De strijd om de Libris en Fintro Literatuurprijs: Lize Spit schreef 'Het smelt' en Jeroen Olyslaegers 'Wil'

Money time in de Nederlandse letteren. Eerstdaags wordt bekend wie de Libris (50.000 euro) en de Fintro (25.000 euro) Literatuurprijs te beurt valt. Voor beide onderscheidingen zijn dezelfde twee Vlamingen mee in de running.

'Beter dan dit wordt het waarschijnlijk nooit meer'

Lize Spit is bij de bakker langs geweest voor taartjes, die de twee aanwezige vijftigers met embonpoint beleefd afwijzen. Ze woont nog steeds in haar kleine appartementje in Kuregem, de Anderlechtse kant van de Brusselse armoedesikkel langs het kanaal. ‘Ik besef nog altijd niet goed dat ik het me nu kan veroorloven te verhuizen, en ik weet ook niet of ik dat wel wil.’

Haar debuut ‘Het smelt’ is een megahit geworden, en ook ‘Wil’ van Jeroen Olyslaegers blijft in de hoogste regionen van de top 10 kamperen. Ze hebben er allebei een roetsjbaan van een jaar op zitten.

Lize Spit «Mijn boek is nu een jaar en drie maanden uit. Heel raar, ik ben nu langer níét aan het schrijven dan dat ik aan ‘Het smelt’ gewerkt heb. Ik ben nog niet aan iets anders begonnen, en dat voelt heel gek. Het was ook een gek jaar.»

Jeroen Olyslaegers «Ik maak het voor het eerst mee dat ik met niets anders bezig kan zijn dan succes hebben: lezingen, ontvangsten, debatten, noem maar op. Heel dubbel: het is plezant maar af en toe voelt…»

Spit «…het ook leeg aan, want eigenlijk wil je opnieuw schrijven.

»Gisteren zat ik om negen uur op de trein voor een lezing in Purmerend, en was ik om acht uur thuis. Ik vraag me soms af waar mijn tijd eigenlijk naartoe gaat.»

Olyslaegers «Ik had me mentaal voorbereid: ik had verwacht dat er iets met dat boek zou gebeuren. Of beter: ik hoopte er heel erg op. Eén vriend vroeg me: ‘Wat ga je doen als dat boek niet aanslaat?’ Ik zei: dan ga ik in therapie.»

Spit «Echt? Had je dat dan niet bij je vorige boeken? Voelde dit aan als je grote roman?»

Olyslaegers «Nee, ik hoop altijd dat dat mijn volgende wordt. Maar het was emotioneel wel heftig, omdat ik heel veel van mezelf in ‘Wil’ had geïnvesteerd.»

HUMO Jullie zijn allebei verwend met prachtige verkoopcijfers en laaiende recensies, maar bij de ene was dat voor een debuut, terwijl de andere twintig jaar aan de weg heeft moeten timmeren.

Spit «Als je er zeker van bent dat het ooit zal gebeuren, lijkt het me niet zo erg om er een paar boeken op te moeten wachten.»

Olyslaegers «Ik zou zelfs niet graag in jouw schoenen staan. De verwachtingen liggen nu wel heel hoog.»

'Als meisje van 12 dacht ik vaak: 'Ik ga het ver schoppen, ik heb iets wat me onderscheidt van de anderen.' Pretentieus, niet? '

Spit «Dat onmiddellijke succes neemt gek genoeg iets af van de waarde die ik voor mezelf aan het schrijven had gegeven. Is het wel zo bijzonder als het succes zo snel en makkelijk komt? Om die reden ben ik me nu weer aan het afvragen waarom ik zo graag schrijf. Ik sta op een voetstuk, beter dan dit wordt het waarschijnlijk nooit meer, dat besef ik wel. De media die je eerst bejubelden, zullen je even graag neersabelen als het volgende boek niet aan de verwachtingen beantwoordt. En dat besef zorgt er dan weer voor dat ik misschien niet genoeg van het succes geniet.»

Olyslaegers «Als debutant zoveel succes hebben, ís ook angstaanjagend. Je wordt heel erg afgeleid door het randgebeuren, maar gelukkig blijft Lize er koelbloedig onder.

»Mijn eerste boek heette ‘Navel’, en gelukkig kent niemand het nog. Het kreeg één recensie in Humo, waar het in de grond werd geschreven. Al mijn boeken zitten bij verschillende uitgevers. Ik voelde me na verloop van tijd zelfs verbitterd worden, wat krankzinnig is op die leeftijd. Maar ik wilde erkenning, uitgegeven blijven worden. Toen las ik in een interview met Arnon Grunberg, die ook meteen succes had: ‘Succes is een doodlopende straat.’ Dat kwam heel sterk binnen. In de dagboeken van Boon las ik dan weer een regel die mijn hart brak: ‘Nu gaan ze me waarschijnlijk de Nobelprijs geven, en het zal voor verkeerde redenen zijn.’ Zo hartverscheurend, grappig ook op zijn manier. Ook Boon had last van een bitterheid die ik sindsdien altijd heb proberen te vermijden.»

HUMO Als je geen succes hebt, overweeg je therapie; als je wel succes hebt, is het een doodlopende straat. Vermoeiend volk wel, die schrijvers.

Spit (lacht) «En bovendien is het nooit genoeg, want ergens daartussen denk je: het kan altijd nóg beter. Ik zaag mijn vrienden de oren van het hoofd omdat ik niet genoeg tijd heb om te schrijven, terwijl ik hen vroeger de oren van het hoofd zaagde omdat ik geen geld had en me dus niet voldoende kon vrijmaken om te schrijven. Het is nooit goed (lacht). Er lopen wel wat verbitterde mensen rond in het vak, heb ik dit jaar ondervonden. Dat lot is me nu bespaard gebleven. Als je zelf zo royaal bedeeld bent, gun je het anderen ook meer. Ik zou het fantastisch vinden mocht Jeroen winnen, ik zou echt blij zijn. Omdat je niet langer met die dwanggedachte zit dat je blijkbaar niet goed genoeg bent.»

Olyslaegers «Ik heb een paar jaar geleden een knop omgedraaid. Ik wil nu een groter en breder publiek, ik wil een belangrijk onderwerp aanpakken, terwijl ik daarvoor al blij was dat ik uitgegeven werd en dat het boek er een beetje treffelijk uitzag. Maar frustrerend aan het boekenvak blijft wel dat boeken die niet meteen scoren, ook geen lang leven krijgen. Drie, vier weken lig je dan in de boekhandel, en wég is twee jaar werk. Daarom ben ik zo blij met de nominaties: je vroegere werk krijgt er een tweede kans door.»

HUMO Hoe schraap je de moed bij elkaar om na zo’n overweldigend debuut aan een tweede boek te beginnen, Lize?

Spit «Misschien door toch de illusie te hebben dat het nog beter kan? Of misschien dat het qua verkoop niet beter hoeft? Connie Palmen heeft heel veel mooie boeken geschreven, maar nooit haalde ze nog de gigantische oplages van ‘De wetten’ of ‘De vriendschap’. Maar in mijn hoofd zie ik het zwart-wit, moet ik toegeven: nu ook eens ervaren wat een dikke flop betekent (lacht).

'Waarschijnlijk zijn er geen niet-autobiografische boeken: als het je niet persoonlijk geraakt heeft, ga je je er toch niet in verdiepen?'

»Toen ik Bart Moeyaert eens tegen het lijf liep op de Thalys, zei hij me dat ik nu eigenlijk mijn derde boek moet schrijven, dat moet laten liggen, en dan mijn derde schrijven en als tweede laten uitkomen. Ik zou dat niet kunnen, er moet bij mij toch een noodzakelijkheid achter zitten, en ik heb voorlopig trouwens nog maar één boek in mijn hoofd dat ik graag zou schrijven, voor ik weer wat levenservaring voor nummer drie opdoe. Maar ik besef wel dat mijn tweede de klappen voor het eerste zal moeten opvangen.»

Olyslaegers «Ik heb net méér goesting gekregen. Ik ben gefascineerd door angst, ik denk zelfs dat ik daar vrij rationeel mee omga. Je moet alleen maar dingen doen waarvoor je bang bent, vind ik, anders wordt het nooit goed genoeg. Ik zit nu voor mijn volgende te wroeten in de 16de eeuw in Antwerpen: het lijkt een onoverkomelijke klus om die wereld op papier te krijgen, maar dat heb ik net nodig om te weten dat het iets kan worden. Om te kunnen genieten van mensen die het goed vinden. Ik kreeg net de Confituurprijs van de onafhankelijke boekhandelaars en dat raakte me toch sterker dan ik had gedacht. Ik heb dan wat alcohol nodig om dat ook te laten zien. Onnozel, nee? Ik ben het echt nog niet gewoon dat mensen zeggen dat ik een waardevol boek heb geschreven. (Stil) Onlangs was er iemand in de Delhaize die me vastpakte. Hij zei dat hij nog nooit een boek had uitgelezen, en nu ‘Wil’ aan het herlezen was. Daar was ik de rest van de dag niet goed van.»

Spit «Ik heb nog nooit een knuffel gekregen in de Delhaize (lacht). Maar jij bent duidelijk ook iets meer een knuffelbeer dan ik. Ik sta veeleer wantrouwend tegen te positieve reacties. Meent hij dat? Ik sluit me daar wat voor af, vind het al snel overdreven voor wat ik maar gedaan heb. Ik kan niet buiten Brussel komen zonder aangesproken te worden. ‘Klopt dat wel?’ vraag ik me steeds af. Nu, gelukkig heb ik niet veel last van mensen die hun leven aan me kwijt willen.»

HUMO Stefan Hertmans heeft een carrière lang bijzonder intelligente, uiterst erudiete en zeer slecht verkopende boeken geschreven tot hij, pas op zijn 65ste, plots een wereldhit scoorde met ‘Oorlog en terpentijn’.

Olyslaegers «Mag ik daarvoor tekenen? Dat is toch fantastisch voor hem? En je wíst het ook. Toen Tom Lanoye bezig was aan ‘Sprakeloos’, zei hij me eens dat hij bang was voor wat hij aan het schrijven was. Dan weet je dat er een groot boek zit aan te komen. Stefan vertelde dat hij was gestopt met lesgeven om dat ene boek te kunnen schrijven: ook dáár wist je dat er iets bijzonders op komst was. Ja, dat is mooi als carrière.»

HUMO Je had dan wel nog vijftien jaar in therapie gemoeten.

Olyslaegers (lacht) «Ja, misschien wel.»

Spit «Stefan vertelde me ooit dat hij vrienden heeft verloren met dat boek. Vrienden die er alleen blijken te zijn als je worstelt, en verdwijnen als je wél doorbreekt, omdat je dan te commercieel geworden zou zijn.»

Olyslaegers «Terwijl het net zo knap is dat hij een vorm heeft gevonden om dat grote publiek te bereiken, terwijl ‘Oorlog en terpentijn’ toch over alle mogelijke existentiële thema’s gaat. Ik had de illusie dat ‘Wil’ emotioneel wat verder van me af stond, maar ik maakte mezelf iets wijs: ik heb het onlangs als audioboek ingelezen, en na het fragment over de razzia’s op de Joden ben ik emotioneel gecrasht.»


Stoofvlees friet

HUMO De schrijver is het boek niet, maar hij kan het wel helpen of net in de weg staan. In dit geval hebben we aan de ene kant de frêle, wat mysterieuze jonge deerne; aan de andere de luid roepende activist die door een criticus ooit ‘sympathiek, maar bijzonder vermoeiend’ werd genoemd.

Olyslaegers (lacht) «Ik ben soms van het hemelbestormende soort, ik kan dat niet ontkennen. En toegegeven, ik creëer daar ook graag misverstanden rond. Ik voelde bij wat recensies ook de ondertoon van: tiens, die mens is ook in staat tot empathie met foute mensen. Maar het ene is verbonden met het andere. Ik had me waarschijnlijk nooit zo goed in een ander kunnen verplaatsen als ik met mijn maten geen soep was gaan uitdelen op de Groenplaats, niet in gesprek was geraakt met daklozen, en me nooit had afgevraagd wat ik in hun positie zou doen. Het is net door die ontmoetingen dat je empathie leert, en beseft dat dáárin een grotere subversieve kracht zit dan in klassieke rebellie. Want je beseft eindelijk dat je van den hond zijn kloten weet over die mensen. Zonder die soepbedeling zat ik waarschijnlijk nog in mijn ivoren toren.»

'Ik ben eerlijk gezegd wat geïntimideerd door het succes. Ik vraag me af of ik nu een boekhouder nodig heb.'

Spit «Jeroen kan het nogal uitleggen, nee? Ik luister altijd vol bewondering, en vind mezelf dan een jong, naïef wicht zonder veel levenservaring. (Lacht) Ik ben echt nog bleu, een kieken. En je moet dat niet ontkennen: de uitgeverij heeft daar gretig gebruik van gemaakt bij het in de markt zetten van m’n boek. Je moet als schrijver je boek mee de wereld in willen duwen. Jong meisje van anderhalve meter schrijft een boek van bijna 500 pagina’s, ‘zo dik als een wetboek en zo genadeloos als een beul’: dat was het haakje. Had ik er als een vrouwelijke Herman Brusselmans uitgezien, het leven van dat boek zou anders verlopen zijn. Dan was het gewoon een donker boek van een donker iemand geweest. Zo werkt het wel.»

HUMO In jullie boeken delen jullie een begrip en een fascinatie voor figuren die van dader slachtoffer worden en omgekeerd.

Spit «Dat zijn toch altijd de meest gelaagde en dus geslaagde personages? Ik heb al mijn daders laten zien toen ze ooit slachtoffer waren. Hoe ze uithalen naar anderen om te zien hoe die reageren op de pijn die ze zelf hebben gevoeld. Alleen bij Elisa heb ik dat niet gedaan, en ik vind haar de minst geslaagde figuur in het boek.»

Olyslaegers «Inhoudelijk zitten we daar op één lijn, ja. Het is daarnaast ook gewoon een goede techniek om je verhaal levendig te houden, om clichébeelden te vermijden.»

Spit «Louter slechte mensen bestaan ook bijna niet, de psychopaten uitgezonderd, en het lijkt me moeilijk het daarover te hebben.»

Olyslaegers «Moeilijk, maar het kan: ‘American Psycho’ van Brett Easton Ellis is zo’n boek. ‘De welwillenden’ van Jonathan Littell over de Holocaust is 800 pagina’s dik en die hoofdfiguur wordt maar heel summier psychologisch uitgelicht.»

HUMO In jullie beider recensies viel de referentie ‘clausiaans’. Sommige complimenten kunnen ook een molensteen om je nek worden, denk ik dan.

Olyslaegers «Ik vond het eerlijk gezegd vervelend, ja. Wat kun je daarop zeggen? Ja, ik maak deel uit van een lange traditie waarin ook Claus zit, dat is zo, maar daar houdt het ook op. Het lijkt me een gebrek aan verbeelding. Niemand heeft bijvoorbeeld de verwijzingen naar Dostojevski gezien, terwijl er nochtans meer dan een paar in zitten.»

Spit «Ik heb nog steeds niets van Claus gelezen, ik ga binnenkort beginnen omdat Behoud de Begeerte volgend jaar iets wil doen met mensen die voor het eerst Hugo Claus gaan lezen. Maar het adjectief ‘clausiaans’ valt wel heel snel. Het speelt zich af in een dorp, het is wat broeierig: juist, Claus!»

HUMO Zonder jullie rekening in extenso te willen maken: de dagen dat jullie geen nagel hadden om jullie gat te krabben, lijken me voorbij, nee?

Olyslaegers «Ik ben daar eerlijk gezegd wat door geïntimideerd, ik worstel met de vraag of ik nu een boekhouder nodig heb. Dimitri Verhulst is bijna failliet gegaan door de combinatie van zijn succes en een belastingsysteem dat het schrijverschap niet zo goed begrijpt. Dus ik maak me daar een beetje zorgen over. Het is mijn ding niet, dat aspect. Ik leef al twintig jaar lang van de ene opdracht naar de andere, tot ik – altijd in de maand maart – vaststel dat ik geen geld meer over heb. Ik weet zelfs niet of ik wel met geld kan omgaan, ik word daar zenuwachtig van. Mijn gang moet hersteld worden, dat gaat me 7.000 euro kosten. Dan denk ik: typisch, krijg ik een keer geld, dan is het zo weer weg (lacht).»

Spit «Ik woon hier al zes jaar, en ik ga voorlopig niet weg. Ik vind het wel een vervelend onderwerp. Mensen maken snel je rekening, maar ze vergeten dat je vijf, zes jaar met dat boek bezig bent geweest, en daar heel die periode niets mee verdiend hebt. Ik heb nog altijd geen afschrift gekregen met wat ik zal krijgen.»

'Als ik Jeroen bezig hoor, vind ik mezelf een jong, naïef wicht zonder veel levenservaring. Ik ben echt nog bleu, een kieken.'

HUMO Ik wil het wel even voor je uitrekenen, zo moeilijk is dat niet. Maar je kunt in elk geval verhuizen mocht je dat willen, geloof me.

Spit «Ik ben er echt niet in thuis. Ik heb jarenlang iedere euro moeten omdraaien. Als ik een nieuwe kroon op een tand nodig had, kon er een maand niet geschreven worden, want dan moest ik eerst werken tot ik 500 euro extra bij elkaar had. Vandaag nog: als ik zin heb in stoofvlees met frietjes en op de kaart zie dat het 17,5 euro kost, zal ik iets van 12 euro kiezen. Het is sterker dan mezelf. Ik kom ook niet uit een gezin dat het heel breed had, dus het is raar. Ook tegenover mijn familie en vrienden: ik trakteer nu altijd op café, omdat ik denk dat ook zij mijn rekening hebben gemaakt. Heel moeilijk vind ik dat. Ze gunnen het je wel, maar sommigen zullen ook wel wat jaloers zijn. Je wil jezelf blijven, het meisje dat elke euro omdraait, maar er zijn plots wel wat euro’s, tja.»

Olyslaegers «Je wordt in de loop der jaren overlevingskunstenaar. We hebben wel het ongelooflijke geluk gehad dat we destijds heel goedkoop een huis hebben kunnen kopen. Ik betaal 300 euro hypotheek af, omdat die dame per se aan ons, een schrijver en zijn lief, wou verkopen, en niet aan het koppel dat naast ons stond en een pak meer bood. Die mevrouw is daarna trouwens in lucht opgegaan: ik geloof nog altijd dat zij mijn beschermengel was. Het was de eerste keer dat mijn schrijven écht iets had opgeleverd (lacht). Ik had ook op de universiteit kunnen blijven, doctoreren of zo, maar dan zou ik zeer ongelukkig geworden zijn Ik geloof in een soort van samenzwering, dat bepaalde mensen de handen in elkaar hebben geslagen om mij gelukkig te houden met mijn schrijven.»


Dwangneuroses

HUMO Bij jou, Lize, denk ik dan weer dat schrijven een alternatief voor therapie was. Je blijft altijd heel erg op de vlakte over het autobiografische gehalte van ‘Het smelt’, maar zulke dingen verzin je niet zonder één en ander meegemaakt te hebben.

Spit (lacht) «Dat weet ik niet, maar is dat interessant? Moet je dat weten om het boek te kunnen lezen en appreciëren? Ik ontwijk die vraag nu al anderhalf jaar in de media, waarom denk je dat ik er nu plots op ga antwoorden? Ik heb met mijn ouders niet zo’n band waarin je alles op tafel kunt leggen: dit boek is dus ook een gesprek dat nooit gevoerd is – met mijn ouders, met mijn dorp, met de mensen die me toen omringden. En nu ben ik erover uitgepraat, het is voorbij, het zou misplaatst zijn om aan jou méér te vertellen dan aan hen. ‘Het smelt’ was een manier om iets te zeggen in en over een milieu waar mensen meer óver elkaar praatten, dan mét elkaar. Wat daar nu juist autobiografisch aan is, en wat verzonnen, is toch onbelangrijk?»

HUMO Tenzij je als lezer toch altijd iets dieper in het mysterie wil graven.

Spit «Ik had het verhaal beter vanuit het perspectief van een derde persoon geschreven, als oudere man of zo, maar toen ik dat probeerde, lukte het niet. Ik moest bij dat jonge meisje blijven om het boek waarachtig te laten zijn. Ik ben kennelijk toch een schrijver die een linkje met de werkelijkheid nodig heeft.»

HUMO Jeroen, jij komt uit een behoorlijk Vlaams-nationalistische familie. Wat me doet vermoeden dat ‘Wil’ ook een stuk autobiografisch is.

Olyslaegers «Ik dacht het eerst niet, nu denk ik dat je gelijk hebt. Ik zat midden in het boek toen we terug naar huis reden van een familiefeest, met mijn broer en mijn moeder op de achterbank. Ik had behoorlijk wat gedronken. Mijn lief reed, ik heb zelf geen rijbewijs. Op een bepaald moment zei mijn moeder iets – naar mijn gevoel – verontschuldigends voor de collaboratie van haar vader, mijn grootvader. Ik ontplofte, was niet meer voor rede vatbaar en begon op dat dashboard te kloppen met mijn vuisten. Ik was gechoqueerd door mezelf. Toen we thuiskwamen, nam mijn moeder me vast en zei: ‘Jongen, af en toe eens gaan wandelen, je zit te diep in je boek.’ Ze had gelijk, het zat veel dichter op mijn vel dan ik wou toegeven. Grootvader heeft me een heleboel roemrijke verhalen verteld, maar als ik begon te vragen naar de dingen die niet klopten, reageerde hij: ‘Gij hebt het niet meegemaakt, hoe zoudt gij het kunnen begrijpen.’ Dus in die zin is dit boek waarschijnlijk ook een antwoord op mijn vragen.»

Spit «Waarschijnlijk zijn er geen niet-autobiografische boeken: als het je niet persoonlijk geraakt heeft, ga je je er toch niet in verdiepen? Maar er is altijd schroom om het te zeggen, omdat je natuurlijk ook mensen gebruikt.»

HUMO Je zei ooit dat je andermans leed heb gebruikt om je boek te maken. Lul maar, denk ik dan, het was ook je eigen leed.

Spit «Deels wel, ja. Mijn zus heeft me de toelating gegeven over haar dwangneurose te schrijven. Maar daardoor breng ik haar wel in de openbaarheid, en dat vind ik lastig. Ook al wou ik daar heel graag over schrijven. Mijn schrijven is ook haast een dwangneurose, maar ik kan er nu van leven, terwijl zij nog steeds af en toe in dat dwangmatige hervalt. In mijn hoofd gaat het er soms aan toe zoals in die reclame voor chocomousse: een duiveltje op de ene schouder dat zegt ‘Schrijf het op, schrijf het op’, een engeltje op de andere dat vraagt: ‘Kun je dat nu wel maken tegenover je zus, je lief, je ouders?’ Ik zit met een fantastisch idee voor een nieuw boek, maar ook met de vraag of ik er bepaalde mensen niet te veel mee ga kwetsen. Ben ik te braaf, dan wordt het een kutboek. Ben ik te scherp, dan verga ik van schuldgevoel over wat ik mensen aandoe, ook al schrijf ik dan misschien een fantastisch boek.»

'Ik ben het echt nog niet gewoon dat mensen zeggen dat ik een waardevol boek heb geschreven. Onlangs was er iemand in de Delhaize die me vastpakte'

HUMO De schrijver is autonoom, zegt Connie Palmen daarop, zelfs al moet hij of zij daarvoor zijn familiebanden opofferen.

Spit «Ja, maar dan betaal je wel een prijs, nee? Je offert dan heel waardevolle dingen op voor je literaire ambities. Ik ben zover nog niet.»

Olyslaegers «Dat autobiografische is toch niet typisch voor schrijvers alleen? De manier waarop Bart Somers en Bart De Wever elk aan politiek doen, kun je toch ook alleen maar in het licht van de collaboratie van hun familie zien? We wanen ons onkwetsbaar, schermen veel dingen af, maar we zijn zo leesbaar als een boek. En steeds blijkt dat we veel complexer zijn dan we denken. Van rector Van Goethem hoorde ik net een verhaal dat, mocht ik het in ‘Wil’ hebben gebruikt, als totaal ongeloofwaardig weggezet zou zijn. In 1943, de kansen in de oorlog waren aan het kantelen, liepen een aantal tot dan zeer Duitsgezinde Antwerpse agenten, die nog mee razzia’s hadden gefaciliteerd, een nieuw café binnen in de Joodse wijk. Ze botsten op een groepje Engelse piloten, die op hun ontsnappingslijn naar Engeland aan het wachten waren. Wetende dat de toestand aan het draaien was, trakteerden ze die mannen in plaats van hen op te pakken. Er waren op dat moment ook veel mensen die plots het licht zagen en tot het verzet toetraden. Die gigantische complexiteit, daar leven schrijvers van.»

HUMO Jullie komen allebei uit dorpen, Viersel en Kontich, en zijn nu allebei stedeling, in Brussel en Antwerpen.

Olyslaegers «Ik heb Antwerpen nodig, ook al heb ik er altijd een haat-liefdeverhouding mee gehad. Het heeft me zeven jaar gekost vooraleer ik er mijn weg blindelings vond en normaal mensen ging groeten op straat. Brussel is ook fascinerend, Gent is een constante affaire – ik heb altijd het gevoel gehad dat iedereen elkaar constant neukt, daar (lacht). Antwerpen is cynischer, heeft ook een angstaanjagend gebrek aan zelfliefde, dat ze dan verstopt achter een dik vernis van arrogantie.»

Spit «Ik ben Brusselaar geworden, echt wel. In vergelijking met de anonimiteit die je hier krijgt, zijn Antwerpen en Gent toch eerder forse dorpjes. Ik wou ver weg van de plek van mijn jeugd, en na de filmschool ben ik blijven plakken. Ik vind het ook fijn dat het hier meertalig is, je voelt je altijd een beetje in het buitenland, op een positieve manier. Je wordt hier tot diversiteit gedwongen. Ik woon hier al tien jaar, en ik ontdek nog voortdurend nieuwe plekken. Zet al mijn buren hier op een rij tussen andere mensen, en ik zou ze er niet uit kunnen halen, en dat is goed. Maar ik weet dat ik binnen de vijf minuten kan rekenen op mijn beneden- en bovenburen, en dat is ook goed. Terwijl je in het dorp wel iedereen kent, maar toch alleen achter je muurtje in je klein kasteeltje woont, met al je geheimen binnenskamers.»

HUMO Weten jullie nog wanneer jullie schrijver wilden worden?

Spit «Ik was blij met mijn dagboekjes, met een limerick die de juffrouw zo goed vond en had doen wenen. Toen had ik al plezier in de erkenning van wat dan een talent blijkt te zijn. Maar vooral om het idee dat ik door dingen te observeren en op te schrijven, ze ook onder controle kreeg. Alsof mijn hoofd een gehaktmolen van indrukken was waar ik door te schrijven hamburgertjes van kon maken. Dat was er al als kind. Nu weet ik dat ik schrijver ben omdat ik nergens meer kan komen zonder me af te vragen of ik er iets mee kan doen voor een boek. Als meisje van 12 dacht ik ’s avonds in mijn bed vaak: ‘Ik ga het nog ver schoppen, ik heb iets wat me onderscheidt van de anderen.’ (schatert) Pretentieus, niet?»

Olyslaegers «Ik was 14, en we zaten in de auto. Mijn vader was geobsedeerd door steencirkels, wou iedere fucking steencirkel in Zuid-Engeland zien, en ik was een zenuwinzinking nabij. Toen kwamen we in Bath en als compensatie mocht ik daar de boekwinkel in. Ik kocht een biografie van Samuel Beckett, omdat ik die mens zijn kop zo fascinerend vond. Beckett bleek als jongeman de secretaris van James Joyce geweest te zijn. Ik zit op de achterbank, en ik lees wat Joyce over Beckett zei: ‘A young man with an itch to make, and nothing to say.’ Ik ben in tranen uitgebarsten, omdat ik mezelf daar zo erg in herkende. En ik heb inderdaad lang moeten wachten voor ik iets te zeggen had.»

HUMO Wie wint de prijzen?

Spit «Martin Michael Driessen de Fintro, Jeroen de Libris, hoop ik. Het heeft geen zin meer mij nog prijzen te geven, zowat iedereen in Vlaanderen heeft m’n boek al gekocht. Terwijl hun boeken nog meer publiek zouden mogen en moeten vinden.»

Olyslaegers «Dank je. (Stil) Fuck man, ik wil ze allebei winnen (lacht). Nee, serieus: die prijzen zijn een beetje poortwachters geworden, nu op televisie en radio alle boekenprogramma’s één na één verdwijnen. De shortlist en de prijs geeft je boek een leven dat veel andere goede auteurs moeten missen, en dat blijft toch ambetant en jammer.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234