De onneerlegbare thrillers van Jussi Adler-Olsen

'Ik wist heel goed dat ik niet de zoveelste politieroman moest kakken.'

Neem een passage als deze, uit ‘De grenzeloze’: ‘Als datgene waarin je vastzat je niet zinde, was er altijd de mogelijkheid om voor jezelf te vluchten. Vluchten voor standpunten, uit je huwelijk, uit je land, voor oude waarden, voor trends waar je gisteren anders nog zo van in de ban was. Het probleem was alleen dat je tussen al dat nieuwe niets vond waar je diep vanbinnen naar zocht, want morgen was het allemaal weer volstrekt onbelangrijk. Het was een eeuwige, tevergeefse jacht geworden op je eigen schaduw, en dat was treurig.’

’t Is gelukkig een en al licht en opgeruimdheid in het Amsterdamse hotel waar ik me neervlij tegenover Adler-Olsen, een kwieke zestiger van Deense makelij die met ‘De grenzeloze’ – hoofdstuk zes in zijn befaamde Q-serie – een klassiek onderzoeksverhaal heeft neergepoot.

Jussi Adler-Olsen «Beetje oldskool, hè? Een paar politieagenten hadden me laten weten dat ik dankzij m’n grondige research misschien wel de beste levende Deense misdaadschrijver ben, maar dat ik op mijn verhaalpad gerust wat meer doodlopende straatjes mocht inbouwen: mijn romans zouden er alleen maar realistischer op worden. Oké, ’t is een tikje irritant voor ongeduldige lezers die graag zo snel mogelijk naar de ontknoping worden geleid, maar soms zorgt dat beetje extra uitstel ervoor dat ze nog blijer aan de finish zullen verschijnen.»

HUMO Hebt u veel fans bij de politie?

Adler-Olsen «Massa’s.»

HUMO Ik heb nooit goed begrepen waarom flikken na hun dagtaak nog thrillers willen lezen. Ik kan me niet voorstellen dat ik na de mijne nog wil lezen over iemand die honderd telefoontjes per dag doet, de groten der aarde aan de tand voelt, vernuftige brokken literatuur van z’n lopende band laat rollen en z’n twitterfeed dichtplamuurt met hoogst citeerbare oneliners, want dat heb ik in alle voorgaande uren namelijk al gedaan.

Adler-Olsen «Behalve als het boek in kwestie écht goed geschreven is, toch? Ik weet ook dat veel misdaadboeken de clichés op elkaar stapelen, maar blijkbaar beleven flikken aan de mijne toch veel plezier – vooral aan de discussies tussen mijn personages, alsook aan het feit dat ik de chaos die ontstond na de politiehervorming van een paar jaar geleden af en toe in de zeik zet. Eentje vertelde me dat ze elkaar afkatten door te zeggen: ‘Komaan jong, hang nu eens niet de Carl uit’, naar mijn hoofdpersonage Carl Mørk. Als je fictieve agenten plots rolmodellen zijn voor de echte, dan ga ik ervan uit dat je je werk redelijk goed hebt gedaan (grijnst).»

HUMO In ‘De grenzeloze’ zetten Carl en zijn collega’s Rose en Assad hun speurderstanden in een oude, onopgeloste moordzaak. Laat u zich daarvoor inspireren door echte cold cases, of zuigt u ze gewoon uit uw duim?

Adler-Olsen «Dat laatste. Als ik al eens vertrek van een waargebeurd verhaal, verdraai ik het naar eigen goeddunken. Maar ik praat natuurlijk wel vaak met echte flikken, vooral met een clubje van vier stokoude rechercheurs die zichzelf De Kerkhofclub noemen: zij zijn mijn eerste aanspreekpunt als ik wil checken of mijn dialogen en onderzoeksmethodes wel deugen. Ze komen al jarenlang wekelijks samen in een kelder, dezelfde waar het bureau van mijn personage Carl staat, om te kletsen, te drinken en wat geld in een pot te stoppen. Mocht één van hen sterven, dan zou het geld naar de weduwe gaan: kon ze eens naar Mallorca gaan of zo, een beetje lol trappen. Dat was althans het plan. Rechercheurs gaan vaak een paar jaar na hun pensioen de pijp uit – je weet wel: de lange uren, de stress, het zware drinken. Net als journalisten, dus. Maar dit viertal niet: ondanks hun hoge leeftijd zijn ze nog altijd alive-and-kicking, en proberen ze elkaar dus maar te vermoorden met boterrijke gerechten, sigaren en flessen wodka. En ze hebben intussen afgesproken dat de laatste die overblijft de pot wint: die is intussen aangedikt tot zo’n 2,3 miljoen euro (lacht).»


Tolstoj in thrillervorm

HUMO ‘De grenzeloze’ is aflevering zes in een tiendelig verhaal, waarmee u al een decennium lang in de weer bent. Hoe vaak hebt u het zich al beklaagd, dat gewéldige idee om een cyclus te schrijven?

Adler-Olsen «Het gebeurt weleens dat ik naar een goeie stand-alone snak, maar ’t komt erop aan om jezelf genoeg regels op te leggen die ervoor zorgen dat de hele rit spannend blijft. Sla er de vijf boeken die aan ‘De grenzeloze’ voorafgaan maar eens op na: je zult merken dat ze allemaal radicaal anders zijn.

»Ik heb eerst het concept voor het verhaal van Assad, Rose en Carl volledig uitgedacht en uitgeschreven. Lees: de voorgeschiedenis en geheimen van de personages, wanneerin het verhaal ik tipjes van de sluier mag oplichten, op welk moment het tweedimensionale personage Assad er een extra dimensie bij krijgt – noem maar op. En af en toe denk ik wel: ‘Fuck die krijtlijnen, ik wil het verhaal eens flink laten woekeren!’ Maar uiteindelijk ben ik blij met hoe het uitdraait, ik had alleen gehoopt dat het wat sneller zou vooruitgaan.»

'Ik wist heel goed dat ik niet de zoveelste politieroman moest kakken'

HUMO Met uw ervaring in de literaire wereld had u toch kunnen weten dat een romancyclus lastiger is dan een verbouwing? Lees: het begint meestal veelbelovend, maar dan begint de miserie – de ramen passen niet, de vloerder heeft de foute tegels besteld, en halverwege tussen afbraak en wederopbouw gaat de loodgieter failliet.

Adler-Olsen «En het ergste van al: uiteindelijk blijkt dat het interieur dat je met zoveel zorg had uitgekozen helemaal niet past bij de gevel, en zit er niks anders op dan de hele zwik om te gooien. Maar het zij zo: ik was mijn werk als uitgever beu en zocht een nieuwe uitdaging – een politiethriller van 4.500 pagina’s schrijven, dat leek me wel iets. Ik wist ook heel goed dat ik niet de zoveelste thriller moest kakken, want daar kijkt niemand nog van op. Oké, er zijn andere schrijvers die evenveel pagina’s over één personage hebben geschreven: Georges Simenon over Maigret, Agatha Christie over Poirot, noem maar op. Maar één verhaal waarin de geheimen stuk voor stuk geopenbaard worden? Vergeef me de vergelijking, maar dat is toch een beetje zoals ‘De Buddenbrooks’ van Thomas Mann of ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoj in thrillervorm.»

HUMO Voor de goede orde: u hebt een soort oerboek met de krijtlijnen voor de hele Serie Q in een lade liggen?

Adler-Olsen «Een lade? In mijn safe, zul je bedoelen! Zelfs mijn vrouw heeft geen idee van wat er zoal in staat. Dat moest ik wel zo regelen, want zij is de eerste lezer van elke nieuwe roman: ze moet vers in het verhaal kunnen vallen, zonder te weten waar het allemaal toe leidt. Alleen één van mijn beste vrienden weet hoe de vork in de steel zit. Hij vraagt me weleens langs zijn neus weg of ik de allerlaatste zin van de cyclus al ken, en ik moest ’m altijd teleurstellen. Maar vorig jaar in augustus schoot hij me opeens te binnen: nooit eerder in mijn leven zo’n kippenvelmoment beleefd (lacht). Ik kijk ernaar uit om ’m effectief te tikken.»

'Ik run ook twee bedrijven. Het ene bouwt klimaatneutrale huizen, het andere ontwerpt software voor kinderen'

HUMO Nog drie boeken en het is zover. Ik neem aan dat iemand die een tiendelige romancyclus uitwerkt extreem gedisciplineerd is?

Adler-Olsen «Ik vind mezelf best lui: acht boeken sinds 2007, dat is toch niet zo veel?»

HUMO Vast niet, maar u bent dan ook geen voltijds schrijver.

Adler-Olsen «Dat is zo: ik run ook nog twee bedrijven. Het ene is gespecialiseerd in het bouwen van klimaatneutrale huizen, het andere ontwerpt software voor kinderen. En daarvoor ben ik de helft van het jaar op de baan. Ik schrijf dus als ik tijd heb: een halfuurtje hier, drie dagen ginder. Ik beschouw het als een job, net als de jouwe. Goed nadenken, research doen, neerzitten en: go! Er is niks vreemds of speciaals aan. Nu ja: mijn collega’s denken daar anders over, ze vinden me een maniak. Ik kan me desgewenst gewoon héél goed concentreren, denk ik.»

HUMO U bent alleszins laat gedebuteerd als schrijver.

Adler-Olsen «Klopt: ik was al 45. Toen ik 16 was, zei mijn vader: Jussi, je hebt veel talenten; doe me een lol en benut ze allemaal.’ En ik heb naar hem geluisterd: gitaarspelen in een band, stripwinkels uitbaten, een uitgeverij leiden, noem maar op. En ik wist dat ik aan het einde van de rit nog altijd kon gaan schrijven. En het einde, dat is nu toch al een tijdje bezig (lacht).»


Gewoon spélen

HUMO U hebt in de jaren 80, toen u nog aan de kost kwam als uitgever, twee bestsellers over Groucho Marx geschreven.

Adler-Olsen «Dat was meer voor de sport. Kijk: in Denemarken eten we net voor Kerstmis risalamande, een rijstpudding met amandelen – er zit één hele amandel in, en wie ’m vindt krijgt een cadeautje. Bedrijven beconcurreren elkaar als gek om het meest populaire cadeau te bedenken, vooral de uitgeverijen – boeken vallen sowieso al in die categorie. Een concurrent had het jaar voordien de hoofdvogel afgeschoten, en om hem te overtroeven, besloot ik zelf een boek over Groucho Marx te schrijven. Een heerlijk personage: z’n grappen zijn tegelijk extreem intellectueel en zo dun als een pannenkoek.

»Soit: ik heb dat boek in drie weken tijd geschreven, en ik wist dat als het een succes werd, mijn bedrijf een grootse toekomst tegemoet ging. Toen ik werd uitgenodigd voor een televisieprogramma over boeken, besloot ik dan ook het onderste uit de kast te halen: ik had twee acteurs meegebracht, eentje die Groucho speelde en eentje die zijn broer Harpo speelde. Het plan was dat ze tijdens het interview al mijn kleren zouden kapotknippen: reken maar dat iedereen daar ’s anderendaags over zou praten, en als het even meezat ook nog naar de boekhandel zou hollen. Helaas voor mij stak de regisseur er een stokje voor: mijn Harpo en Groucho mochten niet mee binnen. Dan maar plan B gevolgd: honderd sigaren en valse snorren uitgedeeld aan het studiopubliek. Gevolg: 30.000 exemplaren verkocht. Missie geslaagd!

»Ik boerde goed als uitgever, maar ik wilde niet zoals sommige van mijn collega’s op mijn 55ste steendood neervallen. Ik dacht: ‘Gedaan ermee, ik word zo’n huisvrouw die pannenkoeken bakt als d’r zoon thuiskomt, en tussendoor nog wat romans schrijft.’ Het is een beetje anders uitgedraaid, maar romans schrijven doe ik toch maar mooi.

HUMO Hoe goed was u eigenlijk met de gitaar? Of moet ik ‘bent’ zeggen?

Adler-Olsen «Ja, doe dat maar, want ik speel nog altijd, zij het met een kleine versterker die ik aan m’n heup kan hangen, niet meer met zo’n koelkast van het merk Marshall. En om op je vraag te antwoorden: lang niet slecht. Ik heb van mijn 18de tot mijn 21ste in allerlei groepjes gespeeld: de gouden jaren tussen ’68 en ’71, toen The Beatles en The Rolling Stones de plak zwaaiden, Pink Floyd op kruissnelheid kwam en de fusion welig tierde. Vooral van dat laatste was ik zot: ’t was heel ingewikkelde muziek – niet nadenken, gewoon spélen.

»Mijn vader was behalve psychiater ook nog docent Frans en Engels én dirigent, maar toen ik hem eens vroeg wat hij nu het allerliefst was geworden, antwoordde hij ‘muzikant’. Dat begrijp ik volkomen: op een podium voor een publiek spelen, dat is het allerhoogste, vooral vanwege de directe feedback. Je strekt je arm uit, en meteen kun je zien hoe een siddering door dat bloedmooie meisje op de eerste rij gaat (lacht). Schrijven is heel andere koek: je schrijft, redigeert tot je een ons weegt, dient je boek in, en vervolgens zit er niks anders op dan te wachten. En nog wat langer te wachten. Als je niet kunt genieten van die stilte, dan begin je er best niet aan.»



http://jussiadlerolsen.dk/us/

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234