De pijn van Daniel Strens, broer van een terreurdode van het Joods Museum

Het terreurproces rond de aanslag op het Joods Museum in Brussel in 2014, de eerste aanslag van IS op Europese bodem, eindigde met een veroordeling tot levenslang voor dader Mehdi Nemmouche, en vijftien jaar gevangenisstraf voor zijn medeplichtige. ‘We kunnen eindelijk weer slapen,’ zegt Daniel Strens, broer van één van de vier dodelijke slachtoffers. Hij blikt terug op een bijzonder pijnlijk proces.

'Op de camerabeelden zie je hoe mijn broer wordt neergeschoten, in elkaar stuikt en bevend op de grond ligt.'

Mehdi Nemmouche stapte op zaterdag 24 mei 2014, één dag voor de federale verkiezingen, het Joods Museum in Brussel binnen en schoot er vier mensen neer. In de inkomhal vermoordde hij eerst Emanuel en Miriam Riva, een Israëlisch echtpaar op citytrip in Brussel, voor hun huwelijksverjaardag. Daarna schoot hij nog twee museummedewerkers dood: de Franse vrijwilligster Dominique Chabrier, en de 26-jarige Alexandre Strens, die aan het onthaal werkte.

Daniel Strens «Ik ben de enige van onze familie, samen met mijn moeder, die het proces heeft gevolgd. Mijn broers en zussen – we waren thuis met acht kinderen – zijn weggebleven, uit angst. Je weet nooit wie er in het publiek zit. Ze waren er ook niet gerust in dat hun naam en adres te vinden zijn in een dossier over terrorisme. Niet onterecht, als je ziet dat iemand onlangs de autopsierapporten van de slachtoffers van 22/3 kon stelen bij het parket.

»Ook de families van de andere slachtoffers waren er niet. De kinderen van het Israëlische koppel Riva wilden alleen onder zware politiebewaking komen getuigen en zijn onmiddellijk weer naar Israël teruggekeerd. België is de plek waar hun leven werd verwoest.

»Ik wilde er zijn uit respect voor mijn broer, en om te laten zien dat ik niet bang was om Nemmouche in de ogen te kijken.»

HUMO Uw broer was niet onmiddellijk dood nadat Nemmouche hem in het hoofd had geschoten.

Strens «Nee, hij heeft nog twee weken voor zijn leven gevochten in het ziekenhuis. De aanslag vond plaats om 15.45, maar het heeft nog ettelijke uren geduurd eer we wisten wat er met Alexandre was gebeurd. Niemand nam contact op met ons, en wij konden hem niet bereiken. Om negen uur ’s avonds hebben we zelf de politie gebeld. Die zei dat hij gewond was aan de arm, niks ernstigs. Ik ben mijn moeder gaan ophalen en toen we die avond in het ziekenhuis kwamen, sprak een dokter ons aan: ‘Luister, met alle stukken hersenen die we op de grond hebben gevonden, wachtten we alleen nog op jullie om de stekker uit te trekken.’ Daar heb ik besloten om de zaak in handen te nemen. ‘U doet niets meer,’ zei ik tegen de dokter – achteraf bleek het om een student te gaan. We hebben twee weken met de familie aan zijn bed gewaakt, dag en nacht, om te vermijden dat het ziekenhuis hem zou laten sterven. Er werden ongepaste opmerkingen gemaakt over de kamer die hij bezet hield.

»Ik heb verschillende specialisten gevraagd om mijn broer te onderzoeken, neurochirurgen en professoren die gespecialiseerd zijn in de behandeling van comapatiënten. Hij was in het voorhoofd geraakt door een kogel, die aan de achterkant van zijn schedel is blijven steken. Een dokter zei dat hij ons wellicht nog kon horen. Mijn moeder zat bijna dag en nacht aan zijn bed en praatte tegen hem. Alexandre was haar lieveling, ze hadden een heel hechte band. Hij heeft niets meer gezegd, maar één keer liepen de tranen over zijn wangen. In zijn blik zag je dat hij niet begreep waarom hij daar lag, wat hij verkeerd had gedaan. De hele familie was er. Zelfs mijn vader, die hij niet meer had gezien sinds zijn kindertijd, is van Marokko teruggekomen en was aangedaan.

»De toegang tot het ziekenhuis stond onder politiebewaking, de naam van het ziekenhuis werd geheimgehouden. Er was nog geen dader gevat, we waren bang dat iemand het werk van de schutter zou komen afmaken. Een week voor zijn overlijden is Alexandre vroegtijdig doodverklaard door een krant. Een fout bericht, maar we hebben het niet rechtgezet. Dat was veiliger, maar het heeft nog voor veel problemen gezorgd, want de familie in Marokko was niet op de hoogte.»

HUMO Waarom was uw familie zo bang?

Strens «De dader van de aanslag heeft nog tien dagen vrij rondgelopen. Zijn arrestatie in Frankrijk was eerst een opluchting, maar toen kregen we van de politie te horen dat er mogelijk nog medeplichtigen waren. We verkeerden in shock. De dood van onze broer had ons allemaal door elkaar geschud, zeker door de manier waarop hij was vermoord. Bij een verkeersongeval weet je dat het om een spijtig toeval gaat, maar dit was een daad met voorbedachten rade. Alexandre had geen schijn van kans. De aanklager op het proces heeft het goed gezegd: Nemmouche was een lafaard, want hij heeft toegeslagen op een plek waar zijn doelwitten zich op geen enkele manier konden verdedigen. Zij waren ongewapend en konden niet weg, hij ging erop af met een oorlogswapen. De aanslag heeft 82 seconden geduurd. Nemmouche is het museum binnengestapt en heeft daar eerst de Israëlische toeristen in de rug geschoten, terwijl ze de bordjes met uitleg in de inkomhal stonden te lezen. Toen mijn broer de schoten hoorde, is hij zich niet gaan verstoppen, maar is hij naar de deur gelopen om ze te sluiten, in een poging om iedereen die binnen was te beschermen. Ik ben fier, want hij had de moed om het op te nemen tegen een zwaarbewapende terrorist.

'Mijn broer heeft het opgenomen tegen een zwaarbewapende terrorist om anderen te beschermen. Ik ben fier op hem ''

»Op het proces hebben mijn moeder en ik de beelden gezien van hoe mijn broer wordt neergeschoten. Vier keer, telkens uit verschillende invalshoeken, gefilmd door verschillende camera’s. Je ziet hem in elkaar stuiken, je ziet hem bevend liggen op de grond, je ziet voorbijgangers vanop straat toesnellen. Ze vinden de doden in de inkomhal, ze proberen mijn broer te reanimeren, in afwachting van de hulpdiensten. Vier keer is de film getoond, op vraag van de advocaat van Nemmouche, meester Sébastien Courtoy, die tegen beter weten in probeerde aan te tonen dat de schutter op de film níét zijn cliënt was.»

HUMO Nemmouche is blijven ontkennen dat hij de dader was. Zijn advocaat hing een complottheorie op over hoe zijn cliënt er was ingeluisd. Uw broer en het echtpaar Riva waren volgens hem geheim agenten van de Israëlische geheime dienst Mossad.

Strens «Dat maakte het bijzonder pijnlijk. Advocaat Courtoy heeft de rollen omgedraaid en maakte er een proces tégen de slachtoffers van. In zijn verbeelding hadden mijn broer en het echtpaar Riva, alle drie spionnen van de Mossad, een geheime afspraak in het Joods Museum. Ze zouden daar in opdracht van de Iraanse en Libanese geheime diensten zijn geliquideerd. Nemmouche werd er, nog steeds volgens de fantasie van Courtoy, ingeluisd door de Libanese Hezbollah. Die hebben ’s avonds in zijn appartement ingebroken om daar valse bewijsstukken te leggen, en de indruk te wekken dat het om een aanslag van IS ging. Alles in het dossier spreekt dat tegen, maar hij bleef vasthouden aan die theorie, tijdens de duur van het proces, twee maanden lang.

'Het is een proces tégen de slachtoffers geworden, alsof ze het zelf hadden gezocht'

»Om zijn theorie te staven, heeft hij het jonge leven van mijn broer uitgespit en hem op alle mogelijke manieren verdacht gemaakt. Hij vertelde om het even wat. Dat mijn vader als sjiitische moslim bekendstond bij de Staatsveiligheid wegens verdachte activiteiten op de Iraanse ambassade – wat de Staatsveiligheid zelf ontkend heeft. Sinds de scheiding van mijn ouders, meer dan tien jaar geleden, had niemand van de kinderen trouwens nog contact met mijn vader.

»Dan was er ook de naamsverandering van onze familie. Dat betekende volgens de advocaat van Nemmouche dat mijn broer zijn ware identiteit wilde verbergen. Bij zijn geboorte heette hij inderdaad Redouane Latrache. Mijn ouders – en dus ook de kinderen – hebben hun naam veranderd in 1992, uit sympathie voor de familie Strens, met wie ze een hechte band hadden. Alexandre was toen 5 jaar oud. Was hij toen al een geheim agent? Zo weefde de advocaat van Nemmouche een ongelooflijk spionageverhaal rond het leven van drie van de slachtoffers, met allerlei details uit hun privéleven die hij uit de context rukte.»

HUMO Voor een buitenstaander is het opmerkelijk dat je broer, een twintiger van Marokkaanse afkomst, in het Joods Museum werkte. Hoe is dat gekomen?

Strens «Mijn broer interesseerde zich enorm voor de joodse cultuur. In zijn laatste jaar van de humaniora heeft hij voor zijn klas een studiereis naar Auschwitz georganiseerd. Hij had enorm veel boeken over het jodendom, was al in Israël geweest en leerde Hebreeuws. Die interesse kwam er wellicht omdat mijn moeder in Marokko is opgegroeid in een joodse wijk in Fez, hoewel ze zelf niet joods was. We zijn thuis niet godsdienstig opgevoed. Mijn vader was moslim, maar onze ouders vonden dat we zelf ons hart moesten volgen.

»Mijn broer, de op één na jongste van de kinderen, heeft de scheiding van mijn ouders niet goed verwerkt en was op zoek naar zichzelf. Maar hij was ook ambitieus, zat boordevol projecten en plannen, was gepassioneerd door geschiedenis en kunst, en stond altijd klaar voor anderen. Hij zat in zijn laatste jaar aan de universiteit, waar hij internationale handel studeerde. In het weekend werkte hij in het Joods Museum, eerst alleen als bijverdienste, maar hij had net een contract gekregen.»

HUMO Cynisch dat hij als zoon van een moslim in een antisemitische aanslag van IS is omgekomen.

Strens (stil) «Mijn zus heeft mijn moeder eens verweten: ‘Waarom heb je hem daar laten werken?’ Dat vond ik een vreselijke opmerking. De ochtend van de aanslag heeft Alexandre mijn moeder gebeld om haar die avond uit te nodigen op restaurant, om te vieren dat hij net promotie had gemaakt: hij werd verantwoordelijk voor de communicatie van het museum. De advocaat van Nemmouche kwam vertellen dat de politie bij hem thuis een openliggende koffer had gevonden in een voor de rest opgeruimde kamer. Dat wees er volgens hem op dat Alexandre elk moment op de vlucht kon slaan. Maar zeg eens, welke geheim agent nodigt zijn moeder uit om rustig op restaurant te gaan als hij zich opgejaagd voelt?»

HUMO Eén van de advocaten maakte de cynische opmerking dat alle sporen in het dossier onderzocht zijn, behalve misschien dat van kardinaal Danneels.

Strens «Je kunt ermee lachen, maar mijn moeder raakte compleet overstuur door de verhalen die over haar zoon werden verteld. Ze had haar zoon al verloren en werd nu ook nog eens met de vinger gewezen in de rechtbank. We namen altijd een andere uitgang van het justitiepaleis om vragen van journalisten te vermijden.

»Het was een bewuste strategie van de verdediging van Nemmouche. Advocaat Courtoy kwam met die ongeloofwaardige complottheorie en beledigde alle slachtoffers, advocaten en magistraten op een steeds brutalere manier. Dat het hele dossier gemanipuleerd was, dat de magistraten leugenaars waren en de slachtoffers het bijna zelf gezocht hadden. Hij dacht dat men hem zou doen zwijgen. Dan kon hij zeggen dat hij kon bewijzen dat zijn cliënt onschuldig was, maar dat men hem had verhinderd om te praten. In plaats daarvan heeft de rechtbank hem alles laten zeggen wat hij wilde, hoe pijnlijk en intimiderend dat ook was voor de slachtoffers. Zo zorgde Courtoy voor een rookgordijn en probeerde hij de jury te doen twijfelen. Maar dat is niet gelukt.

»Voor de uitspraak heb ik mijn moeder weggestuurd, naar Marokko. Ik wilde niet dat ze er dag en nacht mee bezig was, maar ze is onderweg onwel geworden en moest terugkeren. Ze heeft drie dagen in het hospitaal gelegen, in shock. In de rechtbank zei ze dat ze verbijsterd was over het gebrek aan menselijkheid op het proces. Er is veel gepraat over het zogezegde dubbelleven van de slachtoffers, over welke rol ze speelden en waarom ze daar in het Joods Museum waren. Maar er is heel weinig verteld over wie de slachtoffers eigenlijk waren. Dat kon ze niet begrijpen.»

HUMO Nemmouche kreeg levenslang, zijn handlanger Nacer Bendrer vijftien jaar. Tevreden?

Strens «Die levenslange gevangenisstraf past Nemmouche als gegoten. Natuurlijk was het vonnis een opluchting, maar eigenlijk had ik niets anders verwacht. Ik stel me wel vragen bij de vijftien jaar die Nacer Bendrer heeft gekregen. Hij beweert dat hij niet wist wat Nemmouche van plan was. Maar als je een oorlogswapen verkoopt met 232 kogels, dan weet je toch dat je klant geen plannen heeft voor een humanitaire hulpactie? Maar gerechtigheid is geschied. En wellicht is door de arrestatie van Nemmouche een tweede aanslag vermeden, want hij had het wapen gewoon in zijn bagage zitten, met nog 200 kogels.»

HUMO Heeft het proces antwoorden kunnen bieden op jullie vragen?

Strens «Wij wilden vooral weten waarom iemand het in zijn hoofd haalt om mensen die hij van haar noch pluim kent op zo’n barbaarse manier te doden. Wat is de motivatie die dat kan rechtvaardigen? Maar hij zegt dat hij het niet gedaan heeft, en dan ben je snel uitgepraat.

»Nemmouche heeft niet eens het woord genomen om zich te verdedigen. Zijn advocaat beweerde de hele tijd dat zijn cliënt zou spreken, ‘op het gepaste moment’. Maar Nemmouche heeft maar een paar keer kort het woord genomen. Eén keer om te zeggen dat hij niet gefotografeerd wilde worden, dan om te zeggen dat hij het niet was op de film. En een laatste keer toen hij tot levenslang werd veroordeeld. Toen was zijn commentaar, met een provocerend lachje om zijn mond: ‘Het leven gaat voort.’

»Voor ons is het belangrijk dat hij nu wordt opgesloten en dat er niet meer over hem gepraat wordt, dat hij niet langer de show steelt. We kunnen eindelijk weer slapen en aan onze verwerking beginnen. In het najaar werd het proces aangekondigd tegen de daders van de aanslagen op 22 maart, en ik weet zeker dat ik opnieuw naar mijn moeder zal gaan om het snoer van de televisie uit te trekken. Want elke keer als ze de berichten over terrorisme hoort, herbeleeft ze de aanslag op haar eigen zoon.

»We gaan het proces van 22 maart zeker volgen, uit solidariteit. We voelen ons verbonden met alle slachtoffers van terreur, of ze nu van het Joods Museum zijn, Zaventem, Maalbeek of Luik. We voelen allemaal dezelfde pijn. Vroeger dacht ik dat terrorisme niet mijn probleem was, dat het altijd anderen trof. Vandaag weet ik dat het om het even wie kan treffen, op elk moment van de dag, om het even waar.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234