De nieuwe Marx: Thomas Piketty voor beginners

Je kunt geen discussie over politiek of economie beginnen of Thomas Piketty duikt op. Hoog tijd dus, nu zijn ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ in het Nederlands verschijnt, om eens na te gaan wat ‘de nieuwe Marx’ – én zijn critici – zoal te zeggen hebben.

Eind deze maand liggen er stapels ‘Kapitaal’ in de boekhandel. Vijf vertalers hebben een turf van 780 bladzijden afgeleverd. Er was haast bij om Piketty’s ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ nog uit te brengen in het jaar dat het boek een bestseller werd in Amerika, want De Bezige Bij rekent op heel veel kopers om de 125.000 euro voor de vertaalrechten terug te verdienen.

Dat dit boek ‘de ‘Vijftig tinten grijs’ onder de economische boeken zou worden’ (dixit The Guardian) viel niet te voorspellen: het Franse origineel ‘Le capital au XXI siècle’ verscheen in 2013 vrij onopgemerkt. Pas met de Engelse vertaling bij Harvard University Press werd Thomas Piketty a household name, toch in huishoudens waar al eens over economie wordt gepraat.

Met zijn betoog over de immer groeiende ongelijkheid en de concentratie van vermogen heeft Piketty duidelijk een snaar geraakt in de VS. Zijn verhaal is er nieuwer dan in Frankrijk en komt harder binnen in het land waar men ooit dacht dat ook krantenjongens miljonair konden worden. In een tijd dat zelfs het IMF en het World Economic Forum in Davos zich zorgen maken over de toenemende ongelijkheid, schreeuwde de zeitgeist om dit boek. De zogeheten ‘99 procent’ vindt hier wetenschappelijke ruggensteun voor hun kritiek op de ‘1 procent’ die met alle rijkdom gaat lopen. En dat hij telkens weer in één adem genoemd wordt met de schrijver van ‘Das Kapital’ heeft Piketty natuurlijk zelf uitgelokt met zijn titel. Maar voorts doet de vergelijking niet echt terzake, ook niet voor hemzelf. ‘Ik ben er nooit in geslaagd om ‘Das Kapital’ echt te lezen,’ zei hij tegen een interviewer, ‘hebt u het geprobeerd?’

Dataman

Het is ironisch dat Piketty uitgerekend in de VS naam heeft gemaakt, want zelf heeft hij dat land ooit ostentatief de rug toegekeerd. Hij groeide op in een bescheiden milieu in Clichy, in de regio Île-de-France. Zijn beide ouders waren militanten van het trotskistische Lutte Ouvrière en hebben hun ontgoocheling over mei ’68 proberen te overwinnen door geiten te gaan kweken in de Aude – díé generatie. Student Piketty was een harde werker, de Ecole normale supérieure in Parijs en de London School of Economics werden het lanceerplatform dat hem tot in Amerika bracht: op z’n 22ste mocht hij economie gaan doceren aan het Massachusetts Institute of Technology in Boston. ‘Het was niet onaangenaam om al zo jong erkenning te krijgen,’ schrijft hij daarover in zijn boek.

Op zijn 25ste keerde Piketty echter terug naar Parijs. Uitleg: de Amerikaanse economen hadden hem niet weten te overtuigen. Nog meer dan in Frankrijk lijdt het vak economie aan de andere kant van de oceaan onder ‘een kinderlijke fixatie op getallen en louter theoretische en vaak ideologisch gekleurde speculaties’. Economie, vindt Piketty, moet zich bezighouden met de belangrijke vraagstukken van de wereld, en bij de bestudering ervan ook historisch onderzoek betrekken. De verdeling van de rijkdom is zo’n vraagstuk: de laatste vijftien jaar heeft Piketty zo veel mogelijk data verzameld over de verdeling van inkomen en vermogen, zo ver mogelijk teruggaand in de geschiedenis en voor zo veel mogelijk landen. Voor die brede verzameling van data wordt Piketty altijd en overal geprezen. Behalve dan door de Financial Times, die hem eind mei frontaal op zijn cijferwerk pakte. De consensus is dat hij die aanval goed heeft afgeslagen.

Dat is ook de mening van Gert Peersman, de Gentse professor economie die zich recent in de krant outte als lid van de club van ‘1 procent’, maar dan de ‘1 procent’ die het boek van Piketty niet alleen gekocht, maar ook gelezen heeft.

Gert Peersman «Piketty speelt open kaart. Hij legt uit wat de voor- en nadelen zijn van de gegevens die hij gebruikt. De Financial Times is daar wetenschappelijk niet helemaal correct mee omgegaan, hij heeft hun kritieken stuk voor stuk weerlegd.»

r>g

Omdat ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ volgestouwd zit met de door Piketty en zijn collega’s verzamelde data, wil de door veel economen geroemde leesbaarheid van zijn boek (Paul Krugman: ‘Deze analyse is niet alleen belangrijk, ze is ook nog eens mooi’) weleens tegenvallen. Piketty verwijst wel naar Honoré de Balzac, Jane Austen of Henry James, maar ontbeert hun schrijftalent. Uit de markeringen die lezers aanbrengen bij de tekst van de Engelstalige e-bookeditie concludeerde The Wall Street Journal dat weinigen verder raken dan pagina 26.

Piketty verzoekt de lezer – misschien in ruil voor zijn literaire referenties – om niet te gauw weg te lopen als er eens een cijfer of een formule opduikt. De formule die het vaakst voorkomt, is: r>g. Lees: het rendement op vermogen (r) is groter dan de groei (g) van de economie. Deze inmiddels wereldberoemde formule is zo simpel, schrijft Robert Went in ‘Waarom Piketty lezen?’ dat economen problemen hebben om hem te begrijpen.

Dat is alleszins de implicatie die Paul Krugman eraan verbond in zijn Piketty-hype bevorderende recensie in The New York Review of Books: ‘De algemene veronderstelling van de meeste ongelijkheidsonderzoekers is dat verdiend inkomen, meestal in de vorm van lonen, de boventoon voert, en dat inkomen uit kapitaal belangrijk noch interessant is. Piketty laat echter zien dat zelfs vandaag de dag inkomen uit kapitaal – en niet inkomen uit werk – overheerst aan de bovenkant van de inkomensverdeling. Hij laat ook zien dat in het verleden een ongelijke verdeling van bezittingen, en niet een ongelijke beloning, de voornaamste veroorzaker van inkomensongelijkheid was.’

Een beetje Balzac kan licht brengen in die duisternis van economische termen. In zijn roman ‘Le père Goriot’ wijst Balzac de kortste weg naar een welvarend leven, als de schurk Vautrin de rechtenstudent Eugène de Rastignac van de illusie berooft dat studie, talent en hard werken hem maatschappelijk succes zullen brengen. ‘Rond je 30ste, als je dan je toga nog niet aan de wilgen hebt gehangen, ben je rechter voor een salaris van 1.200 frank per jaar. En als je een jaar of 40 bent, kun je trouwen met de dochter van de molenaar, die zo’n 6.000 frank rente per jaar meebrengt. Dank u wel!’ Door met de lelijke Victorine te trouwen, daarentegen, kan Rastignac onmiddellijk de hand op een vermogen van 1 miljoen frank leggen, en op zijn 20ste een rente opstrijken van 50.000 frank.

Volgens Piketty keren we terug naar dat rentenierskapitalisme, waarin het voor de jonge Rastignacs verstandiger is om een vermogende Victorine te trouwen dan zelf uit werken te gaan. Hij maakt zich sterk dat de bovenste 1 procent van de sociale piramide in Frankrijk vandaag zijn inkomen voor de helft aan erfenissen ontleent. En hij ziet het belang van dat erfkapitalisme nog groeien. We zijn op weg naar een economie waarin sleutelsectoren niet gedomineerd worden door getalenteerde individuen, maar door rentenierende dynastieën. En dat is gevaarlijk voor de democratie, betoogt Piketty, want de concentratie van kapitaal zal zo sterk worden dat ze niet meer met sociale rechtvaardigheid te rijmen valt.

Erfkapitalisme

Waarom niemand anders dat toenemende belang van privévermogens gezien heeft? Piketty zelf antwoordt: ‘Omdat we in een goed stuk van de 20ste eeuw een afwijkend beeld gezien hebben: een aantal decennia lang werd de formule r>g omgekeerd.’ Met de twee wereldoorlogen en de economische crash ertussenin ging geweldig veel kapitaal verloren: het tijdperk van de renteniers leek voorbij. Na de Tweede Wereldoorlog was er, om de schok te boven te komen, een politiek beleid dat de ongelijkheid deed afnemen, en het was ook een inhaalperiode met uitzonderlijke groeicijfers.

En dan was er ook nog die econoom die ons in slaap wiegde met een ‘sprookje’, aldus Piketty: Nobelprijswinnaar Simon Kuznets. Die voorspelde midden de jaren 50 dat ongelijkheid automatisch afneemt in een gevorderd kapitalisme. Het zou volstaan om geduldig te wachten tot de economische groei iedereen ten goede komt: ‘Groei is een getij dat alle boten optilt.’ Niet dus: sinds de jaren 80 ziet Piketty de ongelijkheid duidelijk weer groeien, mét de steun van de politiek: overheidssturing was voor de lichting Thatcher-Reagan out, de markt weer in.

Piketty wijst dan op het fenomeen van de topsalarissen die zich van de rest loszingen – niet per definitie omdat managers zo productief zijn, zegt hij erbij, maar omdat ze zichzelf kunnen bedienen. Maar hij zoomt vooral in op het inkomen uit vermogen en de ‘comeback van de erfenissen’ en geeft daarbij graag het voorbeeld van Liliane Bettencourt, de erfgename van het cosmeticaconcern L’Oréal, die volgens Forbes tussen 1990 en 2010 haar fortuin van 2 tot 25 miljard dollar zag toenemen. Piketty: ‘Hoewel Liliane Bettencourt nooit heeft gewerkt, is haar vermogen precies even snel gegroeid als dat van uitvinder Bill Gates, wiens fortuin zich trouwens nog altijd even snel uitbreidt, nu hij zijn professionele activiteiten heeft stopgezet. Zodra een vermogen op kruissnelheid komt, volgt de ontwikkeling ervan een eigen logica. Het kan decennialang vanzelf en met een stevig tempo blijven groeien.’

De concentratie van kapitaal zal zo extreem worden, vreest Piketty, dat ze als onrechtvaardig zal worden aangevoeld en de democratie zal bedreigen.

Peersman «Piketty heeft er geen probleem mee dat er mensen zijn die heel veel verdienen op basis van hun prestaties, of we het nu over voetballers of managers hebben. Maar zodra ze rijk zijn, worden ze alsmaar rijker – ook zonder nog iets te doen – en blijft de ongelijkheid maar toenemen. Dát is wat ons naar de 19de eeuw terugkatapulteert: ook de kinderen van Lionel Messi zullen voor de rest van hun leven niet moeten werken en alsmaar rijker worden.»

De toekomst

Het privévermogen van de rijken neemt sneller toe dan het gemiddelde inkomen uit arbeid: dat is de historische trend die Piketty voor bijna elk werelddeel vanaf het begin van onze jaartelling vaststelt en die na een exceptionele 20ste eeuw opnieuw geldt. Vervolgens stipuleert hij dat dit ook in de rest van de 21ste eeuw zo zal blijven. Van zijn historische vaststelling maakt hij een wet: laat je het kapitalisme zijn gang gaan, dan halen de krachten die tot ongelijkheid leiden de bovenhand.

Voor zijn voorspelling gaat Piketty van een paar dingen uit die volgens zijn critici niet bewaarheid hoeven te worden. Hij voorziet een lage economische groei, niet hoger dan 1 of 2 procent, ook omdat er waarschijnlijk een krimp van de bevolkingsgroei aankomt. En ten tweede gaat hij uit van een gemiddeld rendement op kapitaal van 4 à 5 procent.

Willem Vermeend, de Nederlandse ex-staatssecretaris van Financiën en ex-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vandaag internetondernemer, betoogt in zijn recente boek ‘Arm & rijk in Nederland’ dat de economische groei best groter kan zijn. ‘Piketty slaat de plank volledig mis als het over de toekomst gaat. Door de smartphone- en tableteconomie en nieuwe technologische ontwikkelingen zoals 3D-printen, robotica, big data analytics, het Internet of Things, nanotechnologie en cloud computing zal de wereldeconomie de komende twintig jaar meer veranderen dan de afgelopen vijftig jaar.’

Victor Broers, voormalig adviseur van het Nederlandse ministerie van Financiën, vandaag start-upconsultant, heeft in zijn helder boekje voor leken ‘Thomas Piketty’s kapitaal’, niet zo veel last met Piketty’s zuinige groeiprognose, maar vindt de voorspelde 5 procent rendement op vermogen ‘niet meer dan een good guess’.

Victor Broers «Niemand kan in de toekomst kijken, ook Piketty niet. Over het te verwachten gemiddelde rendement op vermogen valt werkelijk geen zinnig woord te zeggen. Het is bijna niet mogelijk om vandaag voor al het vermogen in de wereld een gemiddeld rendement te berekenen, laat staan voor de toekomst. Dat zie je wel meer bij Piketty: hij is terecht heel voorzichtig als hij zijn data presenteert, maar wel heel stellig als hij er conclusies uit trekt.»

Vermogensbelasting

Die conclusies zijn ook politieke voorstellen om de kapitaalconcentratie te bestrijden. Want Piketty is er de man niet naar om zich bij de wetten van het kapitalisme neer te leggen, hij stelt voor om de controle over het kapitalisme te heroveren: zo word je een held van links.

Dat hij zelf van linkse signatuur is, is duidelijk. Al haast hij zich in zijn boek om te zeggen dat hij alvast geen communistische dromer is: ‘Ik behoor tot de generatie die is opgegroeid terwijl ze op het nieuws hoorde hoe de ene na de andere communistische dictatuur instortte, en die ook nooit maar de geringste sympathie of nostalgie heeft gevoeld voor die regimes of voor de Sovjet-Unie. Ik ben voor het leven gevaccineerd tegen de stereotiepe en luie antikapitalistische retoriek die dit belangwekkende historische echec simpelweg lijkt te negeren.’ In het verleden was Piketty actief binnen de Franse socialistische partij, in 2007 als adviseur van de presidentskandidate Ségolène Royal, en later, even, als bondgenoot van François Hollande. Recent profileert hij zich als niet-politiek, maar zijn voorstellen zijn daarom niet minder radicaal. Voor de VS oppert hij de mogelijkheid van een belasting van 80 procent op inkomens boven de 500.000 dollar.

Het opvallendst is zijn voorstel voor een wereldwijde vermogensbelasting, die een einde zou maken aan alle fiscale paradijzen. Dan is het scenario van een socialistische revolutie, waarbij het vermogen van de rijken met geweld zou worden afgepakt, nog waarschijnlijker, liet de immer gevatte schrijver Benjamin Kunkel al weten. Piketty weet zelf dat zo’n wereldwijde vermogensbelasting een utopie is, gezien de mobiliteit van het kapitaal, maar hij noemt het ‘een nuttige utopie’, met het oog op meer coördinatie en transparantie. Piketty in een interview: ‘Vijf jaar geleden waren er nog mensen die beweerden dat het onmogelijk zou blijken om korte metten te maken met het Zwitserse bankgeheim, maar weet je: met de juiste sancties máák je er korte metten mee.’

Intussen legt Piketty ook realistischere voorstellen neer, en werkt hij een blauwdruk uit voor een Europese vermogensbelasting. Je hoeft overigens geen socialist te zijn om die te steunen: bij ons is ook liberaal econoom Paul De Grauwe er voorstander van. In zijn nieuwe boek ‘De limieten van de markt’ voert De Grauwe de geheel pikettistische redenering op dat de fenomenaal hoge vermogens niet verder mogen stijgen, of het kapitalisme gaat ten onder. ‘Een progressieve vermogensbelasting redt het kapitalisme van de kapitalisten.’

Voor de Gentse econoom Gert Peersman heeft Piketty een heel interessant debat geopend over hoever je kunt gaan bij het wegbelasten van ongelijkheid.

Peersman «De vraag is wat de neveneffecten zijn. Zal Messi minder hard trainen als hij zwaarder belast wordt? Nee, die wil de beste voetballer zijn, ongeacht zijn loon. Dat geldt ook voor bepaalde managers. Gaan de rijken effectief minder hard werken als ze zwaarder worden belast? Dat is niet zeker. Je hebt ongelijkheid nodig om prikkels te geven, opdat talent zich ontwikkelt. Maar een heel ongelijke wereld is voor niemand goed. Hoe ongelijker een samenleving is, zo blijkt uit onderzoek, hoe minder mensen gaan studeren.»

Victor Broers betwijfelt of Piketty het maatschappelijke debat de goede kant op stuurt door zo zwaar te hameren op de ongelijkheid.

Broers «Ongelijkheid is een belangrijk thema, maar vandaag zeker niet het belangrijkste.Armen lijden namelijk niet aan ongelijkheid, maar aan armoede, en armoede los je niet structureel op door enkel een vermogenstransfer van rijk naar arm te organiseren. Net zoals Europese ontwikkelingshulp aan Afrika geen structurele oplossing gebleken is: je creëert afhankelijkheid, terwijl je de armen zelfvoorzienend moet maken. En dan is onderwijs belangrijker dan een vermogenstransfer.

»Is ongelijkheid wel zo erg? Men beweert dat het de oorzaak is van tal van maatschappelijke kwalen, maar in de praktijk is dat causale verband heel lastig aan te tonen. In die zin vind ik de stellingen van Piketty minder relevant dan veel anderen: hij doet ons focussen op wat de superrijken allemaal hebben, terwijl het relevanter is om op de armen te focussen. Wat hebben zij níét – goede scholing, veilige levensomstandigheden, enzovoort – en wat kunnen we daar aan doen?»

Belgische Piketty

‘We hebben geen Belgische Piketty,’ schrijft Paul De Grauwe. Maar laten we het omdraaien: heeft België veel aan Piketty? Ons land is toch, blijkens een recente reeks over ongelijkheid in De Standaard, de Europese herverdelingskampioen?

Peersman «De inkomensongelijkheid is inderdaad beperkt in België, maar hoe het met de vermogens zit – en daar heeft Piketty het vooral over – weten we gewoon niet. We hebben geen idee hoeveel rijker Albert Frère of Marc Coucke elk jaar worden. Dat is niet alleen spijtig voor onderzoekers, maar ook voor wie een goed maatschappelijk debat wil voeren. Voorlopig hebben we één onderzoek van de Centrale Bank, een bevraging bij amper tweeduizend gezinnen. Aan zo’n enquête heb je niet veel: als je Albert Frère belt, gaat hij echt zijn vermogen niet uit de doeken doen. Op dat vlak begint men nu meer inspanningen te doen, en alleen al dát is een verdienste van Piketty.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234