De psychologie van de tijd: 'Vroeger was een overvolle agenda een statussymbool. Vandaag is dat als je de klok kan negeren'

In augustus 2014 gaat de Engelse schrijver Simon Garfield na een voetbalmatch onzacht onderuit met zijn fiets. In het ziekenhuis filosofeert hij over die ene fractie van een seconde die hem met een gebroken elleboog heeft opgezadeld, en over de tijd die ons hele doen en laten steeds fanatieker beheerst.

'We maken onszelf alleen maar wijs dat we tijd tekortkomen'

In ‘Tijdwachters’ dist Garfield 338 pagina’s lang vermakelijke anekdotes op, zonder acht te slaan op de wandklok in zijn schrijfkamer: hij slaat vrolijk zijpaden in en freewheelt z’n gedachten achterna. De lezer komt meer te weten over Beethovens tijdsaanduidingen bij zijn negende symfonie, over Amerikaanse politici die door urenlang te filibusteren de besluitvorming naar hun hand zetten, en over de Zwitserse uurwerkmakers die de tijd samenballen tot een technisch wonder dat aan de pols gedragen kan worden.

‘Tijdwachters’ is geen zelfhulpboek, maar Garfield zorgt er wél voor dat je met een nieuwe bril naar je eigen agenda gaat kijken. En minder vaak hunkert naar die atomisch precieze tijdmelding op je smartphone.

HUMO Hoe belangrijk de tijd in ons leven is, staat ironisch genoeg in een voetnoot: ‘Het eerste wat je doet als je ’s morgens opstaat, is kijken hoe laat het is.’ Touché.

Simon Garfield «Jij ook? Ik wou dat ik kon zeggen dat het niet op mij van toepassing was, maar ik beken: ik ben ook een slaaf van de tijd, en van m’n veel te volle agenda. Maar veel hangt af van het soort leven dat je leidt: of je op de buiten woont of in de drukte van de stad, of je kinderen hebt, hoeveel hooi je op je vork neemt tijdens de werkuren of in je vrije tijd. Wanneer ik in Londen ben, hol ik voortdurend van de ene meeting naar de andere: geen wonder dat de tikkende klok me daar overal achtervolgt.»

HUMO Eeuwenlang leefden de mensen op het ritme van de zon, maar in de 19de eeuw kwam daar, met de trein, bruusk een einde aan.

Garfield «Er zijn sinds de industriële revolutie twee grote veranderingen geweest in ons tijdsbesef: de eerste was de komst van de trein, de andere die van de smartphone.

»De trein betekende in de jaren 1830 een ware revolutie: een zakenman die van Liverpool naar Manchester moest reizen, deed er vroeger meer dan een halve dag over, maar langs het spoor duurde het amper tweeënhalf uur. Dat betekende dat hij meer meetings in één week kon proppen. Fabrieksarbeiders konden dan weer makkelijk werk zoeken in een andere stad. De secretaris van een Engelse spoormaatschappij zei in die beginjaren terecht dat het spoor ‘de waarde van de tijd’ veranderde. Het voelde niet zomaar alsof er meer uren in één dag zaten: je kreeg ook écht meer gedaan.»

HUMO Eén probleem: elke spoormaatschappij hanteerde haar eigen dienstregeling, volgens een eigen tijdmeting.

Garfield «De mensen leefden op het ritme van de dorps- of stadsklok, en als ze ergens naartoe reisden, stelden ze gewoon hun horloge bij. Maar toen het spoor aan belang won, werd die situatie onhoudbaar. Tussen twee steden reizen viel nog mee, maar als je verder moest, zat je in de rats: je moest overstappen op een trein van een andere maatschappij, en die liep volgens een andere klok. Het viel dus lastig te voorspellen of je je overstap zou halen. Het was ook ronduit gevaarlijk: sommige maatschappijen deelden stukken spoorweg, en omdat hun uurroosters niet compatibel waren, liepen ze het risico om op elkaar te botsen. Kortom: er moest een standaardtijd komen, en wel zo snel mogelijk.»

HUMO Maar die standaardtijd kwam er niet zonder slag of stoot. Er werd gefulmineerd over de monsterachtige tirannie van de spoorwegmaatschappijen die hun tijd wilden opdringen aan de rest van de natie.

Garfield «Het gros van de bevolking had tot dan toe in een geografische bubbel geleefd: in hun dorp of stad hoefden ze alleen rekenschap af te leggen aan de lokale autoriteiten. Maar toen kwam plots één of andere centrale administratie uit Londen – naamloze ambtenaren met wie je geen uitstaans had – je vertellen dat je naar hun pijpen moest dansen. Dat ging er bij velen niet in: zomaar hun kostbaarste bezit, de tijd, komen afpakken? Vergeet het maar!»

HUMO De inwoners van de Amerikaanse stad Detroit waren de hardnekkigste dwarsliggers: tot 1900 bleven ze hun eigen tijdregeling volgen.

Garfield «Klopt, maar ook bij ons in Engeland zie je nog overblijfselen van het verzet tegen wat ‘de spoorwegtijd’ werd genoemd. De klok aan de gevel van de Corn Exchange in Bristol heeft twee sets met wijzers: de zwarte wijzers geven de Greenwich Meridian Time aan, de rode de oude Bristol-tijd, een goeie tien minuten achter op de klok van Londen. Zo maken ze zichzelf wijs dat ze toch een béétje onafhankelijk blijven (lacht).»


Met de stopwatch

Sindsdien ging de wereld in een hogere versnelling draaien, al gaat het gevoel dat er te weinig uren in één dag zitten al minstens tweeduizend jaar mee: de oude Seneca waarschuwde z’n lezers al dat ze niet lichtzinnig met de tijd mochten omspringen. In 1910 probeerde de Engelse romanschrijver Arnold Bennett de zijne een handje te helpen met ‘How to Live on 24 Hours a Day’, één van de eerste timemanagementboeken. Een jaar later verscheen een soortgelijk boek van managementconsultant Frederick Winslow Taylor.

Garfield «Taylor was een ware pionier: van hem komt het idee om elke afzonderlijke handeling in een fabriek te timen, mét de stopwatch in de hand, om zo de efficiëntie in kaart te brengen. Zijn ideeën sloegen aan bij de fabriekseigenaars, want overal waar zijn systeem in de praktijk werd gebracht, ging de productietijd naar beneden en verveelvoudigde de winst. De arbeiders zagen Taylor dan weer niet graag komen, maar daar begreep hij niks van: het was toch allemaal voor de goede zaak? Door efficiënter te werken konden ze immers meer produceren, meer verkopen en meer winst maken, en kwam er automatisch meer werkgelegenheid. Helaas had hij geen oog voor de kwalijke neveneffecten: zijn systeem hield nauwelijks rekening met de mensen die het moesten uitvoeren.»

HUMO De hang naar meer efficiëntie sijpelde ook ons privéleven binnen. Er verschijnen onophoudelijk boeken die ons vertellen hoe we het meeste uit een dag kunnen halen, en sinds de komst van de smartphone zijn er ook gespecialiseerde apps.

Garfield «De reden waarom die apps zoveel succes hebben, is omdat we altijd het gevoel hebben dat we op onze tijdsbesteding kunnen beknibbelen. Maar uiteindelijk geven ze ons slechts de illusie dat ons leven perfect te managen valt. Als ik écht meer tijd wil overhouden voor belangrijke dingen, dan zit er maar één ding op: minder digitaal doen. Ik heb mijn Twitteraccount opgegeven omdat ik het gevoel kreeg dat ik er te veel tijd instak, en aan Face-book begin ik niet eens, omdat ik wéét dat ik er binnen de kortste keren aan verslaafd geraak (lacht). Pas op: mijn kinderen léven zowat op Facebook, hun sociale relaties spelen zich grotendeels daar af, en ik zie daar ook niks verkeerds in. Alleen: vroeger konden we gewoon tevreden zijn met ons leven, terwijl we tegenwoordig voortdurend denken dat we tekortschieten: ‘O nee, kijk alle anderen eens het beste uit hun tijd halen!’»


Graag traag

HUMO Je wijdt een hoofdstuk aan de slowfoodbeweging: die pleit voor een duurzame omgang met grondstoffen én voor meer joie de vivre. Allemaal waardevol, maar lijdt de slow-beweging ook niet aan een moreel superioriteitsgevoel: ‘Kijk ons eens het ware leven leiden’?

Garfield (grinnikt) «Zo is het wel een beetje, ja. Twintig, dertig jaar geleden was een overvolle agenda een statussymbool: had je het druk-druk-druk, dan leefde je voluit, alle anderen waren luie sukkels. Maar nu is de slinger weer de andere kant uitgeslagen: alleen wie tijd heeft om de klok te negeren en ten volle van het leven te genieten, is goed bezig, zo lijkt het wel. En de reclame speelt natuurlijk handig in op die gevoelens. Neem nu de manier waarop reizen tegenwoordig aan de man gebracht worden: als detoxvakanties waarin je de stekker uittrekt en eindelijk lekker kunt nietsdoen, en na afloop cursussen mindfulness en yoga en slow cooking kunt volgen! Echt: ik krijg al stress als ik nog maar dénk aan dat monsteraanbod.

»Je kunt laatdunkend doen over de snelheid van het hedendaagse bestaan, maar tegelijk vind ik dat we een heerlijk tijdperk meemaken: we werken niet meer van ons 18de tot ons 65ste in hetzelfde bedrijf, maar we kunnen onze tijd veel meer zelf indelen. Dat is toch geweldig? Zelf woon ik drie weken per maand in Londen en eentje in Penzance, een dorp in Cornwall waar ik m’n vaste schrijfplek heb. Wel: de tijd heeft daar veel minder grip op me. En niet alléén omdat ik dan niet van de ene naar de andere meeting hol. De dorpsbewoners leven er gewoon minder strikt volgens de klok: niemand trekt een vies gezicht als je een kwartiertje vroeger of later op je afspraak arriveert. Nu ja: in sommige delen van de wereld bestaat de klok helemaal niet – in Jamaica hanteren ze de regel: ‘Ik ben er als ik er ben.’ Héél lastig als je punctualiteit hoog in het vaandel draagt, maar soms is een trager ritme zo gek nog niet.»

'Alle goeie kunst zorgt ervoor dat je, al is het maar voor een fractie van een seconde, het gevoel krijgt dat de tijd stilstaat'

HUMO Je besteedt veel aandacht aan de kunsten: niet alleen omdat ze de tijd lijken te vertragen, maar ook omdat ze vaak de tijd zélf als onderwerp hebben. Je schrijft met veel liefde over ‘Safety Last!’, de wereldberoemde stille film waarin Harold Lloyd aan de klok van een appartementsgebouw bungelt.

Garfield «Alle goeie kunst zorgt ervoor dat je, al is het maar voor een fractie van een seconde, het gevoel krijgt dat de tijd stilstaat. En met ‘kunst’ bedoel ik niet alleen schilderijen, foto’s, films of conceptuele happenings; ook een goeie song kan de tijd drie minuten lang doen stollen. Maar het wordt almaar lastiger. Als ik naar een concert ga, of naar de film, zie ik steeds vaker dat mensen met hun smartphone in de weer zijn. Zelfs in de bioscoop, nota bene een plek waar de omstandigheden in theorie perfect zijn: het is stil en donker, en je kunt je compleet overgeven aan het verhaal op het witte doek. Maar iemand vertelde me onlangs dat er een app bestaat die aangeeft welke fragmenten in een film minder belangrijk zijn voor het verhaal, zodat je rustig naar het toilet kunt gaan. Dat is toch krankzinnig?

»Vroeger stapte je op een vliegtuig en was je blij dat je eens een paar uur wég was van de wereld. Eindelijk alleen met je gedachten! Maar nu er overal wifi is, moet je veel meer moeite doen om los te komen van de aardse tijd. We hebben onze vrijheid ingeruild voor gebruiksgemak: we vinden het geweldig dat we altijd en overal bereikbaar zijn en constant bevestiging krijgen. Tegelijk heeft dat ervoor gezorgd dat we steeds ongeduldiger zijn geworden: ‘God nee, er is geen wifi!’ ‘Miljaar, hoe traag is die verbinding hier!’ En dan maar klagen dat het leven te snel gaat.»

HUMO Wat ik me nog afvroeg: in welke mate beoefen je zelf de kunst van de procrastinatie? Anders gezegd: hoe bedreven ben je in het rondlummelen?

Garfield «Vrij goed, eigenlijk. Nu ja: als ik aan een boek bezig ben, is mijn brein voortdurend informatie aan het verwerken en ordenen, ook als ik niet aan m’n computer zit. Gek genoeg beleef ik mijn meest productieve momenten op de trein, of wanneer ik met de hond uit wandelen ga. Omdat mijn brein dan trager draait, maakt het allerlei verbindingen die het niet maakt als ik heel geconcentreerd zit te schrijven. Voor een buitenstaander lijkt het misschien alsof ik zit te niksen, maar uitgerekend dan gaat mijn werk met rasse schreden vooruit. Die ene week in Cornwall verzet ik dan ook meer werk dan in drie weken Londen: mijn bioritme vertraagt, en ik heb geen andere karweitjes of verplichtingen die me kunnen afleiden. Nu ja: ik word ook héél egoïstisch. Ik kan gaan slapen en opstaan en eten wanneer ik wil, en net dan voel ik de ideeën opborrelen. Die aloude uitdrukking ‘slaap er eens een nachtje over’ is geen fabel: je geeft je brein de kans om te relaxen en je werk van een andere kant te bekijken. Goeie oplossingen komen schijnbaar vanuit het niets, terwijl je nietsdoet, níét als je er acht uur aan een stuk over zit te tobben.

'Mijn meest productieve momenten beleef ik op de trein, of wanneer ik met de hond uit wandelen ga'

»Anderzijds: denk maar niet dat ik na het schrijven van dit boek mijn eigen dag efficiënter kan indelen, laat staan dat ik verlost ben van mijn obsessie met de tijd. Toen ik halverwege was, heb ik dat nog eventjes gehoopt. Het enige dat ik wél weet, is dat de vraag hoe we onze tijd het best spenderen ons al millennia bezighoudt, en dat de oplossing dus vast niet voor overmorgen is (lacht). Al zie ik wel één groot verschil met pakweg honderd jaar geleden: door de vooruitgang in de medische wetenschap en onze kennis van voedsel leven we allemaal een stuk langer, en hebben we dus daadwerkelijk meer tijd dan vroeger.»

HUMO Hoera!

Simon Garfield, Tijdwachters, Uitgeverij Podium/Luster

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234