De Tand Des Tijds: 'Big Trouble in Little China' (John Carpenter, 1986)

Humo presenteert: De Tand Des Tijds! In deze reeks waagt filmjournalist Erik Stockman zich één keer per week aan een rewatch van een grote klassieker, een geliefde cultfilm of een beroemde blockbuster. Waarbij onze man zich afvraagt: hoe heeft deze film de blikkerende hoektanden des tijds doorstaan? Vandaag: 'Big Trouble in Little China' van John Carpenter!

Deze zwaar miskende actieprent uit de jaren 80 vormt een prima test voor uw gevoel voor humor. Schuilt er een schelm in u, dan zal u ‘Big Trouble in Little China’ fantastisch vinden. Wie géén gevoel voor humor heeft, tja, die vindt hier doorgaans niks aan. Niet wij poneren dit, maar regisseur John Carpenter en hoofdacteur Kurt Russell in hun audiocommentaar op de dvd.

Eerlijk gezegd: normaal gezien luisteren wij nooit naar audiocommentaren, net zomin als we kijken naar achter-de-schermendocumentaires. Wij koesteren namelijk de illusie dat films op spontane wijze ontstaan, en hebben een hekel aan de gedachte dat er regisseurs, acteurs, cameralui en decorbouwers aan te pas zijn gekomen.

Maar voor de audiocommentaren van Carpenter en Russell maken wij graag een uitzondering: ‘t is altijd een genoegen om dit olijke duo al proestend en schaterend herinneringen te horen ophalen aan de geweldige films die ze samen hebben gemaakt (‘Escape From New York’, ‘The Thing’).

Op het audiocommentaar van ‘Big Trouble in China’ hoor je hen tussen de schaterbuien door meermaals herhalen dat het grote publiek de film indertijd niet snapte; ‘People didn’t get it.’ In 1986, het jaar dat ‘Big Trouble in Little China’ in de bioscopen uitkwam, verwachtte iedereen dat de film, over een truckchauffeur die in het magische Chinatown in San Francisco op zoek gaat naar zijn gestolen voertuig, een gigantische commerciële hit zou worden, maar geen kat ging kijken, waarna Carpenter zijn aspiraties om in dezelfde liga te spelen als James Cameron of Steven Spielberg voorgoed mocht opbergen.

De oorzaak van het debacle: ‘People didn’t get it.’ Iedereen verwachtte een gespierde actiefilm te zien in de stijl van ‘Rambo: First Blood Part II’, met een held – truckchauffeur Jack Burton – die als een soort Stallone door Chinatown zou denderen. Wat het publiek te zien kreeg, was een clowneske hoofdfiguur die de helft van de tijd geen snars begrijpt van wat er rond hem aan de hand is. Nadat hij in het begin van het avontuur de onvrijwillige getuige is geweest van een Chinese standoff tussen twee met uitplooibare vechtstokken gewapende straatbendes - ‘Oi! Huh! Ie! Ka-jáááá!’ - horen we Jack vertwijfeld uitroepen: ‘Alles wat ik weet, is dat die Lo Pan in het midden van die godverdomse steeg uit de ijle lucht komt vallen terwijl z’n maatjes rondvliegen en iedereen aan gort snijden! En hij staat daar gewoon en wacht tot ik met m’n truck recht door hem rij terwijl er licht uit z’n mond komt!’ Daar waar Rambo al brullend z’n machinegeweer zou laten ratelen, trekt Jack alleen maar grote ogen.

De film vertrekt van een geweldige premisse: diep onder Chinatown bevindt zich een eeuwenoud labyrint van krochten, onderaardse rivieren en gangenstelsels waar zich geesten, magiërs en monsters schuilhouden. Zelf hebben wij geen enkele moeite om in die premisse te geloven, maar wij behoren dan ook tot het slag mensen die tot op de dag van vandaag geloven dat onze kleerkast eigenlijk de toegangspoort vormt naar een demonische onderwereld (naar verse sokken grijpen is iedere ochtend weer een sidderende beproeving).

Maar toen wij ‘Big Trouble in Little China’ als kind voor ‘t eerst zagen, wisten ook wij met die rare Jack Burton geen raad. We hielden wel van de geheimzinnige atmosfeer - zodra Jack met z’n truck de nevelachtige steegjes van Chinatown binnenrijdt, is het alsof je een parallelle dimensie binnentreedt - maar zaten met verwondering te kijken naar die kurenmaker die, wanneer hij op een bepaald moment enkele kogels door het plafond jaagt, prompt een stuk van de zoldering op z’n hoofd krijgt, waardoor hij de helft van het grote eindgevecht mist.

‘De mensen hoopten een soort Indiana Jones te zien, maar ze zagen een clown,’ aldus Carpenter. Wanneer we vandaag – ouder, wijzer en boertiger geworden - naar ‘Big Trouble in Little China’ kijken, liggen we wél in een deuk. Jack die in de Hel van de Omgekeerd Opgehangen Zondaars terechtkomt en enigszins verschrikt ‘Oh boy’ stamelt; Jack die ‘Follow the leader!’ uitroept en prompt in de klauwen van de booswichten loopt: hilarisch. Die vreemde combinatie tussen actie en geinigheid was in ’86 ongezien, maar Carpenter was z’n tijd ook in een ander opzicht ver vooruit.

Lang voordat ‘Kill Bill’, ‘Crouching Tiger, Hidden Dragon’ en ‘The Matrix’ het martial arts-genre hip maakten, waagde Carpenter met ‘Big Trouble in Little China’ een vermetele poging om het grote publiek kennis te laten maken met de edele kunst van de kung fu. Helaas: ‘People didn’t get it’. Carpenter verwoordt het zo: ‘Ofwel ben je méé, ofwel denk je: oh-oh, wat in ‘s hemelsnaam is dit voor een film?’

Wij zijn mee. En u?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234