null Beeld

De mijlpalen van Hugo Claus

Een jaar geleden, op 19 maart 2008, overleed in het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis Hugo Claus. Hij had om euthanasie gevraagd. In dit interview uit 1999 - naar aanleiding van zijn 70ste verjaardag - overloopt de schrijver de zeven mijlpalen in zijn werk.

(Humo 3057, 6 april 1999)

Gisteren (5 april) werd Hugo Claus zeventig. Op de vlucht voor opdringerig feestgedruis deed hij dat in het buitenland, heel gepast in het ondergangszwangere Venetië. Maar vóór hij bezweek voor de lokroep van de gondels, liet Claus heel uitzonderlijk zijn gedachten uitgaan naar wat was. Binnen handbereik ligt - net van de drukker - 'Wreed geluk' (De Bezige Bij), zijn nieuwe dichtbundel, de eerste na de verzamelbundel 'Gedichten 1958-1993'.

'Wreed geluk' had net zo goed 'Gedichten 1994-1998' kunnen heten: de lijvige bundel heeft de lay-out van zijn grote broer en bundelt Claus' poëtische productie sinds 'De Sporen'. In doorgaans heldere gedichten ('Ik die het bestaande / bevend zit te kopiëren') bezweert de dichter, soms wanhopig, het verval ('En al begint van louter spreken / je feestmuts zwaar te wegen / en begint de levenslijn in je handpalm / te verzweren / toch, niettegenstaande, desalniettemin / de bloei vereren'), bezingt hij, soms knarsetandend, de niet aflatende fascinatie voor de geliefde ('Zij blijft de welriekende dreef / in jouw verwoeste gewesten'), en blikt hij, soms droefgeestig, terug: 'De schors bewaart het hart / dat ik ooit in de stam heb gekerfd. / De kerf blijft, al heb ik nog zo zwart / mijn leven vol fabels geverfd.'

Samen met de katten koesteren we ons in het lentezonnetje en slaan ook aan het terugblikken, aan de hand van zeven van mijn favoriete mijlpalen uit Claus' productie - jammer voor 'Tand om tand', 'Heer Everzwijn', 'De zwaardvis', 'De geruchten', 'De sonnetten', 'Alibi' en 'Beelden' dat het er niet dubbel zoveel konden zijn. Maar om te beginnen wil ik weten of Claus blij is dat de manuscripten van Willem Elsschot uiteindelijk niet geveild zullen worden.

HUGO CLAUS: Gelukkig heeft die petitie iets uitgehaald. Ik begrijp niet hoe men het kan flikken dat iemand zijn manuscripten geveild worden als er een papiertje bestaat met de mededeling dat die iemand absoluut niet wil dat zijn manuscripten na zijn dood te gelde worden gemaakt. Ik geloof nog in het woord.

HUMO: Heeft u ook zo'n papiertje?

CLAUS: Van mij mag iedereen alles te gelde maken. Dat doet men trouwens nu al aan de lopende band. Men steelt ook veel van me. Onlangs was ik toevallig in galerie Ronny Van de Velde, waar ik zes of zeven gestolen werken van mijn hand zag staan. Soms heb ik het gevoel dat ik gewoon de voordeur moet openzetten en roepen: 'Kom binnen en neem het allemaal maar mee, dan ben ik ervan af.' Ook mijn manuscripten worden voortdurend gestolen. Als weer eens in de krant staat hoeveel manuscripten van Louis Paul Boon op een veiling opgebracht hebben, vrees ik dat zelfs de meest aimabele dienstmeid op slechte gedachten zal komen. Enfin, de titel van mijn volgende boek wordt 'De bestolen man'.

undefined

'Kleine reeks' (1947)

CLAUS: Zoals ik ook in 'Het verdriet van België' geschreven heb, kwam ik tijdens de oorlog in aanraking met entartete Literatur. Alles wat experimenteel was, vond ik toen geweldig, ik heb de Duitse lettristische dichters met rode oortjes gelezen. Maar toen de oorlog voorbij was, heb ik in een soort symbolisch adieu de experimentele literatuur verdrongen. Ik denk dat de aftocht van de Duitsers daar veel mee te maken had. Als klein jongetje was ik Duitsgezind, maar naarmate duidelijker werd dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen werd ik steeds meer afvallig. Kennelijk schrapte ik in '45 alles wat met de oorlog te maken had uit mijn geheugen, ook de kennismaking met het experiment.

Ik heb me dan op een bloemlezing van of all people André Demedts gestort. Daar stonden natuurlijk allemaal regelmatige verzen in, alle woorden keurig op een rijtje. Hoe dan ook, toen ik zelf aan het schrijven ging, was die impuls van tijdens de oorlog helemaal verdwenen en nam ik dichters uit de bloemlezing van Demedts als model. Maar toen mijn vader mijn boekje gedrukt had en ik het voor het eerst in handen hield, dacht ik al na drie minuten: 'Het is totaal fout.'

HUMO: In uw eerste verzamelbundel, 'Gedichten (1948-1963)', nam u drie gedichten uit 'Kleine reeks' op, in het verzameld werk 'Gedichten 1948-1993' veertien. Bleken het toch betere gedichten dan gedacht?

CLAUS: In dat grote verzamelboek mocht het een ietsje meer zijn: toen ik dat aan het samenstellen was, kwam er een zweempje literair-historische bekommernis bij me om de hoek zeilen. Ik had er ook een zeker plezier in ervoor te zorgen dat die prilste dingen er voor altijd bij zouden horen. Maar verder zijn het gedichten die nauwelijks verschillen van die van andere zestienjarigen die een beetje kunnen rijmen, en die schrijven heel zelden goede poëzie. Het gaat over vervloeking, verdoemd zijn, de dood, de liefde en het gebrek aan communicatie. Slechts één van die gedichten, toevallig opgedragen aan Roger Raveel, heeft iets echts.

HUMO: Pjeroo Roobjee noemde 'De doden' uit 'Kleine reeks' zijn favoriete gedicht uit uw oeuvre: 'Als bleke, arrogante jongeling met een hang naar rouw- en rampspoed voelde ik me meteen thuis in dit gedicht en bij het herlezen ervan vind ik altijd weer die heimzieke, naar dood reikhalzende jongeling terug die ik was.'

CLAUS: Dat verbaast me natuurlijk niet. Pjeroo denkt aan mij als zeventienjarige en projecteert zijn zeventienjarige zelf daarop. Dat mag van mij, er is maar weinig dat van mij niet mag.

HUMO: Was u tevreden met de reacties op uw debuut?

CLAUS: Mijn vader had dat boekje gedrukt, het werd dus niet besproken of in de boekhandel verkocht. Nu betaal je er in antiquariaten zeventigduizend frank voor, maar indertijd heb ik die hele oplage gewoon weggegeven. Ook al waren de reacties zeer gunstig, eigenlijk wilde ik die bundel meteen vernietigd zien. Ik bleef maar denken: 'Het kan beter.' Dat werd natuurlijk algauw: 'Het kan anders.' Ik schreef dan ook meteen in drie dagen 'Registreren', een bundel die ik wél nog de moeite waard vind. Ook omdat Antonin Artaud erin voorkomt. Ik bevind me nog altijd dichter bij Picasso dan bij Morandi: het avontuur moet primeren.

undefined

'De Oostakkerse gedichten' (1955)

HUMO: Denkt u met tevredenheid aan deze bundel terug?

CLAUS: Tevredenheid komt niet in mijn vocabulaire voor. Ik weet wel dat bepaalde van mijn boeken mij tevreden zouden moeten stemmen, maar doorlopend is er die grote onrust: niet alleen tegenover alles wat ik ervaar, maar ook tegenover alles wat ik schrijf. Waarschijnlijk is het ook die onrust die me aan de gang houdt. Ik benijd dichters die zo begaan zijn met hun eigen werk dat ze 't op een of andere harmonische manier kunnen opnemen in hun leven. Maar ik ken dat gevoel niet, ik zit niet te klooien met het verleden. Ik schrijf onder meer om het verleden te verpletteren door iets van nu.

HUMO: 'De Oostakkerse gedichten' werd onder loftuitingen bedolven. Ging u zweven?

CLAUS: Ik kreeg ook veel hoon over me. Maar ik was toen in Parijs en Rome en merkte dus niet zoveel van alle drukte, al stuurden vrienden me via de post weleens wat op. Ik zal die positieve reacties best prettig gevonden hebben, maar me daar in verkneukelen was er niet bij: eens mijn boeken af zijn, wend ik me ervan af als een hond van zijn excrementen.

Ik kreeg wel wat commentaar van collega-dichters in Parijs. Toen spraken we nog over literatuur als we elkaar ontmoetten. Dat is me de laatste veertig jaar niet meer overkomen. Toen een eerste versie van de bundel onder de pompeuze titel 'Nota's voor een Oostakkerse cantate' in Tijd en Mens verschenen was, zei Hans Andreus bijvoorbeeld dat er te veel gegild en geroepen werd en dat ik me op bepaalde plekken overschreeuwd had. In de definitieve versie is het dan ook allemaal wat minder.

HUMO: De versie van 'De Oostakkerse gedichten' in 'Gedichten 1948-1993' verschilt van het origineel: u heeft nog aardig wat geschrapt.

CLAUS: Ja, alsof Andreus er nog altijd was om te zeggen dat ik aan het schreeuwen was. Op dat vlak is mijn evolutie heel klassiek: van de exuberantie van de barok ga ik naar de vereenvoudiging. Ik incorporeer ook steeds meer het dagelijkse leven, dat deed ik vroeger niet. Toch was ik de minst experimentele van de Vijftigers. Ik ben altijd van mening geweest dat het experimentele weinig kans heeft om veel lezingen te doorstaan. Zodra je de truc of de afwijking doorziet, is het bekeken. Daarom laten bloemlezers de experimentelen ook meestal vallen.

Mijn meester was Paul Van Ostaijen. Zijn geschreeuw en geronk over broederlijkheid en zijn gedoe met onomatopeeën interesseert me niet, maar de tijd roeit dat toch uit. Van Ostaijen blijft ook mijn meester als figuur, als onrustige wroeter in alle mogelijke laatste snufjes. Ook in zijn poëzie is er altijd een directe lijn met de Franse en Duitse literatuur van zijn tijd.

HUMO: Velen hebben 'De Oostakkerse gedichten' als een bevrijding ervaren. Hugo Camps vond dat de gedichten 'zich als fragmentatiebommen in je lichaam verspreiden', Adriaan Van Dis zei: 'telkens als ik 'De moeder' herlees, breekt mijn stem.'

CLAUS: Ik kan de wonderlijke impact van die gedichten niet verklaren. Ik vermoed dat de reacties op de Vijftigers in het algemeen en op Lucebert in het bijzonder gelijklopend zijn. Misschien was het ook hier een voordeel dat ik de minst experimentele was. En er zit natuurlijk ook een soort wellustige kant aan die gedichten: de woorden voor vagina en pik waren geloof ik voor die tijd een beetje ongewoon en dat zal voor seminaristen wel zeer bevrijdend geweest zijn.

HUMO: Nu heeft u het over de weleens vrouwonvriendelijk genoemde cyclus 'Een vrouw'.

CLAUS: Feministen zouden willen dat je de vrouw altijd met al haar deugden en ondeugden neerzet. Maar ik beperk me in mijn boeken helaas nogal dikwijls tot de libido, en dan komen de feministen natuurlijk in het verweer. In het dagelijkse leven ben ik zeer feministisch, maar tot mijn verbijstering is de vrouw in al mijn boeken een klassiek mengsel van moeder en hoer. Maar goed, mijn boeken zijn geen afsplitsing van mijn leven, mijn schrijven is geen stenogram van wat ik meemaak. Wat het dan wel is, weet ik nog altijd niet. Daarom ben ik nog steeds met versjes bezig.

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234