Ex-diplomaat Herman Knippenberg (links) met de Britse acteur Billy Howle, die hem speelt in de dramaserie ‘The Serpent’. Beeld BBC
Ex-diplomaat Herman Knippenberg (links) met de Britse acteur Billy Howle, die hem speelt in de dramaserie ‘The Serpent’.Beeld BBC

InterviewHerman Knippenberg

De Nederlandse diplomaat die joeg op de seriemoordenaar uit ‘The Serpent’: ‘Hij zal altijd gevaarlijk blijven’

De jonge Nederlandse diplomaat Herman Knippenberg kwam halverwege de jaren 70 in de Thaise hoofdstad Bangkok een seriemoordenaar op het spoor. Zijn angstaanjagende verhaal is nu te zien in de Netflix-serie ‘The Serpent’, de Netflix-hit die voor de helft geregisseerd werd door de Belg Hans Herbots.

Herman Knippenberg krijgt op 3 maart 1976 in het broeierige Bangkok, de schrik van zijn leven. In een politiemortuarium krijgt hij de deels verbrande lijken te zien van twee Nederlandse reizigers. De schedel van Cocky Hemker is ingeslagen, haar vriend Henk Bintanja is gewurgd. Beide lichamen zijn overgoten met benzine en in brand gestoken.

‘De grootste schok was dat ze in brand waren gestoken terwijl ze nog ademden,’ vertelt Knippenberg. ‘Ik kreeg het gevoel dat ik buiten mijn lichaam trad. Alsof ik de hele scène, inclusief mezelf, van een afstand stond te bekijken. Dat duurde misschien dertig seconden. Ik stapte terug in de werkelijkheid toen mijn chauffeur flauwviel.’

Hippie-Trail

Hemker en Bintanja waren in de Thaise hoofdstad beland via de vermaarde ‘Hippie Trail’, een route van Europa naar Zuidoost-Azië die in die jaren populair is bij jongeren. De identificatie van de twee lijken is voor de dan 31-jarige Knippenberg, derde secretaris op de ambassade in Bangkok, het begin van een dramatische speurtocht, die later het onderwerp zal worden van veel kranten­artikelen, meerdere boeken, een documentaire, en nu ook een BBC-dramaserie, die vanaf komende week te zien is via Netflix.

Kort voor zijn bezoek aan het mortuarium had Knippenberg van een vriend op de Belgische ambassade gehoord over een ruzie tussen een Belgische diplomaat en een louche zakenman, over de prijs van een prostituee. Deze handelaar zou reizigers naar zijn flat lokken en vervolgens drogeren en vermoorden. Hij zou ook een hele reeks paspoorten van slachtoffers bezitten, waaronder twee Nederlandse passen.

Acteur Billy Howle als de Nederlandse diplomaat Herman Knippenberg.  Beeld BBC
Acteur Billy Howle als de Nederlandse diplomaat Herman Knippenberg.Beeld BBC

Het had Knippenberg eerder een nogal wild verhaal geleken, maar nu wil hij het relaas toch napluizen. Samen met zijn Belgische vriend benadert hij de oorspronkelijke bron, de Fran­çaise Nadine Gires. Die vertelt over een edelstenenhandelaar genaamd Alain Gautier, die met zijn Canadese vriendin in een appartement boven haar woont. Gires zegt dat eerdere medewerkers van Gautier zijn gevlucht nadat ze in zijn flat een reeks paspoorten hadden zien liggen van mensen die waren vermoord. Ook heeft ze gezien dat de twee omgebrachte Nederlanders de flat binnengingen.

Knippenberg en zijn Belgische makker vormen daarop een groep vrijwilligers waarmee ze Gautier en zijn vermoedelijke handlangers in de gaten houden. De Belg maakt met een telelens zelfs foto’s van de bende. ‘Gautier had aan de twee Nederlandse slachtoffers in Hongkong een ring met een goede saffier verkocht voor een heel lage prijs,’ zegt Knippenberg. ‘Hij had hen uitgenodigd om bij hem te komen logeren in Bangkok. Zo lokte hij hen naar zijn appartement.’

Seriemoordenaar

Als hij via Gires opvangt dat Gautier uit Thailand weg wil, waarschuwt Knippenberg de Thaise politie, die daarop een inval doet in Gautiers flat. Maar die heeft een paspoort van één van zijn slachtoffers bij zich, waarin hij zijn eigen pasfoto heeft bevestigd; hij doet zich voor als Amerikaan. De Thaise politie laat hem daarop vrij, waarna Gautier en zijn vriendin vertrekken naar buurland Maleisië. ‘Ik was witheet,’ zegt Knippenberg. ‘We waren een seriemoordenaar op het spoor, maar de Thaise politie liet hem lopen en niemand stak een vinger uit.’

Knippenberg balanceert op de rand van een burn-out. Zijn vrouw vindt dat hij de zaak moet laten rusten. De ambassadeur, die weinig op heeft met het detectivewerk van zijn ondergeschikte, stuurt hem op vakantie. Maar voordat Knippenberg met verlof gaat, schrijft hij een rapport over zijn bevindingen, dat hij laat bezorgen bij de ambassades van een tiental landen.

Dat levert na zijn verlof zowaar een doorbraak op. De Canadese politie brengt een bezoek aan de moeder van Gautiers vriendin, die vertelt dat haar dochter een contactadres heeft achtergelaten in Zuid-Frankrijk. Als de Franse politie daar langs gaat, blijkt het de woning van de moeder van Gautier. Hij blijkt in werkelijkheid Charles Sobhraj te heten. En dat is, zo wordt duidelijk, een notoire dief en oplichter.

Moeilijke jeugd

Charles Sobhraj is in 1944 in de Vietnamese stad Saigon geboren als zoon van een Indiase kleermaker en diens Vietnamese medewerkster. Sobhraj had een moeilijke jeugd. Zo was hij nog jong toen zijn ouders uit elkaar gingen, en zijn Indiase vader wees hem af. Zijn moeder trouwde vervolgens met een militair van de Franse koloniale macht, die leed aan post-traumatische stress, en het gezin verhuisde naar Frankrijk. Daar kon Sobhraj niet aarden. Hij stal auto’s, pleegde inbraken en beroofde mensen op straat.

Nadat Sobhraj zowel in Frankrijk als Griekenland enige tijd in de gevangenis heeft gezeten, trekt hij vanaf begin jaren 70 een spoor van misdrijven langs de Hippie Trail. Van Iran tot Maleisië en van Nepal tot Thailand doet de charmante Fransman zich onder meer voor als dealer in gestolen auto’s en als edelstenenhandelaar. Hij heeft daarbij vaak een scherp oog voor de karakterzwaktes van anderen.

Zijn eerste moord zou Sobhraj hebben gepleegd in 1972, op een taxichauffeur in Pakistan. Volgens zijn latere biografen brengt de Fransman in verschillende landen minstens twaalf mensen om. Maar hoeveel het er echt zijn, valt niet met zekerheid te zeggen. Uiteindelijk zal hij slechts voor twee moorden worden veroordeeld.

Intussen neemt Sobhraj onderweg geregeld nieuwe identiteiten aan, vaak van eerder vermoorde mensen, en meer dan eens ontglipt hij op sluwe wijze. Zo weet hij uit gevangenschap in Afghanistan te ontsnappen door een bewaker te drogeren. Dit levert hem de bijnaam ‘Het Serpent’ op.

Twee Nederlanders

De meeste van deze verontrustende details kent Knippenberg nog niet als hij eind april 1976 hoort dat het appartement van de gevluchte Sobhraj dreigt te worden ontruimd, omdat de verhuurster de flat aan anderen wil verhuren. Hij regelt dat hij met zijn vrijwilligers in het appartement mag gaan zoeken naar spullen van de twee vermoorde Nederlanders.

In het appartement vinden Knippenberg en zijn mensen vervolgens onder meer een winterjas en handtas van de omgebrachte vrouw, koffers van de beide slachtoffers, en een grote verzameling pillen en poeders, waaronder antidiarreemiddel met rattengif erin. ‘Bij het bed in de logeerkamer lagen handboeien. Je kon aan de slijtage aan een bedspijl zien dat de twee daaraan vastgeketend waren geweest.’

Arrestatiebevel

In opdracht van de ambassadeur stapt de jonge diplomaat dan met het hele verhaal naar de Bangkok Post, die er dagenlang groot mee uitpakt. ‘Web des doods’, kopt de krant op 8 mei op de voorpagina. De Thaise autoriteiten kunnen nu niet langer op hun handen blijven zitten en vaardigen een internationaal arrestatiebevel uit.

Intussen zit Sobhraj enige tijd in Frankrijk. Maar naarmate de moorden internationaal meer aandacht krijgen, wordt de grond hem daar waarschijnlijk te heet onder de voeten en hij rijdt weer via de Hippie Trail naar India. Het net sluit steeds strakker: in de nacht van 5 op 6 juli 1976 wordt hij door de Indiase politie gearresteerd. De Indiërs beschuldigen Sobhraj onder meer van het vermoorden van een Israëliër in de pelgrimsstad Varanasi en van een Franse toerist in Delhi. Voor die moorden zal hij niet worden veroordeeld. Wel krijgt hij twaalf jaar cel voor een poging om een groep Franse studenten in Delhi te drogeren en beroven.

Ontsnapt

Ook in Delhi weet Het Serpent te ontsnappen. Sobhraj vertelt bewakers van de beruchte Tihar-gevangenis dat hij jarig is en trakteert hen op zoetigheid met een slaapmiddel erin. Nadat de bewakers in slaap zijn gevallen, ontsnapt Sobhraj op 17 maart 1986 samen met enkele andere gevangenen. Drie weken later arresteert de politie hem alweer in de hippietrekpleister Goa, naar verluidt terwijl hij een biertje zit te drinken om zijn 42ste verjaardag te vieren.

Als Sobhraj in 1997 na 21 jaar gevangenschap op vrije voeten komt, is dat wereldnieuws. Velen gaan er dan vanuit dat het beruchte Serpent nu wel ‘met pensioen’ zal gaan in Frankrijk, waar hij wordt bijgestaan door een roemruchte strafpleiter. Maar Knippenberg, dan werkzaam op de Nederlandse ambassade in Athene, gelooft dat niet: ‘Mijn intuïtie zei me dat we weer een nieuw hoofdstuk zouden krijgen. Het is net tropische malaria, daar kom je ook nooit meer van af: om de zoveel tijd flakkert het weer op. Zo is het met Sobhraj ook. Elke keer gebeurt er toch weer iets en dan word ik er weer in getrokken.’

En hij krijgt gelijk. Op 20 september 2003, de eerste dag van zijn vervroegd pensioen, wordt Knippenberg in de Nieuw-Zeelandse hoofdstad Wellington, waar hij dan inmiddels woont, gebeld door een kennis. Die vertelt dat Sobhraj in Kathmandu is opgepakt. De Fransman had in de Nepalese hoofdstad kennelijk dagenlang zitten gokken in een casino.

De Nepalese politie beschuldigt Sobhraj ervan in 1975 een Amerikaanse toeriste en een Canadees vermoord te hebben. Sobhraj put zich weer eens uit in gelikte verhalen en bezweert dat hij naar Kathmandu is gekomen voor het maken van een documentaire. Ook zou hij er een bronwaterbedrijf willen opzetten. En in 1975, toen de twee werden vermoord, was hij helemaal niet in het land geweest.

Knippenberg beseft dat hij razendsnel moet reageren. Thuis in Wellington duikt hij onmiddellijk in zijn privé-archief over Sobhraj en diept documenten op waaruit blijkt dat Sobhraj en zijn toenmalige vriendin in 1975 wel degelijk naar Nepal zijn gereisd, nota bene op de paspoorten van de twee in Thailand vermoorde Nederlanders. Ook snort hij een nieuwe getuige op. Hij stuurt de stukken aan zowel de Amerikaanse FBI en als de politieorganisatie Interpol. ‘Om de kans op succes te vergroten, ging ik voor een dubbelslag.’

Mede dankzij de bewijzen uit Knippenbergs archief wordt Sobhraj in 2004 in Nepal veroordeeld tot levenslang voor de moord op de Amerikaanse toeriste. In 2014 komt daar nog een veroordeling tot levenslang bij voor de moord op de Canadees. Sindsdien zit de moordenaar in Nepal achter de tralies.

Netflix-serie

Inmiddels zijn Sobhraj en Knippenberg beiden 76. Knippenberg is enthousiast over de dramaserie ‘The Serpent’, die nu te zien is op Netflix en die volgens hem behoorlijk dicht bij de feiten blijft. Maar de Nederlander is niet overtuigd dat hijzelf nu voorgoed van Sobhraj af is.

Aan de telefoon, vanuit Wellington zegt hij er rekening mee te houden dat de Nepalese autoriteiten Sobhraj op termijn zullen vrijlaten. Hij vreest dat dan opnieuw onheil dreigt. Ook blijven de drijfveren van de moordenaar hem tot op de dag van vandaag bezighouden.

‘Ik vermoed dat Sobhraj lijdt onder de afwijzing uit zijn jeugd,’ zegt Knippenberg. ‘Hij wil mensen in zijn ban brengen. Ze moeten trouw zijn aan hem. Als ze eigen plannen maken, en tegen hem opstaan, dan doodt hij ze. Hij heeft geen enkele empathie. Deze man zal altijd gevaarlijk blijven.’

Tahar Rahim als moordenaar Charles Sobhraj.  Beeld BBC
Tahar Rahim als moordenaar Charles Sobhraj.Beeld BBC

(Trouw)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234