null Beeld

De Patat

Dwarskijker bekijkt voor u het tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: 'De Patat' op Canvas.

Rudy Vandendaele

Op de televisie – 'een oud medium' zeggen internetkousen – zag ik laatst 'De patat'. Even heb ik gedacht dat 'De patat' een bijnaam was die Jeroen Meus om een of andere reden op de middelbare school had opgelopen.

Ik vond het dan ook bepaald grof dat Canvas, een zender die toch voor meer plaatselijke beschaving ijvert dan nodig, een televisieprogramma naar een spotnaam van Jeroen Meus durfde te noemen, toch de man die nu al een paar jaar in zijn eentje de Boekenbeurs schraagt.

Daar komt nog bij dat ik Jeroen – en voor één keertje onderscheid ik me helaas niet van het ruime publiek – een toffe peer vind, en zeker niet iemand die me hindert op de televisie.

Gelukkig bleek al snel dat 'De patat' niets persoonlijks was, maar gewoon op de aardappel sloeg, op de eetbare volksvriend, zijn omzwervingen en zijn lange geschiedenis. De aardappel is de Odysseus van de knolgewassen, zou ik kinderen wijsmaken mocht ik in een afgelegen dorp onderwijzer zijn.

In Peru gedijde eens de oeraardappel, een knolgewas in werkmansplunje dat volgens een plaatselijke legende een godsgeschenk aan de Inca’s was. Iemand die zich in Inca had verkleed rakelde die legende nog eens op, tegen betaling hoop ik, want gratis dat kostuum aantrekken zou net iets te veel gevraagd zijn.

Jeroen Meus reisde in de eerste aflevering van 'De papat' naar de bakermat van de aardappel, waar hij verwonderd en op ongezond grote hoogte vaststelde dat aardappelen er op de groentemarkt nog steeds een overweldigende meerderheid vormden: in Peru zijn er vierduizend variëteiten bekend, en sommige Peruanen kennen die ook bij naam.

Op eindeloze winteravonden in negorijen in de Andes dreunen ze die namen wel eens op, als ze geen zin hebben om poncho’s te breien. We vernamen dat sommige Peruanen tot vijfentwintig aardappelen per dag eten, verwerkt in allerlei gerechten.

In een dorp waar de aardappel van levensbelang was, werd Jeroen Meus vorstelijk ontvangen door de plaatselijke notabelen: aan een rafel in u-vorm bood de overheid hem plechtig een hap op basis van aardappelen aan, waarvan hij de smaak in zijn eigen woorden beschreef.

Zijn belangrijkste taak zal in dit programma wellicht hardop proeven zijn. Het was een mooie, maar toch iets ongemakkelijke scène, waaruit niettemin heel veel vriendelijkheid en vrede op aarde voor alle mensen van goede wil sprak. De nazaten van de Inca’s leken overigens aldoor een aardig volk, maar ik heb me al vaker op ogenschijnlijk aardige volkeren verkeken.

Op ongeveer vierduizend meter hoogte, was Jeroen Meus getuige van de aardappeloogst. Op die barre plek moesten de rooiers eerst gezamenlijk een weg repareren: gemeenschapsdienst en collectiviteit waren er de gewoonste zaak van de wereld.

Daarna kon het rooien een aanvang nemen, en als ze daarmee klaar waren, bereidden ze in een provisorische oven, een afgedekte kuil eigenlijk, een collectieve stoofpot van aardappelen met lamavlees, waaronder de bloederige, zeer walgelijke lever van dat dier. Terwijl een vrijwilliger iets onsamenhangends op een panfluit blies, dronken ze zogeheten Inca-cola bij het eten.

Jeroen Meus maakte geen reclame voor dat goedje, maar bleef toch beleefd. De aardappeloogst werd gelijkmatig onder de rooiers verdeeld en op met kleurige lintjes versierde lama’s geladen, die voorlopig nog even hun lever voor zichzelf mochten houden. Jeroen zei dat de aardappel en 'De patat' volgende week al Europa zouden aandoen.

Dit programma was instructief en toch aangenaam van toon, maar als ik eens een aflevering mis – misschien wel met opzet - zal ik dat nu ook weer niet zó erg vinden. En nu ga ik even die lever van een lama uit m’n hoofd proberen te zetten.

Bekijk de trailer:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234