null Beeld

De Tand Des Tijds: 'Days of Heaven' (Terrence Malick, 1978)

Humo presenteert: De Tand Des Tijds! In deze nagelnieuwe reeks waagt filmjournalist Erik Stockman zich één keer per week aan een rewatch van een grote klassieker, een geliefde cultfilm of een beroemde blockbuster. Waarbij onze man zich afvraagt: hoe heeft deze film de blikkerende hoektanden des tijds doorstaan? Vandaag: 'Days of Heaven' van Terrence Malick. Licht, camera, háp!

Twee weken na het heengaan van Sam Shepard was gisterenavond de tijd aangebroken om nog eens te kijken naar ‘Days of Heaven’. En jawel hoor: wij hoefden nog maar één flardje te horen van die twinkelende muziek van Camille Saint-Saëns die regisseur Terrence Malick onder zijn begingeneriek heeft gezet, of er schoot al een traan weg uit onze linkerooghoek, péts tegen de ruit. ‘Days of Heaven’ – en let op, want in deze rewatch-review staan knoerten van spoilers - vertelt de droeve ballade van Bill (Richard Gere), zijn zusje Linda (Linda Manz) en zijn lief Abby (Brooke Adams).

In het begin van de film springen ze alledrie op een trein en reizen ze vanuit Chicago naar Texas. Zo leefden de Amerikaanse outcasts in het begin van de vorige eeuw: ze bleven lang genoeg in een stad rondhangen om enkele dollars te verdienen, wipten in hun katoenen hemden op het dak – ‘Komaan, hier is nog plaats!’ - van een goederentrein, en reden dagenlang door het uitgestrekte Amerikaanse landschap terwijl ze liedjes zongen en de fles lieten rondgaan, om tenslotte honderden mijlen verder God-weer-waar te arriveren. Bill en de meisjes komen samen met enkele tientallen andere hobo’s terecht op de boerderij van een rijke tarweboer, bij wie ze aan de slag kunnen als zakkenvullers, zoals men toen de mensen noemde die de oogst hielpen binnenhalen. En daar zien we hem voor het eerst staan, in het portaal van zijn hoge landhuis: Sam Shepard, in een wit hemd, bijtend in een appel, de pas aangekomen seizoensarbeiders rustig overschouwend.

In 1976, het jaar dat de camera’s draaiden, was Shepard in Amerika al een mythe – hij was de ster van de New-Yorkse theaterscene, een ultragetalenteerde toneelschrijver, de stem van een ontwortelde generatie, een intellectueel in cowboyboots, een rusteloze zwerver ook. In ‘Days of Heaven’ speelt hij de eenzame hereboer die de arbeiders aan het werk zet in zijn tarwevelden, waar ze zich voor drie dollar per schoof de pleuris werken: ‘Er school geen kwaad in hem,’ zo horen we Linda zeggen. ‘En als je hem een bloem gaf, bewaarde hij hem.’

Malick liet zijn camera alleen maar draaien tijdens het magic hour, wanneer de dag overvloeit in de nacht en de nacht in de dag, en het moet zijn dat de magiërs Malick bijzonder goed gezind waren, want voor de schoonheid van de oogstscènes bestaan geen woorden. De werkers op het veld, de halmen in het avondlicht, de met goud bespetterde wolkenhemel, de priester die de aren zegent, en daar dan nog eens die lyrische muziek van Ennio Morricone bij... ‘Badlands’, zijn debuutfilm, was al magnifiek, maar met ‘Days of Heaven’ flakkerde Malick nog hoger op, hoger dan de vurigste sterren. Dit moet echt één van de mooist gefotografeerde films ooit zijn, en we kunnen ons alleen maar voor het hoofd slaan dat we ‘Days of Heaven’ indertijd niet hebben opgenomen in onze persoonlijke Top 100 van de beste films aller tijden. De pracht van de natuur, de hardheid van het buitenleven, de dromen die mensen hebben, de liefde die ze voor elkaar kunnen voelen, de plaats van de mens in het universum, de Betekenis (en voor één keer mogen we de zware woorden gebruiken) van het Leven: Malick voelde het allemaal in zich, hij vátte het, en dankzij ‘Days of Heaven’ zien ook wij een glimp ervan. Maar Malick bleef in ‘Days of Heaven’ niet blind voor de wrede kanten van de mens, noch voor de verschrikkelijke rampspoed die de natuur soms brengt. Leugens, bedrog, het gevoel van verlies dat ons allemaal vroeg of laat staat te wachten, het feit dat er altijd gore klootzakken zullen zijn die je als stront behandelen: zoals de uitgehongerde sprinkhanen in de tweede helft van de film op de tarwevelden neerregenen, zo daalt de duisternis neer in het verhaal. Op het eind zijn de twee mannen dood, zijn de twee meisjes, nu elk afzonderlijk, weer op weg, en zijn de woorden van Bill - ‘Het wordt ooit anders, dat weet je toch, hé?’ – weggeblazen door de wind.

Na ‘Days of Heaven’ stopte Malick gedurende twintig jaar met het maken van films. Een reden voor die ietwat lang uitgevallen sabbat heeft hij nooit opgegeven, maar misschien vond hij dat alles wat hij te zeggen had, was gezegd. En zo, terwijl de avond valt, en vanuit de hoge plafondhoeken van onze schrijfkamer allerlei vreemde silhouetten en schaduwen tevoorschijn beginnen te springen, en terwijl we een baby horen huilen en door het open raam een uil horen krassen, denken we in de beneveling van de melancholie nog eens terug aan al die mooie beelden uit ‘Days of Heaven’, aan die ontroerende slotmonoloog van Linda Manz, en aan die zonderlinge Terrence Malick. En we gedenken Sam Shepard, die opnieuw zijn zwerversjas heeft aangetrokken. Hij springt op het dak van een trein, laat de wind door zijn haren spelen – ‘Montana, hier kom ik!’ - en kijkt naar de wilde paarden in het onmetelijke landschap waar hij zoveel van houdt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234