null Beeld

De mailbox van Arnon Grunberg: 'Mijnwerkers van de liefde'

Voor de Alma Mahler-Werfels van deze wereld is liefhebben een hobby; de herinneringen aan het liefhebben en het beschrijven van die activiteit, daarin schuilt het ware werk

Lieve Alma Mahler-Werfel,

Recentelijk heb ik uw reïncarnatie ontmoet en ik ben vrijwel meteen verliefd op haar geworden. Hoewel er tussen de eerste ontmoeting en de verliefdheid nog enkele maanden zaten. De verliefdheid wacht op het juiste ogenblik om toe te slaan, net als de sluipmoordenaar.

Mijn vriendin Julia schreef mij, toen ik haar berichtte dat ik een Alma Mahler-Werfel voor deze tijd had ontmoet: ‘Wenn du sie mit Alma Mahler-Werfel vergleichst, so wirst Du nicht nur ihr nymphenhaftes Äußeres meinen? Sie müsste ein sehr kluger Mensch sein, eine tiefe Seele – denn das vermute ich bei Alma – die ja nicht einfach nur hübscher Spiegel war, sondern offenbar Resonanzraum und sprühendes, liebendes, denkendes Gegenüber?’

Een denkend, sproeiend en bloeiend tegenover, laten we het daarop houden.

Het tegenover, wat wil men meer van de liefde? Een liefde die diep onder de grond zit, daaraan hebben we weinig.

Of zoals een ex-vriendin altijd zegt als ik haar mijn liefde verklaar: ‘Wat heb ik daaraan?’

Over de diepte van uw ziel noch over de diepte van de ziel van uw opvolgster wil ik mij uitlaten. Ik graaf diep, maar hoe diep ik ook graaf, ik vrees te verdwalen. Daarom poog ik altijd tijdig op te houden met mijn graafwerk. Wat dat betreft kan de ziel worden vergeleken met een mijn. De laatste mijnen die ik bezocht, bevonden zich in Ghana en Bolivia. Vooral de Boliviaanse mijn maakte veel indruk; alles wat ik over de ziel meende te moeten weten, vond ik in die mijn. Daarna heb ik mijn eigen ziel rust gegund, de oppervlakte van de mens was mij doorgaans al diepte genoeg. In de poriën vond ik alles.

Een goede vriendin waarschuwde mij onlangs dat sommige mensen bang zijn voor mijn gekte. Het was de eerste keer dat ze het woord ‘gekte’ in de mond nam, althans met betrekking tot mij. En de waarheid gebiedt mij te zeggen dat ik naarmate ik ouder word iets in mij, wat sommige mensen ‘gekte’ zullen noemen, voel toenemen. Zelf wens ik dat iets vooralsnog ‘levenslust’ te noemen. Maar het kan zo omslaan in destructie, u weet hoe wispelturig de goden zijn, en de mensen.

Aan het eind van mijn puberteit las ik uw dagboek. Ergens tussen diverse Amsterdamse woningen en New York ben ik dat dagboek kwijtgeraakt, het zou zomaar in de garage van mijn moeder kunnen slingeren.

Het is oneerbiedig, ja bijna seksistisch, te beweren dat u beroemd bent geworden door uw mannen. U hebt mannen uitgezocht die iets konden. Andere vrouwen zoeken mannen uit die geld hebben, of soms vinden geliefden elkaar omdat ze niemand anders konden vinden. Wie werkelijk van waarheid houdt, moet wel bekennen dat elke geliefde gevonden wordt bij gebrek aan beter.

undefined

null Beeld

Uw reïncarnatie is nog niet aan haar dagboek toegekomen en ik zou mijzelf ook niet willen vergelijken met Mahler of met de architect Gropius; een tijdlang was ik gefascineerd door Werfel, maar sinds mijn debuutroman in 1994 verscheen, heb ik hem ook niet meer gelezen. Daarentegen heb ik een zwak voor de schilder Kokoschka. Net las ik dat die zeer jaloers was, ook op uw dode man. Dat de jaloezie zelfs niet voor de dood halt houdt, geeft te denken. Alsof de jaloezie meent dat liefde de doden zal doen opstaan.

Uw reïncarnatie noem ik bij tijd en wijle ‘verliefde mus’ – ze heeft iets van een mus, hoewel ze over zichzelf beweert dat ze een ‘opkrulbaar lichaam’ heeft. Mussen kunnen zich voor zover ik weet niet opkrullen, zij wel.

Over mijn reeks van voorgangers doe ik er het zwijgen toe. Ik hoop dat wat na mij komt stukken beter is, laat ik het daarop houden, en dat bedoel ik niet gemeen. Dat verliefdheid en eeuwigheid elkaar hier lijken uit te sluiten, is slechts ten dele waar. Zoals de moslims een huwelijk kennen dat gebonden is aan een tijdslimiet, zo heb ik ook een verliefdheid voorgesteld die op 30 augustus aanstaande moet eindigen. Wie aan verliefdheid begint, moet ook duidelijk kunnen maken wanneer aan die verliefdheid weer een einde komt. Op 30 augustus aanstaande gaat uw reïncarnatie op zoek naar een opvolgster voor zichzelf, en ik zal voor mijzelf indien mogelijk ook een opvolger vinden. President Poetin leek mij een waardige opvolger, maar er zijn ook een aantal Duitse politici die in aanmerking komen. Uw reïncarnatie moet begrijpen dat ook politiek kunst is, en wat voor een kunst.

En is het niet ware liefde dat onze geliefden tijdig een opvolgster voor zichzelf zoeken? De eeuwigheid zit niet in de liefde, maar in het dagboek.

Tussen missen en verlangen staat de tekst.

Ik zal uw reïncarnatie aansporen het schrijven serieus te nemen. Voor de Alma Mahler-Werfels van deze wereld is liefhebben een hobby; de herinneringen aan het liefhebben en het beschrijven van die activiteit, daarin schuilt het ware werk. Gisteravond zei uw reïncarnatie tegen mij: ‘Ik ben zo verliefd dat de emotie mij ontroert.’

Daar begint het. Terwijl wij liefhebben, beseffen wij dat wij eigenlijk genoeg hebben aan onszelf en de reflectie; onze geliefde is slechts aanleiding om de wereld te verkennen, om er dieper in door te dringen. Zij die de liefde serieus nemen zijn mijnwerkers.

Hartelijke groet,

Arnon Grunberg

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234