De mailbox van Arnon Grunberg: 'Paniekaanval'

Iedereen leeft nog, niemand is met een mes bewerkt. Dan valt het mee

'Iedereen leeft nog, niemand is met een mes bewerkt. Dan valt het mee'

Lieve reïncarnatie

van Alma Mahler-Werfel,

Het is tijd voor een brief. De laatste dateert alweer van november. Eigenlijk ben je allang geen reïncarnatie meer van Alma Mahler-Werfel. Die naam valt ook nog nauwelijks. Maar je bent nu eenmaal in mijn leven gekomen als reïncarnatie van Alma Mahler-Werfel en op een bepaalde manier zul je dat blijven. Eerste indrukken zijn doorslaggevend, zeggen ze.

Als het niet zo kil zou klinken, zou ik zeggen dat je als muze nog altijd zeer bruikbaar bent. Dat om te beginnen, maar dat is zoals gezegd kil. Het woord ‘bruikbaar’ klinkt onaangenaam en doet geen recht aan een gecompliceerde werkelijkheid, waar het nu juist gaat om de onbruikbaarheid van mensen en dingen.

Romantiek is onbruikbaarheid.

Liefde is onbruikbaarheid.

‘Zijn mensen vervangbaar?’ vroeg een journaliste mij deze ochtend. Een ongemakkelijke vraag, een ongemakkelijk antwoord. Ze zouden het niet moeten zijn. Maar als je niet volledig afhankelijk wilt worden van de mensen, zul je je moeten instellen op vervangbaarheid.

In die zin gaat liefde om veiligheid. Is de vervangbaarheid of de onvervangbaarheid de veiligheid? Naar hoeveel vervangbaarheid en onvervangbaarheid mogen we streven? Waar houdt de symbiose op?

En waar begint die?

Misschien iets boven Weggis, Zwitserland, waar wij een week of twee geleden met een gemeenschappelijke vriend een lange wandeling maakten, het was nog aangenaam warm. Een dag later zou de winter opnieuw beginnen en ging het weer sneeuwen in Zwitserland.

Die dag ging jij terug naar Amsterdam en ik ging naar mijn petekind en mijn beste vriendin, zijn moeder, in Glion. Ah, Glion.

Ik kwam er per toeval in 2001 met mijn toenmalige vriendin. Mijn verloofde Elayne leefde nog, mijn moeder ook, en hoe. Met mij was niets aan de hand.

Nog geen drie dagen was ik in Glion, toen dook jij op. Ik had je een mail geschreven, de emotie had mij overmand, ik dacht dat je zo bang was voor mijn oordeel dat je een al te gecensureerde versie van jezelf aan mij liet zien.

De schrijver wil de ongecensureerde versie. En kunnen wij schrijver en minnaar in deze fase van het leven, nu de tijd dringt, nog van elkaar scheiden?

Ik zou het willen, maar ik durf het niet.

De mail, geschreven in de nacht – ik werk vaak in de nacht, vooral als jij er niet bent, lieve reïncarnatie van Alma Mahler-Werfel – werd onverwacht gelezen in de nacht en lokte een paniekaanval uit.

De paniek. Je zou er boeken mee kunnen vullen, tot op zekere hoogte heb ik dat ook gedaan.

De paniek was zo erg dat je besloot op het eerste vliegtuig naar Genève te stappen. Romantisch.

Moeder en petekind hadden aanvankelijk gemengde gevoelens, maar ik nam de trein naar Montreux en haalde je op. Je stond daar, niet fier maar toch trots. Je vroeg of ik blij was je te zien.

We liepen langs het meer. In het uitgestorven café van een groot hotel dronken we thee en koffie en jij huilde. Maar dat hoort bij de paniekaanval. Ik huil als ik schrijf, godzijdank ook niet altijd, jij huilt als je een paniekaanval hebt of de naweeën ervan opspelen.

We hielden het met zijn vieren aardig uit. Moet ik zeggen. Ik bedoel, iedereen leeft nog, niemand is met een mes bewerkt. Dan valt het mee.

De onderhuidse spanningen zijn bewijzen van levensdrift, zullen we maar zeggen.

Daarna zouden we samen naar Amsterdam vliegen, maar de vlucht was geannuleerd, zodat we maar een hotel in Genève namen, voor een paar uur. Decadent zijn we altijd geweest. Althans ik, en jij volgens mij ook.

Twee dagen waren we in Amsterdam, toen nam je het vliegtuig naar Denemarken en voerden we weer lange nachtelijke gesprekken per telefoon, soms moeizame gesprekken.

Herinneringen aan stukken die ik nog niet zo lang geleden geschreven heb, kwamen boven. Is de mens meer dan zijn symptomen?

Vermoedelijk niet. Al zijn sommige mensen goed in het onderdrukken van hun symptomen, zodat een fletse maar sociaal wenselijke versie van de persoonlijkheid overblijft.

Onze liefde heeft vanaf het eerste moment literaire vormen aangenomen, drukte zich uit in literatuur. Dat hebben al mijn liefdes gedaan, maar deze meer dan andere liefdes. Juist omdat jij beseft dat liefde bij mij niet via de maag loopt, maar via het geschreven woord.

‘Alles bij jou staat in dienst van het schrijven,’ zei uitgever Oscar van Gelderen tegen me.

Een eventueel kind zal een literair kind zijn. Wetend dat het kind ooit over mij zal schrijven – het oordeel van het kind is genadeloos – zal ik preventief over het kind schrijven.

Er zijn vluchten uit de werkelijkheid mogelijk die geen literaire vormen aannemen. Ik denk aan de wandeling bij Weggis, de boottocht van Weggis naar Vitznau.

Op sombere momenten meen ik: wij zijn gemaakt om vernietigd te worden. Op de betere momenten denk ik: wij zijn gemaakt om literatuur te worden.

Een paar maanden geleden eindigde ik mijn brief met de vraag: voor wie of wat ben je op de vlucht? Dat weet ik nu. De onveiligheid van leven en liefde zelf. Ik ben zowel de veilige plek als datgene waarvoor je op de vlucht bent. Je vlucht van me weg en naar mij toe.

Kus,

Arnon

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234