De ongeziene Hugo Claus: Humo gedenkt het eeuwige leven van onze grootste schrijver met zeldzame foto's

Op 19 maart 2008 stierf Hugo Claus, maar hij leeft nog. Tien jaar na zijn dood is hij zelfs alomtegenwoordig: zijn leven en werken worden tentoongesteld in Brussel en Antwerpen, zijn schilderijen worden geëxposeerd in Antwerpen en Knokke, er zijn nieuwe bloemlezingen uit zijn werk, nieuwe boeken over hem. Valt daar nog íéts aan toe te voegen? Toch wel: met deze zeldzame foto’s gedenkt Humo het eeuwige leven van onze grootste schrijver.


Broederliefde

Een kiekje uit het familiealbum, midden jaren dertig: rechts Hugo, links Guido, zijn twee jaar jongere lievelingsbroer. Op deze foto delen ze een uitgesproken guitigheid. In het algemeen hadden ze, zo schreef Claus het op in een gedicht, de onrust van hun moeder gemeen, het ongeduld van hun vader, en het wantrouwen en de goedgelovigheid van allebei.

Moederliefde

Hugo (links) met zijn moeder Germaine Vanderlinden en broer Guido.


Lichtstad

Links Liesbeth List en Silvia Kristel, rechts Hugo Claus en Cees Nooteboom: dit moet wel Parijs, midden jaren zeventig zijn.


Blauwtje

Mick Clinckspoor, vanaf de jaren zestig een bekende radiostem, ontbreekt in alle overzichten van het schoon vrouwvolk waarmee Claus zich wist te omringen, en dat is geen toeval: ‘Prachtig regisseur, maar een afschuwelijk mens,’ was haar antwoord op zijn avances.

In februari 1963 leerde Claus Mick Clinckspoor, toen 19, kennen als een vrank en vrolijk kostschoolmeisje na een lezing in Brugge van zijn vriend Simon Vinkenoog. ‘Het zwartje’ bleef hem voldoende bij om aan haar leraar Paul de Wispelaere haar adres te vragen, en nog voor de zomer kreeg ze een briefje in de bus: ‘Geachte Juffrouw, Men verzekert mij dat U met veel talent optreedt of opgetreden bent in de Vlaamse T.V. (Ten-Star?) Alhoewel ik u bizonder onvoldoende ken is dit voor mij een voldoende aanleiding om U het volgende voorstel te doen. Deze zomer maak ik in opdracht van de T.V. een film van ongeveer 35 minuten. En in de hoofdrol heb ik een jong, smal, zwartharig meisje nodig. U beantwoordt ongeveer aan het type, dacht ik. Nu is mijn vraag: heeft U daar enige interesse voor? En indien wel, rond welke data bent U deze zomer vrij? En zou U komende week een proefopname kunnen maken?’

Mick Clinckspoor (no surprise) kreeg de rol: in ‘Anthologie’, een kruising van een beeldverhaal met oud-Griekse gedichten, mocht zij gestalte geven aan de Dood. (Nadien zou Claus zich de Dood als een mooi meisje blíjven voorstellen.) François Beukelaers speelde de Liefde.

Beukelaers vandaag: ‘Hugo heeft me destijds gezegd dat hij verliefd was op Mick Clinckspoor. Ze was nog een kind.’ Ook vriend Pjeroo Roobjee weet ervan: ‘Hugo vertelde graag de anekdote dat hij bij het ouderlijk huis úren stond te wachten tot Mick buiten zou komen, maar hij had zich van dorp vergist: hij stond in Deinze, en ze was van Wetteren.’

Ook Hugo’s vrouw Elly Overzier was niet blind: ‘Tijdens de opnames van ‘Anthologie’ is onze zoon Thomas geboren. Pas een dag na de geboorte kwam Hugo op bezoek, en waar kwam hij mee? Foto’s van Mick Clinckspoor! Een knappe vrouw. En ik lag daar met mijn dikke borsten, want ik wilde dat kind absoluut moedermelk geven.’

De jonge journalist Johan Anthierens ging naar de opnames van ‘Anthologie’ kijken. ‘Monique Clinckspoor is een fenomeen,’ vertelde Claus hem. ‘Haar grootste betrachting is om voor de radio te werken en om met het BRT-schorremorrie in een café te gaan gewichtig doen. Kun jij je een dommer ideaal indenken? Je zult haar ook moeten aanporren; anders is er geen gebenedijd woord uit haar los te krijgen.’

Plagen is om liefde vragen, maar die kreeg hij niet. ‘Ik smaak hem niet,’ tekende Anthierens op uit de ‘bloedrode mond’ van Clinckspoor. ‘Als mens vind ik hem afschuwelijk, Claus is nooit natuurlijk, blijft tegenover de mensen rondom hem dag in dag uit een rol spelen. Zoiets vind ik vreselijk.’

In Claus’ gedicht ‘Het teken van de hamster’ – dat legt Paul Claes uit in een binnenkort bij uitgeverij Vantilt te verschijnen commentaar – dook in een werkversie ene Micky Mo op, en in een eerste versie van de roman ‘Schaamte’ is Clinckspoor herkenbaar in de figuur van Nikki Barrière die een lange brief toegestuurd krijgt: ‘Waar ben je nu? Bij het bitter jong en lenig gespuis in Blankenberge, tussen je vrienden die in badpak dansen als het donker wordt tussen de badkarretjes, tussen het onmondig gebroed waarvan je mij eens vertelde dat het je grootste plezier was om ze op te hitsen door glimlachjes en gebaren en fluisteringen.’

Micky en Nikki zijn uiteindelijk geschrapt. Omdat Claus niet blijvend wilde herinnerd worden aan het blauwtje dat hij bij dit zwartje had opgelopen?


Nonnenkap

De nonnen die in de gehate kostschool over Claus regeerden, stelde hij zich zijn leven lang voor als ‘ingekapselde krijgers’. Geen wonder dat het een automatische reflex was om ze de kap te willen afrukken. Er is een getuigenis dat hij dat al een keer deed nog als leerling in het Sint-Jozefsinternaat in Aalbeke. Maar beruchter zijn z’n aanslagen op nonnen in de Parijse straten in de vroege jaren vijftig.

Claus: ‘Je zag dan hele verschrikte vrouwen met een prachtige opera-achtige houding en opengesperde mond.’ Simon Vinkenoog was getuige en had er naar eigen zeggen ook foto’s van gemaakt. Vinkenoog in 2004: ‘Je had toen nog nonnen in het straatbeeld. Hugo besprong die dames van achter de rug. Ik had vaak een fototoestelletje mee.’ Helaas waren die foto’s verdwenen. Dácht hij, want boekhandelaar René Franken diepte er inmiddels eentje op, en zal die foto, met authentieke inktvlek, tonen op de tentoonstelling ‘Fun in Progress’ (5 mei – 3 juni, www.demian.be).

Claus zag deze hobby als een eerbetoon aan zijn voorbeelden, de surrealisten: ‘Benjamin Péret had dat vóór mij al gedaan, door systematisch priesters op straat te beledigen.’ Bovendien was het gewoon leuk. ‘Er was bij mij een directe link met de nonnenschool, al was mijn agressie kunstmatig opgefokt; het was gewoon lekker om je als de kwellende Zorro op te stellen.’


Pettenpret

In 1962 verfilmde Claus’ vriend Fons Rademakers ‘Het zwaard van Damokles’ van W.F. Hermans. Mulisch’ vriendin Ineke Verwayen speelde daarin mee, en zo kon het dat Claus en Mulisch elkaar op de set ontmoetten. Met een boel Duitse uniformen in de kleedkamer was voor beide heren de verleiding te sterk: er kwam een verkleedpartij van, vastgelegd door fotograaf Ed van der Elsken. Vijftien jaar later schreef Mulisch onderschriften bij de foto’s voor een aflevering van het tijdschrift Bzzlletin naar aanleiding van zijn vijftigste verjaardag.

Voordat ze eindigden als grote vrienden hadden deze haantjes best wat strubbelingen achter de rug: zo had Mulisch in zijn boek ‘Voer voor psychologen’ zijn collega Claus ‘trekken van een modeontwerper’ meegegeven. ‘Algauw had ik één en ander op hem aan te merken,’ werd dan ook Mulisch’ onderschrift bij bijgaande foto.

De volledige reeks onderschriften leest als volgt: ‘Claus en Harry Mulisch ontmoetten elkaar in het begin van de vijftiger jaren. Ons eerste contact verliep enigszins stroef. Algauw had ik van allerlei op hem aan te merken. Ook was hij het niet altijd met mij eens.’


Miramar

De jaarwisseling ’67-’68 beleefde Claus in artistieke grandeur. In het zog van de schandaalverwekkende vertoning van zijn toneelstuk ‘Masscheroen’ had hij een progressieve keur van schilders, schrijvers, acteurs en actrices uitgenodigd in de Knokse villa Miramar.

Claus’ toenmalige vrouw Elly Overzier, in 2004: ‘Ik had gezorgd dat er twee, drie enorme tafels stonden met allerlei heerlijke gerechten. Iedereen moest wel betalen om mee te doen, want wij konden dat niet betalen.’

Claus: ‘Pernath liep rond met drankjes, Elly orchestreerde het buffet, Wannes Van de Velde kwam Vlaamse liedjes in het Antwerps zingen, Geert Lubberhuizen (zijn uitgever, red.) liep rond met een kanon dat rook en confetti braakte, de dames stripten of deden buikdansen om de titel van Miss Miramar te behalen (daar deed Geert ook aan mee, maar hij won niet).’

Hoe kon het voor Claus toch op ‘een ijselijke ervaring’ uitdraaien?

Claus: ‘Ik had geen zin om snel dronken te worden, ik was moe van de repetities, de complicatie, het festival zelf, en ik had dus een pil geslikt die voor dronkenschap vrijwaart – heel schadelijk voor de gezondheid, maar wel efficiënt. Marina Schat (vertolkster van Mariken van Nieumeghen in ‘Masscheroen’, red.) mengde de meest curieuze cocktails, die ik zonder enig effect in één slok opdronk. Men danste, dronk, vrat, en zelden heb ik zoiets meegemaakt, want wat ik ook dronk, ik bleef koud en nuchter temidden van dat gehos, dat gewriemel, gevrij, de ruzies en de jaloersheid die vonken sloegen. Feesten maken mij altijd bedroefd, maar deze onwrikbare nuchterheid maakte alles nog veel erger. Het was een akelig begin voor het jaar ’68.’


Kardinaal

Pasen 1997 stapt kardinaal Danneels, zoals hij al meermaals heeft gedaan, na de hoogmis in zijn auto en rijdt naar het Zuiden, tot in Roussillon. Op deze foto is hij al lang ter plekke, we zijn vier dagen later, in Crillon-le-Brave.

Schilder Jan Vanriet heeft er een ontmoeting geregeld tussen de Schrijver en de Kardinaal, de eerste een atheïst, in Vanriets ogen een boegbeeld van wilsvrijheid, de tweede de bewaker van het dogma, maar ook een man van dialoog. Het hemd van de schrijver staat een behoorlijk eind open, het joggingpak van de kardinaal wijst evenzeer op het casual karakter van het etentje.

Claus’ weduwe Veerle de Wit: ‘Ik heb Hugo daar afgezet, ik wilde niet meegaan. Ik weet hoe ik in elkaar zit: ik zou meteen een discussie met Danneels willen beginnen, en de gevolgen daarvan zouden niet te overzien zijn. Maar Hugo was nieuwsgierig: hoe verder mensen van hem afstonden, hoe meer ze hem intrigeerden.’

Zoals hij in zijn net verschenen memoires ‘Radeloos geluk’ zoveel in fraaie bewoordingen weet te vatten heeft Jan Vanriet de uitzonderlijke bijeenkomst daar goed beschreven. Vanriet: ‘We eten buiten op het terras, onder een onmatige lentezon. Simone serveert dorades op takjes van wilde anijs, aardappeltjes uit de oven, doorprikt met blaadjes laurier. Ik vul de glazen. Le Carillon d’Angélus leek me een perfecte keuze. Schijnbaar kunnen de twee gasten het met elkaar vinden, de initiële argwaan en het bijhorende rondje aftasten zijn snel verdwenen. Er volgt een vriendelijke, maar toch wel wat gereserveerde babbel, niet over existentiële vragen of levensbeschouwelijke standpunten, maar over Franse films, poëzie en de zo prachtige regio – banaliteiten die typisch zijn tijdens de lunch in een zuiderse tuin. De kardinaal uit zijn bewondering voor het oeuvre van zijn tafelgenoot, voor zijn ‘dichtkunst’ specifieert hij, zuinig. Wat later zitten ze dichter naast elkaar, lijken ze West-Vlaamse neefjes. De schrijver vertelt over zijn jeugd op een kostschool bij de nonnen, een trauma dat bepalend was voor zijn afvalligheid, tevens een onderwerp voor vele van zijn romans.’

Wanneer Vanriet zijn camera pakt, merkt zijn vrouw Simone dat en positioneert ze zich tussen beide mannen – het geluk dat ze uitstraalt heeft ook te maken met een pas overwonnen zware ziekte.

Vanriet: ‘De zon glanst over het witte haar van de schrijver, het harde licht maakt zijn grote roze oren doorzichtig als albast. De kardinaal lacht zijn dunne ogen dicht. Simone straalt, ze houdt demonstratief haar hand op haar heup, ‘zie mij hier nu’ tussen kunst en kansel. Achter haar ontploft een kersenboom in volle bloei.’

Veerle De Wit: ‘Een bijzonder innemende man, noemde Hugo de kardinaal achteraf. Hij bleef altijd hoffelijk, hè? Ik ben blij dat ik daar toen ben weggebleven, want mijn buikgevoel zat goed: je weet hoe Danneels gereageerd heeft op de euthanasie van Hugo.’

Dat was weer een paasdag, 2008. Impliciet verwijzend naar Claus’ keuze voor zijn levenseinde zei de kardinaal in zijn homilie: ‘Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws.’

Verrassend genoeg, zei Veerle de Wit een jaar later, heeft de kardinaal met die uitspraak haar er een stuk bovenop geholpen: ‘Na Hugo’s dood heb ik een week in bed gelegen, aan de rand van een depressie. Toen ik Danneels het lijden hoorde verheerlijken, ben ik ziedend geworden. Onwaarschijnlijk kwaad en dat ben ik nog steeds.’

Kardinaal Danneels is niet meer tot een reactie bereid.


Slager

In oktober 1983 acteerde Claus in het toneelstuk ‘Moar reine-claudekes in ’t Grieks, hoe schrijvde gij da?’ van Pjeroo Roobjee. Hij vertolkte een slager die met een bijl achter de eerste minister aan ging. De schrijfster Chris Yperman speelde zijn vrouw, zijn toenmalige geliefde Marja Habraken was het dienstmeisje. Roobjee: ‘Hugo is een magnifiek acteur. Met veel aplomb en met justesse wist hij een Knokse slager neer te zetten.’


Uitgebokst

Op 12 januari 2008 aanschouwde Claus, in gezelschap van de acteurs Jan Decleir en Kevin Janssens, hoe Sugar Jackson in de Antwerpse Lotto Arena zijn Europese titel succesvol verdedigde tegen Brice Faradji (12 ronden). Zijn ‘laatste publieke verschijning’ noemde Het Nieuwsblad het, bij publicatie van de foto na Claus’ dood, goed drie maanden later.

Op 3 mei 2008 verlengde Sugar Jackson zijn titel nogmaals, deze keer tegen de Oekraïner Viktor Plotnikov (12 ronden). De stoel waarop Hugo Claus de vorige keer zat bleef bij wijze van eerbetoon leeg.

Met dank aan het Letterenhuis.


Expositie: 'Achter vele maskers' (curator Hilde Van Mieghem), Letterenhuis Antwerpen, 17 maart tot 1 juli.

Expositie: 'Con Amore' (curator Marc Didden), Bozar Brussel, nog tot 27 mei

Van Mark Schaevers verscheen de bloemlezing uit Hugo Claus, 'Het verdriet staat niet alleen. Een leven in verhalen', bij De Bezige Bij

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234