null Beeld

De Piepkes: Roland, Pieter-Jan De Smet en Sioen vermaken uw kroost

Roland Van Campenhout, Pieter-Jan De Smet en Sioen vormen de laatste tijd samen weleens De Piepkes, een trio dat willens en wetens kinderen vermaakt met een aantal zelfgeschreven en eigenhandig aangeklede liedjes. Op hun website staat dat ze zich tot kinderen vanaf vijf jaar richten. Kleuters!

Op een vrijdagmiddag in november 2013, een jaar als een nat rotje, zie ik Roland Van Campenhout ernstig naar die foto kijken. Hij was 23 in 1968 en deed toen al wat hij nog steeds doet. Hij is in het gezelschap van Pieter-Jan De Smet, die het licht zag in 1968, en van Frederik Sioen, die zich pas elf jaar later ter wereld waagde. Gedrieen vormen ze de laatste tijd weleens De Piepkes, een trio dat willens en wetens kinderen vermaakt met een aantal zelfgeschreven en eigenhandig aangeklede liedjes. Op hun website staat dat ze zich tot kinderen vanaf vijf jaar richten. Kleuters! Een beangstigende soort, vooral als je ze klassikaal op het voetpad ziet naderen en je kunt niet tijdig de straat oversteken.

'Kinderen Voor Kinderen: dat zijn wij'

HUMO Jullie zijn niet het soort muzikanten dat ik vanzelf met kinderliedjes zou associëren, maar sinds ik met De Piepkes heb kennisgemaakt, kan ik niet anders. Wat is er gebeurd, Pieter-Jan?

Pieter-Jan De Smet «Ik heb drie kinderen en toen die destijds in de kleuterklas zaten, viel het me op dat sommige leerkrachten, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, altijd weer voor dezelfde bijzonder commerciële kinderliedjes kiezen, een soort repertoire dat ik al na twee beluisteringen grondig beu ben. Meestal handelswaar van Studio 100, als ik dan toch een naam moet noemen. Ik dacht: ‘Bestaat er werkelijk niets anders?’ Afgezien van Kapitein Winokio, die ik goed vind, is het commerciële aanbod zó overweldigend. Zelfs oude, vertrouwde kinderliedjes – liedjes van alle tijden – zijn erdoor in de verdrukking geraakt. Goed, ik zat daar thuis op te foeteren, en ineens dacht ik: ‘Hou op met zeuren en probeer zelf kinderliedjes te schrijven.’ En tijdens vrolijke jamsessies met mijn hier aanwezige collega’s is gaandeweg het repertoire van De Piepkes ontstaan.»

Frederik Sioen «Hoewel ik nog geen kinderen van mezelf heb – mijn vriendin heeft een dochter van zestien – kon ik me wel vinden in de ideeën van Pieter-Jan. Ik had me zelf ook al afgevraagd waarom zo weinig kinderliedjes uit het leven gegrepen zijn. Ik merk dat de verbeelding van de kinderen van mijn zus – ze zijn drie en vijf – waanzinnig is, maar toch is ze altijd aan feiten of gebeurtenissen uit de realiteit gekoppeld, en niet aan vliegende paarden of andere fabeldieren die volwassenen hebben bedacht. Die kinderen willen dingen wéten, en daarbij gaan ze geen enkel onderwerp uit de weg: om te beginnen pis en kak natuurlijk, maar ook: verliefdheid, echtscheiding, dood...»

HUMO Bij Kinderen Voor Kinderen komen zulke onderwerpen ook aan bod, en al sinds 1980.

Sioen «Kinderen Voor Kinderen: dat zijn wij ook.»

Roland Van Campenhout «Sterker nog: bij De Piepkes staan de grootste kinderen óp het podium. Voor de rest heb ik me altijd geërgerd aan volwassenen die automatisch een kinderachtige, zeg gerust achterlijke toon aanslaan als ze met kinderen proberen te communiceren. Wat kunnen die kindjes anders denken dan: ‘Wat voor zot is me dat?’ Ik vind dat je kinderen als publiek zeer au sérieux moet nemen. Nu we al een paar voorstellingen achter de rug hebben, merk ik dat ze overal voor te vinden zijn – ze zijn onbevooroordeeld, ruimdenkend. Het tegenovergestelde van al die wantrouwige azijnpissers die de lakens uitdelen in de wereld van de volwassenen. Mensen willen volwassen worden: dat doel jagen ze na, maar als ze het eenmaal hebben bereikt, blijken ze niets anders dan een bende verzuurde zeurkousen te zijn. Nu, ik weet niet eens wat volwassenheid is.»

HUMO Kan het muzikantenbestaan iemand voor de valkuilen van de volwassenheid behoeden?

Van Campenhout «Zeer zeker. Tegen alle mensen met wie ik muziek maak, liefst zo geïmproviseerd mogelijk, zeg ik al jaren: ‘Jongens, straks gaan we weer in de zandbak spelen.’ Dat is optreden voor mij.»

De Smet «Ik kijk heel graag naar spelende kinderen, en daarbij heb ik me al meer dan eens afgevraagd: ‘Waarom zouden zij niet even graag naar ons kijken, als wij aan het spelen zijn?’ Alfons Goris, mijn oude leermeester, hield ons in Studio Herman Teirlinck tot vervelens toe voor dat we in het leven vooral een homo ludens moesten zijn, een spelende mens. Ik heb hem geloofd, want als er iets is dat andere mensen boeit, dan is het wel de spelende mens.»

Sioen «Wat spelen betreft, ben ik weer thuisgekomen bij De Piepkes. Ik heb er het naïeve spelplezier herontdekt, een genoegen uit mijn begindagen. Hoe meer ervaring je als songschrijver hebt, hoe meer kans je maakt om in de val van de serieusheid te trappen.»

HUMO Weten jullie ondertussen al wat de do’s and don’ts van het alternatieve kinderlied zijn?

Van Campenhout «Alles kan.»

De Smet «Neem een liedje als ‘Matroos Viane’. Het enige houvast dat je erin hebt, is een zekere Matroos Viane, en dan nog.»

HUMO Ja, dat liedje is vooral een psychedelische ervaring voor beginnertjes.

Van Campenhout «De naam Matroos Viane gaat terug op een beroepsmilitair bij de zeemacht die ik tijdens mijn militaire dienst heb gekend. Waarom wil een mens daar in godsnaam een liedje over maken? Vooral omdat de combinatie van Matroos en Viane goed klinkt – die klank máákt het personage. Viane: ’t had evengoed een figuur uit ‘Suiker’ van Hugo Claus kunnen zijn.»

HUMO Ik voel ’t aan mijn water dat Twan De Schoen, een ander personage in ‘Matroos Viane’, ook niet helemaal uit de lucht gegrepen is.

Van Campenhout «Over Twan De Schoen hadden we, om hem recht te doen en volledig weer te geven, eigenlijk een opera moeten schrijven. Recht tegenover de befaamde cinema en drankgelegenheid Studio Skoop aan het Sint-Annaplein in Gent was in de jaren zestig een orthopedist gevestigd die in de volksmond Twan De Schoen heette. Een zuivere fantast: hij vertelde aan één stuk door de meest krankzinnige leugens die hij zelf geloofde: ‘Ik heb gisteren bij koning Boudewijn gegeten. Na afloop zei Fabiola: ‘Twan, beste vriend, ik ga je voor alle veiligheid laten escorteren tot in Gent.’’ Terwijl hij dat vertelde, vertrok hij geen spier. Ik kon maar niet genoeg krijgen van die man.»

HUMO Laten we het eens over tante Selle uit het gelijknamige liedje hebben. Ook in dat personage vermoed ik een grond van waarheid.

De Smet «Een oude groottante van mijn vader. Ze was een beetje eng: ze had een schelle stem en ze sprak ook veel te luid omdat ze hardhorend was. Ze droeg een uilenbril en had een dot, en altijd had ze een schort om. Zulke familieleden worden vandaag de dag niet meer gemaakt.»

Van Campenhout «In Bokrijk kun je nog een opgezet exemplaar bewonderen.»

De Smet «Als we bij haar aanbelden, schold ze ons al in de deuropening voor smeerlappen uit, omdat we zo lang niet bij haar op bezoek waren geweest. Ook al waren we de week ervoor ook al bij haar aangelopen.»

Van Campenhout «In dat liedje was het mijn nobele taak om, totaal uit de maat en dus met een ongelofelijk Tante Selle-gevoel, ‘Smeerlappen!’ te roepen. ’t Stond er in één take op.»

De Smet «In mijn puberteit heb ik haar stem ooit opgenomen met mijn Sony Walkman. Ze komt nu als sample in dat liedje voor: een soort gekraai. Ze was bij ons ook geliefd om haar kromtaal: het cognacmerk Martell was voor haar consequent Marcel: ‘Toe, neem nog een Marcel.’ En de douche – in Vlaanderen: stortbad – waar ze in een hotel in Lourdes gebruik van had gemaakt, was in haar terminologie onveranderlijk een stormbad. We zaten eens bij haar naar het voetbal te kijken, en toen ze een zwarte speler in de gaten kreeg, riep ze bijna in paniek, en vooral alsof ze de andere spelers wilde waarschuwen: ‘Pas op voor die zwarte!’ In ieder geval leeft ze hevig voort in mijn familie: iedereen herinnert zich haar nog heel goed. En ‘Tante Selle’ is zo te horen ook een nummer dat meteen blijft hangen bij kinderen.»

Sioen «Ik hoorde van iemand dat haar kleinkinderen op de veerboot in Hingene aan één stuk door ‘Tante Selle is dood’ aan het zingen waren, keihard (lacht).»

HUMO Over de dood gesproken: daar gaat in alle ernst het liedje ‘Ster’ over. Om een dode enigszins aan kinderen te verklaren, zeggen goedbedoelende mensen weleens dat de dierbare overledene nu een sterretje aan de nachthemel is. Enig idee hoe jullie de dood zagen, of niet zagen, als kind?

Sioen «Men zal mij ook wel over zo’n sterretje gesproken hebben, en ik vind het nog altijd een troostrijk beeld.»

Van Campenhout «Ik heb nog en plein public een klap om de oren gekregen omdat ik in de begrafenisstoet van mijn eigen tante Selle met veel bijval schuine moppen aan het vertellen was aan twee nichten en een neef. Kortom: over de dood dacht ik niets.»

De Smet «Mijn kinderen hebben mij al gevraagd waar we zullen zijn na onze dood. Ik heb geantwoord: ‘Gewoon weg.’»

HUMO Wat kan een kind zich daarbij voorstellen? En trouwens, wat kunnen wij ons erbij voorstellen?

De Smet «Weinig of niets, ik weet het wel, maar dat legitimeert de troost van ‘Ster’, een nummer dat ook gaat over hoe je jezelf probeert te troosten. Stel dat een kind z’n moeder verliest – een tragedie – dan is het toch mooi dat je kunt zeggen dat die moeder voortaan een ster is, die altijd aan de hemel staat. Je kunt ook beter tegen zo’n ster praten dan tegen niets.»

VADERFIGUREN

HUMO Ik zou het, nu jullie voor kinderen optreden, even over de zogeheten kinderwens willen hebben, een verlangen dat ik, voor zover ik zicht op zulke zaken heb, vooral vrouwelijk vind. Maar ik las laatst dat ook mannen er behoorlijk veel last van kunnen hebben. Komt dat eventueel bekend voor bij iemand van jullie?

Sioen «Ik heb altijd al een grote kinderwens gehad, heb ik de indruk. Mijn ouders zijn heel vroeg in mijn leven gescheiden: ik was één. En mijn zus en ik gingen maar om de twee weekends bij mijn vader. Er was niemand die mij op tijd en stond een schop onder m’n kont gaf. En ook niemand die naar het voetbal kwam kijken als ik met mijn ploegje de finale speelde. Maar ik werd vooral vertroeteld, en mijn moeder, niet voor niets een psychologe, liep voortdurend over van begrip voor mij en mijn angsten. Alles was voortdurend bespreekbaar. Als ik nu iets niet kwijt kan, dan voel ik me ontregeld, gevangen in mezelf.

»Maar goed, bij gebrek aan een vader, en de mannelijke wereld die ik van hem verwachtte, verlangde ik er rond mijn twintigste al naar om zelf vader te zijn. Kijk, als ik ergens ben, blijken kinderen vanzelf op me af te komen – ik hoef er niet eens een kunstje voor te doen. Maar ik heb nog altijd geen kinderen. Een kind willen of niet is een belangrijk thema en gespreksonderwerp in mijn huidige relatie. Mocht mijn vriendin geen kinderen meer willen, dan zou ik dat als een groot gemis ervaren. Ik heb al gemerkt dat Roland een uitstekende relatie met zijn dochter heeft. Zo’n parcours zou ik ook willen afleggen met mijn kinderen.»

Van Campenhout «Mijn dochter was niet gepland, en er was ook niet veel discussie aan haar voorafgegaan: ineens was ze er, en daar was ik zeer blij om. En hoe ouder ik word, hoe blijer ik erom ben. Nu, in deze fase van mijn leven, zou ik geen kind meer op de wereld willen zetten. Alhoewel... Misschien zou ik liever iemand leren kennen die al een kindje heeft (lacht).»

HUMO Ben jij ooit een kinderwens gewaargeworden, Pieter-Jan?

De Smet «Eerlijk gezegd niet, wat niet wegneemt dat ik heel blij was toen mijn kinderen geboren werden. Vóór ik zelf kinderen had, moest je mij geen baby toestoppen. Het enige wat ik dacht was: ‘Neem ’m zo snel mogelijk terug, voor ik ’m ongewild beschadig.’ Maar toen mijn eigen kinderen geboren werden, kon ik ze niet snel genoeg van de vroedvrouw overnemen, zo van: ‘Die baby is van mij.’ Op een bepaald moment neemt de natuur het blijkbaar van je over, en dan ben je vader. Maar de vaderrol blijf ik toch iets vreemds en twijfelachtigs vinden: hoewel ik over-loop van liefde voor mijn kinderen, moet ik toegeven dat de band tussen moeder en kind natuurlijker is, en om te beginnen al veel fysieker. In ‘Papaoutai’ zingt de geweldige Stromae: ‘Tout le monde sait comment on fait des bébés, mais personne sait comment on fait des papas.’ Ik ben het daar roerend mee eens.»

HUMO Ik heb weleens de indruk dat je moeder verliezen erger is dan dat je vader je ontvalt. Jij was je vader wel erg snel kwijt, Roland.

Van Campenhout «Hij is verdronken toen ik vijf was. Eén van de vroegste beelden uit mijn kinderjaren is: mijn moeder die flauwviel nadat ze het slechte nieuws had vernomen. Er zijn mij maar enkele flitsen van mijn vader bijgebleven: ik zie hem nog thuiskomen van zijn werk bij Bell Telephone, met zijn aktetas, terwijl ik op de stoep met mijn mondharmonicaatje operettemelodieën probeerde te spelen. Maar als kind dringt het idee ‘dood’ nauwelijks tot je door. Ik wist wel dat er iets onherroepelijks was gebeurd, en dat mijn moeder veel verdriet had, maar ik kwam er snel overheen – ’t gebeurde naar mijn gevoel allemaal ver van mijn bed. Na de dood van mijn vader was ik vijf jaar lang een troetelkind, zo van: ‘Ocharme, hij heeft geen papa meer.’ En ook: ‘Je krijgt van mij een Dinky Toy. Wat zeg ik? Je krijgt er dríé!’ Maar op een dag kwam mijn stiefvader op de proppen. Dat was andere koek. Die slechte ervaring bleek achteraf een goede ervaring, iets dat er mee voor gezorgd heeft dat ik ben wie ik nu ben.»

Sioen «Zijn moeders belangrijker dan vaders? In mijn vriendenkring, prille dertigers, merk ik dat vaders juist heel erg meetellen. Ofwel hebben mijn vrienden een unieke band met hun vader, ofwel een vreemde connectie. Er is sprake van wrijving, zonder dat ze vlakaf met hem overhoopliggen. In beide gevallen erkennen ze dus het belang van de vaderrol.»

HUMO Jouw ouders zijn destijds ook gescheiden, Pieter-Jan. Betekent dat nu nog iets voor jou?

De Smet «Neen. Vreemd genoeg heeft die scheiding er bij mij niet ingehakt, ook al was ik me er destijds genoeg van bewust: ik was al een jaar of zestien. Maar los daarvan heb ik bij andere kinderen van gescheiden ouders in mijn naaste omgeving al gemerkt dat de afwezige vaderhand een gemis is. ’t Is alsof het ze aan een soort aarding ontbreekt. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me er van bewust ben dat ik wel degeijk een vader ben. Terwijl ik zelf nooit een uitgesproken vaderfiguur heb gehad. Mijn vader was wel mijn pa, maar evengoed had hij de oudste zoon van mijn moeder kunnen zijn, en dus meer een soort oudere broer voor mij. Voor de rest vind ik hem een geweldige gast. Maar uitgesproken vaderfiguren heb ik pas later leren kennen: de vader van een dierbare vriend en de vader van mijn vrouw. Dat ze een soort gezaghebbende adviseurs waren bij wie je altijd een second opinion kon gaan halen, beviel me geweldig.»

Van Campenhout «Ik heb dan weer niets met wat jij uitgesproken vaderfiguren noemt. Nooit gehad. Al ben ik mijn hele leven wel op zoek geweest naar een surrogaatvader: in mijn ogen was dat Derroll Adams, iemand naar wie ik opkeek – iemand die mij goede raad kon geven, wat dat ook mocht betekenen. Maar ik hoefde zo’n surrogaatvader niet mee naar huis te nemen, in mijn dagelijks leven hoefde hij zich nergens mee te bemoeien. Hij was meer een geïdealiseerd idee van een vader. ’t Was beter dat hij denkbeeldig bleef.»

GROOTMOEDERS WIJZE

HUMO Roland, waaruit bestond kinderamusement in jouw kindertijd?

Van Campenhout «Eind jaren veertig, begin jaren vijftig moest je jezelf amuseren, want er werd niets voor je georganiseerd, en er was nog lang geen televisie in mijn kringen. Plezier was: naar het dichtstbijzijnde zwembad fietsen, en op weg naar het zwembad even halt houden in de natuur en de occasionele kikker opblazen. Ook: een terrarium bouwen volgens een plan uit de boekenreeks ‘Jongens & wetenschap’, steekspelen houden, ronddraven op zelfgemaakte stokpaarden, en oorlogsschepen en poppetjes maken met klei uit de Boomse kleiputten... Ach ja, ik was als kind al verslingerd aan het groene oog van de buizenradio, nog afgezien van het geluid dat uit dat toestel kwam. Naar dat groene oog kijken in een voor de rest duistere kamer, was mijn eerste psychedelische ervaring.»

HUMO Wat is jullie vroegste herinnering aan muziek?

Van Campenhout «Het operaen belcantoconcert van Etienne Vanneste op de radio, op zondagmiddag (Zingt enkele maten uit het ‘Zigeunerkoor’ uit ‘Il Trovatore’ van Verdi, waarmee dat programma altijd begon). Ik was goede maatjes met een buurman, die volgens mij een oogje op mijn moeder had. Hoe ouder ik word, hoe helderder mijn kijk op zulke dingen (lachje). Maar goed, behalve een televisietoestel bezat die buurman ook platen van Frankie Laine. De stem van die zanger betoverde mij als kind. Vind ik in een kringloopwinkel platen van hem, dan koop ik ze onmiddellijk. Ik kan het niet laten.»

De Smet «‘Stay with Me’ van de Faces: een singletje dat een oom die maar tien jaar ouder is dan ik draaide. En Walter De Buck. En het geluid van een harmonium, zo’n traporgeltje waarop een non speelde in het dorpsschooltje van Mater, waar we toen woonden. Ze zong er ook bij, met een hoge, ijle stem. En het geluid van zo’n harmonium kende ik ook van een plaat waar mijn vader dol op was: ‘Desertshore’ van Nico.»

Sioen «Twee Peters : ‘Peter en de Wolf’ en de musical ‘Peter Pan’ van het NTG, met muziek van Jean Blaute.»

HUMO Waar was jij als kind aan verknocht, Frederik?

Sioen «Al heel vroeg aan de Game Boy, en later ook aan andere computerspelletjes. Daar gaat het liedje ‘De machine’ dan ook over.»

HUMO Over verslaafd zijn aan games, meer bepaald.

Sioen «Mijn moeder heeft me ooit eens als vermist opgegeven, terwijl ik in de kerstvakantie ergens totaal incommunicado aan het gamen was, dagenlang, voorbij ruimte en tijd – de pizzadozen stapelden zich ondertussen op. Op kerstavond ben ik weer boven water gekomen.»

De Smet «Ik heb er als kind geen last van gehad, om de simpele reden dat games toen nog niet bestonden. En hadden ze wel bestaan, dan waren mijn ouders er ongetwijfeld tegen geweest. Als ik met enige overtuiging tegen mijn kinderen zeg: ‘Playstation komt er niet in,’ moet ik er tegelijk rekening mee houden dat een groot deel van de gesprekken op hun school over Playstation gaan, en dat mijn kinderen door mijn keuze weleens in een isolement terecht zouden kunnen komen. Dat wil ik niet, want ik herinner me mijn kindertijd zonder televisie: mijn ouders vonden tv maar niks. Om mee te kunnen praten op school, om óók eens iets over televisie te kunnen zeggen, verzon ik tv-programma’s. Maar goed, op dit ogenblik laat ik Playstation nog steeds niet toe. Dat probeer ik zo lang mogelijk vol te houden, maar mijn vrouw en ik weten dat we op een dag toch zullen moeten zwichten.

»Ik zou het jammer vinden mocht hun leven alleen maar uit Playstation, YouTube en Disney Channel bestaan. En dat ze geen piano en gitaar meer zouden spelen, en niet meer wielrennen, terwijl ze dat nu ongelofelijk graag doen. Mijn dochter steekt nu de meest waanzinnige dansproducties in elkaar, en in haar kamer speelt ze toneel en zingt ze opera. Dat zou ze allemaal kwijtraken mocht ze de hele dag met Playstation bezig zijn.»

HUMO Had jij opvoedkundige principes, Roland?

Van Campenhout «Niet één. Er was geen huishoudelijk reglement. En ik heb ook nooit boeken gekocht over hoe ik mijn kind zou moeten opvoeden. Sommigen vinden me een slechte vader, maar ik heb ook al te horen gekregen dat ik het als vader juist goed heb gedaan. Ik heb altijd in gezond verstand geloofd, in wijsheid op grootmoeders wijze. Het enige dat ik wilde bereiken was: wederzijds vertrouwen. Ik wilde dat mijn dochter niets achter mijn rug deed, dat ze niet stiekem was, en ik denk dat ik ze mag vertrouwen. Ze is mijn goede vriendin.»

CINDERELLO

HUMO Wanneer waren jullie het gelukkigst als kind?

De Smet «Ik was vaak gelukkig. Mocht het niet zo melig klinken, dan zou ik zeggen dat mij een groot gevoel van dankbaarheid overvalt telkens als ik aan mijn kindertijd terugdenk. De zomers waren warm en vrolijk, en in de winters vielen er pakken sneeuw. Er was geen leed. Idyllisch is het woord. Maar de songs die ik schrijf hebben vaak met donkerte te maken, omdat de schaduwkant van het leven mij boeit, ’t is te zeggen: ik vind het boeiend om me allerlei soorten angst en pijn voor te stellen, en doordat ik dat kan, weet ik dat die donkerte ook wel in mij zit. Maar als ik dat verbeelde leed toets aan het leed dat ik werkelijk heb meegemaakt, dan denk ik: ‘’t Valt geweldig mee.’»

Sioen «Mijn beide ouders hebben mij altijd gestimuleerd om van alles te doen. Dus: ik heb een gelukkige jeugd gehad. Mijn vader heb ik pas later beter leren kennen, en dat terwijl hij al die tijd mijn muziekleraar was geweest. Eerst gingen onze tafelgesprekken niet verder dan ‘Wil je me even de botervloot aanreiken’, maar doordat ik steeds meer met muziek bezig was, en hij al eens naar één van mijn optredens kwam kijken, leek hij ook meer belangstelling voor mij te krijgen. Mijn eerste stappen als professioneel muzikant waren meteen ook de eerste stappen in de toenadering tot mijn vader. Hij kwam naar een optreden en na afloop analyseerde hij mijn liedjes. Dat schiep een band. Hij had ook twee kinderen uit een nieuwe relatie, dus ik zag hem bezig als pa, en ik vond dat hij dat eigenlijk wel goed deed. Dat hielp ook. Maar mijn grootste geluk in mijn kindertijd, en in mijn jeugd, was dat ik voortdurend van alles te doen had. En dat ik, achteraf bekeken, altijd al een soort vaderrol heb gespeeld: ik was klasverantwoordelijke, banleider in de jeugdbeweging, kapitein van de voetbalploeg, voorzanger in het koor, en natuurlijk ook frontman van de band.»

HUMO Het kan niet anders of je bent een leiderstype. Terwijl je

me daar eigenlijk te aardig voor lijkt, toch in verhouding met de leiderstypes die ík ooit heb moeten gedogen.

Sioen «Ik heb altijd zoveel mogelijk verantwoordelijkheid naar mij toegehaald. Ik vond dat ik mijn daadkracht voortdurend moest bewijzen. Dat zat bijna overdreven in me. En ik was een slechte verliezer.»

Van Campenhout «Mijn prille kindertijd: die enkele jaren voor de dood van mijn vader, waren heel gelukkig, en daarna was er ook nog een gelukkige tijd na de dood van mijn vader, toen ik even een troetelkind was. Onder het bewind van mijn stiefvader was ik Assepoester, bij wijze van spreken.»

HUMO Cinderello.

Van Campenhout «Ja, maar ondanks alles heb ook ik herinneringen aan een mooie, idyllische kindertijd. Ook Boom kon mooi zijn. Tot mijn stiefvader mij in een café 'Zaad van een Ander' begon te noemen – in die tijd ging men in mijn milieu weleens met het hele gezin naar het café, dat altijd vlakbij was, zelfs naast de deur. Ik mag wel zeggen dat ik vanaf mijn veertiende alcohol dronk. In zo’n buurtcafé heb ik uit de mond van mijn stiefvader vaak gehoord: ‘En voor ’t Zaad van een Ander een cola. Of beter: een reep chocolade.’»

HUMO Hoe wreed.

Van Campenhout «Eigenlijk besef ik nog niet eens zó lang hoe erg dat wel was.»

HUMO Heb je ooit geweten wat je moeder daarvan vond?

Van Campenhout «Ze kreeg slaag van die vent. Het leven was bij mij thuis een cliché van Louis Paul Boon: bouwvakker ontvangt op vrijdagavond loonzakje, komt stomdronken thuis, gooit we-gens een kwade dronk zijn etensbord naar het hoofd van mijn moeder – ik zie de erwtjes en worteltjes nog rondspatten, het kunnen ook prinsessenboontjes geweest zijn. Ik denk dat ik niet meteen een vechtersbaas ben, maar ik heb toch één keer naar mijn stiefvader uitgehaald. Was ik toen Freddy De Kerpel geweest, dan zat ik wellicht nog steeds in de bak. Maar nogmaals: dat alles heeft ervoor gezorgd dat ik ben wie ik ben – het hoort er allemaal bij. Had mijn biologische pa langer geleefd, of was mijn stiefvader een meegaand type geweest, of gewoon een beter mens, dan...»

Sioen «...was je nu misschien housedeejay.»

Van Campenhout «Ik dacht meer aan: opvolger van mijn vader bij Bell Telephone, of zelfstandig boekhouder in Boom met twaalf werknemers in dienst. Of stel ik het nu een beetje extreem? (lacht)»

HUMO Ik neem aan dat je toch wel in het reine moet komen met diepzittende narigheden uit je kindertijd en je jeugd.

Van Campenhout «Daarbij heeft muziek mij altijd geholpen. Dat ik als muzikant al sinds de jaren zestig op het podium kon staan, is ongetwijfeld mijn redding geweest. Door op te treden heb ik altijd al mijn mentale vuiligheid eruit kunnen kwakken. Hoe vies dat ook mag klinken, jongens.»

Sioen «Als ik een tijdlang niet kan optreden, ben ik van slag. En veel te zenuwachtig.»

Van Campenhout «Ik heb eerlijk gezegd al gedacht dat ik, mocht ik niet regelmatig op het podium hebben kunnen staan, misschien al iemand met een bijl de kop had ingeslagen. En dat zeg ik voor één keertje niet om te lachen.»

HUMO Voor ik het vergeet: waren jullie al kindervrienden voor jullie zelf kinderen kregen?

Van Campenhout «Voor de volle honderd percent: ja. Als ik bij mensen met kinderen op bezoek ging, duurde het nooit lang of ik was met die gastjes aan het spelen.»

Sioen «Ik heb dan wel nog geen eigen kinderen, maar ik ben wel al drie keer peter. Dat zegt genoeg, volgens mij.»

De Smet «Als ik geen kinderen zag, dan dacht ik er ook niet aan. En als ik kinderen etters vond, dan liet ik dat ook duidelijk merken. Dat doe ik overigens nog steeds.»

HUMO That’s the spirit! Bedankt Piepkes altegader.

undefined

undefined

undefined

undefined

undefined

undefined

undefined

Meer info over de concerten van De Piepkes: www.depiepkes.be »


De Piepkes-cd »

Bekijk: 'Tante Selle'


Lees ook: 'Sterren voor kinderen' »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234