De Tand Des Tijds: 'Jacob's Ladder' (Adrien Lyne, 1990)

Humo presenteert: De Tand Des Tijds! In deze nagelnieuwe reeks waagt filmjournalist Erik Stockman zich één keer per week aan een rewatch van een grote klassieker, een geliefde cultfilm of een beroemde blockbuster. Waarbij onze man zich afvraagt: hoe heeft deze film de blikkerende hoektanden des tijds doorstaan? Vandaag: 'Jacob's Ladder' van Adrien Lyne. Licht, camera, háp!

De allereerste keer dat we ‘Jacob’s Ladder’ probeerden te beklimmen – we droegen nog babykleertjes - voelden we ons tot in ons diepste innerlijke wezen dooreengeschud. Tja: als je met heel je lichaam en je ziel bent afgesteld op topentertainment als ‘Indiana Jones and the Last Crusade’ en ‘Die Hard’, en ineens krijg je een door en door ontregelende, diepduistere en compleet ongrijpbare film als ‘Jacob’s Ladder’ te verwerken, dan voelt dat een beetje aan alsof een buitenaardse parasiet je bloedstroom binnendringt. Intussen hebben de babykleertjes plaatsgemaakt voor T-shirts van Ghost Rockers: hoogtijd om ‘Jacob’s Ladder’ eens aan een rewatch te onderwerpen.

In het begin waan je je in een oorlogsdrama zoals je die in de jaren 80 en 90 wel vaker te zien kreeg (‘Platoon’, ‘Full Metal Jacket’, de televisiereeks ‘Tour of Duty’), met helicopters die in het licht van de ondergaande zon boven de boomkruin van de jungle zoeven en met beelden van in kaki gestoken soldaten die in het kreupelhout wat tegen mekaar op zitten te lullen. Maar zodra de eerste schoten vallen – we zitten in de Mekong Delta anno 1971 – en je die ene soldaat om onverklaarbare redenen spastische bewegingen ziet maken, word je gewaar dat deze film dan toch niet helemaal in het oorlogsgenre thuishoort.

Flash forward naar enkele jaren later: soldaat Jacob (onder die jeugdige bos haar herkent u Tim Robbins uit ‘The Shawshank Redemption’) heeft Vietnam overleefd, maar lijkt het contact met de werkelijkheid te hebben verloren. Op de metro valt - in een scène die uit iets van David Cronenberg had kunnen komen - zijn oog op een bedelaar met een tentakel-achtig aanhangsel, en even later ontwaart hij, in één van de huiveringwekkendste scènes uit de hele film, een heleboel gezichtsloze fantoomgestalten die hem staan aan te staren vanachter de ramen van een voorbijflitsende trein; vooral die ene gedaante die, nog net voor de trein in de tunnel verdwijnt, een wuivend gebaar in zijn richting maakt, alsof hij Jacob een sinistere ‘Ik zie je nog wel, kerel!’-boodschap wil meegeven, joeg ons de stuipen op het lijf.

Wow, nog maar tien scènes ver, en de film heeft je al helemaal meegezogen naar het grensland tussen realiteit en nachtmerrie. De vraag is natuurlijk: zitten die demonen alleen maar in Jacobs hoofd? Werd hij tijdens de oorlog het slachtoffer van een experiment met chemische wapens? Of is er ergens in een parallelle realiteit een scheur ontstaan, waardoor die fantomen onze wereld zijn binnengeglipt?

De stijlvolle regie is van Adrian Lyne (‘9 ½ Weeks’), maar het verhaal kwam uit de koker van Bruce Joel Rubin, een nogal zonderlinge scenarist die ooit in een Tibetaans klooster woonde en in de jaren 60 een praktizerend aanhanger was van LSD-goeroe Timothy Leary. Ongelooflijk eigenlijk, dat dezelfde man die kort daarvoor het übermelige pottenbakkersdrama ‘Ghost’ had neergepend, ook zoiets verontrustends als ‘Jacob’s Ladder’ in zich had. Wat ons tijdens de rewatch opviel, is dat alles wat ons vroeger een beetje dooreenschudde en afstootte – en dan hebben we het vooral over die sinistere atmosfeer – ons vandaag net wist te captiveren.

Van sommige scènes kregen we het nog steeds benauwd – de demonische paringsdans! – maar tegelijk voeren die adembeklemmende taferelen je onweerstaanbaar mee op een onvergetelijke trip doorheen het voorgeborchte van de hellepoel. En het allermerkwaardigste is nog dat, hoe langer ‘Jacob’s Ladder’ duurt, hoe verder we de natuurlijke grenzen van het horrorgenre achter ons laten en hoe poëtischer en aangrijpender het verhaal van Jacob wordt. En hoe mooier de dialogen: ‘I’m not going anywhere. I’m right here. Close your eyes. See you in the morning.’

Achteraf kun je nog uren doorbomen over mogelijke betekenissen, maar in wezen doen die er niet toe: de duik in die hypnotiserende atmosfeer is mooier dan de zoektocht naar verklaringen. Neen, anno 2017 schudt ‘Jacob’s Ladder’ ons niet langer dooreen, maar weet de film ons vooral te ontroeren. Ik ga nergens naartoe. Ik ben hier vlak bij jou. Sluit je ogen. We zien elkaar morgen wel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234