De mailbox van Arnon Grunberg: Medisch geval

Waar veel pijn is, komt schaamte op de tweede plaats.

Lieve kaakchirurg,

Slechts eenmaal heb ik u gezien. De kennismaking kon nauwelijks korter zijn. Ik heb niet eens uw naam onthouden. Op het Joods Nieuwjaar nog wel, op de Keizersgracht in Amsterdam, op vijftig meter afstand van de school waar mijn lieve petekind zijn leerplichtige dagen slijt: daar hebben we elkaar ontmoet.

Op maandag 14 september om kwart voor één in de middag. U kwam binnen, u riep mijn naam en een kwartier later stond ik alweer buiten op straat.

U maakte een betrouwbare indruk.

2015 is niet alleen het jaar dat ik mijn moeder verloor, maar ook het jaar dat mijn medisch dossier omvangrijk werd. Ik ben zo vrij dat dossier met u door te nemen.

Er zijn overigens twee dossiers in mijn leven. Het literaire dossier. Daarvoor zorg ik zelf. Dat dossier bevat tevens mijn liefdesleven, de kinderen die nog geboren moeten worden, mijn dode ouders en hun geheimen.

Dan het medisch dossier. Daarover moeten mijn artsen zich ontfermen en misschien zult u mij nu van narcisme beschuldigen, maar ik zou graag willen dat er een conferentie komt waarop ik word behandeld als medisch geval. Ik wil ook in die hoedanigheid serieus worden genomen.

Mag ik even de geschiedenis van mijn medisch dossier met u doornemen? Op 6 mei 2015 liet ik mij in een Amsterdams ziekenhuis helpen aan twee liesbreukjes. Het was vergeleken met de verstandskies eigenlijk een kleinigheid. Ik had ertegen opgezien en ik liep een paar dagen als een oude man, maar mijn gezicht was in ieder geval niet opgezwollen.

De chirurg deed mij overigens een beetje aan u denken. Een man op leeftijd met humor die de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam tot zich heeft laten doordringen en desalniettemin verdergaat met opereren.

Overigens was ik al als kind een keer aan een liesbreukje geopereerd. Dat was niet makkelijk voor mijn ouders.

Juni was een maand zonder medische ingrepen.

Juli, een interessante maand. Een bekwaam dermatoloog in New York verwijderde vier of vijf moedervlekken van mijn buik en rug. Het exacte aantal kan ik me niet herinneren. Het bleek hoe dan ook geen kanker te zijn.

Diezelfde maand liep ik ernstige spierpijn op tijdens het frisbeeën met mijn petekind in Central Park. Een week liep ik mank, maar dood was ik nog niet.

Augustus, daar begint het.

Ergens rond de vijftiende augustus werd ik in Oezbekistan ernstig ziek na het eten van heerlijke tomaten die waren gewassen in water waarin menselijke uitwerpselen dreven. Dat schijnen ze te doen in Oezbekistan. Althans dat zegt mijn beste vriendin.

Misschien bouw je zo weerstand op.

Mijn zus vroeg ooit aan tafel toen ik een jaar of 7 was: ‘Als mensen hun eigen poep zouden eten, zou er dan geen hongersnood meer zijn?’

‘Nee,’ zei mijn vader rustig, ‘in ontlasting zit te weinig voedingswaarde.’

Hij was een rustige man.

Enfin, ik werd ziek, een arts wilde mij laten opnemen in een Oezbeeks ziekenhuis, ik stribbelde tegen, kreeg een infuus op mijn hotelkamer. Bij terugkeer ging ik naar het AMC in Amsterdam en de artsen daar zeiden tegen me: ‘Rustig aan en uitzieken.’

Ik ging naar Brazilië en ik was er nog niet of mijn verstandskies begon op te spelen. Ik kreeg antibiotica en andere medicijnen, en geleidelijk aan ging het beter, al bleef ik wel iets voelen.

Er zijn schrijvers die hun hele leven met pijn hebben geschreven en ik was bereid dat lot op me te nemen, maar ook als het om pijn gaat zijn er gradaties.

Toen ik op weg was naar Nederland om een feest van Vrij Nederland op te vrolijken – voor zover ik feesten opvrolijk – kwam de pijn in de verstandskies terug. Ik zal u de details besparen, maar u zei zelf die maandag terwijl ik op uw stoel lag: ‘Het pus vliegt me om de oren.’

De schrijver als medisch geval is vooral een broedplaats van pus.

Zei Houellebecq niet dat de schrijver moest uitvinden waar het pijn deed en daar dan flink drukken? Welnu, dat deed u. Maar gelukkig wel na verdoving. Dat is misschien een belangrijk verschil tussen de schrijver en de kaakchirurg: de schrijver verdooft niet.

U maakte mij nog bang met de mededeling dat het zou kunnen dat de spieren in mijn wang zouden opblazen en dat ik mijn mond een week niet zou kunnen openen, althans slechts een paar millimeter.

Het medisch geval wordt steeds medischer, zoveel was mij duidelijk, in praktijk viel het mee.

Ik wandelde met ijs tegen mijn wang gedrukt door de wereld. De schaamte had mij niet verlaten, maar de schaamte was minder acuut dan ooit. Waar veel pijn is, komt schaamte op de tweede plaats. Dat is de les die ik heb geleerd als medisch geval.

Nog een jaar of wat schrijf ik en dan wil ik eigenlijk als medisch geval over de wereld reizen. Misschien samen met u. U vertelt wat over mijn gebit en ik zorg voor anekdotes tussendoor. Daarna komen psychiaters, internisten, longartsen en cardiologen, en tussendoor kom ik steeds met eigen anekdotes.

Ik zou me hier en daar ook in het openbaar kunnen laten opereren.

De mensheid is wel toe aan medisch vermaak.

Als altijd,

Uw Arnon Grunberg

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234