De psyche van een 5-jarige voor u ontleed door Binu Singh

Kinderpsychiater Binu Singh, in ‘Het geheime leven van 5-jarigen’ op VTM de cocommentator van haar collega Peter Adriaenssens, zei in het derde leerjaar al tegen haar moeder: ‘Ik wil hartjesdokter worden.’

Binu Singh «Ik ben in India opgevoed met het idee dat je preventief met je gezondheid bezig moet zijn, via ayurveda en yoga. En ik vind het mooi dat je bij jonge kinderen nog zoveel kunt doen: met een klein beetje hulp bij het ontwikkelingsproces kun je erge problemen makkelijk voorkomen. Het is zo dankbaar als je voor die wezentjes iets kunt doen waar ze de rest van hun leven van zullen profiteren. Er is geen fase in ons leven waarin we ons zo snel en zo veel ontwikkelen als op de kleuterleeftijd. Daardoor zijn we ook erg kwetsbaar voor invloeden. Maar ik wil ouders niet verontrusten, integendeel.»

HUMO Ouders weten het in deze tijd toch al vaak niet meer: wat is normaal, en wanneer moet ik mij zorgen beginnen te maken?

Singh «Klopt. Ouders zijn heel onzeker geworden. Daarom vonden we het goed om in ‘Het geheime leven van 5-jarigen’ te laten zien hoe breed de variatie binnen ‘het normale’ is. Er is zo veel aandacht voor aandoeningen – ADHD, autisme – dat we bijna vergeten zijn wat normaal is. Elke ouder zit bijna voortdurend zijn kind te bestuderen: ‘Is dit wel oké, is dat niet vreemd?’ Terwijl 80 procent van de kinderen het prima doet. En de meeste ouders dus ook.»

HUMO Ook opvoeders zijn soms onzeker over wat ze wel en niet moeten doen.

Singh «Dat hoor ik vaak. Maar het is vooral zo moeilijk geworden omdat er te veel opvoedingsboeken worden geschreven en opvoedingsprogramma’s worden gemaakt. Als we gewoon weer eens zouden luisteren naar wat volgens ons buikgevoel veilig en goed is voor een kind, dan zou snel blijken dat je je intuïtie mag vertrouwen. Het is normaal dat iets soms niet zo duidelijk is: zoeken hoort erbij.»


'Er is zo veel aandacht voor aandoeningen dat we bijna vergeten zijn wat normaal is'

HUMO In de kleuterjaren ontwikkelen we onze sociale vaardigheden.

Singh «Ja. Een baby is bezig met zichzelf te reguleren – eten, slapen – een peuter is bezig met leren stappen, en een kleuter ontdekt: ‘Ik ben een sociaal mens en moet mij tot anderen leren verhouden.’ Die sociale omgang is heel complex, het is één van de moeilijkste vaardigheden om te leren, en die vaardigheid moeten we ons hele leven blijven finetunen. Maar het fundament van kunnen omgaan met anderen wordt in de kleutertijd gelegd. Vandaar ook het pleidooi van Peter en mij om je kind naar de kleuterschool te sturen. Veel ouders denken: ‘Die kinderen spelen daar maar wat. Leren begint pas in het eerste leerjaar, dus een kleuter kun je net zo goed thuishouden. Misschien is dat zelfs beter, want ik kan meer aandacht geven dan de juf.’ Maar thuis is er geen interactie met leeftijdsgenoten en dat is voor kleuters juist zo belangrijk. Met anderen delen, op hen wachten, met hen samenwerken, naar hen luisteren, zich in de anderen kunnen verplaatsen: dat moeten hun hersenen in die fase volop kunnen oefenen.

»De hersenen beginnen tijdens dat omgaan met anderen actief te reageren op wat ze zien, meemaken en voelen. Ze beginnen verbindingen te leggen die het sociale gedrag zullen blijven sturen. En waar kleuters op stuiten, is natuurlijk dat aan de ene kant hun ikje iets wil en aan de andere kant iemand anders, of de groep, waar ze ook graag bij willen horen. Je ziet ze strategieën uitproberen, en door de feedback die ze krijgen, leren ze: dit werkt en dat werkt niet.»


HUMO Ik zie veel mensen om me heen bij wie de omgang met anderen – om het zacht uit te drukken – niet optimaal verloopt. Sommigen denken bijvoorbeeld nog steeds dat je met agressie iets kunt bereiken. Is er bij hen iets misgegaan tijdens het oefenen in de kindertijd of zijn ze gewoon hardleers?

Singh «Dat zou kunnen (lacht). Afpakken en slaan, de eerste strategie die je de kleuters in ‘Het geheime leven van 5-jarigen’ ziet uitproberen, is een neiging die we allemaal herkennen. Er wordt in de kleutertijd een verbinding in de hersenen gelegd voor dat gedrag. Omdat gaandeweg blijkt dat die strategie niet zo goed werkt, past de kleuter dat gedrag steeds minder toe en blijven die verbindingen onverharde weggetjes, terwijl de verbindingen in de hersenen voor gedrag dat wél werkt, autosnelwegen worden. Maar die onverharde weggetjes blijven wel bestaan. Als we ouder zijn en een collega doet iets wat we absoluut niet kunnen verdragen, denken we nog steeds even: ‘Ik klop erop!’ Maar als je verstandig bent, zul je dat onverharde weggetje niet gebruiken.

»Gemeen zijn is ook iets waarvan we weten: de andere zal daarvan afzien. Dat beseffen kleuters helemaal nog niet. Zo’n kind is nog aan het leren begrijpen dat zich in een ander hoofdje óók iets afspeelt. Inspelen op wat de ander weet en het perspectief van de ander innemen, dat beginnen ze daarna pas te leren. En die ontwikkeling blijft je hele leven doorgaan. Over omgaan met anderen in mijn privéleven leer ik nog altijd bij, maar de fundamenten zijn in mijn kleutertijd gelegd.»


Even leren dimmen

HUMO Op een gegeven moment in het programma zegt één van de jongetjes tegen een meisje: ‘Blablabla, van al dat praten word ik doof.’ Waarop Peter Adriaenssens: ‘Waar zou hij dát gehoord hebben?’

Singh «Ja. Kleuters imiteren. Het zijn echt kopieermachines. Imiteren is dé manier om te leren. Ook als wij iets nieuws moeten doen, is het eerste wat we doen om ons heen kijken om te zien hoe een ander het doet. Daarom is het belangrijk dat je als kind goeie voorbeelden hebt. En even belangrijk is een veilig kader waarbinnen je kunt experimenteren, zodat je zonder al te grote gevolgen fouten kunt maken.»

HUMO Ik ben zelf nog vaak de hysterica van dienst: ik reageer vaak te emotioneel, te hevig. Heb ik in mijn kleutertijd iets niet goed geoefend?

Singh «Heb je die mooie metafoor niet gehoord die Peter in het programma gebruikt, van de emotionele aan- en uitknop die een volumeknop moet worden? Bij een kleuter weet je meteen hoe hij zich voelt. In het programma zie je Jannes hard huilen en even later is hij alles vergeten. Hij is de jongste van de groep en heeft nog een pure aan- en uitknop. De anderen kunnen hun emoties al een beetje filteren, ze kunnen de hevigheid ervan met de volumeknop regelen.»

HUMO Wij horen met een volumeknop onze emoties op het juiste moment te temperen?

Singh «Ja. Wij leren onze emoties later nog verder te finetunen. Kijk, we maken iets mee en worden verdrietig, dat verdriet blijft even hangen, maar ebt daarna stilletjesaan weg. Als volwassene kunnen we van een kleuter leren dat te lang bij verdriet blijven hangen, langer over iets blijven nadenken dan nodig is, ook niet zo goed is voor een mens. We moeten misschien niet heel ons gevoelsleven met een aan- en uitknop regelen, maar soms is het beter te denken: ‘Nu mag het verdriet wel voorbij zijn.’»


HUMO Op de één of andere manier staat de aan- en uitknop bij mij nog heel scherp afgesteld en heb ik het dimmen niet zo goed onder de knie gekregen.

Singh «Je hebt natuurlijk ook het temperament waarmee je geboren bent. Bovendien zul je al wel gemerkt hebben dat je emotionele hevigheid in sommige situaties een voordeel is, en in andere een nadeel. Dat je zoveel voelt en dus ook aanvoelt, is bijvoorbeeld een voordeel als je iemand moet interviewen. Dat heb je geleerd en dat leerproces duurt ons hele leven. Ook het dimmen kun je nog leren.

»Nu het is wel zo dat er kritische ontwikkelingsfases zijn. Op een bepaalde leeftijd zijn onze hersenen er klaar voor en zeggen ze: ‘Dit is hét moment om dít te leren.’ Zo zijn er kritische levensfases voor motoriek, voor taalontwikkeling en dus ook voor sociale vaardigheden. Als je die fase mist en je probeert de sociale ontwikkeling later op de lagere school in te halen, zal alles moeilijker verlopen. Stel dat je dan nog moet ontdekken dat meppen niet werkt: een kleuterjuf zou daar geen drama van maken, maar de juf van de lagere school zal veel minder mild reageren. Je klasgenoten zullen het helemaal niet pikken, en je ouders zullen teleurgesteld zijn. Het wordt een veel complexere aangelegenheid.»

HUMO Maar stel dat ik nu echt iets heb gemist tijdens de kritische ontwikkelingsfase?

Singh «Goed, stel dat een belangrijke verbinding bij jou een onverhard weggetje is gebleven in plaats van een autosnelweg te worden. Dan is er altijd nog de mogelijkheid om van dat onverharde weggetje een snelweg te maken door die verbinding veel te gaan gebruiken – door in therapie te gaan of een cursus mindfulness te volgen, bijvoorbeeld. Dat is zo mooi aan onze hersenen: dat ze plastisch zijn, je ze kunt blijven omvormen.»

HUMO Zijn er nog meer dingen die we van kleuters kunnen leren?

Singh «Ja. Herinner je je nog het moment waarop Gust opeens de stolp met snoep opentrekt waar niemand aan mocht komen? Toen de juf vroeg wie dat had gedaan, zei Gust meteen: ‘Ik!’ Dat vond ik prachtig. Daaruit spreekt zo’n vertrouwen: ik mag fouten maken. De prestatiedruk in onze maatschappij is zó groot. We moeten allemaal perfect zijn – een succesvolle carrière hebben, een sociaal leven, een gestroomlijnd lichaam, de beste ouder zijn... Zo’n kleuter drukt ons dan met de neus op het feit dat het belangrijk blijft om fouten te kunnen maken, om af en toe te kunnen aanrommelen.»

HUMO Kleuters ontwikkelen ook hun geweten en leren liegen.

Singh «In het begin volgen ze nog de regels om geen straf te krijgen, en de juf is hun externe geweten. Maar in de kleutertijd wordt dat geweten langzaam een innerlijke stem die – nog heel zwart-wit – zegt: ‘Dit is fout en dat is goed.’ Tegelijkertijd leren ze hoe ze die regels kunnen buigen: als er iets onder een kleed ligt en we moeten raden wat het is, mogen we niet onder het kleed kijken. Maar mogen we wel voelen? Als er een chocoladetaart staat, dan mogen we daar natuurlijk niet zomaar van eten, maar wel aan ruiken. En misschien kan ik er een heel klein stukje van nemen en zeggen dat ik het niet gedaan heb. Liegen is ook een sociale vaardigheid die je je eigen moet maken. Als je vriendin veel moeite heeft gedaan om een mooi cadeau voor jou te kopen dat jij eigenlijk aartslelijk vindt, dan weegt de vriendschap zo zwaar door dat die de schending van het geweten door te liegen zal overtroeven.»

HUMO Het wordt grappig wanneer de juf, hun externe geweten, zich opeens zelf niet aan de regels houdt en wild uit de snoeppot begint te eten, of met haar kleren aan in bad springt.

Singh «Dan staan ze allemaal vol ongeloof te kijken: hoe kan dat nu, dat het externe geweten niet alles goed doet? Pas na een tijdje hebben ze door dat het een grap is. Het is belangrijk dat de volwassenen af en toe iets raars doen. Het helpt de kleuters zich los te maken van hen en van hun eigen geweten, en zelf kritisch te leren nadenken over wat goed is en wat kwaad. Later zal het hen bijvoorbeeld helpen niet alles te geloven wat er in de kranten staat.»


Het testosteroneffect

HUMO De morele ontwikkeling van kleutermeisjes verloopt anders dan die van kleuterjongens.

Singh «Meisjes zijn ook wel bezig met wat goed is voor henzelf, maar meer dan jongens bekommeren ze zich ook om anderen.»

HUMO Daar gaan we weer. De vrouw ontkomt niet aan haar zorgende reflex.

Singh «Jongens en meisjes hebben nu eenmaal een andere hormonenmix, en die mix bepaalt hun hersenontwikkeling. Dat zie je al in de eerste aflevering, tijdens de gevechten op de step: meisjes lossen conflicten anders op dan jongens. Ze gebruiken taal, terwijl jongens veel sneller in de actie schieten en hun kracht gebruiken.»

HUMO Het choquerendst vond ik de uitkomst van het experiment waarbij alle speelgoed uit de speelzaal wordt weggehaald. De jongens zijn eventjes verrast als ze de lege zaal betreden, maar ze beginnen al snel een fantasievol spel met de gordijnen. De meisjes gaan op de grond liggen en doen niks. ‘Zo zie je hoe we de creativiteit van mannen nodig hebben,’ zegt Peter Adriaenssens, ‘anders zou de wereld er niet op vooruitgaan.’ Mijn tenen krulden.

Singh (lacht) «Dat die meisjes zo weinig deden, vond ik ook heel confronterend. Maar bepaalde ontwikkelingen bij meisjes verlopen met een andere snelheid dan bij jongens. Jongens gaan vlugger over tot actie – dat is het effect van testosteron. Dat leren de meisjes later ook wel, maar zij leren eerst verbindingen maken en zorgen. In een latere fase, als ze in een kring gaan zitten om – nog steeds zonder speelgoed – een spel te verzinnen, komen de meisjes met verhalen: ‘Zullen we dierentuin spelen?’ Zij scheppen een verhaal en daarbinnen kunnen de jongens dan leeuw en wolf spelen.»

HUMO Maar als de meisjes een kamer met jongensspeelgoed krijgen, weten ze zich geen raad. De jongens in de kamer met meisjesspeelgoed trekken meteen prinsessenjurken aan en beginnen te gillen: ‘Red mij! Red mij!’ Dan verzinnen die jongens toch ook een verhaal?

Singh «Nee, ze kruipen in een rol: ze spelen zoals ze denken dat het is om een meisje te zijn. Kleuters zoeken voortdurend hoe het is om een jongen of een meisje te zijn. Ze willen daar een duidelijk zwart-witbeeld van en vergroten de verschillen daarom erg uit. De nuances komen later pas.»

HUMO Na de verkleedsessie volgt er een modeshow waarin de jongens defileren in jurken en op hakken, en de meisjes over de grond rollen van het lachen. En wat zegt Peter Adriaenssens: ‘Meisjes hebben jongens nodig om te lachen en zich te amuseren.’ Grrr.

Singh «Als je vraagt wat ze in een man zoeken, antwoorden veel vrouwen toch: ‘Hij moet me kunnen doen lachen!’ Nu, de humor van die jongetjes gaat niet verder dan slapstick. Het is allemaal heel actiegericht: vallen, nog eens vallen. We wilden ook helemaal niet zeggen dat meisjes geen gevoel voor humor hebben, maar ze ontwikkelen die vaak later en hun humor is dan ook taliger en fijnzinniger.»

HUMO Het klinkt toch allemaal heel normatief. Stel nu dat één van die kleuters graag eens een jurk wil aantrekken om naar school te gaan?

Singh «Dat vind ik geen goed idee, want dat is niet gangbaar. Het is op die leeftijd beter om daar heel duidelijk over te zijn – kleuters zijn trouwens op zoek naar duidelijkheid over hoe ze zich als jongen of meisje moeten gedragen. Als je puber bent, besef je dat je opmerkingen zult krijgen, maar een kleuter moet veilige grenzen hebben waarbinnen hij kan experimenteren zonder schade op te lopen.»

HUMO Kennelijk móéten kinderen in de kleuterschool ook al veel: zindelijk zijn, meekunnen, klaar zijn om naar de lagere school te gaan.

Singh «De verwachtingen van het gemiddelde liggen tegenwoordig veel hoger, en iedereen moet in dat gemiddelde passen. Wat wij in dit programma willen laten zien, is dat het gemiddelde heel breed is. Het gaat om de rijping van de hersenen en dat gebeurt bij elke kleuter met een andere snelheid. Dat verschil in snelheid moet je respecteren. Als een jongen in de derde kleuterklas moeilijk kan stilzitten, hoeft dat niet meteen te betekenen dat hij ADHD heeft. Misschien is hij gewoon wat later rijp.»

HUMO Paul Verhaeghe schrijft in zijn nieuwe boek dat we in een ziekmakende mallemolen leven. Onze kinderen zitten daar mee in, want ouders hebben te veel stress door het werk en de werkonzekerheid. Kleuters voelen dat toch?

Singh «Ja, dat is waar. Zij denken niet na, maar ze voelen continu: is het hier veilig of niet? Denk maar niet dat ze niet weten dat er iets gaande is als je in hun buurt over problemen praat. Daarom is het heel belangrijk dat je als ouder eventuele stress of problemen een duidelijke plaats geeft voor hen, want je kinderen afschermen van de wereld gaat natuurlijk niet. Dat hoeft ook niet. Uiteindelijk moeten ook zij in onze samenleving leren functioneren. Ik weet wel, je voelt je heel kwetsbaar als ouder omdat je het zo graag goed wil doen. Maar je hoeft niet perfect te zijn, gewoon goed is genoeg. Geef ze het gevoel dat ze bij jou terechtkunnen, dat de wereld veilig is en dat mensen betrouwbaar zijn. Daarna kun je de natuur gewoon haar werk laten doen en kun jij achteroverleunen en toekijken hoe het wonder zich ontvouwt.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234