null Beeld

De mailbox van Arnon Grunberg: 'Verstandskies'

Een geliefde zit niet op pijn te wachten.

Waarde dokter Pedro Benatti,

Hoewel mijn Nederlandse tandarts meent dat u een onnodige ingreep aan mijn gebit hebt verricht, houd ik het er voorlopig op dat u mijn leven hebt gered. Daarvoor moet ik u danken, ik wil nog niet dood en hoewel pijn een zegen kan zijn voor de literator – misschien wel voor de kunstenaar in het algemeen – heb ik relatief weinig behoefte aan helse pijnen.

Laat ik alles op een rijtje zetten voor het geval u niet meer weet wie ik ben.

Op donderdagavond 27 augustus om een uur of zeven verscheen ik met twee vrouwen in uw praktijk in São Paulo.

Ik was de dag ervoor aangekomen uit Amsterdam. Een groot gedeelte van augustus had ik in een auto doorgebracht op weg naar Afghanistan. Een reis die mij had uitgeput, om niet te zeggen doodziek had gemaakt.

Toen ik echter in São Paulo arriveerde, was het gedaan met de maagproblemen. Ik kon weer normaal eten binnenhouden zonder cola met zout te drinken.

Ik was niet euforisch, maar wel gelukkig.

Lang duurde dat geluk niet, waarde dokter Benatti, nog geen twaalf uur. De volgende ochtend, de ochtend van de 27ste augustus, werd ik wakker met een raar gevoel in mijn linkerkaak en dat gevoel werd al snel pijn. De pijn werd hevige pijn – en die middag zou mijn geliefde arriveren. Hoe ontvang je een geliefde met pijn? Een geliefde zit niet op pijn te wachten.

Ik had echter geen keus, ik liet haar weten uit elkaar te vallen. Tevens zocht ik contact met een Nederlander die ik de avond ervoor was tegengekomen in gezelschap van zijn charmante vriendin. Ik schreef hem: ‘Ik heb acuut een tandarts nodig in São Paulo. Alle hulp zal worden beloond.’

Geen hulp zonder beloning. Zoveel weten wij.

Deze jongeman schakelde zijn netwerk in – je werkt niet voor niets voor een bank – en nog geen twee uur later zat ik samen met zijn vriendin en mijn geliefde bij u in de wachtkamer.

U zou Engels spreken, maar de vriendin van de bankier sprak Portugees. Voor noodgevallen.

U bleek uitermate jong en vriendelijk te zijn. En schoon. Ik was in de middag in São Paulo al naar een 24 uurskliniek geweest voor tandheelkundige hulp, maar die kliniek zag eruit alsof ernstige ziektes daar pas echt zouden beginnen. Er zijn klinieken waar je heen gaat om ziek te worden.

U maakte foto’s. U was opgewekt. U leek plezier te hebben in uw werk. U zei dat u me de volgende dag zou opereren.

Dat vond ik wat voorbarig. Ik was net met moeite aan een Oezbeeks ziekenhuis ontsnapt, maar dat betekende nog niet dat ik in handen wilde vallen van een Braziliaanse kaakchirurg.

‘Kan het zonder operatie?’ vroeg ik vanuit de tandartsstoel.

Vanuit die stoel kon je een video bekijken, ‘Mad Max’ stond op. Mijn geliefde zat verderop. Ze keek bezorgd, ze had ook niet gedacht dat ze iets was begonnen met een stervende. Hoewel sommige vrouwen stervende mannen heel aantrekkelijk vinden.

‘Dat kan,’ zei u, ‘maar ik kan nu niets voor je doen. Kom morgen terug.’

U schreef mij vier soorten medicijnen voor – antibiotica, ontstekingsremmers, mondwater, pijnstillers – en daarna ging ik wat eten met de twee vrouwen, hoewel ik net zoveel behoefte had aan slaap als aan eten.

Dokter Benatti, ik ben 44 jaar oud, ik heb een petekind, zelf heb ik geen ouders meer, er zijn mensen die van mij walgen – mijn ex bijvoorbeeld, maar dat is tijdelijk. Toch vroeg ik mij gezeten in uw stoel af hoe het met mij verder moest.

Mijn vader zei vaak: ‘Wat moet ik gezondigd hebben.’

Hij meende dat zijn gezin zijn straf was.

Ik meende, gezeten in uw stoel, dat mijn verstandskies mijn straf is, en u moet weten dat ik u niet alleen als mijn tandarts in Brazilië beschouw maar ook als mijn biechtvader.

Ik heb gezondigd. Ik was overmoedig, dacht het eeuwige leven te hebben, of althans de eeuwige energie van mijn moeder.

Ik meende dat mensen rondwandelende inspiratiebronnen waren voor de productie van literatuur.

Ik geloofde dat je met geld gebrek aan tijd en aandacht kon compenseren.

Ook was ik ervan overtuigd dat talent een verzachtende omstandigheid was: wie talent had mocht meer dan mensen die dat niet of minder hadden.

Ik ben in de levens van mensen verschenen als spook. Zelfs in het leven van mijn moeder. Ik had minder kunnen werken en vaker met haar kunnen wandelen. Ik had mij voor altijd bij haar kunnen voegen.

Vrijwel iedereen heb ik verwaarloosd omdat de tekst heilig was. Ik heb mij overgegeven aan dan weer deze muze, dan weer die. Ik nam het de muze kwalijk dat de muze ophield mij te inspireren. Ik heb mij getroost met de gedachte dat andere mensen nog veel slechter waren dan ik, maar wat is dat voor troost?

Ik dacht dat je het lijden kon ontlopen door te blijven spelen.

Mijn vriendelijkheid, mijn zelfinzicht, mijn charme, ja zelfs mijn talent, maken deel uit van mijn grote en enige zonde. Hoe meer ik mezelf vervloek, hoe gelukkiger ik ben – ook daarom ben ik een zondaar.

Ik vraag niet om vergiffenis, slechts om spoedige genezing.

Uw

Arnon Grunberg

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234