De meest invloedrijke Belg in de wereld is arts en microbioloog Peter Piot

Humo vroeg een select aantal topfiguren uit wetenschappen, bedrijfsleven, cultuur en media* wie de 50 meest invloedrijke Belgen in de wereld zijn. Arts en microbioloog Peter Piot (68) kwam als eerste uit de bus, en dat is geen verrassing.

'België wordt in het buitenland niet zo bewonderd. Als we ergens bekend om zijn, dan wel om onze kunst, mode en cultuur'


Lees ook: De 50 invloedrijkste Belgen in de wereld

HUMO Welke carrière had u als jonge snaak dan wél voor ogen?

PETER PIOT (69) «Geen idee. Ik ben opgegroeid in Keerbergen. Ik weet niet of u de streek kent, maar tijdens mijn jeugd was Keerbergen een boerengat waar op zondag mensen uit Brussel kwamen wandelen. Er liep een tramlijn en er waren hotels – in sommige kon je kamers per uur huren. Er stond ook een molen die nog in gebruik was: de molenaar had zeer veel kinderen, ik zat met één van hen – nog steeds een vriend – in de klas. Het oude sportvliegveld heeft men later met een grote vastgoedoperatie tot een meer en een golfterrein omgetoverd, daardoor is de grondprijs gestegen en zijn er grote villa’s gebouwd.

»Maar ik ben nog opgegroeid in het Vlaanderen van ‘De Witte van Sichem’. Ik vond dat erg... beklemmend. Ik had maar één ambitie: ‘I want to get out of here.’ Dat wist ik al toen ik 10 was. In het buurdorp Tremelo stond het geboortehuis van Pater Damiaan: couleur locale die me tegelijk deed dromen van verre landen. Missionaris ben ik niet geworden, en wat ik wél wilde, was lang onduidelijk. Het was me om het avontuur te doen. Vanaf mijn 15de werkte ik elke vakantie voor een reisagentschap. We reden met de bus naar Marokko en Turkije. Avontuur! Nu vlieg je rechtstreeks naar Bodrum voor een habbekrats, toen lagen er niet eens geasfalteerde wegen. In Marrakech stond één hotel. Ik sliep in een tent op het dak.»

HUMO Had u die zucht naar avontuur van huis uit meegekregen?

PIOT «O, nee. Ik heb een zus en twee broers: ik ben de enige die uit Keerbergen verdwenen is. Mijn vader was verantwoordelijk voor de export van Belgische land- en tuinbouwproducten en reisde redelijk veel, maar meestal binnen Europa. Ik weet niet waar mijn zucht naar avontuur vandaan kwam: ik las gewoon graag Kuifje, Jules Verne en Karl May

HUMO De eerste halte op uw vlucht: de universiteit.

PIOT «Ik ben naar Gent getrokken om voor ingenieur te studeren: ik deed graag wiskunde. Maar ik hield eigenlijk meer van de theoretische wiskunde en de ingenieurswetenschap is nogal technisch georiënteerd. Dus ben ik na een jaar overgestapt naar geneeskunde. Vier redenen. Eén: ik ben geïnteresseerd in wetenschap, in het waarom. Als kind dreef ik mijn ouders tot wanhoop door ze de kleren van het lijf te vragen. Twee: ik wilde iets met mensen doen. Drie: ook met de maatschappij. We schrijven intussen 1968, de tijd van ‘de grote contestatie’. Vierde en laatste reden: ik zag een diploma geneeskunde als een visum waarmee ik de hele wereld kon rondtrekken. ‘Als doktoor,’ redeneerde ik, ‘kan ik werken waar ik wil.’»


Le pape de la sape

HUMO Kunt u – wanneer u terugkijkt op de voorbije vijftig jaar – één moment of gebeurtenis aanduiden waarop uw carrière een beslissende wending heeft genomen?

PIOT (denkt na) «Ja. De isolatie van het ebolavirus, in 1976. Wij deden gewoon ons werk en er kwam veel toeval bij kijken, maar het heeft wél een wereld van mogelijkheden geopend: twee jaar nadat ik was afgestudeerd kon ik al naar Afrika trekken om er een epidemie te onderzoeken. De Amerikaanse machinerie waarmee ik daar in contact ben gekomen – onderzoekers, politici, geld – is me later goed van pas gekomen. Ik werd er ook geconfronteerd met de extreme armoede van de Congolezen, wat mijn wereldbeeld definitief bepaald heeft.

»Tussendoor heb ik ook de Congolese muziek- en danscultuur leren kennen: die is, zeg maar, in mijn heupen geslagen. Voor mijn 65ste verjaardag ben ik naar Congo teruggekeerd: ik had voor mijn verjaardagsfuif Papa Wemba uitgenodigd, le pape de la sape, die begin dit jaar gestorven is. Zo heb ik de cirkel gerond: ik heb in ’76 veel dingen geleerd die ik al mijn leven lang meedraag. Het is in dát jaar dat ik begrepen heb: ‘Dit wil ik de rest van mijn leven doen.’ Dat was natuurlijk niet realistisch: je kunt niet de hele tijd op jacht gaan naar gevaarlijke virussen. En ik ben niet eens zo’n grote risiconemer.»

HUMO Voor die expeditie van ’76, in een onherbergzame brousse waar een dodelijke epidemie raasde, moest u toch redelijk onverschrokken zijn?

PIOT «Ja, dat is waar. Maar ik ben pas achteraf bang geworden.

»Een andere reis naar Congo zorgde voor het tweede belangrijke kantelmoment in mijn carrière. In oktober ’83 ben ik in Kinshasa op een grote aidsepidemie onder heteroseksuelen gestoten. Tot dan werd aids gezien als een soort homokanker. Toen heb ik een nieuwe aha-erlebnis gehad: ‘Ik ga mijn leven aan aids wijden.’ Ik heb dat toen zo neergeschreven in mijn dagboek. Enfin, geen dagboek: ik heb altijd notitieboekjes bij me, zoals dit hier (zwaait met boekje). Ik heb een hele bibliotheek, genummerd, van ’76 tot nu.»

HUMO U kwam het ebolavirus eerder toevallig op het spoor: u was aanwezig toen een thermosfles met besmet bloed met de post op het Tropisch Instituut belandde. Heeft geluk vaker een rol gespeeld in uw carrière?

PIOT «Toeval is cruciaal. En even belangrijk is de afwezigheid van ongeluk. De lijst met al die keren dat ik géén tegenslag heb gehad, is lang. Ik ben niet geboren op een vuilnisbelt in Mumbai. Ik ben geboren zonder handicap en mijn moeder was geen heroïneverslaafde. Ik heb geen aids opgelopen toen ik de eerste keer seks had. En toen we die thermosfles openden, waren de buisjes met bloed gebroken: het virus had op onze handen of in ons gezicht kunnen belanden. Voor hetzelfde geld was ik nooit in Congo geraakt, en dus ook niet in de States, en ook niet aan het hoofd van UNAIDS. Bij de ebolacrisis in West-Afrika zijn 500 gezondheidswerkers gestorven: ik heb geluk gehad.»

'De Vlaming is het cliché van de underdog, maar dat is nergens voor nodig: we moeten hoger durven te mikken'

HUMO Komt u uit een welgesteld milieu?

PIOT «Vader was de eerste van zijn familie die naar de unief is gegaan. Hij is ambtenaar geworden. Moeder komt uit een familie van aannemers: bij haar thuis hadden ze een bouwonderneming.»

HUMO Had u het als Congolees uit Bumba even ver geschopt?

PIOT «Je weet dat nooit, maar ik denk van niet. Ik ben blank. En opgeleid. Ik sprak als 18-jarige vlot Engels en Frans. Dat geeft je een enorme voorsprong.»

HUMO Hoe belangrijk was het bij u thuis om te excelleren op school?

PIOT «Extreem belangrijk: het was voor mijn ouders nooit goed genoeg. Ook al was ik altijd de eerste van de klas. Ik haalde altijd 80 à 90 procent, zonder veel moeite te hoeven doen. Mijn broers werkten bijvoorbeeld harder dan ik, maar ik haalde betere cijfers. Dat is opnieuw een kwestie van geluk.»

HUMO Malcolm Gladwell schrijft in ‘Outliers’ – een onderzoek naar het hoe en waarom van succes en falen – dat het IQ een rol speelt, maar slechts tot op zekere hoogte. Gladwell vertelt het verhaal van een Amerikaan met een IQ van 195, de hoogst gemeten score ooit, die nooit verder is geraakt dan de stallen van een paardenboerderij. Einstein had een IQ van 130.

PIOT «Ja, ik heb ooit gelezen dat de Zuckerbergs en Jobsen van deze wereld ook niet in de hoogste regionen zitten, maar ergens tussenin. Ik weet niet hoe hoog mijn IQ is, maar ik heb wel een goed geheugen: zo ben ik door de unief geraakt. Ik ging niet vaak naar de colleges. Ik kreeg les van de laatste generatie professoren die 100 procent ex cathedra lesgaven – ze lazen woord voor woord de leerstof voor. Dat is nu enorm veranderd: laten we daar blij om zijn.»

'Je moet stevige roots hebben om een goede wereldburger te kunnen zijn.'

HUMO U hield niet van de theorie, maar wel van de praktijk in het lab en op het terrein. Sociologen hebben ooit de 10.000 uren-regel ontwaard, naar de tijd die je moet besteden voor je ergens in uitblinkt. Doorgaans heb je daar tien jaar voor nodig, tenzij het geluk een handje toesteekt, zoals bij The Beatles, die toevallig in Hamburg terechtkwamen en daar twee jaar lang acht uur per dag optraden in beschimmelde kelders.

PIOT (knikt) «Laboratoriumwerk is een kwestie van discipline. Ik heb er veel meer dan 10.000 uur doorgebracht. Weekends. Nachten. Het is ook denkwerk. Van mijn toenmalige mentor heb ik geleerd dat je in het hoofd van een virus of bacterie moet kruipen om een goed microbioloog te zijn: ‘Wat doet een bacterie of virus in welke omstandigheden?’ Dat is een vaardigheid die je maar onder de knie kunt krijgen door veel te lezen en je te bekwamen in het logisch redeneren. Dat vergt oefening.»

HUMO Later in uw carrière ging u onderzoeksgroepen aansturen en uiteindelijk bent u bij UNAIDS zelfs beleidsmaker geworden. Dat vergt weer andere vaardigheden.

PIOT «Toen ik bij UNAIDS mocht beginnen, belde ik als goeie Vlaamse jongen mijn moeder: ‘Ik heb nieuw werk.’ Mijn moeder begreep dat niet: ‘Hoe? Gij zijt toch doktoor en geen politieker?’ Ze had natuurlijk gelijk: zo’n job vraagt heel andere skills. Die heb ik me met vallen en opstaan eigen gemaakt. Training on the job. Maar ik bereidde me goed voor op onderhandelingen. Altijd vanuit de vraag: ‘Hoe kan ik het beleid beïnvloeden?’ Dat is een variabele. In China beslist de Communistische Partij. In het VK moet je de ambtenaren van Whitehall bewerken. In de VS zijn het de leden van het Congres en werden de sociale media gaandeweg belangrijk.

»Onderhandelen is niet alleen een kwestie van dossierkennis, je moet ook de geschiedenis en de cultuur kennen en begrijpen. Zoals ik als microbioloog in het hoofd van het virus kroop, kroop ik als onderhandelaar in het hoofd van de tegenpartij: ‘What makes them tick?’ Wat is hun achtergrond? Welke prijs willen ze betalen? Wanneer zijn het verkiezingen en wat zijn de machtsverhoudingen? Ik ben gelukkig altijd geïnteresseerd geweest in geschiedenis en heb altijd veel gelezen. Sinds mijn 18de lees ik elke dag Le Monde, The New York Times, The Financial Times en The Economist. Soms zelfs Humo. Dat is voor mij even belangrijk geweest als eender welk handboek.»

'Ik raakte geïnteresseerd in mensenrechten door mijn werk rond aids: ik zag dat homo's gediscrimineerd werden en seropositieven gestenigd'

HUMO Er zitten zelfs voor Peter Piot toch maar 24 uur in een dag, neem ik aan?

PIOT «Ja. En ik ben niet eens een vroege vogel. Ik sta op om halfacht, en ga slapen rond middernacht. Maar ik laat sociale media voor wat ze zijn: ik tweet niet en zo.»

HUMO In welke hoedanigheid hebt u het grootste verschil gemaakt: als onderzoeker of als beleidsman?

PIOT (denkt lang na) «Tot ’95 als wetenschapper, en nadien als beleidsman. Ik heb verschillende keren de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties toegesproken, net als de Algemene Vergadering van de Afrikaanse Unie. En een paar keer heb ik de wind van richting doen veranderen. Pas op: dat lukt maar één op de tien keer. Proberen, proberen, proberen. En áls het dan ineens lukt, is dat bijna schrikken: ‘Oei, wat is dat hier?’ (lacht)

»In de zaal waar de Veiligheidsraad vergadert, hangt een gigantisch kunstwerk: ‘Het laatste oordeel’, met haast iconische voorstellingen van de goeden en de slechten. Raar, als je erbij stilstaat, maar onder dat apocalyptische tafereel wordt over oorlog en vrede beslist: ‘Bombarderen of niet?’ Toen ik daar zat, onder die indrukwekkende beeltenis, heb ik verschillende keren gedacht: ‘Zie mij hier zitten, het jongske uit Keerbergen.’ Ik heb gelukkig weinig respect voor autoriteit. Die overtuiging heeft me vaak gered: in onzen bloten zien we er allemaal gelijk uit.»

HUMO Is dát iets wat u van thuis hebt geërfd?

PIOT «Nee, absoluut niet. Daar was het van ‘spreken is zilver, zwijgen is goud’. Ik weet niet waar het vandaan komt. Ik ben gewoon altijd anders geweest. Ik heb me altijd anders gevoeld.»


BELG ZONDER GRENZEN

HUMO U laat al de hele tijd uitschijnen dat alles u overkómen is, maar zonder ambitie kan men het toch niet zo ver schoppen als u?

PIOT «Als u mij die vraag vijftig jaar geleden had gesteld, zou ik gezegd hebben: ‘Nee. Ik ben niet ambitieus.’ Dat stond niet goed, ambitie, maar natuurlijk ben ik het altijd geweest. Niet in de zin van: het máken. Ik wilde dingen verwezenlijken. In het aidsonderzoek bijvoorbeeld, wilde ik als eerste weten hoe de ziekte werd overgedragen. Als baas van UNAIDS wilde ik de prijs van de medicatie doen dalen. Maar ik was niet ambitieus op persoonlijk vlak. Als u mij vijftig jaar geleden had gezegd dat ik ooit VN-bureaucraat zou worden, zouden we ruzie gekregen hebben: ‘Ik? Een VN-bureaucraat? Bespottelijk.’ Ik ben adjunct-secretaris-generaal van de VN geworden voor ik van die functie gehoord had. Ik heb het gedaan omdat het nodig was om mijn éígenlijke ambitie waar te maken: mensen helpen. Ik heb al de rest opzijgezet om mijn doel te realiseren.»

HUMO Maar u hebt wel voor de functie gesolliciteerd?

PIOT «Ja. Ik was van plan om terug naar Antwerpen te gaan, naar het Tropisch Instituut, en ik wist dat de VN een aidsprogramma zou opstarten. Toen ik hoorde welke namen circuleerden voor de post van executive director, dacht ik: ‘Dat is niet mogelijk: die mensen weten niks van aids.’ Het waren stuk voor stuk lui die hun oog op een goed betaald postje hadden laten vallen. ‘Als het zo zit,’ dacht ik, ‘ben ik zélf kandidaat.’ Ik heb gesolliciteerd, ben voor een comité verschenen en heb het gehaald. Daar kwam enig lobbywerk bij kijken: ik had de steun van Nederland en Duitsland. Later heeft ook Jean-Luc Dehaene mij gesteund. In het begin vond hij me maar een rare, omdat ik geen politieke stempel had. Maar het is dus gelukt. Ik heb ook ooit geprobeerd om de Wereldgezondheidsorganisatie over te nemen: dat is níét gelukt.»

HUMO Overnemen? Dat moet u even uitleggen.

PIOT «Wel: toen ik bij UNAIDS zat, was de WHO één van mijn grootste problemen. Het was een log en bureaucratisch instituut, moeilijk tot actie te porren. Bovendien discrimineerden ze actief: ze weigerden hiv-positieven als werknemer. Enfin, dat was onwerkbaar. Ik ben zo’n simpele geest die dan zegt: ‘Ik doe het zelf. Ik neem de boel gewoon over. Ik word directeur-generaal van de WHO.’ (lacht) Maar toen heb ik gefaald. Beter gezegd: het was bijna gelukt, maar toen is er héél zwaar gelobbyd. We spreken over de Irak-periode, de internationale zenuwen stonden strak gespannen. De regering-Verhofstadt heeft me gesteund, maar wilde geen geld neertellen of andere beloftes doen, in tegenstelling tot, euh, andere regeringen. Ik moet oppassen – voor je het weet heb je een klacht voor smaad aan je broek – maar laat ons zéggen dat gezégd werd dat de Zuid-Koreanen mensen hebben omgekocht om hun kandidaat te bevoordelen. Ik was trots dat wij Belgen het spel clean hadden gespeeld.»

HUMO België is een klein land: is dat een voordeel of een nadeel?

PIOT «Soms was het een voordeel, maar het heeft me ook parten gespeeld. In een klein land wordt soms ook klein gedacht. Ik woon nu in Londen: de Engelse opvoeding gaat nog altijd uit van het idee dat de Engelsen de masters of the universe zijn. Dat zit in hun DNA. Ik weet niet of dat beter is, maar het is in elk geval een totaal andere mentaliteit.

»België is een klein landje dat amper tweehonderd jaar bestaat, waardoor we ons nog elke dag afvragen: ‘Wie zijn wij eigenlijk? Waar staan wij voor?’ De Vlaming is het cliché van de underdog, en dat is nergens voor nodig. Mijn vader was Vlaamsgezind, maar tegelijk zeer Europees. Hij citeerde vaak August Vermeylen: ‘Vlaming zijn om Europeeër te worden.’ Dat is iets wat mij gemerkt heeft: je moet stevige roots hebben om een goede wereldburger te kunnen zijn.»

'Wij denken in het Westen in termen van individuele mensenrechten: 'Ik móét hier mógen roken.' Ja, dat soort mensen bestaat écht'

HUMO Maar dat gaat tegen de tijdgeest in: veel mensen plooien terug op zichzelf.

PIOT «Terwijl Vlaanderen altijd zeer kosmopolitisch geweest is. Tijdens de middeleeuwen al. De bankiers in Brugge waren Lombarden en Syriërs. De Hanzesteden triomfeerden door internationale uitwisseling: dat zit diep in onze genen. Wij zijn ook goed in compromissen. Het Angelsaksische systeem is gebaseerd op: ‘The winner takes it all.’ Wij denken altijd: ‘Ik laat u vandaag met rust, want ik kan u morgen gebruiken. Vandaag wint gij, morgen ik.’»

HUMO Worden die kwaliteiten ook in het buitenland erkend?

PIOT «Nee, we hebben eerlijk gezegd niet meer zo’n goede reputatie op dat vlak, door onze tribale twisten. Als we ergens bekend om zijn, dan wel om onze kunst, mode en cultuur. Als land worden we niet zo bewonderd. De karikatuur klopt: in Amerika kennen ze Brussel, maar België niet.

»Toch zijn er vakgebieden waar je veel Belgen en Vlamingen treft. In de humanitaire wereld, bijvoorbeeld: Artsen Zonder Grenzen zit vol Vlamingen. En in de farmaceutische industrie krioelt het van de Belgen. Dat zijn meestal mensen die uitgeweken zijn. Het zijn vaak migranten die een voortrekkersrol spelen. Ze zijn het gewend om initiatief te nemen. Weggaan van de plek waar je geboren wordt, is een grote sprong in het onbekende wagen.»

HUMO Het Belgische onderwijs werd lange tijd geroemd om zijn hoge kwaliteit. Je hoort weleens dat we die koppositie in sneltreinvaart aan het kwijtraken zijn: zijn onze universiteiten nog goed genoeg?

PIOT «Nee. In de zin dat veel buitenlandse universiteiten beter zijn. Gelukkig schoppen Gent en Leuven het in de internationale rankings meestal tot in de top 100. Vroeger was Leuven altijd top, nu moet ze die eer soms met Gent delen. Niet omdat Leuven achteruitgaat, maar omdat Gent bijvoorbeeld in de biotechnologie een voortrekkersrol speelt. Maar dat gaat over onderzoek: onderwijs is nog iets anders. Daar blijven we met een serieuze handicap zitten, doordat we verplicht worden om in het Nederlands les te geven. Tot mijn grote tevredenheid heeft de universiteit van Gent recent een ander taboe doorbroken: ze hebben een honours-programma uitgewerkt voor de topstudenten. De elite. De beste 5 procent. Vijftig studenten krijgen intensieve cursussen in domeinen die buiten hun eigen discipline liggen. Wiskunde voor geneeskundestudenten. Filosofie voor de wiskundigen. We zijn soms veel te bang om op excellence te mikken. We moeten wereldtop willen zijn. Maar wel zonder de rest uit het oog te verliezen. Dat is het probleem met het Angelsaksische model: de top – Oxford, Cambridge – is wéreldtop, alles wat eronder komt… (maakt wegwerpgebaar). Het gemiddelde opleidingsniveau is laag.»

HUMO Raadt u jonge Belgen met ambitie aan om zo snel mogelijk het hazenpad te kiezen?

PIOT «Niet zo snel mogelijk, maar ik raad hun wel aan om voor een deel van hun opleiding naar het buitenland te trekken. Dat is erg gemakkelijk geworden met het Erasmus-programma: één van de grote successtory’s van de Europese Unie.»

HUMO Wie is volgens u de meest invloedrijke Belg in de wereld?

PIOT «In de bedrijfswereld zijn Paul Bulcke van Nestlé en Paul Stoffels, de baas van de farmaceutische afdeling van Johnson & Johnson, absolute wereldtop. In de kunsten – heb ik ondervonden in Londen, New York en Tokio – zijn we een rijzende ster. We worden au sérieux genomen: Luc Tuymans is niet toevallig curator van de Ensor-tentoonstelling in Londen. En met Désiré Collen en Marc Van Montagu hebben we de absolute wereldtop op het vlak van biotechnologie in huis.»

'In de zaal waar de Veiligheidsraad over oorlog en vrede beslist, dacht ik: 'Zie mij hier zitten, het jongske uit Keerbergen.''


RECHT OP ROKEN

HUMO In november kreeg u de leerstoel van Amnesty International toegewezen door uw alma mater, de universiteit van Gent. Een mooie bekroning voor een succesvolle carrière?

PIOT «Ik had dat eerst niet goed begrepen: ik dacht dat het een jobaanbieding was. Ik heb in eerste instantie bedankt voor de eer, ik had geen tijd om nog meer les te gaan geven. Pas later begreep ik dat het om een award ging.»

HUMO Noblesse oblige: Bob Dylan is zijn Nobelprijs ook niet in ontvangst gaan nemen.

PIOT «Los daarvan: ik vind Dylan een terechte winnaar. Ik ben blij dat men eens durft af te wijken van het platgetreden pad van de proza en de poëzie. Ik was onlangs te gast in ‘Desert Island Discs’, een radioprogramma van de BBC dat al meegaat sinds 1942: dan heb je het in Engeland officieel gemaakt, het programma heeft miljoenen luisteraars. Het is de bedoeling dat je acht platen meebrengt die je naar een onbewoond eiland zou meenemen. Ik ben begonnen met ‘Like a Rolling Stone’ van Dylan, ‘omdat ik er Engels mee heb leren spreken’. De BBC gechoqueerd, natuurlijk: ‘Dat is helemaal geen Engels.’ (Mijmerend) Ik citeer ook vaak Bob Marley, die ik altijd aankondig als: ‘As agreat Caribbean poet once said...’ Dan zie je mensen hun ogen dichtknijpen en de oren spitsen (lacht). Jacques Brel heb ik ook laten horen, en Stromae: nog zo’n Belgisch succesnummer.

»(Fronst) Maar hoe zijn we in godsnaam bij Stromae beland?»

'Extreme onrechtvaardigheid die miljoenen mensen treft: that's what makes me tick ''

HUMO We zaten bij uw leerstoel. U hebt die gekregen voor uw verdiensten in de strijd voor de mensenrechten. Had u uw eigen carrière ooit in die termen gezien?

PIOT «Achteraf bekeken wel, maar dat is dan hineininterpretierung. Het was indertijd niet mijn belangrijkste motivatie. Ik schreef als student al brieven voor Amnesty en ben altijd geëngageerd geweest, maar professioneel raakte ik pas expliciet geïnteresseerd in de mensenrechten door mijn werk rond aids: ik zag dat homo’s gediscrimineerd werden en seropositieven gestenigd.

»Toen ik bij UNAIDS zat, was mijn bezorgdheid om mensenrechten al meer uitgesproken. Ik hamerde altijd op ‘de twee benen waarop wij staan’: wetenschappelijke evidentie, uiteraard, maar ook de mensenrechten. Ik heb toen verschillende speeches in die richting gegeven, maar ik wist nooit voor de volle 100 procent wat ik precies bedoelde. Dat is later door andere academici uitgewerkt tot een theoretisch framework. Aan Harvard geven ze zelfs het tijdschrift ‘Health and Human Rights’ uit. Wij denken in het Westen altijd in termen van individuele mensenrechten: ‘Ik móét hier mógen roken.’ Ja, dat soort mensen bestaat écht. Maar in de rest van de wereld is de invulling veel meer sociaal-economisch. Daar gaat het bijvoorbeeld over drinkwater. En medicijnen. Toen de eerste aidsmedicatie op de markt kwam, kostte die – omgerekend – 10.000 euro per patiënt per jaar. De medicatie werd in juli aangekondigd, in september konden – dankzij de ziekteverzekering die nu zo verguisd wordt – alle Belgische patiënten hun behandeling beginnen. In Afrika: níémand. Zulke extreme onrechtvaardigheid, die miljoenen mensen treft: that’s what makes me tick.»

* De lijst van de 50 invloedrijkste Belgen in de wereld kwam tot stand met de deskundige hulp van Michaël Van Droogenbroeck, Jean-Marie Dedecker, Ward Verrijcken, Erik Stockman, Derek Blyth, Howard Gutman, Griet Dobbels, Frank Demaegd, Adriaan Raemdonck, Guillaume Van der Stighelen, Sven Gatz, Marnix Verplancke, Geert Noels, Merdan Taplak, Bart Cornand, Eva De Roovere, Luc Blyaert, Pieterjan Van Leemputten, Anne de Paepe, Peter Hinssen, Senne Starckx, Toon Verlinden, Jan Callebaut, Dirk De Wachter, Rik Torfs, Karel De Gucht, Mark Eyskens, Didier Seeuws, Hendrik Van de Velde, Rik Coolsaet, Christian Van Thillo, Steven Vanackere, Alexander De Croo, Geert Van Istendael, Lieven Maesschalck, Guy Vermeiren, Cyriel Coomans, Eddy De Vogelaer, Mark Declerck, Frank Cops, Evelien Rutten, David Ghysels, Ann Claes, Veerle Windels, Frank Hellemans, Yves T’Sjoen, Tom Lanoye, Isabel Albers, Karen Maex, Christophe Deborsu.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234