De memoires van een IRA-bommenlegger

Op 12 oktober 1984 werd in Brighton een aanslag gepleegd op de gisteren overleden Margaret Tatcher en haar toenmalige kabinet. Humo sprak in 2005 exclusief met Pat Magee, de man die in één klap de Iron Lady en haar ministers met een bom naar het hiernamaals wilde verwijzen.

(Verschenen in Humo 3405/49 op 06-12-2005)

'Ik heb nooit spijt gehad. Geen seconde'

Naam: Pat Magee

Leeftijd: 54

Geboorteplaats: Belfast

Beroepen: kelner, lasser, monteur, asfaltlegger, IRA-bommenexpert

Bekendste bomaanslag: Grand Hotel, Brighton, 12 oktober 1984. Doel was premier Margaret Thacther en haar Tory-kabinet uit de weg te ruimen - vandaar ook Magees bijnaam, 'The Brighton Bomber'. Bij de aanslag vielen vijf doden en 34 gewonden, maar Thatcher bleef ongedeerd.

Totaal verblijf in de cel: zeventien jaar




Op 28 Juli 2005 nam de IRA de historische beslissing om de gewapende strijd definitief te beëindigen; eind september werd meegedeeld dat 'het volledige wapenarsenaal was vernietigd'. Daarmee kwam een einde aan één van de langst durende en meest gewelddadige conflicten in West-Europa.

Binnen dat ontwapeningen- en vredesproces zette Magee een uitzonderlijke stap: enkele jaren geleden ontmoette hij de dochter van één van zijn Brighton-slachtoffers. Het verhaal van Pat Magee begint een halve eeuw geleden.

Pat Magee «Mijn vader kon in Belfast geen werk krijgen, zoals zoveel andere vaders uit katholieke wijken. Hij vond een job in Engeland, in Norwich. Toen hij daar een paar jaar was, liet hij moeder en de drie kinderen overkomen, ik was vier jaar toen. Ik heb me nooit thuis gevoeld in Engeland. Ik dacht dat we daar maar tijdelijk waren, dat vader na een paar weken zou zeggen: kom, we gaan terug. Ik had ook heel warme herinneringen aan ons oude huis in The Markets, zo'n buurtwaar iedereen over de vloer kwam.

»In mijn verbeelding was het in Belfast altijd warm en gezellig, en in Engeland alleen maar grijs, kil en neerslachtig. Mijn ouders kenden ook niemand in Norwich, we leidden daar het leven van een geïsoleerd migrantengezin. We werden beschouwd als Paddies: domme boeren, achterlijke leren. En mijn moeder vond dat vreselijk. Ik weet nog dat ze ons op het hart drukte 'goed' Engels te leren en haar in het bijzijn van andere kinderen nooit aan te spreken met 'mummy' maar altijd met het Engelse 'mum'. Ik sprak op de duur ook met een Engels accent, maar ik ben dat snel weer kwijtgeraakt toen ik in 1971 terugkeerde naar Belfast.»

HUMO De protestbeweging met de Civil Rights Marches en Bernadette Devlin was toen al een tijdje actief en ook het Britse leger was al vijftien maanden in het gebied, als buffer tussen de nationalistische, katholieke wijken en de loyalistische, protestantse wijken.

Pat Magee «Ik ben teruggekeerd daags nadat de eerste Britse soldaat was doodgeschoten. De regering in Londen had openlijk de kant van de loyalisten gekozen, en het Britse leger was de vijand geworden. Dat was op straat duidelijk te zien: het leger voerde brutale huiszoekingen uit, maar alleen in de nationalistische wijken, en het richtte uitkijkposten en kazernes op, ook alleen in onze wijken.»

HUMO Ben je snel toegetreden tot de IRA?

Pat Magee «Helemaal niet. Ik zag veel gasten van mijn leeftijd lid worden van The Boys, maar ik was niet zo impulsief. Het had ook te maken met mijn tijd in Engeland: ze kenden mij en mijn familie wel, ze wisten dat we oké waren, maar toch was ik een vreemde eend, omdat ik vijftien jaar uit Belfast was weggeweest. Ik voelde me ook niet echt aangetrokken tot de Provies (Provisional IRA, de volledige naam van wat wij kennen als de IRA, red.): Ik was zo'n linkse langharige pacifist die een hekel had aan al die Iers-groene nationalisten waarmee de IRA toen bevolkt leek.

»Maar mijn houding is snel omgeslagen toen ik op mijn eentje in Unity Flats ging wonen, een republikeins wijkje van amper driehonderd huizen aan de voet van de beruchte Shankill Road (een hevig loyalistische buurt, red.). Daar hadden de mensen echt te lijden onder het geweld van de loyalisten en het Britse leger. Ik zag huizen in de fik gaan, auto's in de fik gaan, en ook mijn eerste dode heb ik daar gezien, een jongen van zestien. Hij lag op een betonpaadje in een voortuin, in een dikke pap van geronnen bloed, de dikste laag bloed die ik ook gezien heb. Op dat moment heb ik begrepen dat gewapende zelfverdediging een noodzaak was. En zo ben ik toegetreden.»

HUMO Herinner je je de eerste keer dat je aan een operatie meedeed?

Pat Magee «Nee. Maar ik zie mezelf nog wel met twee anderen achter de gordijntjes van een slaapkamer zitten, alledrie met een geweer tussen de knieën. Zo zaten we elke nacht op wacht om de wijk te verdedigen tegen loyalistische bendes. Later verschoof dat op wacht staan naar op de loer liggen, in de hoop dat er een Britse patrouille door de straat zou komen en dat we het vuur konden openen.

»Vaak was ik met mijn negentien jaar de senior, en waren de twee andere sluipschutters maar vijftien of zestien jaar. Real crazy. Maar zo waren de tijden: je had gastjes van vijf jaar die stonden te popelen om vijftien te worden, zodat ze een geweer konden dragen. Niemand van ons had ervaring met schieten, we kregen een beetje les over hoe we dat wapen uit elkaar moesten halen en het schieten zelf leerden we al doende.

»Zelfs lid worden van de IRA had niet officieels. Ik was al drie maanden bezig toen een senior een vergadering in een safe house (een onderduikadres, ook wel een huis waar wapens worden bewaard of operaties worden beraamd, red.) binnenkwam. Eén voor één moesten we dan de eed nazeggen, en ik weet nog dat niks van de tekst tot mij doordrong omdat iedereen voortdurend door het raam zat te kijken of er geen pantserwagens kwamen aanrijden. Tot zover mijn plechtige intrede in de IRA (lacht)

Humo sprak met Pat Magee, de 'Brighton Bomber': 'Voortvluchtig'

Pat Magee «Ik was geen action man, niet de gast die altijd en overal als eerste klaarstond, 'let me do it'. Ik was meer de nieuwsgierige observator die op de eerste rij wou staan. Zo stond ik ook bekend in de wijk: meer als passieve toeschouwer dan als activist. Andere gasten mochten direct mee doen met de operaties van het Third Battalion in Belfast, maar ik kreeg een wachttijd van zes maanden. Ze vertrouwden mijn afwachtende houding niet, en ze vreesden dat ik door mijn 'Engelse periode' een zwakke schakel kon zijn.»

HUMO Moest je verplichte lectuur doornemen? Handboeken over wapens, boeken over de Ierse geschiedenis?

Pat Magee «Niets daarvan. Er was geen training, geen voorbereiding, het was één en al improvisatie. De ene Volunteer verstopte geweren en de andere bracht ze naar de plek waas ze nodig waren. Dan gebeurde het weleens dat de gast met de wapens niet opdaagde en dat de rest met lege handen in een hinderlaag lag. Operaties liepen ook spaak door dat er constant mensen werden opgepakt en in de bak gedraaid.

»Zeker onder het Internment (de periode 1972-1975; red.): als ze je toen te pakken kregen werd je zonder vorm van proces in de cel gestopt. Ze hoefden je niet eensop heterdaad te betrappen: je werd van de straat of uit een café geplukt en je kon een paar jaar gaan zitten. Ik ben pas opgepakt toen het Internment al twee jaar bezig was. Dt-at het zo lang geduurd had, kwam omdat ik me fel gedeisd hield, very much low profile. Ik wilde niet die 'gast-uit-Engeland' zijn die bij z'n eerste raid werd opgepakt. Dat zou een smet geweest op mijn familie geweest zijn.»

HUMO Ten tijde van Bloody Sunday, 30.1.72, toen het leger tien ongewapende betogers doodschoot, was je nog niet bij de IRA. Was je erbij, op die burgerrechtenbetoging in Derry?

Pat Magee «Nee. Maar in de Felon's Club heb ik 's avonds bussen met betogers zien terugkomen, ik heb uit de eerste hand de verhalen gehoord over hoe die Britse paratroopers waren beginnen schieten, and boy, die avond hing er pure, tastbare haat in de lucht. Iedereen wilde wraak nemen. Ik heb een man gezien die voor een rij soldaten met matrakken en schilden zijn hemd had uitgetrokken en in bloot bovenlijf zijn vuisten had gebald, zo van: kom op, fight like a man, ik kan jullie wel aan. Dat was blind, oncontroleerbaar.»

HUMO En jijzelf?

Pat Magee «Ik heb vooral haat gevoeld toen ik voor het eerst in de gevangenis zat, van 1973 tot 1975. Je haat heeft geen uitweg meer, omdat de vijand onbereikbaar is geworden, en dan ga je zitten broeden op die haat. Een rare ervaring, je zit daar samen met echte kameraden, echte vrienden, en dag in dag uit maak je plannen over hoe je die Britse soldaten zult raken als je eenmaal weer buiten bent. Andere gedachten had je haast niet in The Kesh (de Long Kesh-gevangenis nabij Belfast stond bekend als 'the high school of the armed struggle'.

»Gevangenen gaven er voordrachten over de Ierse politieke geschiedenis en 'lezingen' over automatische wapens, bazooka's, boobytraps en autobommen, red.). Zo ben ik uit The Kesh gekomen: als een Volunteer die militair en politiek heel scherp stond.»

HUMO Zei de pat Magee die op zijn vijftiende nog 'pacifist was. Heb je ooit aan die geweldloze jeugd teruggedacht terwijl je on active service was?

Pat Magee «Als je midden in een oorlog zit, heb je geen tijd om te mijmeren of achterover te leunen. Je bent voor honderd procent gefocust op het volgende uur, de volgende dag. Ik zie mezelf wel terug in 1973, ik was 22 en ik was zes weken onafgebroken voortvluchtig. En dan bedoel ik niet ondergedoken of zo, nee, elke dag konden The Brits me vinden, elke dag moest ik ijlings uit ramen of over daken kruipen om niet gearresteerd te worden. En toch konden we tussen de bedrijven door nog hinderlagen leggen en bommen klaarmaken.

»De steun in de nationalistische wijken van Belfast was massaal. Geen voor- of achterdeur was op slot, als een vis in het water bewogen wij ons in al die smalle straatjes en steegjes. Overal vond je wel een ladder of een touw, zodat je over het muurtje van de ene tuin in de andere kon vluchten. Als ik er nu aan terugdenk, lijkt het een heel straffe actiefilm, bijna te straf om echt mee te maken.»

Pat Magee: 'Marx en Dylan'

HUMO Jullie zagen jezelf ook niet als terroristen of paramilitairen maar als soldaten, opvolgers in rechte lijn van de legale Irisch Republican Army die al in 1920 voor een verenigd Ierland vocht.

Pat Magee «More than that! We saw ourselves as being part of a revolution, en wij waren de soldaten van die revolutie. En dat klinkt als links-romantisch idealisme, maar zo dachten er veel! Wat begon als verdediging van je wijk groeide uit tot een strijd tussen een volksleger en een establishment. En wij wilden dat Britse gezag omverwerpen en een socialistisch Ierland op poten zetten.

»Maar wij waren geen revolutionairen die mijlen voorop liepen, wij waren geen voorhoede, geen elite; wij waren één met de werkende bevolking. Anders hadden we nooit dertig jaar kunnen volhouden. Voor een leger van een paar honderd mannen en vrouwen heb je duizenden sympathisanten nodig: mensen die je te eten geven, die je te slapen willen leggen en die je wapens willen verstoppen. Zonder logistieke steun ben je niets. Je mag dat ook echt niet onderschatten, want al die mensen hebben door hun hulp jarenlange gevangenisstraffen geriskeerd.»

HUMO Hield je al 'revolutionair ook van revolutionaire auteurs?

Pat Magee «Oh, al heel jong! Toen ik dertien was, las ik Marx en Engels! Zij kenden de armoede en de opstanden van het Ierse volk; de dochter van Marx voerde campagne voor de Ierse politieke gevangenen in die tijd. Niet dat ik zo'n boekenwurm was, oh no, I was a kid of the sixties, ik hield van The Beatles en The Stones, en in '67 heb ik Jimi Hendrix nog zien optreden. Maar van die jaren is er maar één die me nu nog altijd diep kan raken, en dat is Bob Dylan. Heb je onlangs die documentaire gezien ('No Direction Home', red.), dat was toch fantastisch! Ik heb Dylan zien optreden op het Isle Of Wight-festival, in '69, dat was legendarisch. Vooral omdat het zo miserabel was (lacht)

HUMO Hoe liep je rond op Wight? Als een hippie?

Pat Magee «Ik zag eruit als een hippie met mijn lange haar en mijn lange jas, ja, maar daaronder droeg ik legerbottines zoals de skinheads er later zouden dragen. Ik ben nooit echt goed geweest ik dress codes (grijnst). ook muzikaal ben ik een man van uitersten, ik hou van rock maar ook van opera. Ik heb een geweldige collectie: Verdi, Puccini, Donizetti, Wagner…»


Zelden thuis

HUMO Toen je in 1975 uit de gevangenis kwam, ben je opnieuw met aanslagen begonnen en moest je ook op de vlucht.

Pat Magee «Ja, als je eenmaal verdacht bent, kan je onmogelijk naar je flat terug, omdat die dag en nacht in het oog wordt gehouden. Weken en maanden ben je on the run, slaap je iedere nacht in een ander huis. Soms in een bed, soms gewoon op de sofa bij de televisie.»

HUMO Dus elke avond schoof je bij een ander gezin aan tafel als de vage 'uncle Pat'.

Pat Magee «Absolutely! En bij sommige gezinnen kwam ik vaker, en daar heb ik zelfs nog op de kleintjes gepast. Vader en moeder gingen uit en de IRA Volunteer was de babysit (lacht). En eerst heb je nog schuilplaatsen in Belfast zelf, maar als je daar 'verbrand' bent, zoek je het platteland op; dan slaap je in auto's, verlaten huizen en koeienschuren. En als je in Noor-Ierland gezocht wordt, duik je onder in de Ierse Republiek. Daar werd je aanvankelijk nog met rust gelaten.

»Ik heb in de vroege jaren zeventig zelfs nog een sociale woning gehad in de buurt van Dublin! Maar de Britten wisten dat de IRA de republiek als toevluchtsoord gebruikte en hebben de Ierse regering onder druk gezet , en zo is de Ierse politie ons ook achterna gaan zitten. Je werd dan gearresteerd en intussen haalden ze je verblijfplaats overhoop op zoek naar plannen voor aanslagen. Want zij wisten natuurlijk evengoed dat wij stand-by waren en gewoon op een bevel wachtten om in het Noorden in actie te treden.»

HUMO Hoeveel jaar ben je zo 'on the run' geweest?

Pat Magee «Twee jaar vòòr de Internment en dan nog eens acht jaar na Internment. Tien jaar dat je je nooit kan settelen, nooit echt tijd kan maken voor je gezin. Dat is een hard leven, dat kan ik je wel zeggen. Want er is niet alleen druk van leger en politie die je overal volgen, er is ook de druk van kameraden in de gevangenis! Zij rekenen erop dat jij de gewapende strijd voortzet. En zo zit je dus 'gevangen' in die eeuwige stress van ze-mogen-mij-absoluut-niet-pakken, absoluut niet arresteren.»

HUMO Men schat dat er over een periode van dertig jaar zo'n tienduizend actieve IRA-leden zijn geweest. Dat zijn dus tienduizend mensen die allemaal voor korte of langere tijd ondergedoken hebben gezeten.

Pat Magee «Ja, en het vreemde was dat je daarmee leerde leven. Vreemd hoor, want je kunt nergens zeggen: 'Hier ben ik thuis.' De enige plek waar ik me thuis voelde, dat waren mijn boeken: daarin kon ik even ontsnappen aan mijn opgejaagde bestaan. En ik heb passioneel gelezen in die jaren, honderden en honderden boeken, maar ik heb nooit een eigen boekenkast gehad. Het waren altijd andermans boeken, die ik las in andermans huis. En als ik dan toch zelf boeken kocht, dan moest ik ze in andermans huizen achterlaten.»

HUMO Betaalt de IRA zijn soldaten?

Pat Magee «We zijn Volunteers, maar we kregen een soort onkostenvergoeding. In die jaren was dat twintig pond per week voor een getrouwde man. En het eerste wat je met dat zakgeld deed, was de gast trakteren die je dat geld gegeven had!»

Pat Magee: 'Bommen van kunstmest'

HUMO In die 'vluchtjaren' tussen 1975 en 1985 ben je uitgegroeid tot één van dé bommenexperts van de IRA. Aan hoeveel aanslagen heb je deelgenomen?

Pat Magee «Dat kan ik hier niet zeggen.»

HUMO Kun je zeggen wat je zoal opgeblazen hebt?

Pat Magee «Ik wil alleen de feiten opnoemen waarvan ze mij beschuldigd hebben: één aanslag tegen een legerkazerne en verder een aantal aanslagen tegen regeringsgebouwen, kantoren, bedrijven en hotels.»

HUMO Hoe ben je een bommenexpert geworden?

Pat Magee «Omdat niemand anders kandidaat was. Echt, zo is het gelopen. De IRA maakte bekend dat er een 'plaats open was' op het engineering department, maar niemand bood zich aan, en toen heb ik mij maar gemeld.

»Niet dat ik een technische knobbel heb, maar ik kan een gedetailleerd plannetje tekenen van een plek waar iets moet gebeuren, en ik ben heel precies met chemische ingrediënten en mechanische onderdelen; ik werk heel methodisch en heel nauwgezet. Bij mij geen nonchalance, noch bij het vervoeren, noch bij het plaatsen van de bom.»

HUMO Heb je zelf nieuwe bommen of boobytraps ontwikkeld?

Pat Magee «Je hebt gasten die creatief zijn, die militaire vakbladen uitpluizen om te zien hoe de Vietcong zijn boobytraps assembleerde en op basis daarvan nieuwe 'Bomtypes' bedenken, op maat van de IRA en zijn manier van werken (dat ging van bommen die onder koffiekoppen of onder auto's kleefden tot explosieven die met miniparachutes door de lucht zweefden, red;)

»Maar ik was niet zo'n master-designer. Ik was meer operational, ik zat meer te denken over doelwitten, hoe je er binnenraakt, waar je bom verstopt, hoe je weer wegkomt. Dat soort uitdagen, dat hield mij bezig.»

HUMO Waar werden die bommen gemaakt?

Pat Magee «Gewoon bij iemand thuis, in de slaapkamer, de keuken of de garage. dat waren bommen van 100 tot 500 kilo, meestal op basis van kunstmest en diesel, kunstmest en poedersuiker of andere combinaties. Die kunstmestbomen zijn tot op het einde gebruikt. Ze werden bewaard in geheime opslagplaatsen, ready for distribution. (Die opslagplaatsen lagen doorgaans in de Ierse republiek. Daar bevonden zich ook de 'oefenschietterreinen' van de IRA, ondergronds betonnen bunkers die compleet 'soundproof' waren, red.)

»In het begin waren onze ontstekingsmechanismen nog heel primitief: er bestonden geen gsm's om van een afstand een elektronische ontsteking te activeren, en dus gebruikten we gewone wekkers: als de wijzer een halfuur rond was gegaan, maakte hij contact met een stroomdraad en ontplofte de boel.

»Daar werd aanvankelijk nonchalant mee omgesprongen, die dingen zaten soms los in een reiszak, er zat geen veiligheidsrelais op de stroomkring en zo zijn er heel wat bommen vroegtijdig afgegaan: onderweg in de auto, of in een winkelstraat in plaats van bij het politiebureau.

»Bommen leggen werd op de duur zo'n hachelijk karwei dat niemand het nog wilde doen, en zo is die 'vacante betrekking' ontstaan, en zo ben ik erin gerold. Een normaal mens begint er niet aan, but I knew I could do it. Ik blijf altijd koelbloedig, ik heb op de beslissende momenten geen last van koud zweet of trillende handen. Ik heb nooit faalangst gehad.»


Hou je kop!

HUMO Ben je dan nooit bang geweest tijdens al die bomaanslagen die je pleegde?

Pat Magee «Niet echt. Bij grotere aanslagen werd ik ook altijd gedekt door een team van vier anderen, en van hen wist ik dat ze geen enkel risico namen: als er maar een minieme kans was dat het zou misgaan, bliezen ze het plan gewoon af. Je wilde niet op heterdaad betrapt worden, want je wist dat het Britse leger en de Noord-Ierse politie altijd op zoek waren naar de quartermasters, die de wapens en de munitie verbergen en de engineering officers, die de aanslagen beramen. Dat zijn spilfiguren: als je die kan uitschakelen, leg je voor langere tijd een groot aantal operaties lam.»

HUMO Hoe weet je nu of een bom 'op maat' is? Ze kan te zwaar zijn en ook burgerhuizen in de omtrek raken, of ze kan te licht zijn en het doelwit amper beschadigen.

Pat Magee «Dat leer je al doende. En soms was er iemand die de explosie van een afstand gadesloeg. Ging de blast links of naar rechts, horizontaal of verticaal, wat was de grootte van de schade… Dat werd dan allemaal nagegaan, als een soort quality check control (Magee wil niets zeggen over de lage kostprijs van de bommen in verhouding tot de massale schade die ze veroorzaakten.

»In april '93 ontplofte er een bom in de City, het financiële hart van Londen. Er waren vernielingen tot een kilometer in de omtrek en de totale schade bedroeg meer dan 50 miljard frank. De bom zelf had het equivalent van één ton kunstmest en een omgebouwde tweedehands vrachtwegen gekost, red.)»

HUMO Je bent zeker twintig-dertig keer opgepakt. Je bent onder andere vastgehouden in detentiecentra als Castlereagh, dat bekendstond om zijn folterharde verhoortechnieken.

Pat Magee «In Casterlereagh konden ze je tot een week vasthouden zonder aanklacht. Aanvankelijk pakte de politie hopen verdachten op, gewoon om operaties te verijdelen of te laten mislukken. Die week in de cel gebruikten ze je dan om je tot bekentenissen te dwingen. Stampen in de maag, slagen in het gezocht, revolver tegen de slapen, alles heb ik daar meegemaakt.»

HUMO Naar verluidt krijg je bij de IRA een training om weerstand te bieden aan dat soort verhoortechnieken.

Pat Magee «Dat is een fabeltje! Zo'n training zou er moeten zijn, maar ze was er niet. De enige instructie die ik ooit gekregen heb was; 'Hou je kop dicht.' Dat is natuurlijk lastig als ze je slaan en mishandelen, maar je moet jezelf dan mentaal afsluiten van wat er met je gebeurt. Ik negeerde het dat ze 's nachts op mijn celdeur stonden te bonken en het licht aan en uit deden, ik negeerde de angst van 'straks komen ze mij weer halen!', ik negeerde de man die mij sloeg en uitschold, ik negeerde de pijn, ik dacht alleen: nu hebben ze mij in hun macht, maar langer dan zeven dagen mogen ze mij niet vasthouden. En als je die zevende dag behaalde, dan had je gewonnen, want dan mocht je een advocaat bellen en die haalde je d'r wel uit.»

Pat Magee: 'De burn-out'

HUMO In 1981 brak er een hongerstaking uit van de republikeinse gedetineerden die het statuut van politieke gevangenen wilde afdwingen. Ze duurde zeven maanden en kostte het leven aan Bobby Sands en negen anderen. Heb jij die dramatische periode van nabij meegemaakt?

Pat Magee «ik werkte toen in Dublin op de lay-out van AN Photoblacht/Republican News (weekblad annex spreekbuis van Sinn Fein en IRA, red.). Wij waren dag en nacht in de weer met het drukken van posters en flyers voor heel Ierland, en als er weer een hongerstaker gestorven was, waren wij meestal de eersten die het wisten.

»Op de lay-out heb ik nog de zwarte rouwbanden aangebracht rond al die jonge lachende gezichten, an awful time! Ook voor mij persoonlijk was het een nare tijd. Een halfjaar tevoren had ik beslist om er enkele jaren mee te kappen. Zo'n oorlog waarin je constant alert moet zijn, waar je kameraden gewond of gedood worden, waar je voortdurend op de vlucht moet en ampel je vrouw en kind ziet, dat is zwaar, dat is uitputtend.

»I needed a break. Ik had genoeg van die slijtageslag, ik leed aan metaalmoeheid - ik had een burn-out. Negenentwintig jaar was ik en al wat ik bezat was: geen werk, een huurflatje van niks en een huwelijk dat op springen stond.»

HUMO had je spijt?

Pat Magee «Oh nee. Laat daar geen twijfel over bestaan: ik heb nooit spijt gehad over mijn verleden? Geen seconde. Terwijl ik toch zag hoe mijn vrouw en mijn kind eronder leden dat ik nooit gerust was en nooit wist hoe lang ik thuis kon zijn. Eind 1980 wilde ik maar één ding: met mijn gezin in een ander land gaan wonen en daar een simpele job uitoefenen. Het was echt: nu doe ik niets meer, nu wil ik mij alleen nog settelen en verder niks!»

HUMO Kon dat bij de IRA, zo'n time-out nemen?

Pat Magee «Natuurlijk! No problem!»

HUMO Beschouwden ze je dan niet als een softie?

Pat Magee «Maybe I was a softie! In elk geval, als je d'r uit wil, dan mag je eruit. Je bent een gevaar voor je kameraden als je er niet meer met je hoofd bij bent. Ik wilde naar Nederland. Ik had gehoord dat het een liberaal land was, nogal tolerant tegenover de IRA en dat ze niet zomaar iemand zouden uitwijzen als de Britten erom vroegen.

»Oké, Nederland dus. Ik vond er al vlug een job - eerst als metselaar en dan als bankwerker. En net toen we gingen verhuizen naar een ruimere flat, werd ik opgepakt en in Maastricht in de gevangenis gegooid: Engeland had om mijn uitwijzing gevraagd (op verdenking van het beramen van een bommencampagne in Engeland, red.).

»Ik heb die zaak gewonnen, ik moest niet terug, maar ik kon ook niet in Nederland blijven nu ik vier maanden bajesklant was geweest, en dan ben ik maar in de Ierse republiek gaan wonen. Waar ik natuurlijk weer onder de neus van de Ierse politie zat, en dus opnieuw constant op mijn hoede moest zijn. En daar ik ook mijn huwelijk op stukgelopen.»


Collateral damage

HUMO Heb je nooit willen afhaken omdat de oorlog te lang duurde en je d'r geen einde aan zag?

Pat Magee «Ik heb willen afhaken omdat ik op was, niet omdat de toestand uitzichtloos werd. Integendeel: ik zag ons nooit verslagen worden, ik ging er zelfs van uit dat de IRA de slijtageslag zou winnen. Trouwens, als je begint te denken dat je de oorlog aan het verliezen bent, then get out! Dat kan je moreel toch niet rechtvaardigen, dat je mensen van het leven berooft en dat je intussen denkt: het haalt toch niks uit, we verliezen toch!»

HUMO In het conflict in Noord-Ierland zijn er meer dan 30.000 gewonden en 3.700 doden gevallen (van wie 1.700 toegeschreven aan de IRA, red.). 3.700 lijkt weinig, maar in verhouding tot de geringe bevolking van Noord-Ierland is het evenveel als 150.000 doden in Groot-Brittanië. Is al dat bloedvergieten je nooit te veel geworden?

Pat Magee «Als je over bloedvergieten spreekt, dan moet je ook over de Britse soldaten spreken. Die hebben ook bloed aan hun handen. Had ik dan lijdzaam moeten toezien?»

HUMO Maar heb je nooit twijfel of wroeging gehad over wat je deed?

Pat Magee «Morele twijfel, bedoel je? Geen enkele.»

HUMO Ook niet als een bom 'per ongeluk' burgerslachtoffers maakte?

Pat Magee «De enige twijfel die ik daaraan overhield was dat zoiets zich niet meer mocht herhalen: burgerslachtoffers zijn namelijk slecht voor de goede zaak - zeker als het in Engeland gebeurt, dan weegt dat honderd keer zo zwaar. Maar je kan er niet omheen: elke keer als je een bom legt, weet je dat er een kans bestaat dat burgers het leven zullen laten.

»Dat gebeurt. En het gebeurt omdat het oorlog is: dan vallen er altijd soldaten- én burgerslachtoffers. Maar nooit heb ik bij de IRA het cynisme ondervonden dat je bij de Britten en de Amerikanen ziet in hun opeenvolgende Golfoorlogen. Die spreken niet meer over burgerslachtoffers, die noemen dat koudweg collateraal damage.»

HUMO Kan je een bevel weigeren in de IRA? Stel, een IRA-cel vat het plan op om een winkelcentrum op te blazen en krijgt een 'go' van van hogerhand. Kun jij dan zeggen: ik maak die bom niet, want de kans op burgerslachtoffers is te groot?

Pat Magee «Eerst en vooral: wij waren geen marionetten die naar de pijpen van een paar warlords dansten. Vergeet dat cliché uit de trash novels. Binnen een organisatie als de IRA wordt er voldoende gediscussieerd en nagedacht. Maar als er op een zeker hiërarchisch niveau een consensus over een aanslag is bereikt, wordt het moeilijk om een bevel te weigeren.

»En doe je het toch, dan zal je bij volgende operaties niet langer gevraagd worden. Maar nog eens, bekijk de IRA niet als een klassiek leger met een hoger kader en wat schietend en bommenleggend voetvolk. De meeste gasten met wie je in zo'n cel samenwerkt zijn je kameraden, soms zelfs je beste vrienden.»


Grand hotel, Kamer 629

Als ik Magee vraag hoe de IRA hem is komen vinden om het Tory-kabinet in Brighton op te blazen, dan zegt hij dat hij 'geen details wil prijsgeven over de operatie of de voorbereiding ervan'. Uit krantenverslagen uit die tijd en stukken die nadien zijn verschenen is de modus operandi nochtans te reconstrueren.

Op 16 september 1984 meldde Magee zich onder de valse naam Roy Walsh aan de balie van het Grand Hotel. Met zijn driedelig pak en zijn Engels accent (bewaard uit zijn jeugd in Norwich) was hij een doodgewone zakenman die voor drie dagen een kamer met halfpension boekte in een business hotel.

De bagage die hij meenam naar kamer 629 was iets minder zakelijk: ze bevatte 50 kilo gelignite. De bom werd bevestigd achter een wand van de badkamer, verpakt in een laag cellofaan om de veiligheidsdiensten te misleiden: die zouden met hun sniffer dogs zeker alle kamers doorzoeken voor de partijconferentie begon.

De timer werd zo ingesteld dat de bom exact 24 dagen, zes uur en 36 minuten later zou ontploffen. Het zou dan midden in de nacht zijn, de Troy MP's zouden slapen en er zou nauwelijks of geen personeel aanwezig zijn. Nadat de bom geplaatst was, verliet Magee het hotel; hij betaalde zijn verblijf cash, om geen sporen na te laten.

Toen de bom op 12 oktober om 2.54u 's nachts ontplofte, stortte een deel van de gevel van het Grand Hotel in en daverde een grote schoorsteen negen etages naar beneden. Thatcher bevond zich op enkele meters van het 'pad' van de explosie, maar had geen schrammetje. Er vielen vijf doden, onder wie één parlementslid, en 34 gewonden.

Negen maanden later werd Magee aangehouden in een appartement 'waar zich soortgelijke timers als in Brighton bevonden'. Hij was verraden door een afdruk van zijn handpalm op een registratieformulier van het Grand Hotel. Dat was ook het enige bewijsmateriaal tijdens zijn proces. Volgens Magee zelf was het een vervalsing.


Aftellen

Pat Magee «Het is al meer dan honderd jaar een strategie van de Ierse nationalisten om de oorlog naar Engeland te brengen als de Britse regering doof blijft voor de Ierse verzuchtingen. Af en toe moet je het in hun gezicht gooien, af en toe moet je ze met de neus op de voorpagina drukken. Want een aanslag in Belfast of een dode soldaat in de provincie, dat haalt alleen nog de kleine kolommen van de Britse kranten.»

HUMO Het was de allereerste keer dat een Britse premier en diens kabinet zo frontaal werden aangevallen. Dat gewicht van zo'n aanval op het hart van het Britse establishment, dat moet toch op je gewogen hebben?

Pat Magee «Natuurlijk! Dat is een geweldig grote verantwoordelijkheid die op je schouders komt te liggen. Je weet heel goed: dit mag niet mislukken.»

HUMO Heb je getwijfeld om het te doen?

Pat Magee «Nee. Ik had ook niet het minste gewetensbezwaar bij het doelwit.»

HUMO Hoe heb je de dagen en uren voor de aanslag doorgebracht?

Pat Magee «Ik was in Cork, in het zuiden van Ierland. De nacht dat de bom moest afgaan zat ik met een paar andere mensen naar tv te kijken. Alleen: we zaten daar zo afgelegen dat dat ding maar één zender kon ontvangen. En om twaalf uur stopte de programmatie en konden we enkel nog een lokale radio ontvangen.»

HUMO Jij wist tot op de minuut wanneer de bom zou afgaan.

Pat Magee «Ja. Om 2.54 uur. Maar noch om vier uur, noch om vijf uur gaf die radio een kik. Telkens werd het journaal van middernacht herhaald.»

HUMO heb je eraan getwijfeld of de bom wel zou afgaan?

Pat Magee «Dat was mijn grootste zorg, ja. Die vierentwintig dagen van 19 september tot 12 oktober, heeft dat constant door mijn kop gespeeld: als dat ding maar afgaat, als dat ding maar werkt!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234