De Sint-Ignatiusschool in Overijse: ultrakatholiek én extreem-rechts

Vorige week ging in het klooster van Maleizen, pal op de taalgrens in Overijse, de Sint-Ignatiusschool van start. Achter het pedagogische project gaat een extreem-rechtse, ultramontaanse groepering schuil

'We zetten door omdat we ervan overtuigd zijn dat het Gods wil is'

Zeggen dat de start van het schooljaar voor één van de meest besproken scholen van de laatste jaren met veel luister gepaard ging, zou de waarheid enigszins geweld aandoen. De vier leerlingen die dit jaar les zullen volgen in de Sint-Ignatiusschool, arriveerden op 31 augustus onopgemerkt en in alle stilte in het klooster van de Dienaren van Jezus en Maria (Servi Jesu et Mariae of SJM, red.), een katholieke geloofsgemeenschap van priesters en broeders die zich sterk op jongeren richt. De hoofdzetel van de SJM-congregatie, opgericht door een voormalige jezuïet, bevindt zich in Oostenrijk, maar de Belgische afdeling opereert vanuit het klooster in Maleizen. Met een besloten misviering, de inzegening van de nieuwe leslokalen én een avondgebed in de kapel, werd het schooljaar officieel in gang gezet.

De geheimdoenerij steekt schril af tegen het enthousiasme van midden juni, toen de school haar plannen voor ‘uitmuntend en écht katholiek onderwijs’ uiteenzette op een opendeurdag. Journalisten waren welkom en mochten plaatsnemen tussen geïnteresseerde ouders en hun kroost, terwijl directeur Kris Clauw uitlegde hoe kinderen in de Sint-Ignatiusschool hun ‘kaartje voor de hemel’ konden verdienen.

Vandaag zijn pottenkijkers in Maleizen niet langer gewenst: elk telefoontje met een vraag om meer uitleg wordt kort afgehandeld met een ‘geen commentaar’, waarna de verbinding wordt verbroken. Wie zich te lang ophoudt in de buurt van het klooster wordt vanuit het gebouw gefotografeerd. Volgens Katrijn Caekaert, voorzitter van de vzw Sint-Ignatius, die optreedt als het schoolbestuur, is het ‘niet nodig’ om interviews te geven. ‘Trouwens, wij hebben daar geen tijd voor. In de krantenartikels die al over ons zijn verschenen, worden de zaken toch alleen maar fout weergegeven.’


Cherry picking

Toegegeven: de initiatiefnemers leken in de eerste plaats vooral op de lachspieren te mikken toen ze bekendmaakten dat in hun school zou worden teruggegrepen naar de Mechelse catechismus, die voor het laatst uitkwam in 1954 en dus dateert van vóór het Tweede Vaticaans Concilie, die de modernisering van de kerk inluidde. De Mechelse catechismus, die al in de 17de eeuw werd uitgewerkt en die tot diep in de 20ste eeuw de basis vormde van het godsdienstonderwijs in ons land, is het bekendst van de vraag- en antwoordvorm die de leer en de dogma’s van de katholieke kerk voor leken begrijpelijk maken. Vraag 21: ‘Zijt ge zeker dat God bestaat?’ Antwoord 21: ‘Ja, ik ben zeker dat God bestaat.’ Vraag 22: ‘Waarom zijt ge zeker dat God bestaat?’ Antwoord 22: ‘Omdat het bestaan van hemel en aarde niet is uit te leggen zonder een God die ze geschapen heeft, omdat de orde die in het heelal heerst niet te verklaren is zonder een oneindig verstandig en almachtig Wezen én omdat de zedenwet noodzakelijk is voor de menselijke samenleving, en er geen waarachtige zedenwet kan bestaan zonder opperste Wetgever.’


© Tom Verbruggen

Behalve voor de godsdienstlessen baseert de Sint-Ignatiusschool zich op de leerplannen van het vrij, katholiek onderwijs. In documenten die de school zelf publiceert, heet het dat de school ‘haar steentje wil bijdragen aan een toekomst waarin een goed en katholiek gevormde intelligentsia (sic) in alle lagen van de maatschappij haar verantwoordelijkheid neemt.’ Het pedagogische project van de school stoelt op drie pijlers: een rooms-katholieke basis, een grondige beheersing van het Nederlands en de jezuïtische uitmuntendheid.

In de geest van Ignatius van Loyola, de stichter van de Jezuïeten, wil de middelbare school haar leerlingen op het pad zetten naar de ‘magis’ (uitmuntendheid, red.). Maar dat maakt het nog niet tot een jezuïetenschool, nuanceert Paul Yperman van de Vlaamse jezuïetencolleges.

Paul Yperman «Een ignatiaanse school is niet per definitie een jezuïetenschool: het ignatiaanse heeft betrekking op het project, de inhoud die de jezuïeten hebben vormgegeven. Op zich kan dat losstaan van de jezuïetenorde.

»Ons gedachtegoed is helaas geen gedeponeerd merk, het staat iedereen vrij om het te gebruiken. Ik stel vast dat de school in Maleizen aan cherry picking doet: ze zet wel in op de jezuïtische uitmuntendheid, maar ze laat de sociale dimensie achterwege. In onze scholen doen alle leerlingen een sociale stage en aanvaarden ze de maatschappij in al haar culturele en religieuze diversiteit. Ik heb de indruk dat men zich in Maleizen terugtrekt in een enge, katholieke stelling en dat men de dialoog met de samenleving niet wil aangaan. Het is een school ván katholieken vóór katholieken, maar inherent aan het katholicisme is net dat er geen exclusieven gelden!

»Het stoort me geweldig dat de Sint-Ignatiusschool misbruik maakt van ons concept en van onze naamsbekendheid, zonder enige consultatie. Afgaande op wat ik over de school lees, zou ik ze niet in onze associatie willen opnemen. Jezuïeten leven ín de samenleving, om voeling te hebben met wat de mensen bezighoudt. Ze trekken zich niet terug in kloosters om hun geloof te belijden – dat hebben ze nooit gedaan.»


Scapulier en rozenkrans

Sint-Ignatius biedt voorlopig slechts de eerste graad van het middelbaar onderwijs aan: een eerste jaar Klassieke studiën en een tweede jaar Grieks-Latijn en Moderne Wetenschappen. Maar de school denkt groots: vanaf 2016 komt er een tweede graad, met de richtingen Latijn-Wiskunde, Sportwetenschappen en Humane Wetenschappen, en vanaf 2018 worden die studierichtingen (uitsluitend ASO) ook aangeboden in een derde graad.

De lesuren worden samengebald in vier lesdagen; op woensdag is er geen les. De leerlingen wordt aangeraden om op zondag- en woensdagavond al naar school te komen en in het klooster te overnachten. Voor leerlingen die op woensdag niet naar huis kunnen, wordt opvang geregeld – eveneens in het klooster. Van opvoeders is geen sprake, wel van een prefect die het internaat coördineert en die de studie- en socio-emotionele begeleiding van de leerlingen opvolgt – ook van degenen met specifieke zorgbehoeften.

Een dag in de Sint-Ignatiusschool begint met een ochtendgebed in de kapel. Om acht uur starten de lessen – op dinsdag en vrijdag met een misviering, op maandag en donderdag met catechismus. Ook ’s avonds vermeldt het lessenrooster verplichte contemplatie: op maandag, donderdag en vrijdag gaan de leerlingen met de leraar van het achtste lesuur naar de kapel om een rozenhoedje te bidden (dat o.a. bestaat uit een reeks Onzevaders en meer dan 50 Weesgegroeten, red.). Op dinsdag mogen ze al om drie uur naar huis. Om zes uur is er op de andere schooldagen het avondeten, gevolgd door anderhalf uur ‘stille studie’ in de studiezaal. De schooldag eindigt om halfnegen ’s avonds met een avondgebed in de kapel. Een half uur later gaan de lichten uit.

Sint-Ignatius is een privéschool, de ouders moeten maandelijks schoolgeld betalen. Het bedrag is afhankelijk van de draagkracht van het gezin en wordt bij de inschrijving overeengekomen. De school rekent ook op bijdragen van sympathisanten, maar met de crowdfundingactie wil het niet zo vlotten: vorige week was nog maar 15 procent van de beoogde 15.000 euro binnen.

Een uniform is verplicht. Voor meisjes een blauwe blazer met het schoollogo, een donkergrijze wollen plooirok, lichtblauw hemd, schoolsjaaltje, zwarte kousen of broekkousen (‘géén legging’), zwarte platte leren schoenen, zwarte of donkerblauwe overjas en een donkerblauwe baret. Jongens moeten een das dragen. De kledingvoorschriften vermelden ook dat het dragen van een scapulier en een rozenkrans ‘ten zeerste wordt aangemoedigd.’

De school beschikt ten slotte over een proost, die zich samen met de andere leden van de congregatie over de begeleiding van de leerlingen ontfermt. ‘Hij is steeds aanspreekbaar’, aldus het schoolreglement, ‘in het bijzonder voor de geestelijke begeleiding en als biechtvader.’

'Als je het Tweede Vaticaans Concilie niet erkent, dan kun je je niet katholiek noemen in de gelovige, kerkelijke betekenis van het woord'

Lieven Boeve , directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, waarschuwt voor het christelijk fundamentalisme dat de Sint-Ignatiusschool tentoonspreidt.

Lieven Boeve «Voor alle duidelijkheid: ik heb er niets op tegen dat een school vanuit een eigen opvoedkundig project vorming aanbiedt – wij doen dat ook, maar op een veel grotere schaal. De vrijheid van onderwijs is voor mij belangrijk, maar als een school zich katholiek noemt terwijl ze dat eigenlijk niet is, dan voel ik mij geroepen om te reageren.

»Als je, zoals de Sint-Ignatiusschool, het Tweede Vaticaans Concilie klaarblijkelijk niet erkent, dan kun je je niet katholiek noemen in de gelovige, kerkelijke betekenis van het woord. Je bent ook geen katholieke school als je de door de kerk erkende leerplannen voor het godsdienstonderwijs verwerpt – ook al volg je voor alle andere vakken wél de katholieke leerplannen.»

Het Tweede Vaticaans Concilie, verduidelijkt Boeve, vraagt in de eerste plaats openheid voor de wereld en dus voor andere godsdiensten.

Boeve «Katholieke scholen horen per definitie dialoogscholen te zijn, met een open blik op de wereld. De Sint-Ignatiusschool ontleent haar identiteit door zich te profileren tégen de katholieke scholen, door te beweren dat zij de échte katholieken zijn. Dat is de dialoog verwerpen. De school in Maleizen bewijst haar kinderen bovendien geen dienst door ze niet te leren omgaan met anderen; het risico bestaat dat het een gettoschool wordt die de uitdagingen van de hedendaagse maatschappij uit de weg gaat.»

Teruggrijpen naar de Mechelse catechismus is bovendien méér dan teruggrijpen naar het verleden, argumenteert de topman van het katholieke onderwijs. Het betekent ook dat je geen ruimte laat voor nuance en ontwikkeling.

Boeve «Door godsdienst samen te vatten in vragen en antwoorden gaan de grijswaarden verloren. Je zult een katholiek nooit horen zeggen dat hij of zij voor abortus is. Maar in sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer het leven van de moeder in gevaar is, zal een katholieke gelovige abortus mogelijk als ‘het minste kwaad’ omschrijven.»


Grote roergangers

Wie zijn de roergangers van dat ultrakatholieke, elitaire onderwijs, die op hun Facebookpagina voortdurend opgestoken duimpjes krijgen van Vlaams Belang-mandatarissen? Directeur Kris Clauw heeft er een grillig parcours op zitten als leraar wiskunde, informatica en Engels op verschillende katholieke scholen – tussen 2005 en vorig schooljaar was hij actief in elf onderwijsinstellingen. Opmerkelijk: zijn laatste betrekking was in een school van het gemeenschapsonderwijs.

Clauw behaalde een professionele bachelor onderwijskunde aan de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. Tijdens zijn studentenjaren was hij van 1999 tot 2001 praeses van het rechtse, conservatieve Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). Hij schrijft voor Catholica, een ultrakatholiek blad dat in Vlaanderen en Nederland verschijnt en dat in 2011 in opspraak kwam toen bleek dat twee Nederlandse redacteurs op de mailinglijst stonden van Anders Breivik – ze kregen zijn manifest toegestuurd, net als het Vlaams Belang trouwens. Catholica hanteerde vroeger een anti-islamretoriek, maar dat zou tegenwoordig zijn teruggeschroefd. De teksten van Catholica zijn helaas niet online te raadplegen, er staat alleen een inkijkexemplaar uit 2012 op de website. De toon tegen ‘liberale christenen’ zou naar verluidt níét zijn gemilderd.

Clauw was in september vorig jaar betrokken bij een manifestatie in Mechelen om aandacht te vragen voor het lot van vervolgde christenen – aanleiding waren de gruweldaden van IS in Irak en in Syrië. Was toen mede-organisator: het Rooms-Katholiek Lekenforum, een verzameling ontevreden conservatieve katholieken. Zowel het Lekenforum als Catholica vertegenwoordigen een ultramontaans (extreem pausgezind, red.) christendom dat zich afzet tegen het Tweede Vaticaans Concilie en tegen de bisschoppen, die de kerk om zeep helpen door ‘ongeldige’ missen te organiseren.

Ook publicist Wouter Van den Meersch, secretaris van de vzw Sint-Ignatius, heeft een verleden bij het KVHV. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en werkte onder meer in de ontwikkelingssamenwerking, als journalist en als parlementair medewerker in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en in het Vlaams Parlement. Hij verzorgt bijdragen voor het partijblad van het Vlaams Belang, en schreef een nawoord in ‘Voorrang van rechts’, een boekje van Peter Pauwels, ex-voorzitter van het Vlaams Belang in Eeklo.

Van den Meersch is lid van de Werkgemeenschap De Lage Landen, een obscure vereniging die heimwee heeft naar de tijd toen België en Nederland nog één waren. De denkbeelden van De Lage Landen leunen sterk aan bij die van het fascistische, Vlaams-nationalistische Verdinaso (Verbond der Dietsche Nationaal Solidaristen) van Joris Van Severen uit de jaren 30. Samen met Voorpost, één van de hofleveranciers van het Vlaams Belang, nam De Lage Landen in 2010 deel aan een jongerenbezinning aan het graf van Van Severen in het Franse Abbeville.

Van den Meersch is ook medebestuurder van het Civilistisch Appel, een denktank voor conservatieven in Vlaanderen en Nederland die stelt dat onze ‘avondlandse beschaving’ meer dan ooit in crisis is. De redenen van die socio-economische en culturele malaise volgens het Civilistisch Appel: immigratie, drugsgebruik, criminaliteit, islamitisch fanatisme en algehele amoraliteit.

Als schatbewaarder van de vzw Sint-Ignatius treedt Wouter Jambon op, zoon van de minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Jambon junior, ook een ex-KVHV’er, liet zich in juni vorig jaar – toen nog als praeses van het Antwerpse KVHV – opmerken met een pleidooi voor elitevorming in het onderwijs, toen hij stelde dat het hoger onderwijs niet voor iedereen is weggelegd. ‘We moeten af van het idee dat hogere studies vanzelfsprekend zijn’, zei Jambon. ‘Duurdere studies leiden tot hoger rendement. Als dat voor meer kwaliteit en een zekere elitevorming kan zorgen, dan lijkt me dat goed. Vrijwel iedereen trekt tegenwoordig naar de universiteit of hogeschool. De vraag stelt zich dan: wat heeft uw of mijn universitair diploma nog aan relatieve waarde?’


Perversiteiten van Sensoa

Heel wat medewerkers van de Sint-Ignatiusschool zijn overtuigd lid van Pro Familia, nog een aartsconservatieve club die de trein naar de moderne tijd heeft gemist. Pro Familia-voorzitter Dries Goethals – die op de Facebookpagina van Sint-Ignatius een screenshot van zijn maandelijkse bankdomiciliëring van tien euro postte – organiseerde in mei dit jaar een ‘mars voor het gezin’ in Antwerpen, precies op de dag dat in Brussel de Gay Pride door de straten trok. De mars, die ook Filip Dewinter op de been wist te brengen, was een reactie tegen de open brief van de Antwerpse bisschop Johan Bonny, waarin die pleitte voor een kerkelijke erkenning van holebikoppels.

Pro Familia eist onder meer de afschaffing van adoptie door holebi’s, een heropname van abortus in het strafrecht en een verbod op ivf, kunstmatige inseminatie, draagmoederschap ‘en alle andere ersatz-concepten die de unieke aard van het natuurlijke gezin ondermijnen.’ De ultrakatholieken van Pro Familia zijn van mening dat elk kind geboren en opgevoed moet worden bij zijn natuurlijke vader en moeder en dat elke seksuele daad een uiting van liefde moet zijn binnen een sacraal heterohuwelijk.

Bij de kerkelijke overheid dringt Pro Familia erop aan Sensoa de toegang tot katholieke scholen te ontzeggen en jongeren vertrouwd te maken met het project ‘Echte liefde wacht’ van Pro Vita, een notoire anti-abortusvereniging. Bij ‘Echte liefde wacht’ moeten jongeren beloven geen seks te hebben voor het huwelijk. Mieke Van Hecke, de voorgangster van Lieven Boeve, verbood Pro Vita nog langer lessen seksuele opvoeding te geven in katholieke scholen. Pro Vita blijkt overigens al actief te zijn in het klooster van Maleizen: de vereniging geeft na de zondagsmis van elf uur weleens een voordracht onder het motto: ‘Omdat onze kinderen beter verdienen dan de perversiteiten van Sensoa.’


‘Naadloos verdisconteerd’

Ook nauw betrokken bij de ‘mars voor het gezin’ was Antwerpenaar Dirk Smulders, die in de aanloop naar de manifestatie een ‘colloquium voor het gezin’ organiseerde. ‘Het gezin’, schrijft Smulders online in een interview met zichzelf, ‘is het bergende oord van waaruit wij de odieuze buitenwereld liefdevol kunnen naasten, maar tegelijk ook de plek waarin de tegenstellingen van die buitenwereld naadloos verdisconteerd zitten. Man en vrouw zijn de gidsen of loodsen die hun kroost de traditie en het respect voor onze voorvaderen kunnen overleveren.’

'Mijn dochter is 12 en gaat in Antwerpen naar school. Ze leest daar boeken over een meisje in de prostitutie. Bij mij zal het 'De Boerenkrijg' van Conscience zijn in de les' Dirk Smulders, leraar Sint-Ignatiusschool

De 48-jarige Smulders stelt zich voor als een ‘jurist van opleiding’ en vermeldt terloops dat hij ‘tussen twee jobs’ zit. Dat is niet gelogen, maar de volledige waarheid is dat Smulders, vandaag leraar aardrijkskunde, geschiedenis en Nederlands in Maleizen, tot voor kort advocaat was in Antwerpen. Hij werd in april veroordeeld tot 18 maanden cel met uitstel en ruim 75.000 euro aan schadevergoedingen voor valsheid in geschrifte en misbruik van vertrouwen. Tussen 2003 en 2011 was Smulders vooral actief als schuldbemiddelaar. Mensen die schulden hadden, lieten hun inkomsten op de advocatenrekening van Smulders storten, waarna hij eerst de schuldeisers vergoedde en daarna een leefloon overmaakte aan de betrokkenen. Maar na het aflossen van de schulden stak Smulders het resterende geld vaak in zijn eigen zak – in acht jaar tijd lichtte hij een 45-tal slachtoffers op, goed voor een totaalbedrag van 211.000 euro.

Op zijn proces ontkende Smulders die feiten – meer nog: hij draaide ze om door zich voor te doen als een barmhartige samaritaan. ‘Ik heb niemand opgelicht’, zo beet hij van zich af. ‘Integendeel: ik heb als schuldbemiddelaar geld verloren. Hoe vaak heb ik niet met eigen middelen de huishuur van mijn cliënten aangezuiverd omdat ze anders op straat zouden terechtkomen?’ Smulders voegde eraan toe dat de zaak bijzonder zwaar woog: hij moest ontslag nemen als advocaat en raakte sindsdien niet meer aan werk.

Voor hij leraar werd, ambieerde Smulders een politiek mandaat. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 stond hij op de 19e plaats op de kartellijst van CD&V en N-VA voor de Antwerpse districtsraad. Hij raakte niet verkozen. Vier jaar later deed hij vanuit het niets een gooi naar het voorzitterschap van de Antwerpse CD&V, waar hij Boudewijn Muts, toen al negen jaar voorzitter, van de troon wilde stoten – opnieuw zonder succes. Volgens de laatste berichten zou hij nu actief zijn bij de N-VA.

Op de opendeurdag van de Sint-Ignatiusschool verkondigde Smulders tegenover De Standaard dat er ‘van alles fout loopt in het traditionele onderwijs. Mijn dochter is 12 en gaat in Antwerpen naar school. Ze leest daar boeken over een meisje dat in de prostitutie geraakt. Bij mij zal het ‘De Boerenkrijg’ van Conscience zijn in de les.’

Ook Dirk Smulders wilde ons niet te woord staan. Na enkele sms’en genre ‘Mijn gsm is stuk, ik wacht op een nieuwe batterij’, ‘Mag ik nog eens uw naam weten, ik heb geen toegang tot mijn telefoonboek’, volgde na enig aandringen dit bericht: ‘Vanwege een verregaande en onjuiste stigmatisering van onze school en vooral van haar leerlingen in verschillende persartikelen lijkt het me niet opportuun u te woord te staan, temeer omdat ik niet de officiële spreekbuis van de school ben. Indien de Vlaamse pers zich niet meer aan een minimale deontologie weet te houden (tot gefingeerde interviews toe!) is een open gesprek zinloos.’

De voorlopig nogal matige interesse voor zijn onderwijsproject heeft directeur Kris Clauw niet ontmoedigd. ‘Het is gewaagd,’ schrijft hij op de website van de school, ‘maar toch zetten we door. Niet voor ons, zelfs niet specifiek voor onze kinderen, maar wel omdat we ervan overtuigd zijn dat het Gods wil is.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234