De Nederlandse Marijke de Vries verhuisde op de dag van de aanslagen naar Molenbeek

Tegen elke logica in neemt twintiger Marijke de Vries ontslag bij de Nederlandse krant Trouw om met haar vriend in Brussel te gaan wonen. Verhuisdatum: 22 maart. Nieuw adres: Molenbeek. ‘Amper 300 meter van ons nieuwe huis zat Salah Abdeslam ondergedoken.’

'Een terrorist blaast zijn eigen moeder niet op, dus daar kun je best naast gaan wonen'

Mijn telefoon jammert. Weer alarm: de grens tussen Frankrijk en België gaat dicht, meldt de RTBF. ‘Zullen we maar omdraaien?’ vraagt mijn broertje bezorgd. We rijden in zijn rode Audi 80 op de A27 ter hoogte van Breda. Achter ons zit de kat in zijn mandje, boven op een verhuisdoos.



Het is dinsdagochtend 22 maart en vandaag verruilen mijn vriend en ik Utrecht voor het inmiddels beruchte Molenbeek. Terwijl de berichten over de aanslagen in Brussel blijven binnenstromen, halen verhuizers met mijn vriend ons huis leeg en rijden mijn broertje en ik alvast vooruit om de sleutels van het nieuwe huis op te halen. Op mijn telefoon komen al de hele ochtend bezorgde whatsappjes binnen: ‘Ben je al in BXL?’ ‘Gaat de verhuizing wel door?’

Volgens onze nieuwe huisbaas is Molenbeek, dat aan de westkant van Brussel ligt, prima bereikbaar. De aanslagen zijn ten noorden en oosten van het centrum gepleegd. Maar in Molenbeek is het business as usual, verzekert ze. Ik wil doorrijden, de sleutels in ontvangst nemen, de kat uit zijn kooitje laten, mijn broertje het huis laten zien. Hij stuurt de auto de weg af bij het volgende tankstation. ‘Eerst koffie,’ zegt hij met een bedrukt gezicht. Ondertussen meldt Radio 1 dat er in Brussel geen metro’s meer rijden. In de rest van België wordt het treinverkeer platgelegd en de autoriteiten vragen om niet naar Brussel te komen. Ik twijfel of we door moeten rijden. Amper een kwartier later, om 11.24 uur, opnieuw alarm: een explosie in de buurt van de Wetstraat.



We keren om. Terug naar Utrecht, waar ons huis in volledige staat van ontbinding verkeert. We parkeren de kat en onszelf bij een collega die in de buurt woont. Het verhuisbedrijf belt: ze willen morgen niet naar Brussel, en zeker niet naar Molenbeek.



Ik wel. Ons leven staat toch al op zijn kop. Ik heb ontslag genomen bij Trouw, ons pas opgeknapte klushuis vaarwel gezegd, afscheid genomen van Utrecht. Een aanslag in onze nieuwe woonplaats is heel erg, maar het kan er nog wel bij. Vroeg of laat zou het er een keer van komen. Echt doordringen doet het nieuws niet.

Verstandig of niet: Ik wil nú naar Brussel. Ik ben klaar met het aftellen, het geregel, het wachten, de verhuisstress – sinds we begin dit jaar besloten dat mijn vriend die baan in Brussel als EU-verslaggever voor het NOS-journaal moest aannemen, en ik die van mij zou opzeggen om te gaan freelancen. Ik heb er zelfs zin in, eigenlijk. Stiekem vond ik het jammer dat Salah Abdeslam, één van de daders van de aanslagen in Parijs, vorige week werd gepakt terwijl ik nog voor de tv zat in Utrecht. Daar had ik bij willen zijn.

'Onze loft is een archi­tectonisch paleis – klein minpuntje: het ligt in ­Molenbeek'


Staren en flirten

Brussel dus. Die toffe, maar grauwe stad waar het elke keer regent als we gaan kijken of het ons écht bevalt. Waar de betonplaten en plafonddelen in de verkeerstunnels je om de oren vliegen. Waar je over de daklozen struikelt zodra je om het even welk station uitloopt. Maar waar volgens collega-journalisten de verhalen ook letterlijk op straat liggen, waar er werk zat is, en het eten goed. Daarbij is Brussel geen Kaboel of Kinshasa. Met wat geduld kun je er zelfs met de trein raken.

Op een zaterdagochtend lopen we door een geweldige loft in een voormalige bierbrouwerij, nog mooier dan op de foto’s op Immoweb. Een bierbrouwerij! Met een dakterras, een open keuken en een verwarmde gietvloer: een architectonisch paleis. Klein minpuntje: het ligt in Molenbeek.

Als we weer buiten staan, kijkt mijn vriend vragend: wil je wel in Molenbeek wonen? Lees: wil je wonen in de wijk waar de aanslagen in Parijs werden beraamd? Wat we dan nog niet weten, is dat Salah Abdeslam om de hoek bivakkeert, 300 meter verderop.

Voor de vorm gaan we nog in andere wijken kijken. Maar eigenlijk zijn we al om. De Marollen? Een verhipte volksbuurt met dito boetiekjes, een brocantemarkt voor toeristen en groente- en chocoladejuweliers. Net de Jordaan. Niks voor ons. En Sint-Gillis is tof, maar ook wel erg hipster.

Eigenlijk maakt het niet zoveel meer uit. We gaan naar Molenbeek. Al durven we dat nog niet helemaal hardop te zeggen. Om onszelf gerust te stellen houden we een klein buurtonderzoek. Op zondagmiddag wandelen we in de miezerregen door Oud-Molenbeek om te constateren dat ze er vooral veel goedkope schoenen en plastic huishoudartikelen verkopen, de winkelopschriften vaak (ook) in het Arabisch zijn en dat er meer vrouwen mét dan zonder hoofddoek op straat lopen.

'En? Heb je al een boerka gekocht?' begroet hij me met een brede grijns'

De metrostations in de buurt bekijken we vrij ernstig: durf ik daar ’s avonds om elf uur in mijn eentje in een jurkje rond te lopen? Eerlijk? De halte Beekkant sla ik liever over, in de geblindeerde tunnel over de sporen vind ik het overdag al buitengewoon ongezellig. Ook op klaarlichte dag kun je hier van alles uitvreten zonder gepakt te worden.

De volgende dag ga ik bij een goede vriend in Utrecht eten. ‘En? Heb je al een boerka gekocht?’ begroet hij me met een brede grijns. Het is één van de betere grappen, constateer ik de weken erna. Collega’s, kennissen, vrienden, stuk voor stuk maken ze een variant op de grap: ‘Naar Brussel? Kun je leuk in Molenbeek gaan wonen.’ Niemand verwacht dat we dat ook gaan doen. Dat vinden wij dan wel weer een goede grap.

Overigens verklaart niet iedereen ons voor gek. Een Vlaamse vriendin in Utrecht reageert nuchter: ‘Het is geen Overvecht, hè?’ Ze bedoelt: Molenbeek bestaat niet alleen uit grijze flats, het is er best mooi, en laat je niet te veel beïnvloeden door indianenverhalen.

Goed. Ook in Molenbeek staan rijen verlepte flats, en koffietentjes met hipsters achter opengeklapte MacBooks moet je inderdaad met een vergrootglas zoeken. Dat onze verhuurster maar blijft herhalen dat ze ravi (opgetogen) is als ze hoort dat ze na maanden eindelijk huurders heeft voor haar loft, baart ons ook een beetje zorgen. Is dit wel een slim plan? Dat heb ik me de afgelopen weken veel vaker afgevraagd. Zijn we niet buitengewoon naïef dat wij best in Molenbeek willen wonen? Maar ook: laten we onszelf niet onnodig bang maken?

Zo loop ik op een doordeweekse avond – vlak voor we ons huurcontract gaan tekenen – in mijn eentje in het donker door onze nieuwe wijk. Om te bewijzen dat ik dat durf, dat het kan en dat we het gewoon gaan doen. Wat deze korte ronde oplevert: een tiental nachtwinkels, ruime voorraden kebab, twee bakkers en bij het café op de hoek van onze straat hebben ze Jupiler van de tap. Ik test of auto’s stoppen voor zebrapaden (ja), en let op of er ook vrouwen op straat lopen (weer ja, ik kom twee pubermeisjes tegen). Af en toe word ik nagestaard. En een voorbijrijdende buschauffeur knippert met zijn lichten en kijkt daar flirterig bij. Op de stoep voor een shishacafé staan drie gastjes met hoody’s te lawaaien en te donderjagen. Eentje krijgt mij in het vizier, stoot zijn vrienden aan en hup, ze verdwijnen naar binnen. De snackbars worden overwegend bevolkt door mannen. Ik scoor een fles water, pure chocolade met nootjes en icetea en betaal daarvoor te veel, zoals dat hoort in een nachtwinkel.

‘Ja, belevenissen,’ app ik naar mijn vriend. Later denk ik: waar gáát dit over? Je wordt je ineens erg bewust van wat je anders nooit doet. Zo’n rondje door de buurt tegen middernacht? In Ondiep, de voormalige Vogelaarwijk waar we in Utrecht woonden, heb ik dat nooit gedaan. Ik weet niet eens wie of wat er ’s nachts op de Amsterdamsestraatweg loopt en of ik het daar dan gezellig vind. Want ja, ik vond het een tikje unheimlich, Molenbeek in het donker.

'Zelf zou ik behoorlijk woedend zijn als er in Utrecht dagenlang journalisten in mijn voortuin zouden kamperen'


Hip achter hekken

Inmiddels zijn we een maand verder. De klusjesman die op deze laatste dinsdagmiddag in ons oude huis de afzuiging in de badkamer komt repareren, kan er niet over uit dat we vandaag naar Brussel verhuizen, dat we überhaupt naar Brussel zouden willen. ‘Ik zou er nóóit naartoe gaan.’

Ik ben doodmoe en dolblij als we die avond alsnog koers zetten naar het zuiden. Wanneer we twee uur later Brussel binnenrijden, draait Studio Brussel ‘Sing’ van Travis, en wij zingen keihard mee. Het voelt een beetje als een film als we langs de drukke steenwegen rijden waar veel winkeltjes en cafés gewoon open zijn en er volk op straat loopt. ‘Voel je je onveilig?’ vraagt een vriendin op Whatsapp. Eerlijk gezegd niet. Sinds we besloten om in Molenbeek te gaan wonen, heb ik grapjes gemaakt dat een terrorist zijn moeder vast niet opblaast, dus dat je daar het best naast gaat wonen. Eigenlijk denk ik dat nog steeds.

Als we op woensdagmiddag, nadat Brussel één minuut stilte heeft gehouden en de verhuizers toch zijn gekomen, gaan lunchen in ons nieuwe favoriete tentje, wandelen we haast ongemerkt langs het pand waar Abdeslam op 18 maart door speciale eenheden uit een huis werd gesleept. We zijn er al voorbij als mijn vriend zijn pas inhoudt en naar de dichtgetimmerde ruiten wijst. We zijn amper 300 meter van ons nieuwe huis.

'De voertaal is Arabisch, maar ze spreken wel Frans. Nederlands probeer ik maar niet'

Bij de slagers even verderop is de voertaal Arabisch. Ze spreken er wel Frans. Nederlands probeer ik maar niet. Achter veel voordeuren komen Marokkaanse tegeltjes tevoorschijn in de hal.

Het politiebureau in het oude centrum van Molenbeek is daags na de aanslagen afgezet met hekken, twee militairen fouilleren iedere bezoeker. Wat ons verder opvalt, is de rotzooi op straat. Zo zwerven op de stoep tegenover boucherie Bouzerda een pluizig hobbelpaard, een paarse tweezitsbank en nog wat rommel. Een paar straten verder is een half afgebroken pand tot vuilnisbelt verworden. Verbaas u niet, verwonder u slechts, zou mijn moeder zeggen.

Maar er is ook verbetering in het straatbeeld. Langs het kanaal dat het 100.000 inwoners tellende Molenbeek van het Brusselse stadcentrum scheidt, zijn twee hippe designhotels verrezen in de voormalige Belle Vue-brouwerij (die van het kriekbier) en opent binnenkort een museum voor moderne straatkunst. Er is een fietspad aangelegd en oude industriële panden in de buurt zijn omgebouwd tot appartementencomplexen.

Zoals het onze. We wonen er prachtig, maar wel achter een hek. Wanneer tijdens de verhuizing alle deuren openstaan, gaat onze verhuurster uit haar dak. ‘Dat kán écht níét.’ Misschien heeft ze gelijk. Toen we twee maanden geleden in één van die hippe hotels sliepen, bleek ’s ochtends dat in vrijwel alle auto’s op de parkeerplaats voor het gebouw was geprobeerd om in te breken.

Eerlijk is eerlijk: de kanaalzone van Molenbeek is al twintig jaar ‘in opkomst’. En om nou te zeggen dat het opschiet: er zijn al sinds 2008 plannen voor het aanleggen van een park tegenover het Belle Vue-project, maar er steekt nog geen spade in de grond.

Op vrijdagmiddag maak ik een rondje met fotograaf Maikel Samuels. Bij de grote Al Khalil-moskee iets verderop is het vrijdagmiddaggebed net achter de rug. Als ik de oudere heren op de stoep naar het fototoestel zie kijken, verwacht ik dat we zullen worden weggestuurd, maar ze beginnen een vriendelijk praatje: ‘Soyez bienvenue!’ Ze heten me welkom in de wijk en verzekeren me dat het hier prima wonen is. Dat stelt me toch gerust. Zelf zou ik eerlijk gezegd behoorlijk woedend zijn als er thuis in Utrecht dagenlang journalisten in mijn voortuin zouden kamperen. De mannen wijzen ons op een grote Belgische vlag die aan de gevel van de moskee – een voormalige parkeergarage – hangt, als teken van medeleven met de slachtoffers en nabestaanden van de aanslagen drie dagen eerder.

In het café op de hoek van onze straat waar mijn vriend en ik ’s middags tussen een handvol buurtbewoners een biertje drinken, is het rustiger dan normaal, zegt de serveerster. ‘Vanwege de aanslagen en alles.’ Op tafel ligt een krant. ‘C’est ici que les kamikazes ont concu leurs bombes!’ schreeuwt La Dernière Heure in chocoladeletters. Dat ‘ici’ is overigens in Schaarbeek, en niet in Molenbeek. Intussen gaat het leven verder. Ons huis begint langzamerhand ons huis te worden en na een week voel ik me hier al behoorlijk thuis. We hebben aan ‘ons’ Hertoginneplein een bakker, een tentje met fijn afhaaleten, een minisupermarkt met bijna alles wat een mens nodig heeft en een wekelijkse markt. Verderop aan de grote winkelstraat van Molenbeek is er een fijne lunchbar, waar ik mezelf ook wel als freelancer zie werken.

Molenbeek, we gaan het eens een tijdje uitproberen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234