De scholentest: op zoek naar het best mogelijke onderwijs

Uw kinderen zitten weer voor tien maanden netjes op de schoolbanken. Maar voor welk schoolsysteem hebt u gekozen? Pedagoog Pedro De Bruyckere weet raad: ‘Het belangrijkste is de gedrevenheid van de directie en de leerkrachten.’

'In Londen is er een nieuwe school waar men gedichten uit het hoofd moet leren en de lijfstraf nog net niet is ingevoerd. Ze heeft de best mogelijke beoordeling gekregen'

HUMO Nergens bestaan zoveel twijfels over als over de vraag: welke school is de beste voor mijn kind?

Pedro De Bruyckere (pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool Gent) «Geen gemakkelijke vraag, in de eerste plaats omdat het onderwijs in Vlaanderen veel heterogener is dan we doorgaans denken. Je hebt niet alleen het traditionele onderwijs aan de ene kant en het methodeonderwijs aan de andere kant – steiner, freinet, dalton, jenaplan, montessori, noem maar op – maar ook binnen die schoolsystemen zijn er grote verschillen. Als een school mij zegt dat ze de visie van Montessori volgen, dan antwoord ik: ‘Oké, welke visie?’ (lacht) Je kunt al die verschillen een probleem vinden, maar je kunt het ook positief bekijken: we hebben een heel rijk onderwijsaanbod.»

HUMO Maar het maakt het kiezen niet makkelijker.

De Bruyckere «Wat het extra ingewikkeld maakt, is dat methodescholen in alle onderwijsnetten kunnen voorkomen. Steinerscholen staan meestal volledig apart, maar pakweg een freinetschool kan zowel tot het gemeenschapsonderwijs als tot het katholieke net behoren. Elke school mag zich ook een jenaplanschool noemen – die naam is niet wettelijk beschermd.

»Een andere factor die bijdraagt tot de wildgroei van scholen in ons land: als jij morgen een school wilt oprichten, dan kan dat perfect. De vrijheid van inrichting van onderwijs staat in onze grondwet. De overheid mag een school ook niet zeggen hoe ze onderwijs moet geven, ze mag alleen eindtermen opleggen. Ook daar vormen de steinerscholen een uitzondering: hun eindtermen verschillen van de eindtermen voor alle andere scholen. Dat hebben ze bedongen bij het Grondwettelijk Hof, maar erg groot zijn die verschillen niet.»

HUMO Hoe weet je als ouder of je een goede school hebt gekozen?

De Bruyckere «Een goede school moet vooral een duidelijke visie hebben. Welke visie, progressief of traditioneel, is minder van belang. Weet je wat een kind veel rust bezorgt? Als het in een school van het ene klaslokaal naar het andere wandelt zonder dat het het gevoel krijgt dat het in een compleet andere wereld terechtkomt. Variatie is goed, maar er moet een gemeenschappelijke zienswijze zijn.»

HUMO Elke school zal beweren dat ze een visie heeft.

De Bruyckere «Dat klopt, en er zijn een paar visies waarmee ze altijd zullen scoren. Mieke Van Hecke (tien jaar lang hoofd van het katholieke onderwijs, red.) heeft ooit gezegd dat, als je een discussie over onderwijs wilt winnen, je vooral moet zeggen dat het kind centraal staat in jouw visie. Ik heb het getest: ze heeft gelijk (lacht). Ik moet de eerste school nog tegenkomen waar het kind niet centraal staat.

»Om te weten welke visie een school heeft, moet je kijken waar ze de nadruk op legt. En verder: hoeveel speeltijd geeft ze? Welke naschoolse activiteiten biedt ze aan? Hoe belangrijk is huiswerk? Een school kan wel beweren dat het kind centraal staat, maar als ze het elke dag drie uur huiswerk laten maken, dan slaat dat nergens op. De sfeer op een school is heel belangrijk. Meestal merk je snel of die goed zit of niet. Wat blijkt uit onderzoek? Dat de directie een grote invloed heeft op de sfeer. Een goede directie is er één die, samen met haar team van leerkrachten, een duidelijke visie uitstippelt en ervoor zorgt dat iedereen één lijn trekt. Dat zul je iets vaker zien in methodescholen, omdat hun visie doorgaans duidelijker is en dus makkelijker communiceerbaar. Waar ouders wel voor moeten opletten: een negatieve reputatie gaat snel rond – als het publiek van een school wijzigt, bijvoorbeeld – maar een positieve reputatie gaat makkelijk tien of twintig jaar mee. Soms hebben ouders zelf op die school gezeten en baseren ze daar hun oordeel op, terwijl ze niet weten in welke mate dat beeld nog strookt met de realiteit. De eigen ervaring weegt niet zelden door in de schoolkeuze voor de kinderen.»

HUMO In de praktijk komt de keuze voor veel ouders vooral neer op: kies ik voor een traditionele school of zoek ik mijn heil in meer progressieve modellen, zoals steiner of freinet. Methodescholen heten doorgaans kindgericht te zijn.

De Bruyckere «Ja, maar dat doet het traditionele onderwijs een beetje oneer aan, vind ik. Methodescholen kun je vergelijken met zweeppartijen in de politiek: ze gaan een paar stappen verder en daardoor dwingen ze de traditionele scholen na te denken over hun werkwijze. Veel van wat oorspronkelijk alleen in methodescholen aan bod kwam – kringgesprekken, werken in aparte hoeken – zie je de laatste jaren massaal opduiken in de traditionele scholen. Zeker in het basisonderwijs is dat het geval en het kleuteronderwijs loopt al helemaal parallel. De traditionele aanpak is niet meer dezelfde als die van in onze schooltijd.

»Af en toe steekt een nieuwe methodeschool de kop op, zoals de Steve Jobs-scholen in Nederland– je kent ze misschien als de iPad-scholen. Op het hoogtepunt waren er bij onze noorderburen een twintigtal. De iPad-scholen deden de andere scholen nadenken over hoe ze zich moesten opstellen tegenover nieuwe technologieën.

»Sommige moderne scholen kiezen voor zo’n extreme benadering dat het simpelweg niet werkt. In Amerika had je bijvoorbeeld de Carpe Diem-scholen: voor tweehonderd leerlingen waren er vier leerkrachten. Elke leerling zat 16 uur per week in z’n eentje aan een computer oefeningen te maken. Ze hebben die scholen net afgeschaft: op zich deden de leerlingen het niet slecht – ze ontwikkelden zich zoals het hoort en behaalden hun diploma – maar op het vlak van socialisatie was het een volstrekte ramp. Iedereen was altijd in z’n eentje bezig en de kinderen vonden het niet leuk.»

HUMO Methodescholen zijn vaak blanke scholen.

De Bruyckere «Dat heeft te maken met het feit dat ze een grotere investering vragen van de ouders, niet zozeer financieel maar qua participatie. Veel methodescholen doen erg veel moeite om die drempel naar beneden te krijgen, maar voorlopig is de diversiteit van onze samenleving niet altijd terug te vinden in methodescholen, al zijn er zeker uitzonderingen.»

'Hoe slechter de thuissituatie, des te belangrijker de invloed van de leerkracht'

HUMO Erg veel vergelijkende studies over de verschillende schoolsystemen zijn er niet te vinden.

De Bruyckere «Wetenschappers die onderzoek doen naar de verschillen, moeten toegeven: in feite vallen die niet te onderzoeken. Als jij je kind naar een methodeschool stuurt, dan is de kans groot dat je hoger opgeleid bent, dat je een visie hebt op onderwijs en dat je kind al veel heeft meegekregen van thuis. Hoe zou dat kind het doen als het niet naar een methodeschool zou gaan? Dat kunnen we niet weten.

»Er zijn ook altijd elementen die een onderzoek vertekenen. Zo had je hier en daar de tendens om kinderen die niet goed mee kunnen in het traditionele onderwijs, naar een methodeschool te sturen. Je zou kunnen zeggen dat dat oneerlijk is voor de methodescholen: die kinderen halen wellicht de gemiddelde schoolresultaten naar beneden.

»In Engeland had je een paar jaar geleden het onderzoek van Margaret Brown. Haar conclusie was: qua leerresultaten zijn de verschillen tussen de schoolsystemen miniem, of ze nu tot de traditionele strekking of tot het methodeonderwijs behoren. Een ander onderzoek vond wel een verschil in het welbevinden van de leerlingen. Gemiddeld lag het welbevinden hoger in het traditionele onderwijs dan in het methodeonderwijs: de eerste groep voelde zich beter in haar vel dan de tweede. De onderzoekers hadden wel één belangrijke kanttekening bij die resultaten: het zou ook kunnen dat de mondige kinderen uit het methodeonderwijs een kritischer publiek zijn en daarom een lagere score gaven.

»Het vergelijken van scholen blijft hét grootste taboe in het Vlaamse onderwijs, dat hoor je niet te doen. Pedagoog Dirk Van Damme kaartte het bij het begin van het schooljaar nog eens aan: wij zijn één van de weinige landen ter wereld die geen centrale examens hebben. Zelfs het veelgeprezen Finland heeft een centraal examen. Als we dat ook hadden, zouden we makkelijk kunnen zien welke scholen de beste studieresultaten voorleggen.»

HUMO Vanwaar komt die aversie voor een centraal examen?

De Bruyckere «Het ligt erg gevoelig. Zodra iemand oppert dat we misschien een centraal examen nodig hebben om scholen te vergelijken, staat de onderwijswereld op haar achterste poten. Zelf ben ik ook niet zo gewonnen voor centrale examens, al respecteer ik de argumenten van de voorstanders. Kijk naar Groot-Brittannië: daar hebben ze wel een centraal examen. Zodra de jaarlijkse resultaten bekend zijn, krijg je meteen een klassement van alle scholen. Eindigt een school bovenaan in het klassement, dan schieten de huurprijzen in de omgeving de hoogte in. Je hebt ook andere problemen bij rankings: scholen die willen stijgen, zullen proberen te vermijden dat bepaalde leerlingen zich inschrijven.»

HUMO Het maakt dus wel degelijk uit voor welke school je kiest?

De Bruyckere «Sterker nog: het maakt hier wellicht meer uit dan in een sterk gesegregeerd land als Groot-Brittannië. Daar kunnen de scholen sterk van elkaar verschillen, maar door die centrale examens is het einddoel wel voor iedereen gelijk. Dat is hét grote argument van de voorstanders van het centraal examen: het brengt de scholen dichter bij elkaar op het vlak van schoolprestaties. Bij ons levert de ene ASO-school betere leerlingen af dan de andere, maar het is een taboe om de scholen te lokaliseren die het niet goed doen. Rik Torfs heeft ooit beweerd dat hij wél weet welke scholen de beste leerlingen leveren. En hij heeft gelijk: universiteiten en hogescholen kunnen vrij goed en accuraat voorspellen hoe groot de kans is dat een student zal slagen of niet, op basis van de middelbare school waar hij heeft gestudeerd.

»Eén ding bleek wel duidelijk uit het recente schoolrapport dat De Morgen heeft opgesteld: als je in Brussel naar school bent geweest, dan zul je het gemiddeld minder goed doen aan de universiteit dan wanneer je in Vlaanderen school hebt gevolgd. Het verloop van leerkrachten is er groot en dat heeft een heel negatief effect op de schoolprestaties.»

'Op basis van je middelbare school kunnen universiteiten en hogescholen accuraat voorspellen hoe groot de kans is dat je zult slagen'


Pipo voor de klas

De Bruyckere «Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk de leerkracht is. Niet alleen wat die doet, maar vooral wíé het doet, heeft een invloed op hoe goed je kind zal presteren op school. En hoe slechter de thuissituatie, des te belangrijker de invloed van de leerkracht. Bij kinderen van wie de ouders betrokken zijn, elke avond een verhaaltje voorlezen en met hen op reis gaan, mag je bij wijze van spreken een pipo voor de klas zetten: ze zullen nog altijd leren. Maar bij een kind met een lage sociaal-economische achtergrond zal het effect van een slechte leerkracht veel groter zijn.»

HUMO Onze meest achtergestelde leerlingen geven we dus maar beter de beste leerkrachten?

De Bruyckere «Ja, en op dat vlak doen we het heel slecht. Volgens de OESO komen nergens ter wereld zo vaak de minst ervaren leerkrachten voor de moeilijkste klassen te staan, zoals in Brussel, bijvoorbeeld. In Brazilië is het net omgekeerd: de meest ervaren leerkrachten komen er voor de moeilijkste groepen terecht. Wil je het Vlaamse onderwijs verbeteren, dan moet je daar volgens mij iets aan doen.

»Om terug te keren naar het verschil tussen traditioneel en methodeonderwijs: weet je waarom het vergelijkende onderzoek van Margaret Brown zo weinig verschillen opleverde? Omdat leerkrachten vaak erg eclectisch te werk gaan. Als een goede leerkracht merkt dat de methode waarbij zoveel mogelijk uit de kinderen zelf moet komen niet werkt, dan zal hij hun dingen aanreiken. En als hij merkt dat de traditionele aanpak een kind ongelukkig maakt, dan grijpt hij ook in. Dus: je kunt beter ook naar de leerkrachten kijken als je een school kiest.

»In Londen heb je sinds drie jaar een bijzondere nieuwe school. Ze ligt in een arme wijk en de kinderen zijn er allemaal van zeer bescheiden komaf. Hun motto is: ‘Kennis is macht.’ Leerlingen moeten meerdere gedichten per week uit het hoofd leren, groepswerk is verboden en er heerst een strenge discipline. Ze hebben nog net niet de lijfstraf weer ingevoerd (lacht). Kortom: het is een school van de oude stempel. Ze is erg omstreden, maar het straffe is: ze heeft de best mogelijke beoordeling gekregen van de Engelse schoolinspectie. Met hun strenge aanpak slagen ze er dus in de kinderen mee te krijgen: ze hebben het laagste uitvalpercentage en hun inschrijvingen zijn een gigantisch succes. Mijn conclusie is: neem twee scholen met visies die dag en nacht van elkaar verschillen – een strenge, conservatieve school versus de meest progressieve methodeschool – en het is best mogelijk dat ze allebei een prima beoordeling krijgen. De methode lijkt er minder toe te doen. Wat die scholen met elkaar gemeen hebben, is een zeer gedreven directie en team van leerkrachten, met een visie die ze consequent toepassen. Meer heb je niet nodig voor een goede school.»

HUMO Eigenlijk maakt het dus weinig uit voor welk systeem je kiest?

De Bruyckere «Welke landen presteren in elk vergelijkend onderzoek het best qua onderwijs? Aan de ene kant heb je het progressieve Finland, aan de andere kant het zeer traditionele Zuid-Korea. Ze scoren allebei even goed. Welk systeem je kiest, is dus vooral een persoonlijke keuze van de ouders. Het kan best zijn dat jij als ouder zo’n strenge school verschrikkelijk vindt. Wel, dan heb ik goed nieuws: kies gewoon een andere school (lacht).

»Ouders willen graag duidelijke antwoorden. ‘Zal mijn kind straks even snel een job vinden als ik het naar een methodeschool stuur, ja of nee?’ Het enige antwoord dat ik daarop kan geven, is: het feit dat een ouder zich die vraag stelt, geeft me al hoop. Want het betekent wellicht ook dat hij of zij erg betrokken is bij de opvoeding van het kind.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234