null Beeld

De roze deken: de mysterieuze verdwijning van Marc Gesquière [update]

Zopas werd in de Leie in Wielsbeke het levenloze lichaam van Marc Ghesquière gevonden, de Kortrijkse deken die sinds 20 februari vermist was en over wie Humo deze week een artikel publiceerde.

Uit: Humo 3679, dinsdag 8 maart 2011

Marc Gesquière, de deken van Kortrijk, was een bevlogen priester en een warmhartig man. Marc Gesquière was mogelijk ook een actieve homoseksueel met, volgens getuigen, een voorliefde voor harde sm. En nu is hij spoorloos verdwenen - niemand weet waarom.

Marc Gesquière (60) werd het laatst gezien op zondag 20 februari. Die ochtend heeft hij nog een eucharistieviering opgedragen, 's middags heeft hij vergaderd met zijn parochiaal team. Niemand heeft toen iets vreemds aan hem opgemerkt: de sfeer was ontspannen, de deken maakte grapjes. Gesquière, die graag kokkerelt, had zelfs hapjes klaargemaakt voor de vergadering, zegt koster Xavier Mestdag. Later die dag gaat hij zijn vader van 91 bezoeken in het Sint-Carolusrusthuis, en sindsdien is hij spoorloos.


undefined

Bijna één week lang blijft de
verdwijning geheim, op verzoek van het gerecht. Maar na de bekendmaking komen
de tongen los. Deken Marc leidde een dubbelleven, heet het: hij is een actieve
homoseksueel. Heeft hij zichzelf van het leven beroofd? Is hij afgeperst? Is
hij, zoals de Kortrijkse pastoor John Dekimpe suggereert, ontvoerd of zelfs vermoord?

De omstandigheden van de verdwijning
zijn kort samen te vatten. Zijn wagen is teruggevonden in de omgeving van de
dekenij. Er zijn geen sporen van inbraak. In zijn computer is geen
afscheidsbrief aangetroffen. Aanvankelijk werd bericht dat hij die zondag nog
500 euro uit de betaalautomaat zou hebben gehaald, maar in gerechtelijke
kringen is te horen dat dat niet klopt. Wellicht had hij wel 500 euro op zak,
maar dat betekent niet noodzakelijk dat hij met dat geld afpersers wilde
betalen. 'Sommige dingen vallen te verklaren vanuit de vaste gewoonten van
mensen.'

Veel significanter is dat Gesquière
die avond omstreeks zes uur door getuigen is gesignaleerd aan de oevers van de
Leie. Eén getuige beweert zelfs dat hij hem daar nog op maandag heeft gezien,
maar het gerecht twijfelt of dat wel kan. Die maandag liep er behoorlijk wat
volk langs de Leie: als Gesquière daar echt had gelopen, had hij door meer dan
één getuige opgemerkt moeten zijn. Hoe dan ook: een zoektocht langs de oevers
naar kleren, schoenen of andere bezittingen levert niets op. Ook een sonarboot
vindt niets.

Roze pastoor

Marc Gesquière, de zoon
van een Iepers landbouwersgezin, is een late roeping. Hij is een jonge leraar
godsdienst aan het VTI in Ieper wanneer hij besluit zijn héle leven in het
teken van het geloof te plaatsen. Hij schrijft zich in bij het CPRL in
Antwerpen, het Centrum voor Priesteropleidingen op Rijpere Leeftijd. Mensen die
al aan het beroepsleven deelnemen, krijgen daar de kans zich alsnog tot
priester te laten wijden. Gesquière wordt priester op zijn vierendertigste.

Emiel Tobback, de toenmalige president van het CPRL, kent Gesquière
goed. 'Marc is een overtuigd priester. Een trouw man, met een groot
verantwoordelijkheidsgevoel en een bijzondere spiritualiteit. En: hij heeft de
gave van het woord. Hoe vaak is hij niet voorgegaan in de missen op
zondagochtend op Radio 1? Zijn stem is niet onbekend in Vlaanderen.' Alleen
wanneer we hem vragen waarom Gesquière zo'n late roeping waarom, klapt Tobback
dicht: 'Ik vermoed dat ik de reden ken, maar daar laat ik me liever niet over
uit.'

Nadat hij is afgestudeerd, gaat Gesquière aan de slag in
Loppem. Hij verwerft er algauw een reputatie: op bevlogen momenten spreekt de
jonge priester in tongen. 'Een échte predikant,' zegt Jeroen Claerhout, pastoor van Hooglede.

In de jaren tachtig wordt hij de nationale proost van
KAV, de Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging. Als groepsbegeleider bij het
CPRL gaat hij zelf late roepingen begeleiden. En in '89 wordt hij medepastoor
in de volkse parochie Bredene-Sas. Voor de jaarlijkse Duynwake mobiliseert hij
er honderden mensen. 'De Duynwake is een soort zeewijding,' zegt
parochieassistent Bart Mommency. 'Marc is een uitstekend manager: hij kan organiseren. Hij kan ook
mensen begeesteren. Bij zijn afscheid heeft hij het ereburgerschap van Bredene
gekregen. Dat is niet vanzelfsprekend in een rode gemeente: de socialisten zijn
hier aan de macht. Zijn invloed reikte vér over de zuilen heen.'

In '96 valt Marc Gesquière een grote eer te beurt: hij
volgt Emiel Tobback op aan het hoofd van het CPRL. 'Ik heb hem zelf niet
aangesteld,' zegt Tobback, 'zijn benoeming was een beslissing van de Belgische
bisschoppen.' Zeker is dat de bisschop van Brugge, Roger Vangheluwe, de kandidatuur van de Ieperling welgezind
is. Het is de eerste keer dat Vangheluwe de carrière van Gesquière een zetje
geeft; het zal niet de laatste keer zijn.

Eén van de eerste CPRL-seminaristen die onder het alziend
oog van Marc Gesquière afstuderen, is Rudy Borremans. Borremans wordt in géén tijd een begrip in
België: hij is de eerste priester die openlijk met zijn vriend samenleeft. In
een interview met Humo vertelt hij dat de president van het seminarie op de
hoogte was van zijn geaardheid: 'Ik heb, na lang wikken en wegen, besloten de
president op de hoogte te brengen. Het was net voor mijn wijding als diaken. Ik
kende de man, ik vertrouwde hem, maar het bleef net zo goed een risico. 'Homo
of hetero,' zei de president, 'wat doet het ertoe? Als je maar een goede
priester wordt.''

De toenmalige vriend van Borremans is Guy Vermeylen. Ook hij is seminarist aan het CPRL, maar hij
maakt zijn studie níét af. In een verschroeiend Humo-interview rekent hij in
1999 af met zijn verblijf op het Antwerpse seminarie: 'Het seminarie was de
grootste ontgoocheling van mijn leven: wie het hardst slijmt, komt het verst.'
Vermeylen is boos omdat zijn vriend Rudy Borremans uit het priesterambt dreigt
te worden ontzet, terwijl hij zijn seksualiteit op precies dezelfde wijze
beleeft als zovele andere priesters. Alleen, zij blijven veilig in de kast
zitten.

Guy Vermeylen (in 1999) «Na mijn afscheid ben ik nog heel
veel seminaristen en kandidaat-seminaristen tegen het lijf gelopen in een
bekende homobar in Brussel. De meeste zitten daar met de daver op het lijf:
bang om betrapt of verklikt te worden, zoals met Rudy en mij is gebeurd. De
kerkelijke overheid zou er zich dringend bij moeten neerleggen dat negentig
procent van de kandidaten aan het seminarie homofiel is.»

Frans Sneyers - de hoofdaalmoezenier van het gevangeniswezen, die
de in opspraak gekomen Borremans niet in zijn buurt wil - krijgt van Vermeylen
de volle laag voor zijn dubbele moraal: 'Pastoor Sneyers wordt (volgens een
anonieme beller, red.) meermaals gesignaleerd op homoparkings langs de snelweg.
Voilà, alweer een bewijs dat de kerk als geen ander instituut met twee maten en
twee gewichten meet.'

Na het interview spreekt het bisdom Brugge Marc Gesquière
aan: moeten we geen advocaat in de arm nemen tegen Vermeylen? Per slot van
rekening werd ook Gesquière in het interview neergezet als een roze pastoor.
Nogmaals een citaat: 'Marc Gesquière, de president van het seminarie, is heel
kwaad op ons. Niet alleen omdat zijn naam zo regelmatig vernoemd wordt, maar
vooral omdat ik hier woon
en niet hij. Ik hoef daar zeker geen tekening bij te maken. Hij was het ook die
er alles aan deed om Rudy gewijd te krijgen. Marc heeft zo zijn lievelingen.'

Gesquière wimpelt het verzoek van het bisdom af: 'Laat de
zaak maar rusten.' Maar dat gebeurt niet, wel integendeel: het artsbisdom gaat
zich ermee bemoeien. Gesquière krijgt van Godfried Danneels de opdracht om Rudy Borremans op andere
gedachten te brengen, en hem duidelijk te maken dat een priester zijn
homoseksualiteit niet openlijk mag beleven. Het gesprek levert niks op, en even
later wordt Borremans geschorst. Maar ook Gesquière heeft zijn vingers verbrand
aan de hele affaire. Kort na het Humo-interview houdt het CPRL op te bestaan,
al mag dat voor de buitenwereld niet zo heten. 'Het CPRL werd in 1999 en
veilleuse
gezet,' zegt Etienne
Quintiens
, secretaris-generaal
van de bisschoppenconferentie. In het kerkelijk jaarboek wordt de naam van Marc
Gesquière nog altijd vermeld als president van het seminarie, maar in
werkelijkheid worden er geen mensen meer opgeleid: late roepingen moeten maar
aankloppen bij de reguliere seminaries. Gesquière is zijn prestigieuze baan
kwijt: voortaan beperkt zijn actieradius zich weer tot Bredene.

'Dat was een klap,' zegt een naaste medewerker van
Gesquière in Kortrijk. 'Hij is jarenlang blijven hopen op een doorstart van het
CPRL. Maar die is er, tot zijn ontgoocheling, niet gekomen.'

Een collega «Voor Marc was het een persoonlijk drama.
Uitgerekend hij moest een jonge homopriester die hij graag zag, de
clandestiniteit injagen. Want daar kwam het op neer: Borremans mocht - zoals
veel priesters - seksueel actief blijven, alleen: hij mocht niet met zijn
partner in het openbaar verschijnen. Hij moest de weg volgen die Marc zelf
zovele jaren eerder al was ingeslagen: de weg van het verborgene. Marc is een
liefhebber van sm en leer: hij bezoekt geregeld The Boots, een hardcore sm-club
in Antwerpen, en een homobar in Rijsel. Hij betaalt ook voor seks. Die richting
moest Borremans blijkbaar ook uit.'

Mailverkeer met een andere collega bevestigt het verhaal:
Marc Gesquière leidde een actief seksleven in het verborgene. Bij voorkeur 'als
slaafje'.

Rudy Borremans, die na jaren van controverse weer
priester is, weigert elke toelichting. Zijn ex Guy Vermeylen wil ook niks
kwijt, 'uit respect voor Rudy'. Tenzij: 'Van wat ik toen in Humo heb gezegd,
neem ik geen woord terug.'

Tegen het celibaat

Na de sluiting van het
CPRL gaat de ambitieuze Gesquière anderhalf jaar lang door de woestijn. Dan
reikt de bisschop van Brugge hem een helpende hand: Roger Vangheluwe benoemt
hem tot deken van Kortrijk. John Dekimpe, pastoor van de Sint-Rochusparochie in
die stad: 'Vangheluwe benoemde alle dekens zélf. Het was dus zijn benoeming. En het was een mooie benoeming:
Kortrijk is samen met Brugge de speerpunt van het bisdom.'

De collega: 'Marc werd door Vangheluwe in ere hersteld.'

Twee jaar later klimt Gesquière nog hoger in de
kerkelijke hiërarchie. Vangheluwe benoemt hem tot streekvicaris: voortaan is
hij verantwoordelijk voor alle decanaten in het zuiden van het bisdom Brugge.

John Dekimpe «Die twee konden het goed met elkaar vinden.
Dat zag je aan kleine dingen. Toen Gesquière enkele jaren geleden de nieuwe
dekenij in Kortrijk liet inwijden, gebeurde dat door Vangheluwe. Bij mij zou
het niet opkomen om daar de bisschop voor te vragen.»

Marc Gesquière voelt zich als een vis in het water op zijn
nieuwe post. In geen tijd slibt zijn agenda dicht: misvieringen, vergaderingen,
spaghettidagen, hij rent van hot naar haar. Hij is ook altijd, dag én nacht, te
bereiken. De deken is een hartelijke man, een mens onder de mensen. Er zijn
verhalen zat van alcohol- en drugsverslaafden die hij uit de goot heeft
opgeraapt. Hij staat hen bij in hun zoektocht naar werk, aflossing van
schulden, terugkeer in de maatschappij. In zijn nieuwe dekenij zit hij zelden
alleen televisie te kijken: meestal zitten er een stuk of wat minderbedeelde
parochianen mee op de bank.

Deken Marc droomt ook van een ruimdenkende, open kerk.
Hij durft openlijk het verplichte celibaat ter discussie te stellen. Hij ijvert
voor de opwaardering van de positie van de vrouw. Maar als het over
homoseksualiteit gaat, verliest hij zich in nuances en zalvende woorden:
enerzijds mag een homoseksueel geen aanstoot geven, anderzijds moet hij ook
kunnen zijn wie hij is. Voor de rechten van de homoseksuelen in de kerk heeft
deken Marc nooit op de barricaden gestaan.

De roze deken: de mysterieuze verdwijning van Marc Gesquière

Stout broertje

Marc Gesquière heeft weinig tijd voor gepieker: elke dag is van 's ochtends vroeg tot 's avonds volgeboekt. Maar niemand is van staal, ook de deken van Kortrijk niet. Vanaf 2008 gebeuren er dingen in zijn decanaat die hem diep raken - dieper dan hij zelf wel zou willen.

Eerst is er Johan Scheire, de pastoor van de Sint-Laurentiusparochie in Wielsbeke: die wordt opgepakt op verdenking van de aanranding van de eerbaarheid van een minderjarige en het bezit van kinderporno.

Daarna is er de merkwaardige zaak van Antoon Vandenhende, de pastoor van Bellegem met het gat in de hand. Vandenhende komt in opspraak na de mysterieuze verdwijning van een waardevolle kelk uit de kerk van Bellegem op kerstavond 2008. In januari 2009 duikt ze op onverklaarbare wijze weer op - beschadigd, weliswaar. Vandenhende laat ze herstellen. De kerkfabriek heeft geen idee hoe de kelk opeens weer terecht is. Marc Gesquière wel: hij heeft Antoon Vandenhende 10.000 euro geleend. Dat geld komt uit de kas van de vzw Dekanale Werken, en moet dienen om de kelk van de dief terug te kopen - dat heeft Vandenhende hem verteld.

Maar in december 2009 wordt de kelk opnieuw gestolen, samen met een ciborie, een aantal kandelaars en een edelsteen. Ook een computer en enkele enveloppen met geld voor Broederlijk Delen zijn verdwenen, raakt bekend. Op dat moment begon Gesquière te vermoeden dat er meer aan de hand is, zegt hij later in een interview met de Krant van West-Vlaanderen: 'Bij de eerste diefstal had ik niets dan compassie met de priester. Toen het jaar nadien opnieuw een diefstal gebeurde, in bijna dezelfde omstandigheden, dacht ik wel: hier klopt iets niet. Maar dan nog had ik geen reden om de pastoor te verdenken.'

Vandenhende, zo blijkt uit het gerechtelijk onderzoek, is afgeperst door een familie van Kosovaren, twee broers en een zus uit de omgeving van Rijsel. Er is sprake van 'seksfeestjes' met de pastoor, waarvan de Kosovaren bezwarend beeldmateriaal zouden hebben. Daarmee persen ze hem af. De diefstallen moesten dienen om de afpersers te betalen.

Gesquière kan dat moeilijk geloven, zegt hij, al klinkt hij niet helemáál overtuigd: 'De pastoor houdt zijn onschuld staande, dus waarom zou ik de kranten geloven in plaats van hemzelf? Vandenhende is geen domme man. Hij zal ook wel weten dat je afpersers niet zomaar kunt afkopen.'

In hetzelfde nummer van de krant geeft ook Vandenhende zijn versie van de feiten. 'Het verhaal is fel overroepen,' zegt hij. 'Zéker dat seksverhaal. En wat dan nog? Als ik seks heb gehad, heeft niemand daar zaken mee.' Hij ontkent niet dat hij de kelk zelf heeft verstopt. Hij heeft het ook over zijn financiële problemen: 'Ik had altijd geld tekort. Ik ben nogal slordig en negligent op dat vlak. Ik krijg af en toe steun van mensen uit de parochie, in de vorm van geld of materiële sponsoring. Dat geld gebruik ik dan volgens mijn eigen goeddunken. Ik hou daar geen boekhouding van bij.' Op de vraag of hij zich nog steeds een goede herder voelt voor zijn parochianen, antwoordt hij met een grap: 'Laten we zeggen dat ik me eerder een stout broertje voel dan een goede vader.'

Pastoor John Dekimpe heeft grote vragen bij de hele affaire. Het zit hem vooral dwars dat Vandenhende geen aangifte van de afpersing heeft gedaan. 'Als ik word afgeperst, ga ik naar de politie. De enige reden om dat níét te doen, is als ik zelf een strafbaar feit zou hebben gepleegd. Dat doet mij twijfelen. Het gaat niet om seksfeestjes, vermoed ik; het gaat om pedofilie.'

In het Kortrijkse gaan er al langer geruchten over Vandenhende. Decennialang was hij aalmoezenier van de scoutsgroep Groeninge, en daar is te horen dat hij niet ongevoelig was voor jonge knaapjes: 'Als wij in bloot bovenlijf volleybalden, haalde hij steevast zijn camera boven.' De aalmoezenier liet zich soms ook nogal lyrisch uit over bepaalde jongens, maar er waren nooit aanwijzingen dat hij grenzen zou hebben overschreden.

Voor de kerkfabriek van Bellegem is het na de tweede diefstal zonneklaar dat Vandenhende niet kan aanblijven als pastoor. Begin januari 2010 stapt Marc Gesquière in zijn functie als streekvicaris naar het bisdom, om het ontslag van Vandenhende te bepleiten. Het Brugse bisdom reageert op de zedenzaak zoals het dat, onder leiding van Roger Vangheluwe, altijd doet: níét.

Maandenlang heerst er radiostilte. Eind maart meldt Het Nieuwsblad dat het gerecht onderzoekt waarom de bisschop de politie niet op de hoogte heeft gebracht van de diefstallen door pastoor Vandenhende, die zich erop beroept 'een vriend van minister van Justitie Stefaan De Clerck' te zijn.

Enkele dagen later zet Roger Vangheluwe de stelende pastoor alsnog op non-actief, alvorens hij zichzelf tot wereldnieuws bombardeert: hij bekent jarenlang zijn neef seksueel misbruikt te hebben.

In september 2010, één maand na zijn vijfenzeventigste verjaardag, verleent het bisdom van Brugge Vandenhende 'eervol ontslag'. Het gerecht is iets minder coulant. Enkele weken geleden verwees de raadkamer hem door naar de correctionele rechtbank, waar hij samen met een Kosovaar - die mee in het complot zou hebben gezeten - als beschuldigde zal terechtstaan.

Uit evenwicht

De opeenvolging van schandalen brengt Marc Gesquière uit zijn evenwicht. Met name de zaak-Vangheluwe treft hem in het hart. 'Lees er zijn preken maar eens op na,' zegt de naaste medewerker. 'Telkens opnieuw heeft Marc het over de heilige moederkerk die zwaar ziek is. Hij kon het niet bevatten dat de bisschop zich aan kinderen had vergrepen. Het vrat aan hem.'

Pieter Delanoye, een jonge Kortrijkse priester die meermaals in de dekenij over de vloer kwam, zag dat de gebeurtenissen deken Marc niet onberoerd lieten, maar had niet de indruk dat die eronder gebukt ging. Of liever: hij kon dat niet zien. Marc Gesquière toonde zelden zijn gevoelens.

Pieter Delanoye «Ik heb me openlijk verzet tegen de homo-onvriendelijke uitspraken van aartsbisschopLéonard. Ik heb daar kritiek op gekregen: het gaf geen pas dat ik me, als priester, tegen de kerk keerde. Met Marc kon ik daarover praten. Hij luisterde naar wat ik te zeggen had, hij was mijn klankbord. Maar over zichzelf sprak hij niet. Dat deed hij nooit.

»Ik had wel de indruk dat hij moe was. Niet depressief, zo is Marc niet, maar het drukke leven eiste zijn tol. Dat, en de schandalen natuurlijk: Scheire, Vandenhende, Vangheluwe.»

De collega «Ik vrees dat Marc gechanteerd werd. Hebben ze in de dekenij zijn boots en zijn leren pakjes gevonden? Geen idee, maar ik vermoed dat zijn verdwijning daarmee te maken heeft. Misschien was zijn geld op?

»Het is een verschrikkelijke gedachte, maar het spookt voortdurend door mijn hoofd: wat hebben ze Marc in zijn laatste uren aangedaan? Ik ben héél bang. En ik ben ook heel boos. Die man had gewoon met een partner kunnen samenleven. Dan had hij een leven gehad. Was hij niet in aanraking gekomen met het criminele circuit.»

John Dekimpe «Ik ken verschillende heteroseksuele priesters die bijna openlijk met een vrouw samenleven. Niemand neemt daar aanstoot aan. Maar ik ken geen enkele homoseksuele priester - en God weet dat ze met velen zijn - die met een man samenleeft. Kennelijk kan dat niet. En dat maakt natuurlijk dat ze het op een andere manier oplossen, met alle risico's van dien: de kans op afpersing neemt toe.»

De collega «Marc worstelde op zich niet met zijn geaardheid, maar hij leefde voortdurend in angst: hij was doodsbang om zijn baan te verliezen. Hij was zo graag priester. Marc is een slachtoffer van het systeem. De zoveelste die wordt geofferd aan de onzinnige verplichting van het celibaat.»

Inmiddels, op de dekenij

Intussen gaat het leven door, ook in de dekenij van Kortrijk. Op last van het bisdom in Brugge hebben twee priesters de taken van Marc Gesquière overgenomen. Ad interim, heet het. Zolang de deken niet is teruggevonden, blijft de kans bestaan dat hij nog leeft. Alleen: met het verstrijken van de tijd wordt die hoop almaar kleiner. De wake, vorige week in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Kortrijk, leek al veel op een afscheidsviering. Zijn medewerkers kunnen het nog altijd niet bevatten. 'Marc was een mooie man. Correct, verzorgd, piekfijn uitgedost. Je kunt er niet bij dat zo'n nette man in de Leie is gesprongen en al dat vuile water over zich heen heeft gekregen.'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234