'De noodcentrale' op Eén

Blauw licht doet het altijd goed op een beeldbuis, maar van alle programma’s over hulpdiensten is ‘De noodcentrale’ nog altijd het dapperste.

Als televisiemaker is het verleidelijk om in het zog te kruipen van loeiende ziekenwagens, of om een nog narokende brandweerman te behangen met handzame cameraatjes, maar ‘De noodcentrale’ weerstaat ook in het derde seizoen aan die zang van de sirene: het bekommert zich liever om de veelal onzichtbare mannen en vrouwen die de telefoon opnemen nadat iemand met bibberende vingers de cijfers ‘112’ heeft gevormd, en die zo om den brode geweeklaag en rampspoed te woord staan.

Aan die succesformule werd ook dit seizoen niet geraakt, en wie de vorige edities van ‘De noodcentrale’ meegemaakt had, herkende hoe de oproepen ook deze keer varieerden van banaal tot ronduit afgrijselijk – al waren ze zelden wat ze leken. Achter een ogenschijnlijk euvel waarbij een vrouw er na een valpartij niet meer in slaagde recht te krabbelen, ging een nijpend drankprobleem schuil. Bij een andere oproep klonk er alleen maar hysterisch geschreeuw: prompt vulde je zelf de gaten in met visioenen van ronkende kettingzagen en afgerukte ledematen, tot bleek dat het maar ging om een moeder wier zoon bij het parkeren een paaltje had geraakt. De opluchting die daarop in de telefooncentrale hing, beleefde je mee. De frustratie ook: de stuntelende bejaarde die per ongeluk maar herhaaldelijk het noodnummer bleef vormen, een evergreen in ‘De noodcentrale’, was er ook deze keer weer bij. Geduld, elders slechts een schone deugd, toonde zich in ‘De noodcentrale’ weer als niets minder dan een morele plicht.

Het waren fragmenten als kleine puzzelstukken: wie ze bij elkaar legde, kreeg een beeld van de samenleving, gezien vanuit de stoel van iemand die er elke dag beroepshalve aan blootgesteld wordt. Al dreigde je door zulke scènes ook bijna te vergeten dat de werkelijkheid ongemeen lelijk naar de keel kan klauwen. Het was telkens op die momenten dat de toon omsloeg naar bloedserieus: vaak ging het om kinderen, die het buiten ouderlijk toezicht op een stikken hadden gezet – eentje zag zelfs al blauw eer de wanhopige ouder er erg in had. Het meest benauwende moment was dat waarin een telefoniste zo’n tegen blinde paniek vechtende ouder moest aansturen bij de reanimatie van haar eigen kind. De meeste oproepen in ‘De noodcentrale’ eindigen steevast zodra er ingehaakt wordt, maar het viel op dat er in zulke gevallen, waarbij je ook als kijker dreigde een nachtje wakker te liggen, vaak nog een geruststelling volgde: een verlossend verslag met goed nieuws, dat wel mooi stond in een aflevering van een documentairereeks, maar dat in de praktijk, waar gevoelig minder gemonteerd kan worden, wellicht vaker niet komt dan wel.

Aan het eind van de aflevering hingen de hulpverleners van ‘De noodcentrale’ hun koptelefoon aan de haak, en sloegen ze de deur van hun werkplek achter zich dicht. Naar huis gaan ze allemaal, maar hoeveel van hen laten daarbij de noodcentrale écht achter?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234