null Beeld

De Tand Des Tijds: 'Indiana Jones and the Temple of Doom' (Steven Spielberg, 1984)

Humo presenteert: De Tand Des Tijds! In deze nagelnieuwe reeks waagt filmjournalist Erik Stockman zich één keer per week aan een rewatch van een grote klassieker, een geliefde cultfilm of een beroemde blockbuster. Waarbij onze man zich afvraagt: hoe heeft deze film de blikkerende hoektanden des tijds doorstaan? Vandaag: 'Indiana Jones and the Temple of Doom' van Steven Spielberg. Licht, camera, háp!

Terugdenkend aan de eerste keer dat wij ‘Indiana Jones and the Temple of Doom’ zagen, is het net alsof we nog de lekkere (en zélf gekochte!) zuurtjes kunnen proeven die de hele tijd aan ons verhemelte plakten! Maar we herinneren ons ook hoe de verrukking, ons ingeblazen door die schitterende, op Cole Porters ‘Anything Goes’ getoonzette begingeneriek, langzaam maar zeker oversloeg in een gevoel van ontgoocheling. Iets in ‘Indiana Jones and the Temple of Doom’ stootte ons af, vervulde ons met onbehagen en maakte dat we die avond met een bedrukt gezicht en een getroubleerde ziel naast onze knuffel tussen de lakens kropen. Waren die eerste indrukken juist? Tijd voor een rewatch!

De openingsscène, met die razend spannende tête-à-tête tussen Indy en Lao Che (‘So it is true, you’ve found Nurhachi?’) blijft een weergaloos stukje cinema (geniale vondst: het draaiende tafelblad!), maar de fun wordt al gauw verstoord door de verschijning van één van de meest irritante sidekicks uit de geschiedenis van de cinema: die fucking Short Round met z’n fucking petje en zijn fucking ‘Okidoki, Dr. Jones!’. Misschien dat údie kleine ellendige Aziaat een hartvertederend schatje vindt, maar wij voelden een stekend verlangen naar die goeie ouwe Sullah uit ‘Raiders of the Lost Ark’. Een spectaculaire stunt met een als valscherm gebezigde gele rubberboot voert Indy, Short Round en de al even ergerlijke, voortdurend over gescheurde nagels klagende zangeres Willie (Kate Capshaw) naar – zo maken ook de sitarklanken op de soundtrack duidelijk - een armoedig dorpje in India, waar het gezelschap wordt omstuwd door luid weeklagende mannen en vrouwen. En het is hier, in dit oeroude, mysterieuze oord, waar de dorpsoudsten een beangstigend verhaal ophangen over een gestolen heilige steen en over een massale kinderrroof, dat een vreemde donkerte zich van het verhaal meester begint te maken. In Pankot Palace, waar Indy de steen hoopt te recupereren, kan er nog worden gegierd met het legendarische eetfestijn, maar zelfs de snake surprise en de chilled monkey brains kunnen niet verhinderen dat ‘Indiana Jones and the Temple of Doom’ meer en meer de schrikwekkende contouren begint te vertonen van een donkere angstdroom. Een met een geheimzinnige rode gloed gevulde tunnel voert onze vrienden naar een onderaardse tempel, waar ze vanop een richel getuige zijn van de intrede van één van de meest memorabele booswichten sinds Darth Vader: Mola Ram, een met een stierenschedel op z’n hoofd rondlopende opperpriester die in zijn eerste closeup net zo dreigend kijkt als Meneer Versick, onze wiskundeleraar uit het eerste middelbaar. Brrr!

Nooit zou Spielberg dichter komen bij het pure horrorgenre dan in die schokkende scène waarin Mola Ram – in een extreem geval van handtastelijkheid – zonder verdoving zijn wriemelende vingers in de borstkas van een arme stakkerd laat verdwijnen en met een indrukwekkende precizie het nog kloppende hart naar buiten rukt. ‘Een Thug-ceremonie,’ zo geeft Indy enige duiding vanop de richel. ‘Ze aanbiddden Kali.’ Het wonderlijke is dat de huid van die arme stakkerd na die ongewone cardiovasculaire ingreep meteen weer dichtgroeit: ‘He’s still alive!’ roept Indy verbaasd uit, en ook de hartspecialisten van het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis te Aalst fronsen de wenkbrauwen. Onmiddellijk hierna volgt een nog psychedelischer scène: terwijl die arme stakkerd onder luid gezang en dreigend tromgeroffel via een openschuifbaar luik in de stenen vloer wordt prijsgegeven aan de likkebaardende vuren van de Tempel van Doem, beginnen uit het door Mola Ram triomfantelijk omhooggehouden pulserende hart zowaar vlammen te schieten! Overigens zijn we tijdens de rewatch éindelijk te weten gekomen welk lied die Thugs tijdens die sinistere ceremonie staan te zingen. Vroeger leefden wij in de overtuiging dat ze, begeleid door het donderende ritme van die trommels, iets in ‘t Sanskriet ten gehore brachten, iets dat ongeveer klinkt als:

- Kloram! Kloram! Kloram, soebidam!

Nu, met behulp van een speciale app die je toelaat om - net zoals in de spionagefilms - de ruis en de achtergrondgeluiden weg te filteren en het gezang op de geluidsband te isoleren, zijn we er eindelijk achter gekomen wat die Thugs écht staan te joelen:

- Boterham! Boterham! Boterham, zoekt ‘m dan!

Waarna die arme stakkerd daadwerkelijk in een brandend toastbroodje verandert. En daar houdt de horror nog lang niet op. In één van de volgende scènes wordt de gevangen genomen Indy gedwongen om een teug te nemen van het bloed van Kali, waardoor hij in de zwarte slaap van de Kali Ma valt: ‘Je leeft nog wel, maar dan zoals in een nachtmerrie!’ Anders gezegd: zoals wanneer je reist in een treinwagon bomvol scouts. In een scène die wat ons betreft een heel klein beetje ruikt naar poëtische rechtvaardigheid, verkoopt de nu boosaardig geworden Indy zijn irritante Aziatische sidekick een stevige mep in de smoel, waarna zich in zijn stoppelbaard een half-kwaadaardige, half-verzaligde glimlach ontvouwt –ja, soms doet het deugd om je emoties eens vrij spel te geven. Nadat Indy uit de zwarte slaap is ontwaakt, wijkt de duisternis voor een lange routineuze afwikkeling: de rollercoasterrit met de mijnwagentjes, de finale confrontatie met Mola Ram op de touwbrug en de kleffe eindscène met de juichende kinderen. Alsof Spielberg het publiek dat samen met Indy door die beklemmende gruweltunnel is gereisd, wil belonen met wat puur crowdpleasend entertainment.

In ieder geval begrijpen we nu waarom we als kind een beetje afknapten op ‘Indiana Jones and the Temple of Doom’: dit is verdomd donker materiaal, donkerder dan de zwartste lucht. Maar deinsden we als ukken voor die duisternis terug, dan lieten we er ons tijdens de rewatch met onnoemelijk veel plezier door opslokken. ‘I understand it’s power now,’ zegt Indy tegen de dorpsoudsten wanneer hij hen die heilige steen teruggeeft. Krék wat wij denken over ‘Indiana Jones and the Temple of Doom’: ja, nu begrijpen we zijn kracht. Kali Ma! Kali Mááááááááá!!!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234