De spoken in het hoofd van een ex-para: 'Breinstorm'

‘Ik zie dingen voor andere mensen ze zien,’ zegt Steven Gelders. De ex-militair en auteur was betrokken bij extreme operaties en draagt daar nog steeds de sporen van. In ‘Breinstorm’ beschrijft hij hoezeer de gruwel in een soldatenhoofd kan blijven nazinderen.

In 2014 schreef Steven Gelders al ‘Mijn onzichtbare vijand’, over zijn tijd als paracommando en als lid van het peloton Long Range Reconnaissance Patrol, de voorloper van de Special Forces van het Belgische leger. Amper een jaar na dat debuut heeft Gelders een tweede boek klaar, faction deze keer. ‘Breinstorm’ gaat over de 19-jarige Jens, die na warm te zijn gemaakt voor de strijd in een ver buitenland, ontgoocheld naar België terugkomt. Uit frustratie over zijn mislukte leven beraamt hij een aanslag op een groot zomerfestival.

'Toen ik met de para's in Zaïre zat, bood de Belg die we moesten bewaken, ons kinderen aan om seks mee te hebben'

HUMO ‘Breinstorm’ is je tweede boek over posttraumatische stress. Het zit blijkbaar diep.

Steven Gelders «Mijn eerste boek was het resultaat van jarenlange psychotherapie. Met mijn therapeute Lies Scaut heb ik mijn verleden uitgespit om erachter te komen waarom ik vandaag in sommige situaties extreem reageer. Het verhaal van dit tweede boek speelt al in mijn hoofd sinds mijn tijd bij de Special Forces, waar het mijn taak was om uitzonderlijke situaties voor te bereiden. De Special Forces zijn getraind om in oorlogstijd, wanneer de vijand het land is binnengedrongen, het verzet te organiseren: aanvallen uitvoeren, sabotage plegen, communicatie- en elektriciteitsnetwerken uitschakelen. Zelfs toen ik de eenheid had verlaten, was ik daar nog zó hard mee bezig, dat ik er niet in slaagde een normaal leven te leiden: ik was voortdurend bezig met observeren, met situaties inschatten.»

'Mijn getrainde, militaire brein blijft voortstormen: ik zie áltijd en óveral het gevaar'

HUMO Alsof je de uit-knop niet vond.

Gelders «Die knop staat nu nóg aan. Mijn getrainde, militaire brein blijft voortstormen. Maar vandaag kan ik er beter mee omgaan dan enkele jaren geleden. Als ik claustrofobie voel opkomen, weet ik dat ik op mijn ademhaling moet letten. Als ik me kwaad dreig te maken in het verkeer, probeer ik rustig te blijven. Vroeger was een verkeerd manoeuvre en een ongepaste reactie van een automobilist voldoende om hem te achtervolgen en klem te rijden – dan was het net alsof ik terug in Afrika zat, waar ik voor een stuk het recht in eigen handen kon nemen.

»Ik wil altijd ingrijpen, situaties voor zijn. Laatst hadden de buren een feestje. Er stond een tentje in de tuin, en toen het hard begon te waaien, vloog dat ding weg. Niemand die het had gezien, maar ik stond in een ommezien in de tuin. Ik zie dingen voor andere mensen ze zien.»

HUMO Het lijkt me bijzonder vermoeiend om altijd zo alert te zijn.

Gelders «Toen ik echt diep zat, kroop ik ’s avonds op handen en voeten naar mijn bed, oververmoeid van de prikkels die ik de hele dag te verwerken kreeg. Ik kwam alleen buiten om te sporten. Ik trainde tegen 200 procent, omdat ik niet anders kon. Ik ben altijd extreem bezig: zelfs wanneer ik thuis de ramen was, is dat niet in een normaal tempo.»


Bekenloop

HUMO Jouw nieuwe verhaal gaat over een jongen die op een basketbalpleintje wordt geronseld en wordt meegezogen in een strijd die de zijne niet is. Dat doet denken aan de Syriëstrijders.

Gelders «Ja, maar toch gaat het daar niet over. Toen ik in de jaren 90 in Diest bij de para’s zat, was een kerel die bij mij op de kamer sliep, plots verdwenen. Later bleek dat hij in Joegoslavië was gaan vechten. Geen idee aan welke kant – ’t was een Belg, met geloof had het niets te maken. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord, behalve dat hij gewond zou zijn teruggekomen.

»Wat mijn hoofdpersonage Jens meemaakt, gebeurt overal ter wereld: Afrika, het Midden-Oosten, Tsjetsjenië. Zelf heb ik op het punt gestaan om me als huurling in Afrika te laten inlijven. Ik was 19 jaar en wilde actie. Ik had het adres gekregen van een café in Brussel waar huurlingen werden geronseld. Ik ben ernaartoe gegaan, heb twee uur aan een tafeltje gewacht, maar niemand heeft me aangesproken. Toen ik daarna naar het Vreemdelingenlegioen wilde, heeft een goede vriend me tegengehouden.»

HUMO Op dat moment zat je al bij de para’s. Was dat niet avontuurlijk genoeg voor jou?

Gelders «Ik had nog nooit gevochten en was nog niet op buitenlandse missie geweest. Ik wilde méér, geobsedeerd als ik was door de boeken die ik las over Vietnam, de Tweede Wereldoorlog en huurlingenlegers.

»Ik wil niet opscheppen, maar bij de para’s had ik vaak het gevoel dat ik het beter wist dan mijn leidinggevenden. Ik had het ook moeilijk met het strikte kader. Bij de Special Forces kon ik zelfstandig functioneren. Het sloot ook beter aan bij wat ik altijd had gewild – als tiener trainde ik al op extreme situaties. Na een nachtje stappen en enkele uren slaap ging ik ’s morgens met een goede vriend een bekenloop doen in het bos. Met bottines aan, in een lange broek en een tactisch vest ploeterden we 10 tot 15 kilometer door water en modder. Soms gingen we op survivalweekend naar de Ardennen. Die vriend is enkele jaren voor mij bij de Special Forces terechtgekomen. Dát was dus ook mijn doel toen ik op mijn 18de bij het leger ben gaan.»

HUMO Over de Special Forces is weinig geweten: niet hoeveel leden de eenheid telt, noch waar ze opereert of wat ze precies doet. Wat is het verschil met de para’s?

Gelders «De parachutisten zijn een gespecialiseerde infanterie-eenheid die wordt ingezet achter vijandelijke linies, om de weerstand te breken bij een aanval. De Special Forces gaan clandestien te werk – zij moeten ongezien aan sabotage of verkenning doen, bijvoorbeeld om uit te vissen over welke troepen de vijand beschikt en hoe die georganiseerd zijn.

»Met de Special Forces ben ik twee keer naar Burundi en één keer naar Zaïre geweest om de situatie van de Belgen ginder in kaart te brengen, zodat Buitenlandse Zaken een analyse kon maken van de veiligheid. Wij hebben politietaken uitgevoerd, voor ambulancier gespeeld, scholen bewaakt en evacuaties voorbereid. Als een Belg werd overvallen, gingen wij de betrokkene ontzetten. Als iemand na de avondklok in de gracht was gereden, werden wij opgebeld om met de politie te onderhandelen en de auto uit de gracht te takelen.

»De Special Forces, dat was hét leven voor mij. Je was de klok rond met je job bezig, je kon en mocht veel, je kreeg alle vertrouwen. ’t Was als familie, nog hechter dan de para’s.»

HUMO Maar ook de plek waar je je grootste trauma’s hebt opgelopen?

Gelders «Nee, dat was voordien al, bij de para’s. Het klinkt misschien gek dat ik daarna nog naar de Special Forces ben gegaan, maar ik kon niet aarden in het gewone leven. De Special Forces waren een vlucht. Alleen door dag in, dag uit met opdrachten bezig te zijn, kon ik mijn problemen naar de achtergrond duwen.

»Toen ik met de para’s in Zaïre was, bood de Belg die wij moesten bewaken, ons kinderen aan om seks mee te hebben – ’t was mijn eerste buitenlandse missie, amper een paar maanden na mijn laatste kamp met de scouts, waar ik altijd leider was geweest van de jongste groepen.

»In Somalië, waar we twee bendes uit elkaar moesten houden, heb ik de ergste dingen meegemaakt. Voor het eerst zag ik wat mensen elkaar kunnen aandoen: een granaat in een groep spelende kinderen gooien, gewoon om de tegenpartij te raken. Toen even later een horde mensen op ons kwam afgelopen, dacht ik dat ze het op ons gemunt hadden. Maar die mensen bleken dode en gewonde kinderen te dragen. Ik schakelde over op automatische piloot: afbinden, stabiliseren en de gewonden op de motorkap afvoeren naar Artsen Zonder Grenzen. Pas bij de geboorte van mijn eerste kind heb ik daar de weerslag van gevoeld: al tijdens de zwangerschap had ik een panische angst dat er iets fout zou gaan. Ik heb het mijn vrouw verschrikkelijk moeilijk gemaakt.»

HUMO Je was overbezorgd, op het paranoïde af.

Gelders (knikt) «Bij de geboorte van mijn tweede dochter was het nog erger – bijna alsof ik dat kind niet had gewild. Ineens was daar ook die nacht in Somalië, toen we mortieren moesten afschieten om de stad te verlichten, zodat andere para’s hun werk konden doen. De ochtend nadien hoorde ik dat een vrouw een baby had binnengebracht: zijn armpje hing alleen nog maar aan het lichaam vast met wat vel. Het kind was geraakt door een scherf van een mortiergranaat – waarschijnlijk één die ik had afgevuurd.»

HUMO Om het ‘goed te maken’ ben je je als de bodyguard van je vrouw en je kinderen gaan gedragen. Had je toen in de gaten hoe verstikkend dat was?

Gelders «Natúúrlijk was het vervelend dat ik schuin achter mijn vrouw meeliep als ze ging winkelen. Of dat ik onder het klimrek ging staan als we met de kinderen in de speeltuin waren. Maar ik kón het niet loslaten, ik was zo getraind. Nu gaat het beter, al zal ik altijd gevaar blijven zien.»


Geknapte luchtbel

HUMO Waar en hoe heb je die alertheid, dat voortdurend op de loer liggen, geleerd?

Gelders «Dat heeft altijd in mij gezeten, maar mijn periode bij de Special Forces heeft het aangescherpt. In de eerste fase van de opleiding word je zes maanden van ’s morgens tot ’s avonds, van maandag tot vrijdag, beziggehouden met opdrachten. Aan slaap kom je amper toe. Tijdens de eerste drie maanden hadden wij elke dag les. Na het avondeten was er sport, daarna begon de nachttraining. Meestal waren dat tochten die je in je eentje moest afleggen – hoe, dat maakte niet uit, zolang je tegen de ochtend de pick-up-plek maar bereikte. Alleen: die tochten waren telkens zo uitgestippeld dat je nét het moment van de pick-up miste, waardoor je ook nog eens op tijd in de les moest zien te raken. Om acht uur zaten de meesten wel in de klas – met kleine oogjes en totaal uitgeput, klaar voor de les explosieven, waar je later die dag een test over kreeg. Het hield nooit op.»

HUMO In je roman is Jens ervan overtuigd dat er bij zijn terugkomst geen leven meer voor hem is weggelegd in België, en hij bedenkt een terreuraanslag. Had jou dat ook kunnen overkomen?

Gelders «Absoluut. Voor alle duidelijkheid: ik ben geen terrorist en heb nooit een aanslag overwogen. Maar ik heb wel altijd gedacht: ‘Hoe kan ik mijn omgeving beveiligen als iemand zoiets zou doen?’ Eén van de symptomen van PTSS is dat de werkelijkheid niet tot je doordringt, dat je fantaseert. Telkens als ik terugkwam van een buitenlandse missie, had ik het idee dat ik werd geschaduwd. Op straat bekeek ik mijn spiegelbeeld in de etalages om te zien of ik werd gevolgd. De mensen hadden het slecht met mij voor – daar was ik van overtuigd.

»Na een missie kon ik altijd naar huis, naar mijn ouders, maar meestal bleef ik in de legerkazerne in Diest. De leegte, de katten die op het terrein rondliepen, en mijn matras: meer had ik niet nodig. Ik werkte in Leuven in cafés, maar als mijn shift erop zat, bleef ik niet hangen, zoals de meeste obers deden. Ik verdween in de anonimiteit. Ik sliep in voortuintjes, liftkokers en verwarmingskelders. Niemand kende mij, niemand zag mij.»

HUMO Waar kwam die behoefte om te verdwijnen vandaan?

Gelders «Alles stoorde me. Ik leefde in een luchtbel en een claxonnerende auto was voor mij voldoende om de luchtbel te doen knappen. Dan ontplofte ik. Ik wilde weg, me afsluiten van alles en iedereen.

'Para's zijn macho's, echte mannen die niet met hun emoties te koop lopen. We vonden wel steun bij elkaar, maar niet door een schouderklop. We kaartten de hele nacht door en vlogen in de alcohol.'

»Toen ik met mijn eerste boek op de Boekenbeurs stond, zijn tientallen familieleden van para’s die in Somalië of Rwanda hadden gezeten en achteraf zelfmoord hadden gepleegd, naar mij toegekomen. Ze wilden weten wat hun zoon of broer heeft meegemaakt. Ook politieagenten, brandweerlui en ambulanciers hebben mij aangesproken omdat ze zich in mijn verhaal herkennen – niet dat iedereen het zo zwaar heeft gehad, maar 80 tot 90 procent van de mensen die op een buitenlandse missie gaan, houdt daar iets aan over: slaapproblemen, flashbacks, nachtmerries, depressies.»

HUMO Werd daar nooit over gepraat bij de para’s? Ik kan me voorstellen dat het een band schept als je samen een traumatische gebeurtenis meemaakt.

Gelders «Nee. De para’s zijn macho’s, echte mannen die niet met hun emoties te koop lopen. We vonden wel steun bij elkaar, maar niet door een schouderklop. We kaartten de hele nacht door en vlogen in de alcohol.»

HUMO Minister van Defensie Steven Vandeput begint binnenkort met een proefproject dat gericht is op decompressie voor militairen die net een buitenlandse missie achter de rug hebben. Beter laat dan nooit?

Gelders «In maart heeft de staf van het departement Well-Being mij uitgenodigd om over mijn ervaringen te komen spreken. Een groot verschil met het beleid van de vorige minister, Pieter De Crem. Toen hij in het parlement een vraag kreeg over PTSS in het leger, kwam hij aanzetten met één geval: ik. Het was allemaal geen groot probleem.»

HUMO Neem je het leger dat gebrek aan aandacht voor de emotionele huishouding van militairen kwalijk?

Gelders «Nee, twintig jaar geleden was dat nu eenmaal zo. Het had beter gekund, maar ook in andere sectoren waren zulke dingen toen niet bespreekbaar.»

HUMO Het heeft er wel voor gezorgd dat je je droomjob hebt moeten opgeven.

Gelders «Iedereen heeft zijn grens. En het leger heeft nu eenmaal mensen nodig die er voluit voor gaan. Ik ben 25 jaar militair geweest, mijn palmares is vlekkeloos. Na mijn periode bij de Special Forces ben ik nog even terug naar de para’s gegaan, maar het was op. Van 2003 tot 2008 heb ik als telecommunicatiespecialist voor de NAVO gewerkt, mét buitenlandse missies: ik ging naar Afghanistan om satellietsystemen te installeren en te onderhouden – nog altijd die vlucht. In 2008 ben ik overgeplaatst naar de luchtmacht in Kleine-Brogel, maar daar ben ik volledig gecrasht. Ik kwam tussen militairen terecht die zestien uur per dag zaten te niksen. (Grijnst) Ik heb daar vaak collega’s tegen de muur geplakt.

»Uiteindelijk heeft het leger me voorgesteld met pensioen te gaan – mijn PTSS was te zwaar om nog langer te kunnen functioneren.»

HUMO Als veertiger met pensioen gestuurd worden... Voor hetzelfde geld was je nog dieper in de put gesukkeld.

Gelders «Het woord ‘pensioen’ joeg me eerst schrik aan, maar ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Ik ben nu fulltime huisman, werk aan mezelf, ben betrokken in de school van mijn dochters. Mijn PTSS is naar de achtergrond verdwenen, ik heb weer zin in het leven. Dat had ik vijf jaar geleden nooit voor mogelijk gehouden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234