De nieuwe VRT: Humo onthult het geheime toekomstplan

Er is de voorbije tijd druk geschreven aan de toekomst van de openbare omroep. Donderdag presenteren de VRT-toplui hun plannen in het Vlaams Parlement. Hun onderhandelingsnota is een voorzet op maat voor de nieuwe beheersovereenkomst tussen de openbare omroep en de Vlaamse Gemeenschap.

De beheersovereenkomst legt, telkens voor vijf jaar, vast wat de overheid verwacht in ruil voor de dotatie die ze de openbare omroep toevertrouwt – 280 miljoen per jaar. De huidige overeenkomst loopt pas eind 2016 af, maar Sven Gatz, Vlaams minister van Media, heeft de procedure een jaar vervroegd: tegen het einde van dit jaar moet er een nieuwe beheersovereenkomst zijn, die begin 2016 van kracht wordt. De minister wilde een jaartje eerder aan het besparen slaan, maar die hertekende timing komt ook de VRT goed uit. Zo kan immers sneller een begin gemaakt worden met de vernieuwing van de openbare omroep.

'Er wordt bij de VRT gesomberd over de nieuwe beheersovereenkomst: de politiek zou zich opmaken om wraak te nemen, de omroep de vleugels te knippen en een sociaal bloedbad aan te richten'

De VRT zit in zwaar weer, zo heet het. Eén scoorde dit voorjaar prima met een marktaandeel van 33 procent, maar die weelde lijkt bedrieglijk. Er heerst twijfel en onvrede onder de VRT-toren. Canvas ligt op apegapen in de aanloop naar de vernieuwing in september, de nieuwsdienst verliest terrein, Eén leunt te zwaar op de vooravond en het succesnummer ‘Thuis’. Maar vooral: de openbare omroep heeft het al te lang zonder duidelijke leiding moeten stellen. Gedelegeerd bestuurder Sandra De Preter viel in november 2013 met een hersentumor uit vóór ze een langetermijnstrategie had kunnen ontwikkelen. Onbegrijpelijk genoeg bleef de omroep daarop bijna een jaar lang vrijwel onbeheerd achter, tot Leo Hellemans in oktober vorig jaar de nieuwe CEO werd – een tussenpaus, want Hellemans gaat over acht maanden met pensioen.

Die pas op de plaats wordt de VRT zwaar aangerekend. Het is in twintig jaar niet meer zo erg geweest, luidt het, de chaos is vergelijkbaar met die vlak voor het aantreden van Bert De Graeve in 1996. Maar dat is simpelweg niet waar: de malaise was toen immers totaal, na de overrompeling van de eerste zeven vette jaren van VTM. Er wordt vandaag dus ook vlijtig aan framing gedaan door concurrenten en opiniemakers. Toch draagt dat bespelen van de perceptie wel degelijk bij tot een zekere gelatenheid aan de Reyerslaan – omdat het veelal afkomstig is van de N-VA, de sterkste partij van het land, en Open VLD, dat de minister van Media leverde. Er werd bij de VRT dan ook gesomberd over de nieuwe beheersovereenkomst: de politiek zou zich opmaken om wraak te nemen, de openbare omroep de vleugels te knippen en een sociaal bloedbad aan te richten.


De regimezender

De VRT-top heeft, in de aanloop naar het schrijven van het toekomstplan, verkennende gesprekken met de politiek gevoerd. Daaruit bleek dat er géén grootse plannen zijn, ook geen kortwiekende.

'De N-VA heeft noch de minister van Media noch de voorzitter van de raad van bestuur van de VRT geleverd. Dat zou erop kunnen wijzen dat ze erop uit zijn om de nieuwe gedelegeerd bestuurder te kiezen'

Men heeft lang gedacht dat Bart Tommelein zijn stempel op het mediabeleid zou drukken, omdat hij al jaren de Open VLD-lijn over de VRT beheert, en een paar van zijn medewerkers bij het kabinet van partijgenoot Gatz ondergebracht heeft. De zelfverklaarde Kennedy van Oostende staat bekend om zijn kritische strengheid voor de openbare omroep. Maar zijn visie blijkt bij Sven Gatz weinig gehoor te vinden. Dat hoeft niet erg te verbazen. Wie de minister van Media best mag, zegt dat hij altijd de consensus verkiest boven het forceren van eigen plannetjes, ook tijdens zijn passage bij de Unie van de Belgische Brouwers. En wie ’m niet mag, zegt dat men Gatz nog maar zelden heeft kunnen betrappen op grote inzichten of strategieën, ook niet buiten de politiek.

Ook de N-VA blijkt niet voor een directe aanval op de VRT te kiezen, hoewel de ‘regimezender’ herhaaldelijk door de partij in het vizier genomen is. Met name Siegfried Bracke heeft zich niet bepaald ingehouden om aan te kaarten wat er allemaal fout gaat bij zijn vorige werkgever, bij wie hij overigens tot vorige week in dienst bleef. Maar niets wijst erop dat Bracke op de N-VA-strategie inzake de VRT weegt – ’t was louter galmen voor de galerij. Achtte men het in de partij deontologisch niet netjes? Vinden de vele Vlaamse N-VA-verkozenen het niet prettig dat hun partijgenoot uit het federale parlement zich op hun terrein begeeft? Vinden andere VRT-volgers als Vlaams Parlementslid Wilfried Vandaele en Marijke Verboven (de vrouw van Ben Weyts, die een jaar in de raad van bestuur van de VRT gezeteld heeft) het niet raadzaam de forcing te voeren? Duidelijk is in elk geval dat Bart De Wever de VRT geen prioriteit acht – zelfs de machtigste politicus van het land moet per slot van rekening zijn doelen kiezen. Het helpt wellicht dat hij vandaag de luxe heeft zelf de agenda van zijn mediaoptredens te bepalen: De Wever kan zo ongeveer kiezen wat hij waar en wanneer gaat vertellen.

Opvallend blijft dat de N-VA bij de verdeling van de mandaten na de jongste verkiezingen noch de post van minister van Media noch die van de voorzitter van de raad van bestuur van de VRT geclaimd heeft. Wél heeft de partij de gemeenschapsafgevaardigde van de Vlaamse regering geleverd: viervoudig tuincentrumeigenaar Rudi De Kerpel, bij de laatste stembusgang niet verkozen geraakt vanop een LDD-lijst. Niet bepaald een poging om middels een zwaargewicht op het beleid te wegen, dus. Eén en ander zou erop kunnen wijzen dat men er bij de N-VA op uit is om na het afscheid van Leo Hellemans de nieuwe gedelegeerd bestuurder te kiezen. Dan wordt Herman De Bode, de kabinetschef van Jan Janbon, naar verluidt de kingmaker. Hij zoekt dan wellicht naar een manager die wel raad weet met de klassieke kwalen van een overheidsbedrijf. In elk geval hoeft men geen rekening te houden met Leo Hellemans, die niemand een verlenging van zijn mandaat ziet vragen, of met Sandra De Preter, die wel van plan is binnen afzienbare tijd terug te keren bij de VRT maar dan op een lager echelon.

Natuurlijk zal de opvolger van Hellemans met de beheersovereenkomst moeten werken die nu voor vijf jaar vastgelegd wordt. Daarom kan die maar beter voor zo weinig mogelijk interpretatie vatbaar zijn. Te verwachten valt dan ook dat de N-VA erop zal aandringen om de bewegingsvrijheid inzake nieuwe initiatieven en aanwervingen, inkomsten en concurrentiële modellen zo veel mogelijk te beperken. Waar de vagere formuleringen in de huidige overeenkomst maken dat alles mag wat niet expliciet verboden wordt, zal de nieuwe tekst wellicht expliciet voorschrijven wat wél mag.

Die strakke lijn van de N-VA-strategie bleek ook tijdens de overlegsessies tussen het directiecomité en de raad van bestuur. Daar zorgde de minder strakke aanpak van de Open VLD’ers – Dirk Sterckx en Sihame El Kaouakibi zitten duidelijk ook niet op de lijn-Tommelein – de facto voor een wisselmeerderheid, die de N-VA – met name de ondervoorzitter van de raad Ellen Van Orshaegen – buitenspel zette.

De afgelopen weken waren er drie zulke sessies nodig vooraleer het directiecomité en de raad van bestuur rond waren met de tekst van het VRT-voorstel aan de regering, dat de top volgende donderdag zal presenteren. Die uiteindelijke onderhandelingsnota is niet unaniem en zonder voorbehoud goedgekeurd geraakt. Vanuit linkse hoek – Chris Reniers (ACOD), Jan Roegiers (SP.A) en Freya Piryns (Groen) – werd bezwaar aangetekend bij het vertrekpunt van de tekst. Het directiecomité gaat namelijk zonder meer mee in het besparingsscenario dat door de Vlaamse regering uitgetekend is.

Die opstelling is inderdaad wat vreemd: weinig organisaties of bedrijven zouden in een vijfjarenplan formuleren dat het hun doel is kleiner te worden of minder te realiseren, zeker als de benchmarks gunstig zijn. Want hoewel de VRT in vergelijking met de andere Europese openbare omroepen met 66 euro per Vlaming (waarvan 46 euro van de overheid) niet spilziek genoemd mag worden, scoort de openbare omroep bij de besten qua bereik en kwaliteit. Dat zou dus net zo goed kunnen inspireren tot een ambitieus plan, dat uitgaande van de eigen kracht en ideeën een ideaal groeiscenario uittekent. Maar het besef dat de harde economische realiteit onvermijdelijk ter tafel zou komen tijdens de onderhandelingen, heeft het directiecomité ervoor doen kiezen haar organisatie en werknemers geen dromen voor te spiegelen. En dus leest hun tekst eerder als een half operationeel plan, en bepaald niet als een uitgangspunt voor harde onderhandelingen. Leo Hellemans is dan ook een voorzichtig man, die de hemelbestormende megalomanie schuwt en de modderige confrontatie mijdt – de tegenpool van Tony Mary, zeg maar. De gedelegeerd bestuurder wilde met een voorstel komen dat niet alleen de besparingslogica van de politiek tegemoet treedt, maar ook anticipeert op de verzuchtingen van de concurrentie. Want ook Medialaan (VTM en 2BE) en SBS (VIER en VIJF) zorgen voor druk op de onderhandelingen.


Digitaal Echternach

In de tweede van vijf hoorzittingen in het Vlaams Parlement, georganiseerd door de Commissie voor Media, kwamen onder anderen de concurrenten Peter Bossaert (Medialaan), Philippe Bonamie (SBS), Koen Verwee (De Persgroep) en Gert Ysebaert (Mediahuis) aan het woord. Ze viseerden de VRT als digitale stoorzender en pleitten voor een verbod op uitgebreide tekst op de VRT-sites en op digitale reclame-inkomsten. Er zullen dus wellicht beperkingen in de beheersovereenkomst worden ingebouwd, ter compensatie waarvan de VRT dan nieuwe inkomsten mag aanboren via betalende previews van fictie. Dat is nieuw: in het verleden was er nog heisa over een ‘Flikken’-preview op Belgacom TV en de première van ‘Quiz Me Quick’ bij Prime van Telenet. Die beperkingen zullen de komende vijf jaar nauwelijks pijn doen, want voorlopig wordt door omroepen noch uitgevers geld verdiend op het internet. Een steekproef bij De Persgroep dringt zich hier op – omdat het de grootste speler is en omdat het nooit kwaad kan de nieuwe Humo-eigenaar wat beter te leren kennen. De nieuwe Deense titels in hun portefeuille hebben de shift naar het digitale al gemaakt – 70 procent van het personeel werkt voor het net – maar de inkomsten komen nog altijd van de papieren edities.

'Sandra De Preter is van plan binnen afzienbare tijd terug te keren bij de VRT, maar dan op een lager echelon'

Dat neemt natuurlijk allemaal niet weg dat de toekomst onvermijdelijk digitaal is. De kernvraag blijft: hoe overleeft de mediasector de switch naar het digitale tijdperk? Er is veel veranderd sinds de openbare omroep in 1930 begon als NIR, uitsluitend met radio-uitzendingen. Digitaal omvat immers álles: televisie, radio, geschreven tekst en interactieve processen. Maar de digitalisering staat bij de VRT nog in de kinderschoenen – letterlijk: Ketnet is, ook noodgedwongen, het verst gevorderd. Niet alleen kijken kinderen vaak online via het videoplatform, ook is er gepionierd met onder meer een succesvolle Ketnet-game, een interactief programma als ‘De checklist’ en Sambal.be, dat nieuws op maat van jongeren levert. Het is geen toeval dat vorige week Ketnet-netmanager Wouter Quartier een nieuwe functie opnam: hij staat voortaan in voor de digitale transformatie van alle VRT-televisienetten en -radiozenders. Want de community OpenVRT mag dan wel pionieren, er is nog veel werk aan de winkel. De naam Canvas doet bij Vlamingen onder de 30 bijvoorbeeld nauwelijks een belletje rinkelen.

Over die digitalisering wordt druk nagedacht door directeur Media en Productie Peter Claes, een poulain van Sandra De Preter. Deze bruggenbouwer, ambitieus genoeg om Hellemans te willen opvolgen en daardoor onvermijdelijk ook onrust stokend, is stilaan de verpersoonlijking van de nieuwe VRT. Hij is 42 en, bijna als een koning eenoog in het directiecomité, doordrongen van het besef van de noodzaak aan een ander soort VRT. Zijn uitdaging: een einde maken aan de processie van Echternach die het digitale verhaal van de VRT tot nog toe is geweest. Makkelijke en snelle winst denkt hij te kunnen boeken met een kanaal voor documentaires en het online aanbieden van de Eén-programma’s. Verder wordt er druk gerekruteerd: al een poosje wordt zo ongeveer iedereen die met pensioen gaat, vervangen door een digitaal inzetbare werkkracht. En ook het schrappen van de Eén-omroepsters is duidelijk een geste naar het digitale tijdperk. Voor zijn strategische oefening deed Claes een beroep op de vaste VRT-adviseurs Tom Himpe en Jan Callebaut, respectievelijk de oprichter van het Londense adviesbureau The Upside en de oprichter van Censydiam en Why5Research.

De voorbije tijd stond het uitbouwen van de mediamerken op maat van de vier in 1996 gekozen doelgroepen centraal: de gezinskijkers, de meerwaardezoekers, de actieve ontdekkers en de spontane genieters. Dat is wegens de eenmakende en interactieve kracht van het digitale vandaag minder efficiënt, en dus verschuift de klemtoon: de VRT zélf wordt, naar Scandinavisch voorbeeld, het centrale mediamerk. De andere merken worden gegroepeerd onder koepels, die tegelijk én televisie én radio én internet ontwikkelen. Een logische bundeling van krachten, zo leert een simpel voorbeeld: wie naar Canvas kijkt, luistert vaak naar Radio 1 en/of Klara, zodat het logisch is dat die VRT-gebruiker niet op drie websites bediend wordt. Daarbij wordt het interactieve van het digitale geïncorporeerd. Er wordt gezocht naar andere vertelvormen, in het besef dat ‘digitaal gaan’ méér is dan iets bestaands op het internet gooien en ervan uitgaan dat de kijkers er wel massaal op zullen afkomen. Ook moet de VRT-gebruiker iets hebben aan wat de openbare omroep ’m aanbiedt én er iets mee doen. Die nieuwe strategie bouwt aan een langdurige en de mediamerken ontstijgende relatie met de kijker, luisteraar en surfer.

Zo gaat Peter Claes geslepen in tegen de roep om de ontwikkeling van een digitale VRT-toekomst financieel of principieel te beperken. Bovendien probeert hij de discussie over grootte en bereik, kijkcijfers en clicks te herijken. Na de door hem gewenste shift, zou de VRT immers niet langer afgerekend kunnen worden op de kijkcijfers per zender, maar wel op de minder direct meetbare uitbouw van relaties met de Vlaamse mediagebruiker.


Radioactiviteit

Deze week vinden de laatste hoorzittingen in het Vlaams Parlement plaats. Op 15 juni worden de resultaten voorgesteld van een publieksbevraging en een benchmark-oefening met andere Europese omroepen, en op 18 juni treedt de top van de VRT dus zelf aan: CEO Leo Hellemans, voorzitter van de raad van bestuur Luc Van den Brande en algemeen directeur Informatie Luc Rademakers. Daarna doet het Vlaams Parlement aanbevelingen aan de regering. Bart Caron (Groen), voorzitter van die Commissie voor Media, gaat ervan uit dat er twéé resoluties naar de regering gaan: eentje van de meerderheidspartijen en eentje van de oppositie. Ten gronde gaat de discussie over hoe groot de VRT mag zijn in een evenwichtig pluralistisch medialandschap. De VRT mag niet zo veel geld krijgen dat het de concurrentie onder de voet loopt, of zo veel geld uit de markt zuigen dat ondernemen in de media bemoeilijkt wordt. Maar de VRT mag evenmin zo weinig geld krijgen dat ze haar informatieve en culturele kerntaak niet naar behoren kan invullen of een te klein deel van de Vlamingen bereikt. Een schoolvoorbeeld van een glijdende schaal, waarbij links de maatschappelijke samenhang ten gevolge van die kerntaken en rechts de ondernemingszin van de commerciëlen prioritair acht.

'Wordt er straks een VRT-zender verkocht aan het commerciële circuit? Wie de cijfers van De Persgroep bestudeert, leert dat er in Nederland goed verdiend wordt met radio – meer dan met kranten'

Op basis van de aanbevelingen van het Vlaams Parlement starten vervolgens de onderhandelingen tussen de VRT en het ministerie van Media. Desnoods kunnen die tot oktober lopen – de procedure nadien neemt nog een paar maanden in beslag – maar men hoopt het bij de VRT allemaal snel af te ronden. Dan zou de tactiek gewerkt hebben om zich van bij het begin neer te leggen bij een lagere dotatie, inclusief de afgetopte reclame-inkomsten. Het voorbeeld van Hellemans: de onderhandelingen in 2001, toen toenmalig gedelegeerd bestuurder Bert De Graeve, toenmalig mediaminister Dirk Van Mechelen en toenmalig voorzitter van de raad van bestuur Guy Peeters de zaak op één zaterdagmiddag wisten af te handelen.

Maar die meegaande tactiek heeft ook een nadeel. Geslaagde onderhandelingen baren immers uitsluitend winnaars en dus is het onvermijdelijk dat minister Gatz na afloop met een opzichtige trofee moet kunnen pronken. De knip in de dotatie zal op zich niet volstaan, daar heeft de VRT zelf toe bijgedragen door in een vroeg stadium mee te stappen in die besparingslogica. Een liberale trofee? Een extra radiofrequentie voor de commerciële spelers is dan het meest waarschijnlijke.

Vanuit liberale hoek is met de gedachte gespeeld, met Bart ‘Ich bin ein VTM’er’ Tommelein als spelleider, om de VRT te dwingen tot een verkoop van MNM. Een nieuwe radiofrequentie staat immers hoog op het verlanglijstje van de commerciëlen. SBS heeft nog geen radio in portefeuille, enkel het gelieerde Mediahuis bezit Nostalgie. Dat is een handicap in tijden waarin multiple-platformen domineren. De Persgroep heeft wel al het succesrijke Q-music en Joe FM in het pakket, maar het mag altijd meer zijn. Zo meldde CEO Christian Van Thillo na de overname van Humo en co. dat de portefeuille van De Persgroep in onevenwicht was en dat zijn volgende overname in de audiovisuele sector zou plaatsvinden. Wie de cijfers van De Persgroep bestudeert, leert bijvoorbeeld ook dat er goed verdiend wordt met radio in Nederland – meer dan met kranten. Significant is ook dat de krantenindustrie, wereldwijd, in 2014 voor het eerst minder verdiend heeft aan de adverteerder dan aan de lezer. In deze overgangstijden, waarin advertentiegeld zich snel verplaatst, is radio de enige echt vaste waarde gebleken. In de media valt vandaag nergens zo goed te verdienen als met radio.

Waar kan die nieuwe radiofrequentie voor de commerciëlen gevonden worden? Er zijn vier mogelijkheden. Als de VRT een zender moet verkopen, wordt altijd eerst aan MNM gedacht. Maar die zender is sociaal-maatschappelijk zodanig verankerd dat een verkoop onhaalbaar want strijdig met de kerntaken van de VRT is. Na Radio 1 brengt MNM het meeste nieuws – op een heel eigen manier, waardoor de VRT voor het eerst allochtonen en lagere sociale klassen bij het publieke debat weet te betrekken.

Er is maar één andere VRT-zender die geld opbrengt en dus in aanmerking komt om verkocht te worden: Studio Brussel. Maar helemaal niets wijst erop dat bij de VRT op dit moment de verkoop van een radiozender wordt voorbereid.

'Peter Claes, directeur Media en Productie, is stilaan de verpersoonlijking van de nieuwe VRT'

Een derde spoor is Klara en Radio 1 te laten samensmelten: Klara zou dan een bijna volledig digitale zender worden en ook deels via de frequentie van Radio 1 uitzenden. Dat zou ook aansluiten bij het merkenbeleid waaraan Peter Claes momenteel druk sleutelt. Maar dat scenario heeft Sven Gatz onlangs in de Commissie voor Media uitgesloten.

Dat betekent dat de VRT de zaak wellicht zuiver technisch weet op te lossen, door het frequentieplan te herbekijken. Als her en der iets van de bestaande frequenties ingepikt wordt, zou plaats voor een nieuwe nationale zender gemaakt kunnen worden – ook omdat FM Brussel verdwijnt en Story FM te koop staat. Die radiodiscussie is overigens onvermijdelijk een tussendebat: ook radio wordt immers digitaal, en online is er plaats genoeg voor ontelbaar veel radio’s. Maar voor de directe toekomst is die frequentie voor de commerciëlen wel cruciaal, omdat met radio vandaag veel advertentiegeld opgehaald kan worden.


Bye bye televisie

Men hoopt bij de VRT de beheersovereenkomst snel rond te hebben, om aan het echte werk te kunnen beginnen. Het échte gevecht, zo valt hier en daar te horen: de sleutel voor een sterke VRT-toekomst ligt immers niet bij de beheersovereenkomst, maar bij de interne switch die gemaakt moet worden.

'Alle partijen rond de tafel weten dat er bij de openbare omroep met minder mensen en middelen gewerkt kan worden'

Alle partijen rond de tafel weten dat er bij de openbare omroep met minder mensen en middelen gewerkt kan worden. Niemand betwist het publieke geheim dat niet iedereen goed functioneert – het is, voorlopig toch nog, eigen aan overheidsbedrijven dat ze een lange geschiedenis met zich meedragen. Wat Siegfried Bracke luidkeels over het VRT-personeel verkondigt, is dus grotendeels correct, zij het dat niemand gelooft in het bestaan van zijn beruchte mismatch-lijst met uitgebluste werknemers. Een leugentje om framende bestwil, zeg maar.

Op 31 december 2013 telde de VRT 2.427 actieve personeelsleden, goed voor 2.268,6 voltijdse equivalenten. Getallen circuleren niet echt, maar het zou blijkbaar nauwelijks een verschil maken als er op een verstandige manier naar 2.000 voltijdse equivalenten zou worden gegaan. De aanzet van de beheersovereenkomst laat toe op een gerichte, functionele manier na te gaan waar het met minder kan. Dat is nieuw; tot nog toe waren ontslagrondes bij de VRT onnodig (wegens de stabiele dotatie), onhaalbaar (wegens de sterke vakbonden) en ongewenst (wegens de krijtlijnen in de beheersovereenkomst). Nu zal in de beheersovereenkomst wel degelijk sprake zijn van een performanter hr-beleid. Het besef is aanwezig dat het blijven meeslepen van een sociaal passief tot een kreupele VRT leidt.

Vooral de voorzitter van de raad van bestuur, Luc Van den Brande, loopt zich te beijveren om, ondanks de krimp in mensen en middelen, het aanbod gelijk te houden. Maar onvermijdelijk zal ook in het programma-aanbod gesnoeid worden. Minister Gatz is de VRT alvast te hulp gekomen: begin juni heeft hij de makers van de uitzendingen door derden, op radio en tv, laten weten dat er voor hun programma’s geen plaats meer is. In de plaats daarvan wordt een reeks programma’s over ethische onderwerpen gepland, gemaakt door de VRT zelf, eventueel met input van de huidige makers van de uitzendingen door derden.

Verder kan bij het snoeien in de programma’s niet of nauwelijks geraakt worden aan de basistaak van de VRT: informatie, cultuur en educatie. Het mes moet dus in entertainment en sport. Daarbij wordt vaak verwezen naar dezelfde voorbeelden: moet de VRT programma’s als ‘We’re Going to Ibiza’ of ‘Hallo televisie!’ maken of de Ronde van Vlaanderen van start tot finish uitzenden?

Van de besparingen op entertainment hoeft niemand last te hebben, heet het – zelfs als dat gevolgen heeft voor het marktaandeel of de kijkcijfers. In de lopende beheersovereenkomst was het vereiste VRT-marktaandeel in cijfers vastgelegd: zo moest wekelijks 70 procent van de Vlaamse radioluisteraars en 75 procent van de Vlaamse televisiekijkers bereikt worden, en maandelijks 40 procent van de surfers – alles samen moest de VRT maandelijks 90 procent van de bevolking bereiken. Die cijfers zullen lager liggen of zelfs helemaal ontbreken in de nieuwe beheersovereenkomst. De VRT moet niet de grootste, maar wel de beste zijn, is de redenering, die aansluit bij de strategische oefening van Peter Claes.

De sportdienst kampt met het probleem dat het opbod tussen de verschillende zenders de zo al peperdure rechten onbetaalbaar maakt. Voor een heerlijk voorbeeld uit de tweede hoorzitting in het Vlaams Parlement tekent Philippe Bonamie, die klaagde dat SBS niet tegen de VRT op had gekund in het bieden op de vriendschappelijke voetbalinterland Frankrijk - België van 7 juni – concurrentievervalsing met belastinggeld, dus. Enige tijd later bleek dat niet de VRT de rechten had gekocht, maar VTM. Frustraties uiten is nooit een goed idee voor wie slecht geïnformeerd is. Een betere analyse is dat de drie concurrenten in hetzelfde schuitje zitten: de internationale rechten zullen alleen maar duurder worden, zodat sport wellicht eerder vroeg dan laat op een apart kanaal zal belanden, al dan niet in een internationale alliantie. Er is nu al heel wat minder live sport te zien op de openbare omroep, voetbal is intussen zelfs relatief zeldzaam geworden. Dat heeft men creatief en met succes opgevangen met het duidingsprogramma ‘Extra Time’. De verdiepende analyse kan de plaats van de rechtstreekse sportbeleving innemen, zo bewijzen ook de docureeksen ‘Spul’ en ‘Slijk’ dit najaar op Canvas.

De besparingen op entertainment en sport lijken zo een simpele oefening in vergelijking met het vlot trekken van informatie en cultuur. Met dat laatste blijft de openbare omroep het moeilijk hebben: de cultuursite Cobra.be wordt opgedoekt; na het verdwijnen van ‘Joos’ is er wellicht minder en zeker minder makkelijk terug te vinden cultuur op Radio 1; de Koningin Elisabethwedstrijd was dit jaar nog nauwelijks op Canvas te volgen. Die immense terughoudendheid heeft alles met kijk- en luistercijfers te maken. Als die niet langer zaligmakend hoeven te zijn, wacht Canvas-netmanager Paul Peyskens een even grote kans als uitdaging. Hij lanceert op 31 augustus het vernieuwde Canvas, maar van wat al bekend is van zijn najaarsprogrammatie valt enkel ‘Off the Record’ onder cultuur: een reeks die ‘Belpop’-gewijs de Vlaamse muziekgeschiedenis documenteert. Sowieso vallen zijn eerste plannen wat tegen, gemeten aan zijn ambitieuze interviews van vorig jaar. Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat Canvas vooral een digitale ampleur krijgt, maar daarvoor is het intussen wel erg kort dag: pas eind juni landt voormalig Canvas-netmanager Jan Stevens met een reeks aanbevelingen, gesprokkeld tijdens een consultancy-opdracht van amper tien weken.

'Hoofdredacteur Björn Soenens leidt en stuurt niet, krijgt zijn structuur niet op orde, is een tikje ijdel en komt niet verder dan algemeenheden'

Met de structuur of de werking van de nieuwsdienst mag een beheersovereenkomst zich niet bemoeien. Om die monoliet loopt men dan ook met een grote boog heen, met de hulp van allround labels als ‘onafhankelijk’, ‘kwaliteitsvol’ en ‘deontologisch’. Maar er is wel degelijk werk aan de winkel, nog los van de digitalisering. Zo zijn er klachten over de oppervlakkigheid van de berichtgeving. Verder is men het bij de VRT-nieuwsdienst wel relatief eens over de opbouwende lading die ‘Het journaal’ zou moeten meekrijgen. Maar het poppetje dreigt inmiddels de boodschap in de weg te zitten: hoofdredacteur Björn Soenens leidt en stuurt niet, krijgt zijn structuur niet op orde, is een tikje ijdel en komt niet verder dan algemeenheden. Daardoor dreigt zijn ‘constructieve journalistiek’, als het kind met het badwater, weggegooid te worden. Overigens valt ook over algemeen hoofdredacteur Luc Rademakers op de redactievloer weinig enthousiasme te rapen. Hij is ingehaald wegens zijn krantenverleden en zijn daarmee gepaard gaande contacten en digitale kennis, maar in de praktijk valt zijn daadkracht velen tegen. Daarom wordt met de gedachte gespeeld om terug aan te knopen bij een idee uit de onderhandelingen van 2006 en het werk van de nieuwsdienst om de twee jaar door een onafhankelijke buitenstaander te laten evalueren.

Dat er heel wat broeit binnen de nieuwsdienst, mag ook blijken uit het feit dat de VRT-toplui bij hun passage in het Vlaams Parlement donderdag tijd maken voor de presentatie van een studie naar de objectiviteit en de neutraliteit van de VRT-berichtgeving. Die door henzelf bestelde studie komt er na vragen over de frequentie waarmee de verschillende politieke partijen bij de nieuwsdienst aan bod komen en na een aantal incidenten. Het meest precair en becommentarieerd was een ‘Terzake’-interview via een straalverbinding met jihadist Anjem Choudary in Londen, eind vorige zomer. Annelies Beck interviewde de voormalige woordvoerder van Sharia4UK weinig kritisch, besloot hoffelijk met een ‘Thank you for sharing your views with us’, en liet nadien geen tegenstem in de studio aan het woord.


Allemaal Sam

Na de beheersovereenkomst, de herstructurering en de interne switch moeten er natuurlijk ook wel programma’s gemaakt worden – liefst zo creatief, urgent en aantrekkelijk mogelijk.

Tijdens de parlementaire hoorzittingen in de aanloop naar de vorige beheersovereenkomst, vier jaar geleden, hekelde Wouter Vandenhaute – toen nog net geen eigenaar van de zenders die VIER en VIJF zouden gaan heten – ‘het gebrek aan creativiteit bij de VRT’. Puur creatief is de toestand vandaag even goed of even slecht als toen: de grote vernieuwingen komen nog altijd van productiehuizen. Maar er zit wel een verschil ten goede in de hoofden – de exit van Woestijnvis deed toen naar adem happen – en in de veranderde aanpak. De idee blijft: de VRT haalt elders de creativiteit die ze zelf ontbeert. Maar die vernieuwing wordt niet langer zomaar uitbesteed, wel blijvend aan de openbare omroep gebonden. Eerder werd al een minderheidsaandeel in het productiehuis de chinezen genomen – een participatie mét innovatieovereenkomst. En vorige maand is de VRT participatieonderhandelingen begonnen met een klein productiebedrijfje dat multimediaal werkt: als voorbeeld van wat zij zouden leveren, gelden de op maat gemaakte Ninjanieuws-filmpjes voor de MNM-site.

Men speelt met de gedachte die weg verder te bewandelen en andersoortige contracten met productiehuizen af te sluiten. Zo zou een nieuw format tot drie jaar buitenshuis gemaakt kunnen worden – desnoods zelfs tegen hogere tarieven dan vandaag – om zo gauw het zijn deugdelijkheid bewezen heeft, binnenshuis verder ontwikkeld te worden. Zo profileert elk zich op zijn kwaliteiten: de productiehuizen munten uit in frisse ideeën en creativiteit, de VRT moet het hebben van soliditeit en de bewaking van productionele kwaliteit. De VRT als goed draaiende fabriek, zeg maar, die geregeld gevoed wordt met nieuwe, elders ontwikkelde prototypes. Het typevoorbeeld voor dit soort samenwerkingen is ‘Thuis’, het druk bekeken – ook door jongeren – paradepaardje van de VRT. Er is de nodige tijd over gegaan voor de formule helemaal op punt stond, maar nu wordt de soap gemaakt door een klein fabriekje, bijna gerund als een kmo, op locatie in Leuven.

‘Samenwerken’ is een apart hoofdstuk in de onderhandelingsnota. Tijdens de vergadering van 5 juni kregen de VRT-bestuursleden niet toevallig ‘Het nieuwe tv-kijken’ van Jo Caudron en co. mee, een boekje waarin onder meer het bundelen der krachten bepleit wordt. Natuurlijk is het nogal naïef om te denken dat de drie Vlaamse zenders samen sterker staan in het gevecht om digitale advertenties met giganten als Google, YouTube en Facebook. Ook mag niet vergeten worden dat concurrentie kwaliteit ten goede komt. Zo heeft de VRT zich herpakt dankzij de komst van VTM en heeft die laatste zich op zijn best getoond door de dreiging van VIER. En verder wordt in zo’n triumviraat onvermijdelijk eentje de baas, meestal de grootste – De Persgroep zou uiteindelijk dus de plak zwaaien, wat we hier bij Humo sinds kort opperbest vinden.

Dat neemt allemaal niet weg dat inderdaad aan kostenbesparend samenwerken gedacht wordt, in navolging van voorbeelden als het programma ‘Wauters vs. Waes’, de app Stievie en het samen coveren van sportevenementen. Ook wordt gezocht naar partnerships en coproducties, waarbij twee partijen elkaar versterken. Dat kan in twee richtingen werken: op de Canvas-site zou bijvoorbeeld niet door de VRT gemaakt materiaal aangeboden kunnen worden – wat je zelf niet kan, haal je elders – en Canvas zou met eigen materiaal naar een ander netwerk kunnen trekken – als je publiek je niet vindt, ga je zelf naar waar je publiek zich bevindt.

Als al deze plannen zich op diverse schermen kunnen vertalen, oogt de toekomst van de VRT efficiënt, digitaal en rooskleurig. Maar er is ook reden voor tevredenheid bij de overheid, die bespaart, en de concurrentie, die geholpen wordt om niet uit de markt gedrukt te worden. En ook bij de kijker, die baat heeft bij het opbod in kwaliteit tussen een sterke openbare omroep en sterke commerciëlen. Iedereen – om toch maar dat lelijke woord te gebruiken dat in elk mediastuk voorkomt – content!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234