null Beeld

De oplichters (1): de truken van David G.

'De wereld is verdeeld in twee soorten mensen: goeie en slechte. Japanners zijn slechte mensen. Die zetten alles op factuur. Die willen niks extra verdienen. Alles moet correct. Hoe kan je die mannen bedriegen? Niks mee te beginnen. Goeie mensen, dat zijn er die iets willen bijverdienen, en daarvoor buiten de lijntjes willen kleuren. Mensen die gemakkelijk geld willen en altijd maar hebzuchtiger worden. Die jou een hak willen zetten, en denken dat ze je kunnen pluimen. Dat zijn de gedroomde mensen om op te lichten.'

Annemie Bulté

Zo ongeveer klonk de allereerste les in oplichterij, die David G. (56), een Joodse zakenman uit Antwerpen, kreeg. Het was eind jaren '70, en door een stomme beginnersfout moest hij - toen een piepjonge diamantair - een paar dagen brommen in de gevangenis van Antwerpen. Daar leerde hij een Russische meester-oplichter uit Düsseldorf kennen, bijgenaamd 'Tank'.

'Good cop - bad cop'

David G. had tijdens zijn oplichtersjaren altijd een respectabele dekmantel als zakenman: hij handelde in diamant, bezat restaurants, speelzalen en krantenwinkels in Brussel en Antwerpen, een detectivebureau en zelfs een sportzaal op Linkeroever, waar de gerechtelijke politie van Antwerpen gevechtssporten kwam oefenen.

Zijn manier van werken herinnert aan de grote oplichterijen uit het Amerika van de jaren '20 en '30: vaak namen ze weken in beslag, maar ze waren dan ook telkens goed voor een paar miljoen winst. Zodra er een geschikt slachtoffer was gespot, werd er een 'inside-man' op afgestuurd om diens vertrouwen te winnen. Vervolgens wikkelde zich een tot in de details uitgewerkt scenario af in nagemaakte wedrenkantoren, compleet met figuranten, rinkelende telefoons en volle asbakken. Zo werd het slachtoffer langzaam naar de afgrond geloodst, gestuurd door zijn eigen hebzucht.


David G. «Een oplichting verloopt in wezen altijd op dezelfde manier. In het begin komt het erop aan je slachtoffers 'gretig' te maken: je laat ze een paar keer gemakkelijk geld verdienen, zodat ze de smaak te pakken krijgen, en dan stel je ze een grotere zaak voor. De oplichters zijn altijd minstens met z'n tweeën: je hebt de 'aanbrenger' of de 'inside-man', die zogezegd aan de kant van het slachtoffer staat, en je hebt zijn handlanger, de 'vanger', die een aanlokkelijk voorstel doet. Zij bespelen het slachtoffer zoals politiemannen een verdachte ondervragen: de good cop-bad cop routine.

»Alles verloopt vervolgens zoals het op voorhand met het slachtoffer is afgesproken, maar nét voor de deal rond is, is er een breekpunt - één detail dat anders gaat. Het is nooit iets belangrijks, maar het verandert wel de verdere gang van zaken.

»Waarom heet dat een breekpunt? Omdat het slachtoffer op dat moment kan afhaken. Hij kan voelen dat er toch iets niet pluis is. Dan moet je hem laten gaan. Dikwijls, als ze voelen dat je hen zal laten gaan, bedenken ze zich op het laatste moment, en willen ze toch doorgaan. 'Ach, zo belangrijk is dat detail ook weer niet,' denken ze dan. Fout, want net door dat detail zijn ze van het ene moment op het andere al hun geld kwijt. En klaar.»

Het volledige artikel vindt u in Humo 3634 van dinsdag 27 april 2010.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234