desnoods als regenworm, dan is het Trump wel.

Dus van welke verlangens ben ik me bewust door het zien van uw film? Het hoge woord moet er maar eens uit: ik zou best een tijd als een dier door het leven willen gaan, vooral als je daarna weer terug kunt naar je mens-zijn. Bijvoorbeeld als kreeft, mits die kreeft niet levend gekookt en opgegeten wordt, dat lijkt me onaangenaam.

Van de filosoof Thomas Nagel leren we dat een mens nooit helemaal zeker kan weten hoe het is om een vleermuis te zijn. Het is een beroemd essay van Nagel, dat ik hier in al zijn vereenvoudiging onrecht doe, maar Nagel heeft natuurlijk gelijk. Ook de meest getalenteerde schrijver kan het wezen van de vleermuis nooit helemaal vatten.

Terwijl, als die schrijver zelf een maand of wat vleermuis is geweest, hij kan putten uit eigen ervaringen. Misschien word je wel wat schizofreen of paranoïde als je een seizoen lang vleermuis bent geweest en dan weer als mens intrekt bij vrouw en kinderen. Ik kan me voorstellen dat dat een posttraumatisch stresssyndroom oplevert, dat het zijn van een vleermuis eigenlijk net zoiets is als het zijn van een soldaat in oorlogsgebied.

De omweg was lang, maar de vraag is simpel: ik zou graag eens met u afspreken.

Hartelijke groet,

Arnon Grunberg

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234