null Beeld

De Planckaerts

Aan docusoaps komt vroeger een eind dan de makers van docusoaps denken. De Planckaerts mogen me dan wel sympathieker voorkomen dan de ingebeelde lottowinnaars die we bij gebrek aan een adequate Latijnse benaming de Pfaffs noemen, toch lijkt deze wilde familiekroniek z'n beste tijd gehad te hebben, ook al gaat Eddy's tienerdochter dan zwanger van een nieuwe verhaallijn. Een geluk bij een ongelukje, denken ze daar vast, aan de bosrand.

Ik weet wel dat een docusoap altijd meer in scène is gezet dan we voor ons amusement horen te geloven, maar toch valt het me op dat Eddy Planckaert steeds meer samenspant met de camera. Inmiddels weet hij maar al te goed welk effect de hechte samenhang van zijn gezin op de kijkers heeft: hij wordt alom om z'n familiegeest geprezen. Als hij zijn stamgenoten, bij kaarslicht of in de flakkering van een kampvuur, hooggestemd toespreekt, zie ik hem steeds vaker een nummertje opvoeren, waarin hij varieert op de hartenkreet 'We moeten bijeen blijven.' Zijn particuliere religieuze opstoten - voodoo uit het Meetjesland: de cultus van Moeder Gusta, troosteres der fietstoeristen - lijken ook in toenemende mate op een breed publiek afgestemd. Sinds ze zich steeds meer van hun repertoire bewust zijn, geloof ik de Planckaerts steeds minder.

undefined

Ik kan me nog altijd vermaken met hun vanzelfsprekende excentriciteit, en met hun - God zegene de greep - vermogen om, tegen enkele wetten van de automechanica in, een afgeleefde Chevy aan de praat te krijgen, waarmee ze dan doodleuk naar Spanje tuffen: de knalpot knalt, de uitlaat spuwt vonken, en er lekt olie uit, maar dat mag de pret niet drukken. Zolang die roestbak vier wielen heeft, is er hoop - zelfs met drie wielen zouden zij het er volgens mij nóg op wagen. Hun leven is voor hen een blijmoedig aanvaarde overlevingstocht, waarbij je zelfs thuis in het wild kampeert.

'200'

Aangezien mijn voorgeschiedenis zich ten plattelande heeft afgespeeld, kan ik enige boerenslimheid wel waarderen, zolang ze maar niet te veel op wereldomspannende domheid lijkt. In de aflevering waarin Francesco in Spanje met zijn vriendin trouwt, zat nogal veel komiekerige domheid, te veel om het komische ervan op waarde te blijven schatten: Eddy, die desnoods ongevraagd veel talen tegelijk spreekt, zocht een internationaal woord voor 'huwelijk' en stiet ergens in een achterkamer van zijn brein op merriwage; in het Frans dat Francesco en cas d'urgence bezigt, worden geen werkwoorden vervoegd: 'Je chercher bâteau.' Hoelang woont hij nu al in Wallonië? Of beter: 'Combien habiter Wallonie?' In Spanje klopte hij bij een priester aan met het verzoek hem en zijn vriendin in de echt te verbinden. De geestelijke gebaarde dat hij niet van de camera gediend was, waarop Francesco in approximatief Engels sprak: 'God ziet ons, waarom mag de televisie ons dan niet zien?' Die zát. Het kan niet anders of die vraag moet een interessante theologische discussie veroorzaakt hebben, die ons helaas onthouden werd. Nu we er tóch even bij stilstaan: Francesco vindt kennelijk dat de televisie niet moet onderdoen voor God, wat overigens normaal, zelfs billijk is als je je reputatie aan een docusoap te danken hebt. Aardrijkskunde: nóg een belangwekkend vak. Als je in Spanje over de zee uitkijkt, is het niet ongewoon dat je je afvraagt hoe die zee wel zou mogen heten. De goocheme Junior gewaagde van de Normandische Zee, 'een zee die nooit opkomt en nooit aftrekt'. Een eerlijke poging. 'In Spanje heb je weinig strand,' wist Eddy stellig. Een poosje voelde ik me als een schoolmeester die in juni proefwerken aan het verbeteren is, hoofdschuddend vaststelt dat de resultaten weer nergens naar lijken, en vervolgens besluit zijn baan op te geven en bij de Planckaerts in te trekken: if you can't beat them, join them.


Dat ik geen schoolmeester geworden ben, ervaar ik nog steeds als mazzel.

Terwijl de Planckaerts sporen achterlieten in Spanje, waakte Carlos, de voormalige verzorger van Eddy, over de thuisbasis. Hij staat in voor het amusement in het gastenverblijf, en hij is dan ook een type dat danst of anderszins de show steelt als de Planckaerts van huis zijn. Eén van de betalende logés in het gastenverblijf zei met een Antwerps accent dat haar man enkele dagen geleden ter aarde was besteld. Om hem voorgoed te typeren, haalde ze de dierbare overledene in zijn eigen woorden aan: 'Een West-Vlaming stapt met twee benen in het graf.' Dat zou hij gezegd hebben nadat hij van de dokter vernomen had dat één van zijn onderbenen, of het nu aan een West-Vlaming vastzat of niet, wegens gevorderde suikerziekte geamputeerd moest worden. Zijn weduwe sprak over hem alsof hij een miskende West-Vlaamse held was, over wie de rest van de wereld binnenkort nog veel zou horen: ene Maurice Vergucht. Onthoud die naam. Of borduur 'm voor alle zekerheid op een theemuts. Kerf 'm voor mijn part in een fietszadel. Ze vond het jammer dat er in het gastenverblijf geen cd van Willem Vermandere voorhanden was, teneinde haar man, over het graf heen, nog eens in diens eigen streektaal uit te luiden, met een biertje van hoge gisting erbij. Carlos wist raad en zette in een ander dialect 'En onze bok is dood' in. 'Ook schoon,' vond hij. Alsof Bart De Pauw het scenario had geschreven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234