null Beeld

De meltingpot in 'So You Think You Can Dance': dansers Jorge, Malik en Dieter

De danswereld is één grote meltingpot van stijlen, kleuren en geaardheden. Bij ‘So You Think You Can Dance’, waar de strijd om de prijzenpot van 25.000 euro stilaan in de laatste fase komt, tonen ze daar een mooie staalkaart van.

De meest excentrieke van het stel is wellicht de 23-jarige Jorge (spreek uit op z’n Engels). Naar dansnormen is hij een laatbloeier: hij begon pas te dansen op zijn 17de.

Jorge «Daarvoor danste ik ook wel, maar dan alleen op m’n kamertje. Dansen was toen uit den boze. Ik mocht het niet. De Nederlandse ex-man van mijn Braziliaanse moeder zei dat een dansende jongen niet geaccepteerd zou worden in het Brabantse dorp waar mijn moeder en ik op mijn 9de waren gaan wonen. Sprang-Capelle heette het gehucht – in de achtertuin van de Efteling. Het was wat ze noemen een ‘zwartekousengemeenschap’: op zondag reed niemand er met de auto. In Brazilië was ik ook wel religieus opgevoed, maar niet op die manier, niet zo streng. Een uitleg waarom dansen niet hoorde voor jongens, kreeg ik niet. Nee was gewoon nee. De ex van mijn moeder zag het wellicht als een bedreiging voor de mannelijkheid. Alsof hij bang was voor alles wat niet mannelijk-volgens-het-boekje was. Heel bekrompen, vind ik nu. Maar toen deed ik wat elk 12-jarig kind zou doen: ik paste me aan.»

null Beeld

HUMO Het verschil met Brazilië, waar je de eerste negen jaar van je leven had doorgebracht, moet enorm geweest zijn.

Jorge «Dansen en muziek zitten er in de genen. Tegen een baby die leert lopen, zeggen ze niet ‘Kom dan, stap!’, maar ‘Kom dan, dans!’

»Ik weet nog dat ik op het bagagewagentje zat, waarmee mijn moeder onze koffers de luchthaven uitreed. Ik dacht: ‘Hè, is mijn broek nou nat?’ Ik had nog nooit zo’n koude wind tegen m’n benen gevoeld. In de klas was ik het enige allochtone kind. Dat maakte sowieso een buitenbeentje van me. De andere kinderen bekeken me raar: ‘Waarom ben jij anders?’ Ik voelde me totaal niet geaccepteerd. Ik wil zeker niet iedereen over dezelfde kam scheren: genoeg mensen zijn in mijn jeugd heel aardig en open tegen me geweest, en de school probeerde me ook zo veel mogelijk bij de dingen te betrekken. Maar ik páste er gewoon niet: iedereen was een vierkantje en ik was een rondje.

»Ik heb het wel geprobeerd, hoor, de jongenssporten. Didn’t work out. Van voetbal ken ik nog steeds niks: ‘Hoeveel mensen zitten er in een elftal?’ – ‘Euh, zestien?’ (lacht) Tot op de dag dat ik een computer op mijn kamer kreeg en ik muziekclips begon te bekijken. Er ging een wereld voor me open. Ik zag een filmpje van ‘The Beyoncé Experience’-tournee en besloot gelijk: ‘Ik wil dansen voor de kost.’ Op mijn 16de is mijn moeder gescheiden van haar toenmalige man en op mijn 17de ben ik auditie gaan doen bij de dansacademie Lucia Marthas in Amsterdam. Toen ik die school binnenliep, voelde ik: ‘Wow, ik ben thuis.’ Ik liep door de gangen en overal stond wel iemand te dansen, uit elke dansstudio weerklonk een andere muziekstijl. Ik voelde me er meteen veilig. Na mijn auditie mocht ik direct aan de opleiding beginnen, ook al had ik nog nooit één dansles gehad.»

HUMO Van alle ‘SYTYCD’-kandidaten ben jij degene die het vaakst de grenzen opzoekt. Je danst in een lange, zwierige rok, met je armen tot aan de ellebogen in zwarte glitterverf gedoopt.

Jorge «Misschien verleg ik mijn grenzen wel makkelijker net omdát ik zo lang ‘afgebakend’ heb moeten leven. In deze wedstrijd kies ik er heel bewust voor om voor de volle 100 procent mezelf te blijven: ik weet namelijk dat er heel veel kids zijn die, net zoals ik destijds, eenzaam staan te dansen in hun kamertje. Ik wil een voorbeeld voor hen zijn, opdat ze zouden beseffen dat je op veel verschillende manieren een man kunt zijn. Als elke zondagavond een jongetje in Sprang-Capelle met open mond naar de liveshows van ‘SYTYCD’ zit te kijken en denkt: ‘Zo kan het dus ook’, dan heb ik m’n job gedaan. Mission accomplished.

»Pablo Picasso heeft ooit gezegd dat je je kunst eerst helemaal moet begrijpen voor je met de regels ervan kunt breken. Ik heb de opleiding in Amsterdam met grote gretigheid in me opgenomen. En nu ik die kennis heb, voel ik me steeds vrijer om van alles uit te proberen. Daarom doe ik ook mee aan deze wedstrijd: om te groeien. Je bent nooit volleerd als danser. (Wijst naar Malik) Ik wil kunnen wat hij kan.»


Voetbaltas met danskleren

HUMO Jij kwam op je 8ste naar België vanuit het Keniaanse Nairobi.

null Beeld

Malik (22) «Fijne stad, voor zover ik het me kan herinneren. Mijn moeder werkte toen bij Sony en kreeg de kans om in België aan de slag te gaan. Ik had de keuze: ik kon bij mijn grootmoeder en mijn tantes in Kenia blijven, of met mijn moeder meegaan naar Boom. Ik koos voor mijn moeder. Ik kwam in België aan tijdens de zomervakantie en ben meteen beginnen te voetballen op het pleintje vlak bij mijn huis. Ik bleek talent te hebben. In Kenia had ik op school aan atletiek gedaan – lopen is er serious business – dus ik wist dat ik snel was. Ik kwam in een ploeg terecht als enige donkere jongen, maar ze deden wel moeite om Engels tegen me te praten – da’s één van mijn twee moedertalen, naast Swahili. Nederlands leren ging vrij vlot.»

Jorge «Ik vond de taal ook best meevallen. Ik was ongeveer gelijktijdig met Máxima in Nederland aangekomen en ik begreep niet waarom iedereen haar Nederlands zo bewonderde. Ik dacht: ‘Ik spreek het toch ook? En beter dan zij!’ (lacht)»

HUMO Zit dansen ook in het Keniaanse DNA?

Malik «Als er iets te vieren valt, dan doe je dat in Kenia met dans. Je danst er op een huwelijk, maar net zo goed op een begrafenis. Mijn mama danst heel afro: met grote bewegingen en veel heupwerk. En toch ben ik niet echt opgevoed met dans. Mijn wereld draaide rond voetbal. Je zag me nooit zonder een bal. Ik speelde bij Ruppel-Boom, derde klasse nationaal. Ik was dus goed bezig, maar ergens klopte het toch niet. Toen hoorde ik van een klasgenoot dat zijn zus met een dansproject voor jongeren zou beginnen, Let’s Go Urban. Het was gratis, dus ben ik er op een dag gewoon binnengestapt. Ik kan niet beschrijven wat ik toen voelde. Voetbal was altijd hard werken, maar dansen ging bijna vanzelf. Dat was het gewoon. Ik had toen net een blessure opgelopen op het voetbalveld en mocht niet trainen van de kinesist. ‘Zolang ik geblesseerd ben,’ dacht ik, ‘kan ik me net zo goed bezighouden met dansen.’ Wist ik toen veel dat dansen al net zo belastend is voor je lichaam als voetbal. Na mijn blessure kon ik niet meer stoppen. Ik heb nog even geprobeerd om voetbal en dans te combineren, maar op den duur stond ik te dansen op het veld.

»Voor mijn moeder heb ik dat dansen eerst nog een tijdje verborgen gehouden. Ik vertrok elke dag thuis met mijn voetbaltas, maar daar zaten mijn danskleren in. Ik weet niet waarom ik dat deed, want mijn moeder is altijd mijn grote steun geweest. Misschien omdat ik weet hoeveel belang ze hecht aan financiële zekerheid. Ze heeft zelf zo hard moeten knokken. Ik begreep het ook wel: ik had een mooi parcours afgelegd in het voetbal. Voor dans kiezen betekende: opnieuw van nul beginnen, in een sector waar jobzekerheid ver te zoeken is.»

HUMO Mis je het voetbal?

Malik «Als ik het op tv zie wel, ja. Als Keniaan ben ik ook trots op wat Origi presteert. In een ideale wereld was ik de twee blijven doen. Maar spijt heb ik niet. Ik vind mijn geluk in dans. Financieel was het misschien beter geweest, mocht ik topvoetballer geworden zijn. Maar dan had ik mijn geluk moeten opgeven. Nu sta ik ’s ochtends op en kan ik gaan dansen.»

HUMO Daarnet zei je dat er toch iets scheef leek te zitten in je voetbalcarrière. Had het misschien te maken met het feit dat je de enige donkere jongen in de ploeg was?

Malik «Misschien wel. Soms kreeg ik commentaar van ouders van ploegmaats. Elke ouder wil dat zijn of haar zoon het goed doet. Nam ik de positie van zoonlief in op het veld, dan durfden sommigen venijnig uit de hoek te komen. En ja, dan kwam mijn huidskleur weleens ter sprake. Mijn moeder was altijd aan het werk en stond nooit naast het veld te supporteren, dus ik had niemand om me te verdedigen. In het begin maakten die opmerkingen me woedend. Dan werd ik echt agressief.»

Jorge «Jij, agressief? Ik kan het me niet voorstellen!»

Malik «Ik schold nooit terug, maar ik nam wraak op het veld: ik ging extra hard lopen, gaf de bal niet meer af en dribbelde tot ik kon scoren. Gevolg: de trainer werd razend. Ik heb die woede moeten leren inslikken. Ook naast het voetbalveld. In Boom liep veel crapuul rond: het ging er soms hard aan toe. Sommige van mijn vrienden zijn zelfs in een instelling beland. Bij mij is het nooit zover gekomen – ik was een brave jongen. Dat heb ik vooral te danken aan mijn moeder. ‘Je bent hier niet thuis,’ zei ze. ‘Er zullen altijd mensen zijn die je niet accepteren, maar doe gewoon je ding, blijf wie je bent.’ En dat heb ik gedaan.

»Daarom was dans ook zo’n verademing. Ik voelde iets wat ik daarvoor nooit had gevoeld: ik hoorde erbij. Er hing een totaal andere sfeer. Bij mijn danscrew had iedereen een ander kleurtje, een andere achtergrond. Moslim, jood, bruin, zwart: het maakte niet uit. Het ging om het gevoel dat we hadden als we dansten.»

undefined


Wit privilege

HUMO Dieter, in dit trio ben jij de oervlaamse jongen, opgetrokken uit West-Vlaamse klei. Ook jij bent pas laat beginnen te dansen.

null Beeld

Dieter (28) «Op mijn 18de. Het is jammer dat mijn ouders niet vroeger hadden gemerkt dat ik zo graag danste, maar ik neem hun niks kwalijk: het waren arbeiders – cultuur of hobby’s behoorden niet tot hun leefwereld. Ik heb lange tijd niet eens geweten dat er zoiets bestond als een dansschool. Op de middelbare school zat dans amper in het lessenpakket. Elk jaar kregen we twee uurtjes dans in de turnles. (Met klem) Uúrtjes. Per jáár.»

Malik «Da’s meer dan wij kregen: niks.»

Jorge «Wij mochten kiezen: dansen of volleybal. Ik koos altijd als enige jongen voor dans.»

Dieter «Ik ben helemaal anders dan Malik, met z’n atletiek en z’n voetbal: voor ik begon te dansen, deed ik nauwelijks aan sport. Ik heb wel een jaartje judo gevolgd, maar dat bleek geen succes. Ik was bang van mijn tegenstanders: ‘Help, die valt mij aan!’ (lacht) Ook de Chiro heb ik snel opgegeven: veel te veel stoere jongens.»

Jorge «Ik moest ook per se naar de jeugdbeweging. Was het warm, dan moesten we binnen spelen. Begon het te regenen, dan moesten we naar buiten. En dan dat kamperen met die tent: pf, ik vond er niks aan.»

Dieter «Op mijn 18de zat ik met wat vrienden op café, toen er iemand binnenwandelde om reclame te maken voor de nieuwe dansschool om de hoek. De eerste les was gratis, dus zijn we er met de hele bende binnengevallen. Niet dat ik voordien een muurbloempje was, maar door te gaan dansen ben ik helemaal opengebloeid. Vandaag baat ik zelf een dansschool uit. Ik doe het samen met mijn vriend, die ik op die allereerste dansles heb leren kennen.

»Ik wist op mijn 12de al dat ik anders was, dat ik op jongens viel. Twee jaar later heb ik het aan mijn mama verteld. Dat lijkt snel, maar zoiets twee jaar lang verzwijgen, dat doet toch iets met je. Zeker omdat ik zo’n hechte band heb met mijn mama. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 6 was. Als kind woonde ik vooral bij mijn mama, maar mijn ouders hadden een prima verblijfsregeling uitgewerkt: mijn zus en ik zagen onze beide ouders elke dag. Als ik nu hoor over co-ouderschap en over kinderen die twee aparte levens leiden bij mama en papa, dan ben ik mijn ouders dankbaar dat ze ons dat hebben bespaard.

»Thuis kwam mijn outing niet als een verrassing. Mama heeft me ooit verteld dat mijn oma de eerste was die het in de gaten had. Ze is gestorven toen ik 11 was – toen wist ik het zélf nog niet eens. Mijn moeder heeft er nooit een probleem van gemaakt. Mijn vader ook niet, maar bij hem is het eerder een stilzwijgende aanvaarding, terwijl ik er met mijn moeder diepe gesprekken over kan voeren.

»Op mijn 15de heb ik me ook op school geout. Voor de les godsdienst moesten we een logboek bijhouden, waarin we om de beurt iets konden noteren. Daar heb ik toen een tekstje in neergepend, heel sec: ‘Ik ben nu 15 en voel dat de tijd rijp is om uit te komen voor wie ik ben. Ik ben homo.’ De klas reageerde overwegend positief. Ik merkte wel dat er achter mijn rug werd gegiecheld, maar daar trok ik me niks van aan. Met onze klas organiseerden we vaak feestjes en kampeertrips. Dan sliepen we met z’n allen in zo’n grote legertent. Op één van die trips zijn er op een nacht een hoop jongens rond onze tent komen staan om me te bedreigen: ‘Waar zit die homo hier? We timmeren hem in mekaar!’ Alle jongens van mijn klas zijn toen als een schild om me heen komen staan: ‘Wij zullen je wel beschermen.’ Toen begreep ik: ‘Oké, ze doen er soms lacherig over, maar ze aanvaarden me wel zoals ik ben.’ Ik voelde me veilig in mijn kleine wereld.»

HUMO ‘SYTYCD’ heeft die wereld nu wel opengegooid. Voel je je ook veilig in die grote danswereld? Hiphoppers heten weleens homofoob te zijn.

Dieter «Nog nooit problemen mee gehad. Ik ervaar de meeste dansers net als heel erg open. Dansers, ook hiphoppers, zijn vooral op zoek naar vrijheid: ze lopen weg van vaste structuren en stramienen. Dan is het niet meer dan normaal dat ze een ander die vrijheid ook gunnen.»

Malik «Dat hiphoppers homofoob zijn, is een cliché. Net zoals: ‘Hiphoppers vinden ballet iets voor pussies.’ Zo ken ik niemand.»

Dieter «Ik heb al jong geleerd om dat soort negatieve energie te negeren. Ik hoor de beledigingen niet eens – wat dat betreft heb ik een olifantenvel. Ik begreep ook al snel dat jongeren niet zozeer met mij lachten, maar met iets wat ze niet konden plaatsen. Ze lachen met homoseksualiteit, omdat ze het niet kennen.»

Malik «Als zwarte heb ik ook altijd moeten opboksen tegen vooroordelen, maar ik heb mijn tegenslagen nooit graag aan racisme geweten. Vroeger durfde ik weleens te zeggen: ‘Jij, racist!’ Maar wat heb je daaraan?»

Jorge «Ik ken dat. Ik zou me er niet goed bij voelen mochten ze me achteraf kunnen zeggen: ‘You played the racist card.’»

HUMO Maar jullie zouden wel persoonlijke verhalen kunnen posten onder de hashtag #DailyRacism?

Malik «Ik heb veel gevallen van racisme meegemaakt als tiener, maar ik heb dat allemaal losgelaten. Ik ben er klaar mee.»

Jorge «Ik heb nooit veel last gehad van expliciet racisme; het is eerder een onderhuids gevoel van niet geaccepteerd worden. Laatst was er in Nederland een documentaire over die hele discussie rond Zwarte Piet. Ze hadden het over een ‘wit privilege’. Daar heb ik wel ervaring mee. Bij mij heeft het natuurlijk met veel meer te maken dan alleen maar mijn huidskleur. Ik val ook op mannen én ik zie er excentriek uit. In Amsterdam vergeet ik dat, maar zodra ik buiten de stad ben, herinneren de vreemde blikken me eraan dat het niet overal Utopia is.»

Malik «Mij lijkt het ook makkelijker om een kleurtje te hebben dan om homo te zijn. Waar ik soms met verbale agressie te maken kreeg, durft het geweld tegen homo’s makkelijker te escaleren tot fysiek geweld.»

Dieter «Ik heb er geen ervaring mee. Natuurlijk ken ik de berichten uit het nieuws, maar ik probeer vooral niet paranoïde te worden. Ik denk altijd: ‘Drie gevallen van homofoob geweld zijn er drie te veel, maar het zijn er ook máár drie.’ Al die andere keren loopt het wél goed.

»Trouwens, ik stel me de vraag of je met die #DailyRacism-hashtag niet nog méér haat uitlokt: om al dat hatelijke racisme aan te klagen stuur je hatelijke verhalen de wereld in. Haat met haat bestrijden? Ik weet het toch niet, hoor.»

Malik «Mooi gezegd. Haat lost niks op. Doe mij dan maar dans.»

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234