De man die Leonardo DiCaprio aan een Oscar hielp: Alejandro Iñárritu, regisseur van 'The Revenant'

Soms loont het om je tanden in een rauwe bizonlever te zetten: Leonardo DiCaprio mocht eindelijk zijn eerste Oscar in ontvangst nemen, voor zijn hoofdrol in ‘The Revenant’. De regisseur van dat survivaldrama, Alejandro González Iñárritu, beleefde anders ook een heuglijk avondje: hij is pas de derde cineast in de Oscargeschiedenis die twee jaar op rij Beste Regisseur werd – vorig jaar met ‘Birdman’.

'De film was elke cent, elke zweetdruppel en elke bevroren teen waard'

Iñárritu, nu 52, verhuisde in 2001 vanuit Mexico City, zijn geboortestad, naar Los Angeles. Het totaal onverwachte wereldwijde succes van zijn langspeelfilmdebuut ‘Amores Perros’ – ruwweg vertaald: ‘Love’s a bitch’ – had hem overtuigd om de veilige omgeving van de Mexicaanse filmgemeenschap te verlaten en naar Amerika te verkassen. In die Mexicaanse filmgemeenschap was Iñárritu nochtans een beroemdheid: hij had een goede reputatie als regisseur van televisiespots en had zijn eigen productiemaatschappij uitgebouwd met meer dan honderd werknemers. Toch besliste hij om de overstap naar de allerhoogste klasse te maken – Hollywood. De timing was ideaal.


Alles over 'The Revenant'

Vier dagen voor 11 september 2001 landde hij samen met zijn echtgenote en twee kinderen op LAX. ‘Na een paar dagen zag ik in alle straten Amerikaanse vlaggetjes verschijnen,’ vertelt de cineast vandaag in sappig Engels met een vuistdik Mexicaans accent. In de nasleep van de aanslagen gebeurde het twee keer dat hij op straat werd tegengehouden door agenten, terwijl hij zijn hond uitliet. Iñárritu – wiens donkere huidskleur hem in Mexico City de bijnaam ‘El Negro’ had opgeleverd – kreeg telkens van de flikken te horen dat ze bezorgde telefoontjes hadden ontvangen dat er in de buurt ‘een verdacht figuur rondhing’. Iñárritu vertelt het allemaal op een verrassend opgewekte toon. Wanneer hij vloekt in het Engels, klinkt hij als Speedy Gonzales die staat te sakkeren. En wanneer hij lacht, neemt zijn gezicht ongewild een duivelse uitdrukking aan. Eén laagje make-up, en hij zou moeiteloos de booswicht kunnen vertolken in een televisiefilm over satanisten.

‘The Revenant’ is losjes gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de 19de-eeuwse pelsjager Hugh Glass – vertolkt door DiCaprio – die na een onprettige clash met een beer voor dood wordt achtergelaten in de wildernis. Wat volgt is een immens entertainende wraakfantasie in de traditie van ‘Death Wish’ en ‘Kill Bill’, waarbij de toeschouwer aan den lijve ondervindt wat het hoofdpersonage doormaakt. De beeldenpracht roept herinneringen op aan grote epossen uit het verleden, zoals ‘Lawrence of Arabia’, maar daarnaast laat ‘The Revenant’ zich ook bekijken als een spirituele meditatie, én als een vlijmscherpe kritiek op het Amerikaanse kapitalisme. Want in essentie vertelt ‘The Revenant’ het verhaal van enkele Amerikanen die de ongerepte wildernis komen besmetten met hun winstbejag.

Het grappige is dat Iñárritu, ondanks zijn successen in Hollywood, zichzelf nog steeds beschrijft als een gefrustreerde muzikant. Tijdens zijn universiteitsjaren speelde hij namelijk in een bandje en organiseerde hij rockconcerten: ‘Toen al,’ zo zegt hij daar vandaag over, ‘streefde ik op het obsessieve af naar het perfecte geluid.’ ‘Alejandro vindt het geluid zelfs belangrijker dan de beelden,’ aldus zijn medewerker van het eerste uur Martín Hernández. ‘Hij heeft een verbluffend auditief geheugen. Als ik ook maar één vogeltje of één krakende tak van de geluidsband wegneem, heeft hij het gehoord.’ Iñárritu beschouwde ‘Birdman’, een film die eruitziet alsof hij in één lang shot werd opgenomen, als pure jazz: hij sloot zich in de studio op met de Mexicaanse jazzdrummer Antonio Sánchez en begon de soundtrack, die bijna helemaal uit drums bestaat, op te nemen nog voor hij één scène had gedraaid. Voor ‘The Revenant’ bestelde hij dan weer een sobere elektronische score bij Ryuichi Sakamoto en Alva Noto, twee befaamde avant-garde-componisten die bekendstaan om hun minimalistische pianomuziek. ‘Als ‘Birdman’ alles te maken heeft met jazz en theater,’ aldus Iñárritu, ‘dan denk ik dat ‘The Revenant’ meer over schilderijen en dromen gaat. Bij ‘The Revenant’ moet je niet nadenken, maar vóélen. De stiltes en de natuurgeluiden zijn voor de plot minstens even belangrijk als de personages.’ Gevraagd of het normaal is dat een regisseur zo hard bezig is met het geluid, laat de cineast een satanisch glimlachje zien. ‘Dat is een vraag voor mijn geluidsmensen,’ antwoordt hij. ‘Wellicht zullen ze je vertellen dat ik licht obsessief ben. Maniakaal. Neurotisch.’ Hij spreekt de woorden uit met een onverholen beroepstrots.


500 dollar losgeld

Zoals we dat van hem gewend zijn, gaat Iñárritu vandaag helemaal in het zwart gekleed. Hij maakt zich licht ongerust. Sinds de terreuraanslagen in Parijs belt hij dagelijks met zijn dochter Maria, die daar naar school gaat. ‘Ik maak me grote zorgen,’ aldus Iñárritu. ‘Weet je, we zijn indertijd uit Mexico City weggetrokken vanwege het geweld. Maar tegenwoordig maak ik me meer zorgen dan toen we nog in Mexico woonden.’ Terwijl het toch dáár was dat enkele overvallers de kaak van zijn moeder braken, en zijn vader ooit twaalf uur lang in een autokoffer werd vastgehouden. De ontvoerders lieten hem gaan in ruil voor 500 dollar losgeld. Iñárritu zélf zag zijn koffers ooit gestolen worden toen hij op vakantie was in San Miguel de Allende. Omdat hij de dag nadien naar New York moest vliegen om een prijs in ontvangst te nemen, leende hij van een vriend een oud krijtpak: ‘Het vreselijkste, oudste kostuum ooit, uit 1948. Ik was de belachelijkst geklede regisseur uit de geschiedenis van die awardshow.’ Iñárritu vertelt dat hij door het uit de pan swingende geweld in zijn vaderland tegenwoordig ook op een andere manier naar geweld in films kijkt: ‘Ik vind het niet langer grappig.’

Iñárritu groeide op in Narvarte, een door de middenklasse gedomineerde buurt in Mexico City waar Che Guevara in de jaren 50 de Cubaanse Revolutie bedacht. Hij kijkt naar eigen zeggen terug op een gelukkige kindertijd, die werd gekenmerkt door een skateboardfase en een passie voor progrockbands als Genesis en King Crimson. In zijn tienerjaren klom hij geregeld aan boord van vrachtschepen en vaarde hij mee naar Vera Cruz en Coatzacoalcos, waarbij hij het geld voor de overtocht verdiende door aan boord allerlei klusjes op te knappen. Hij leefde in Spanje een jaar van de druivenpluk, en verdiende een centje bij door halfnaakt rond te dansen in een discotheek (Vraag: ‘Zoals in de film ‘Magic Mike’?’ Antwoord: ‘God nee, zo goed was ik niet!’). Terug in Mexico speelde hij een tijdje gitaar in een synthrockband met de naam Noviembre Uno (Vraag: ‘Is dat de datum van één of andere Mexicaanse revolutie?’ Antwoord: ‘Nee, op die dag ontmoette ik een meisje.’). Iñárritu kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn dagen bij Noviembre Uno: ‘Het geluid dat we voortbrachten, laat zich omschrijven als de jaren 80 op hun slechtst.’ Iñárritu groeide uit tot een lokale radioberoemdheid, begon televisiespots te regisseren, en legde zich toe op het organiseren van rockconcerten. In 1989 lukte het hem om Rod Stewart naar Querétaro te halen, voor één van de eerste stadionrockconcerten in Mexico sinds jaren. Door gesjoemel met valse tickets was de stormloop zo groot dat één van zijn vrienden hem aanraadde om de eerste vlucht naar Miami te nemen: ‘Alejandro, je moet hier weg! Er gaan doden vallen!’ ‘Ik dacht even dat ik in de gevangenis zou vliegen,’ vertelt Iñárritu droogjes, ‘maar uiteindelijk viel er slechts één dode.’

'Ik ben helemaal geen doodbidder die door een donkere bril naar de wereld kijkt'

Was ‘Amores Perros’ nog in veel opzichten schatplichtig aan Quentin Tarantino (drie overlappende plotlijnen, verrassende sprongen in tijd en ruimte, een gangstermilieu), dan voelden zijn volgende films een stuk naargeestiger aan. ‘21 Grams’ (2003), met loodzware vertolkingen van Sean Penn en Naomi Watts, leunde te zwaar op een reeks geforceerde toevalligheden (een weduwe, vertolkt door Watts, krijgt het te pakken voor een hartpatiënt, vertolkt door Penn, die het hart van haar overleden echtgenoot in zijn borst draagt: ’t is een premisse die zelfs in een ninetieskomedie met Drew Barrymore potsierlijk zou overkomen). ‘Babel’ (2006) kreeg internationaal veel bijval, maar de trauma’s en de zielenpijn van de personages begonnen niettemin een beetje fake aan te voelen. Zijn volgende film, ‘Biutiful’ (2010), over een man (Javier Bardem) die sterft aan kanker, was al even teneerdrukkend: de film werd door de meeste critici gekraakt en groeide uit tot een commerciële flop. Iñárritu zegt nu dat hij na ‘Biutiful’ de depressie nabij was. In een poging om uit die dip te raken, ging hij drie weken lang mediteren in het zuiden van Frankrijk. Iedere ochtend tuurde hij er naar de wolken: ‘Het meest spectaculaire dat ik ooit heb gezien.’

Enter ‘Birdman’ (2014), een film die een radicale stijlbreuk inluidde. Zoals in alle films van Iñárritu krijgt het hoofdpersonage, Riggan Thomson (Michael Keaton), er zwaar van langs – alles wat in een mensenleven fout kan lopen, overkomt de man in een tijdsspanne van twee uur. Het verschil met zijn vroegere films is dat Iñárritu lijkt te beseffen dat er twee manieren zijn om je hoofdpersonage te laten afzien: op de manier van ‘King Lear’ of op de manier van Charlie Chaplin. In ‘Birdman’ kiest Iñárritu voor de tweede optie: het is een erg grappige film, die bij momenten zelfs naar slapstick neigt. Wat voor Iñárritu, met zijn voorliefde voor sombere films en droefgeestige verhalen, heel ongewoon is. ‘Ik heb droeve muziek ook altijd mooier gevonden dan opgewekte. Maar tegelijk ben ik echt wel een blije kerel. Ik héb gevoel voor humor. Ik ben geen doodbidder die door een donkere bril naar de wereld kijkt, neen, ik ben een leutige pretmaker die graag uit de bol gaat. Net daarom werkte ‘Birdman’ zo bevrijdend voor mij: eindelijk kon ik ook eens láchen met een tragische figuur.’

''The Revenant' was het krankzinnigste van allemaal'

Aan de muur van Iñárritu’s kantoor in Santa Monica prijkt een ingekaderde foto van een man – hijzelf – die moederziel alleen en met zijn rug naar de lens, in een bar winters landschap staat. De foto werd genomen tijdens de nu al legendarische opnamen van ‘The Revenant’. Iñárritu sleepte zijn cast en zijn crew mee naar de meest afgelegen gebieden in Canada, waar het vroor dat het kraakte en in de wijdste omtrek geen spoor van beschaving te bespeuren viel. ‘Het was waanzin,’ aldus Iñárritu. Maar hij zegt het met een zekere trots – de trots van een man die een roekeloos avontuur heeft overleefd. Hem over de opnamen horen vertellen, doet een beetje denken aan een ex-dronkenlap die met genoegen herinneringen ophaalt aan de zuippartijen uit het verleden. ‘In zekere zin is ‘The Revenant’ voortgevloeid uit een totaal onverantwoordelijke beslissing,’ aldus Iñárritu. ‘Maar af en toe móéten we dergelijke beslissingen nemen. Anders komen we er nooit aan toe om onze grenzen te verleggen. Anders zou ik evengoed een kantoorklerk kunnen worden. Ik ben natuurlijk geen idioot – ik wist dat het zwaar zou worden. Het had verkeerd kunnen uitpakken. Zoals een expeditie naar de Mount Everest waarbij je nét voor het bereiken van de top weer naar beneden glijdt.’


Kou aan de kont

‘Ik heb in mijn carrière al in heel wat ambitieuze projecten gezeten – ‘Titanic’, bijvoorbeeld. Maar dit was het krankzinnigste avontuur aller tijden.’ Aan het woord is Leonardo DiCaprio. ‘Ik vermoed dat Alejandro een soort ‘Fitzcarraldo’-ervaring wilde beleven.’ DiCaprio verwijst naar de beruchte, in het Amazonewoud gedraaide film van Werner Herzog uit 1982, een tournage die zó uit de hand liep dat er een documentaire over werd gemaakt. ‘Alejandro zocht naar het heart of darkness,’ aldus DiCaprio. ‘Hij wilde niet alleen op locatie de natuurlandschappen filmen, hij wilde zich onderdompelen in een bijna transcendente ervaring.’

De opnamen begonnen in oktober 2014 in Alberta, in een streek die zo ver van de bewoonde wereld lag dat de ploeg elke dag twee uur lang vanuit Calgary onderweg was. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen zich op te stapelen: de kosten liepen op, de sets werden weggeblazen, sneeuw bleef niet lang genoeg liggen, waardoor meer sneeuw per vrachtwagen moest worden aangevoerd. Voor één scène liet Iñárritu zelfs een heuse lawine ontketenen. Terwijl de regisseur triomfeerde tijdens de Oscarceremonie van 2015, kreeg hij achter de coulissen voortdurend onheilsberichten van de set van ‘The Revenant’: ‘De set is onder water gelopen!’ ‘Ik stond met mijn Oscar voor de fotografen te poseren, maar vanbinnen dacht ik: ‘Fuck!’ Vandaar dat het succes van ‘The Revenant’ hem zoveel deugd doet: ‘Eindelijk kan iedereen zien dat de film elke cent, elke zweetdruppel en elke bevroren teen waard was.’

Iñárritu herinnert zich een gesprek met Ridley Scott, die hem vertelde dat hij ‘Gladiator’ in een hangar op vijf minuten van de luchthaven in Londen had gedraaid. ‘‘Weet je, Alejandro,’ zo zei Ridley terwijl hij één wenkbrauw optrok, ‘het is echt niet nodig naar de wildernis te trekken om het publiek de illusie te geven dat jouw film daar werd opgenomen.’ Ik was het niet eens met hem. Wie ‘The Revenant’ bekijkt, zíét gewoon dat we ginder zijn gaan filmen. Je merkt het aan het landschap, aan het licht. Ik heb de landschappen van ‘The Revenant’ niet met de computer gecreëerd, ik ben die landschappen gaan filmen. En hoe heb ik ze gefilmd? Door de fucking camera in het midden van de wildernis neer te planten en daar te blijven staan tot mijn kont bevroren was.’

Bij gebrek aan zwarten op de lijsten van de Oscarnominaties, was Iñárritu dit jaar de enige die de uitreiking een beetje kleur gaf. Hij zegt dat hij heeft genoten van ‘Sicario’ en ‘Narcos’, maar dat hij zich blauw ergert aan de clichématige manier waarop Mexicanen in de Amerikaanse mainstreamcinema worden opgevoerd als dikke, boosaardige, dronken schertsfiguren. ‘Ik hou van Sam Mendes, maar toen ik met mijn zoon ‘Spectre’ ging bekijken, en ik zag die openingsscène op het feest van de doden in downtown Mexico City, met die exotische muziek en al die mensen die aan het dansen waren alsof ze zich op het carnaval van Rio de Janeiro bevonden, moest ik schaterlachen. Dat is niet mijn Mexico!’ Dat gezegd zijnde ergert Iñárritu zich dezer dagen nog het meest aan de opgang van Donald Trump, en aan de manier waarop die, ondanks zijn racistische uitlatingen, in populaire televisieprogramma’s als ‘Saturday Night Live’ wordt opgevoerd als entertainmentfiguur. ‘Trump is een idioot die het alleen maar zover heeft kunnen brengen omdat hij poen heeft,’ aldus Iñárritu, die zegt dat hij in één ding troost vindt: ‘Trump beseft het nog niet, maar binnenkort valt hij grandioos van zijn sokkel (satanisch grinnikend af).’

© Rolling Stone

Vertaling en bewerking:

Erik Stockman

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234