De SF-revival in Hollywood: 'Gravity' (2013), 'Interstellar' (2014), 'The Martian' (2015)

Het spaceshuttleprogramma van de NASA mag dan op apegapen liggen, in Hollywood is het heelal duidelijk weer in trek. Na het succes van ‘Gravity’ en ‘Interstellar’ kunt u vanaf deze week in een donkere zaal gaan kijken naar de spannende scififilm ‘The Martian’ van Ridley Scott. Zet een ruimtehelm op, check de luchtdruk, controleer de zuurstofvoorraad en pas op voor meteorieten: Houston, we have a good feeling about this mission!

Vorige week verscheen ‘Maze Runner: The Scorch Trials’ in de zalen, en in november mag Katniss Everdeen (Jennifer Lawrence) nog één keer haar boog opspannen in de allerlaatste aflevering van ‘The Hunger Games’, maar voor het overige lijkt de fantasyhype, die de multiplexen jarenlang domineerde, over z’n hoogtepunt heen. Hollywood wendt de blik tegenwoordig liever hemelwaarts, naar de sterren en de planeten. In Alfonso Cuaróns onwaarschijnlijk spectaculaire ‘Gravity’, de film uit 2013 die de huidige sciencefictionrenaissance inluidde, raakte Sandra Bullock op drift in de ijskoude ruimte nadat haar spaceshuttle aan flarden was gereten door een tsunami van ruimteschroot. In het superambitieuze ‘Interstellar’ (2014) van Christopher Nolan vloog Matthew McConaughey met z’n verkenningsschip het kosmische zwart in, op zoek naar een nieuwe thuisplaneet voor de met uitsterven bedreigde mensheid. En in ‘The Martian’ vecht Matt Damon op het onbewoonbare oppervlak van de Rode Planeet een epische overlevingsstrijd uit: terwijl hij zijn voedsel- en zuurstofvoorraden razendsnel ziet slinken, gaat hij wanhopig op zoek naar een manier om aan mission control te laten weten dat hij nog in leven is.

'Het is misschien niet plausibel, maar het oogt tenminste spectaculair' Ridley Scott

Het sciencefictiongenre lijkt weer helemaal te herleven, al moeten we daar onmiddellijk aan toevoegen dat bovenvermelde titels geen sterrenstofje te maken hebben met leeghoofdige sf-films als ‘Star Wars’, ‘Aliens’ of ‘Guardians of the Galaxy’. In ‘Gravity’, ‘Interstellar’ en ‘The Martian’ zien we géén knetterende laserpistolen, géén facehuggers of chestbursters, géén buitenaardse invasies van slijmerige wezens die het Witte Huis komen verpulveren, géén wendbare ruimteschepen die tussen de sterren flitsende duels uitvechten, laat staan dat we iemand ‘Punch it, Chewie!’ horen roepen. Nee, in de sciencefictionfilms die de Hollywoodstudio’s de laatste tijd op ons loslaten, ligt de klemtoon meer op geloofwaardigheid dan op fantasy, meer op de science dan op de fiction. In ‘Gravity’ roept Sandra Bullock niet ‘Get away from her, you bitch!’, maar wel ‘Booting comms card now! Please confirm link!’ In ‘Interstellar’ verliezen de personages zich geregeld in lange, wetenschappelijke uiteenzettingen over zwaartekracht, quantumtheorie en wormgaten, en in ‘The Martian’ worden zelfs hele scènes besteed aan de edele kunst van... het planten van patatten! It’s sciencefiction, Jim, but not as we now it.

Vooral ‘Interstellar’ en ‘The Martian’ horen thuis in het subgenre van de zogeheten harde sciencefiction, waarin de juistheid van de wetenschappelijke details en de accuraatheid van de scènes primeren boven de verbeeldingskracht. ‘Ik weet niet eens of je ‘The Martian’ wel een sciencefictionfilm kunt noemen,’ zo vertelde regisseur Ridley Scott ons vorige week in Londen. Scott mag zichzelf een autoriteit in het sciencefictiongenre noemen: hij regisseerde eerder ‘Alien’, ‘Blade Runner’ en ‘Prometheus’. ‘Ik zie ‘The Martian’ meer als een survivalfilm. En de overlevingstechnieken die Mark Watney gebruikt, zijn door de schrijver allemaal gecheckt op hun accuraatheid. De wiskundige berekeningen die Mark maakt, kloppen. Al heb ik het zelf niet nagerekend (lacht).’


Marspatatjes

De schrijver over wie Scott het heeft, is Andy Weir, een Amerikaanse computerexpert die in zijn jeugd verslingerd raakte aan de werken van de ‘harde’ sciencefictionschrijvers Arthur C. Clarke en Isaac Asimov. In 2011 begon Weir, de zoon van een natuurkundige, op zijn website nu en dan verhaalfragmenten te publiceren over een astronaut die moederziel alleen achterblijft op Mars, zonder de mogelijkheid om naar huis te telefoneren. Hij zit in een piepkleine basis waar slechts voor dertig dagen voedsel aanwezig is, en dat terwijl de volgende crew pas over vier jaar zal arriveren. O jee! Weir ging tijdens het schrijven niet over één nacht ijs (op Mars bevinden zich overigens duizenden ijsgletsjers): teneinde de overlevingsstrijd van zijn protagonist zo geloofwaardig mogelijk te maken, deed hij tonnen research naar de geschiedenis van de bemande ruimtevluchten, naar de levensomstandigheden op Mars, naar de wetten van de zwaartekracht én naar plantkunde – naar aardappelteelt in afgesloten ruimten, meer bepaald.

'Wetenschap, menselijkheid en gevaar: dat is de SF-succesformule' Ridley Scott

Weirs blogposts sloegen massaal aan, een literaire agent toonde belangstelling en in 2014 verscheen ‘The Martian’ in romanvorm. Het boek bereikte onmiddellijk de twaalfde plek op de bestsellerlijst van The New York Times en The Wall Street Journal sprak over ‘the best pure sci-fi novel in years’. De realistische benadering die het boek zo uniek maakt, is in de verfilming overeind gebleven: de wapens die Mark Watney hanteert, zijn geen laserpistolen of lichtzwaarden, maar wiskunde en fysica. De specialisten van de NASA en de ESA die aldoor op de set aanwezig waren, waren naar verluidt diep onder de indruk van de accuratesse van de plot. Zelfs de meer spectaculaire actiescènes, zoals wanneer Mark door een explosie metershoog de atmosfeer in wordt getild, krijgen een wetenschappelijke verklaring mee – nooit een goed idee om in een afgesloten basis met raketbrandstof te zitten rotzooien. ‘Het verhaal van ‘The Martian’ beschikt over drie enorme troeven,’ aldus Scott. ‘Er zit wetenschap in, menselijkheid en gevaar. Het is die succesformule, denk ik, die zowel ‘The Martian’, ‘Interstellar’ als ‘Gravity’ zo opwindend maken.’


Hier hoort men niet

Uiteraard hebben Scott, Nolan en Cuarón het wiel niet opnieuw uitgevonden – ‘The Martian’, ‘Interstellar’ en ‘Gravity’ zijn lang niet de eerste ‘wetenschappelijke’ sciencefictionfilms uit de geschiedenis. Met name regisseur Stanley Kubrick en zijn coscenarist Arthur C. Clarke maakten er in 1968 – met de hulp van tientallen ingenieurs, ruimtedeskundigen en andere experten – een erezaak van om de visuals uit hun ruimte-epos ‘2001: A Space Odyssey’ zo geloofwaardig mogelijk te maken, om te vermijden dat ‘2001’ zou worden afgedaan als een psychedelisch hippiefantasietje.

De Discovery One, het schip dat Dr. Bowman (Keir Dullea) naar Jupiter voert, beweegt zich bijvoorbeeld niet met loeiende hyperspacemotoren door de ruimte, zoals de Millennium Falcon in ‘Star Wars’, maar in een doodse stilte – een perfect realistische ingreep, want zoals Dirk Frimout u zal kunnen vertellen, is het heelal in feite één groot, geluidloos vacuüm waarin niemand u hoort schreeuwen. En let ook eens op die ultrakorte scène waarin Dr. Floyd (William Sylvester) aan boord van het Aries-ruimteveer geconcentreerd de handleiding van het zero gravity toilet staat te bestuderen (met de omineuze waarschuwing dat ‘Passengers are advised to read instructions before use’): het betreft een handleiding die na maandenlange research werd neergepend door een prominente NASA-ingenieur, maar of het toilet ook echt wérkt, is een open vraag (laten we voor Dr. Floyd hopen van wel: niemand krijgt graag z’n eigen pis in het gezicht).

Intussen is ook wel bekend dat Kubrick en Clarke de bal in ‘2001’ meerdere keren missloegen: het licht in het heelal ziet er helemaal anders uit dan Kubrick zich verbeeldde, de antizwaartekrachtscènes aan boord van de Discovery staan bol van de fouten, en dat de pendeldienst van de aarde naar de maan in de toekomst zal worden uitgebaat door de allang ter ziele gegane Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Pan Am, lijkt eveneens twijfelachtig. Maar Kubrick en Clarke waagden tenminste een poging om hun toekomstbeeld zo realistisch mogelijk uit te dokteren, en daarnaast hadden ze ook het lef om enkele existentiële vragen te stellen: waar komen we vandaan? Zijn we alleen? Is het wel verstandig om te vertrouwen op artificiële intelligentie? ‘2001’ was dan ook een mijlpaal in het sciencefictiongenre: Kubricks ‘koele’ benadering van het heelal stond in ieder geval in haarscherp contrast met de nogal kinderlijke scifi-B-films die de mensen in die tijd meestal te zien kregen – ‘The Day Mars Invaded Earth’, ‘The Eye Creatures’, ‘Invasion of Astro-Monster’: alleen al de titels zeggen genoeg. En ook het grote publiek liet zich door Kubrick gewillig meevoeren: ‘2001’ werd, ondanks de filosofie, de wetenschap en de kosmische raadsels die de makers erin verwerkten, een gigantische commerciële hit.


De fun, de force

Het wereldwijde succes van ‘2001’ ontketende een golf van ernstige sciencefictionfilms, zoals ‘Solaris’ (1972) van Andrei Tarkovsky (ook wel bekend als het Russische antwoord op ‘2001’), ‘THX 1138’, de debuutfilm (1971) van ene George Lucas, en ‘Silent Running’, een vergeten klassieker uit 1972 die we kunnen omschrijven als de eerste ecologische sciencefictionfilm, met Bruce Dern als een milieubewuste astronaut die aan boord van zijn ruimteschip, de Valley Forge, op zijn eentje zorg draagt voor de laatste nog levende aardse plantjes. Die opstoot van ‘bedachtzame’ sciencefictionfilms was evenwel een kort leven beschoren: in 1977 verscheen immers een meer fantasierijke prent in de zalen die begon met de woorden ‘A long time ago, in a galaxy far, far away’. ‘Star Wars’, van diezelfde George Lucas, trok het sciencefictiongenre weer helemaal weg uit de wetenschappelijke hemisfeer en bracht de hersenloze fun terug in de ruimte: ‘Use the force, Luke!’

Sindsdien verschijnt er sporadisch nog weleens een realistisch ruimtedrama, zoals het waargebeurde ‘Apollo 13’, waarin Tom Hanks schipbreuk lijdt in de buurt van de maan, maar over het algemeen hebben we de voorbije decennia vooral pretentieloze remakes van oude kassuccessen te zien gekregen: ‘I Am Legend’, ‘Total Recall’, ‘Planet of the Apes’, ‘The Day the Earth Stood Still’. Maar nu is de ‘harde’ sciencefiction dus weer even terug, en wat meer is: het genre wordt door de filmindustrie nu ook echt voor vol aanzien, zoals mag blijken uit de zeven Oscars die ‘Gravity’ vorig jaar mocht ontvangen. ‘2001’ kreeg er indertijd slechts eentje – een historische dwaling waarover Captain Kirk zou hebben gezegd: ‘There seems to be no sign of intelligent life in Hollywood.’


Niet te geloven

Maar, zo vraagt de Frank De Winne in ons zich nu af, hoe geloofwaardig zijn die moderne sciencefictionfilms nu écht? Hoe realistisch is de zweeftocht van Sandra Bullock in ‘Gravity’? Dat een spaceshuttle kan clashen met een zwerm brokstukken van een ontplofte satelliet, zoals in de overdonderende openingsscène, is alvast geen fantasie. De astronauten van het International Space Station (ISS) bijvoorbeeld zijn zich donders goed bewust van het gevaar van rondslingerend ruimtepuin, zeker sinds een Russische satelliet in 2013 aan stukken werd geblazen door de overblijfselen van een Chinese satelliet. Astronauten die zich aan een ruimtewandeling wagen, kunnen dus maar beter voortdurend in het achteruitkijkspiegeltje kijken.

Maar in ‘Gravity’ zitten ook tal van scènes die de kenners met de ogen doen rollen. Bullock die zich al zwevend van de Hubble-ruimtetelescoop naar het ISS rept? Onmogelijk: het ruimtestation en de telescoop bevinden zich in twee totaal verschillende banen rond de aarde, en er valt werkelijk geen enkele praktische manier te bedenken hoe een astronaut van de ene plek naar de andere zou raken. En zoals de Amerikaanse astrofysicus Neil deGrasse Tyson opmerkte, is het echt wel opvallend hoe het haar van Bullock in de gewichtloze scènes platjes op haar schedel blijft liggen.

Geloofwaardigheid van ‘Gravity’ (trailer hieronder): 4/10.

Ook in ‘Interstellar’ zitten, al het hoogdravende wetenschappelijke jargon ten spijt, plotgaten zo groot als wormgaten; zelfs Christopher Nolan himself heeft intussen ruiterlijk toegegeven dat hele happen uit zijn film ‘uiterst speculatief’ zijn. Dat Matthew McConaughey er na 23 jaar in de ruimte te hebben doorgebracht nog steeds geen spatje ouder uitziet, terwijl zijn 10-jarige dochter ondertussen het lijf heeft gekregen van Jessica Chastain, valt aan de hand van de ‘tijdparadox’ die eigen is aan verre ruimtereizen nog wel te verklaren (wij komen die paradox op eenvoudig verzoek in uw living uitleggen).

Maar dat McConaughey er na zijn tripje door het wormgat ondanks de verpletterende zwaartekrachten nog steeds uitziet als McConaughey en niet als een bloederige pizza: nee, dat kan niet. Sowieso blijf je maar beter ver weg van een wormgat: een astronaut die zich ook maar in de buurt waagt, zou onmiddellijk worden gedood door de verschrikkelijke stralingsenergie die daar rondkolkt.

Geloofwaardigheid van ‘Interstellar’ (trailer hieronder): 4/10.


Beam me up, Scotty

En hoe aannemelijk is het Mars-avontuur van Mark Watney? ‘We hebben twee keer een loopje met de realiteit genomen,’ zo geeft Sir Ridley ridderlijk toe. ‘In het begin zie je hoe de bemanning op de vlucht moet voor een storm. Maar op Mars kan het niet stormen, want Mars heeft geen atmosfeer. We zijn hard op zoek gegaan naar een meer geloofwaardige oorzaak voor het feit dat Mark van de rest van de bemanning afgesneden raakt, maar hebben hem niet gevonden. Uiteindelijk heb ik gezegd: ‘Dan gebruiken we die storm. Het is misschien niet plausibel, maar het oogt tenminste spectaculair.’ (lacht)’

'In de cinema kunnen we naar Mars reizen, maar in de realiteit zie ik het de komende honderden jaren nog niet gebeuren' Ridley Scott

In ‘The Martian’ wordt nog wel meer gefoefeld. ‘Als we de wetten van de zwaartekracht hadden gerespecteerd,’ aldus Scott, ‘dan zou je Mark de hele tijd veel trager hebben zien bewegen. Maar wie gaat nu kijken naar een film waarin het hoofdpersonage twee uur lang in slow motion beweegt? Je zou na tien minuten in slaap vallen. En dus laten we de astronauten normaal bewegen.’ En er is nog een kleinigheidje waardoor het hele opzet van ‘The Martian’ op losse schroeven komt te staan: zelfs in de nabije toekomst is het onwaarschijnlijk dat we überhaupt op Mars ráken. ‘De trip zou tientallen jaren duren,’ aldus Scott. ‘Je zou dus eerst een manier moeten vinden om de astronauten in een vriesslaap te brengen, om hun harten gedurende jaren en jaren één keer om de vier maanden te laten kloppen én om hen weer wakker te maken wanneer ze Mars naderen. Maar de cryobiologische wetenschap staat nog nergens. In de cinema kunnen we naar Mars reizen, maar in de realiteit zie ik het de komende honderden jaren nog niet gebeuren. Astronauten die op Mars rondlopen? Dat is toch wetenschap van ‘Beam me up, Scotty’-gehalte, vrees ik (grinnikt).’

Geloofwaardigheid van ‘The Martian’ (trailer hieronder): 3/10.


Wachten op de flop

Ongeloofwaardige nonsens of niet, volgens de bookmakers wordt ‘The Martian’ een monsterhit. Ook ‘Gravity’ en ‘Interstellar’ deden het wereldwijd erg goed aan de kassa, net als ‘2001’ indertijd. Blijkbaar blijft het heelal een magische aantrekkingskracht op ons uitoefenen.

'De aarde hebben we intussen helemaal verkend, maar de ruimte moeten we nog ontdekken: tussen de sterren wacht het laatste grote avontuur' Christopher Nolan

Zou het kunnen dat films als ‘Interstellar’ en ‘The Martian’ iets terugbrengen van de verwondering die we voelden toen we als kind op onze rug in het gras naar de sterren lagen te kijken? ‘De ruimte blijft een toverachtig oord,’ aldus Christopher Nolan. ‘De aarde hebben we intussen helemaal verkend, maar de ruimte moeten we nog ontdekken – tussen de sterren wacht ons het laatste grote avontuur. Als filmmaker vind ik het heerlijk om de toeschouwer naar die plek te kunnen voeren.’

En wie weet: in tegenstelling tot wat Ridley Scott zonet zei, zal het misschien niet zó lang meer duren vooraleer we aan dat grote avontuur beginnen. Met SpaceX richtte ingenieur en ondernemer Elon Musk in 2002 een heus ruimtebedrijf op, waarmee hij naar eigen zeggen over elf of twaalf jaar de eerste mensen op Mars wil neerzetten. Het is ook van moeten, zegt Musk: Moeder Aarde is immers ten dode opgeschreven, en indien het menselijke ras wil overleven, zullen we op Mars een nieuwe beschaving moeten uitbouwen. Ook Stephen Hawking – en als iemand het kan weten, dan hij – heeft al verklaard dat we verder zullen moeten kijken dan onze eigen kwetsbare planeet, en dat de toekomst van de mens op andere planeten ligt. Het wordt, met andere woorden, hoog tijd om Matthew McConaughey en Matt Damon écht naar de sterren te sturen, op zoek naar een nieuwe thuis.

Tot slot: hoelang zal die golf van harde sciencefictionfilms nog aanhouden? Ridley Scott, gepokt en gemazeld in de filmindustrie, blijft er nuchter bij: ‘Als er een paar van die films floppen, zal het snel afgelopen zijn.’ Zelf houdt Scott zich gereed om terug te keren naar de meer actierijke sciencefiction: hij begint straks aan ‘Prometheus 2’, ‘waarin je een klein beetje van Noomi Rapace en heel veel van Michael Fassbender te zien zal krijgen’. En vergeet niet: in december verschijnt er een – de filmgeschiedenis herhaalt zich! – meer fantasierijke sciencefictionfilm in de zalen die begint met de woorden ‘A long time ago, in a galaxy far, far away’. En wees er maar zeker van dat Han Solo, Prinses Leia en Luke Skywalker het in ‘Star Wars: Episode VII – The Force Awakens’ níet over patatten zullen hebben.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234