null Beeld

De Tand Des Tijds: 'Johnny Got His Gun' (Dalton Trumbo, 1971)

Humo presenteert: De Tand Des Tijds! In deze reeks waagt filmjournalist Erik Stockman zich één keer per week aan een rewatch van een grote klassieker, een geliefde cultfilm of een beroemde blockbuster. Waarbij onze man zich afvraagt: hoe heeft deze film de blikkerende hoektanden des tijds doorstaan? Vandaag: 'Johnny Got His Gun' uit 1971!

Erik Stockman

Wist u dat soldaten die op het slagveld een granaat in hun richting horen komen - ‘Fwieeeeeeettt!!!’ – als in een soort oeroude primitieve reflex de foetuspositie aannemen en met hun handen hun genitaliën beschermen? Joe Bonham (Timothy Bottoms), vegeterend in een legerhospitaal met zijn hoofd in een wit verband, is één van die soldaten die de granaat hoorde fluiten. Zijn genitaliën zijn warempel gespaard gebleven, maar voor de rest is hij er verschrikkelijk aan toe: zijn armen en benen zijn foetsie, zijn gezicht weggeblazen.

Zijn longen werken nog en zijn hart pompt bloed, maar volgens de legerartsen is Joe niet langer in staat om te bewegen, te denken, te dromen, of om pijn en plezier te ervaren. ‘Hij voelt even weinig als de doden,’ zo horen we een dokter zeggen. ‘Tot op de dag dat hij hen zal vervoegen.’ Wat niemand doorheeft, is dat Joe wel degelijk bij bewustzijn is, en dat er in dat verminkte hoofd van hem radeloze gedachten rondwervelen: ‘Wat is er gebeurd? Waar ben ik? Het is hier donker...’

En zo, met een basispremisse die recht uit een horrorverhaal van Edgar Allan Poe had kunnen komen, begint ‘Johnny Got His Gun’, een film die samen met ‘Platoon’, ‘Born on the Fourth of July’ en ‘Paths of Glory’ mag worden beschouwd als één van de aangrijpendste antioorlogsfilms aller tijden. Wat doet een man die gevangen zit in zijn eigen lichaam en niet langer in staat is om te communiceren met de buitenwereld?

U krijgt het antwoord in één van de meest hartverscheurende scènes ooit gedraaid, namelijk die waarin Joe in gedachten wanhopig om zijn mama schreeuwt. Wanneer zijn aandacht niet in beslag wordt genomen door de rubberen buisjes die de verpleegsters nu en dan in zijn keel komen steken, zinkt hij weg in hallucinaties, droombeelden en herinneringen. Zo zien we hoe hij de laatste nacht voor zijn vertrek naar het front doorbrengt bij zijn liefje, en hoe hij als kind met zijn vader (Jason Robards) in een roeiboot in een zonovergoten meer een vislijntje uitslaat.

In een andere flashback vernemen we dat Joe, net als Jonathan Holslag en Joachim Pohlmann, geheel vrijwillig dienstnam in het leger: ‘Als je land je nodig heeft, moet je gaan!’ Tja: zolang ze niet in foetuspositie ergens in een modderige granaattrechter liggen, de handen voor de genitaliën geslagen, vallen er uit de monden van de krijgslieden altijd ronkende leuzen te noteren. Hoe dieper Joe wegzinkt in dat merkwaardige niemandsland tussen hallucinatie en realiteit, hoe surreëeler de film wordt.

Zelfs die goede oude Jezus Christus duikt op, en dan nog wel in de gedaante van een bebaarde Donald Sutherland. In één van de meest cynische scènes zien we hoe Joe een gesprek voert met Christus terwijl die in zijn timmermansatelier de witte kruisen voor de soldatengraven staat te vervaardigen. Hilarisch detail: nadat enkele werklui de reeds afgewerkte kruisen in een vrachtwagen hebben gestapeld, zet Christus nog gauw even zijn paraaf op de bestelbon.

De Heiland duikt ook op in één van de machtigste beeldkaders die we ooit hebben gezien: Christus die al tierend en brullend de locomotief bestuurt van de trein die de soldaten naar het front voert. Deze zielsaangrijpende langspeler is het werk van Dalton Trumbo, de beruchte schrijver, scenarist en regisseur die tijdens de anti-communistische heksenjacht in de jaren 40 en 50 op de zwarte lijst van Hollywood stond en met ‘Johnny Got His Gun’ zijn eerste en enige film regisseerde.

In 1971 ging geen kat kijken, maar ‘Johnny Got His Gun’ kreeg een tweede leven dankzij – het kan verkeren –de leden van Metallica, die in hun videoclip bij het machtige ‘One’ (niet toevallig een antioorlogssong) hele scènes uit de film verwerkten. Geinig weetje: ten einde te vermijden dat ze telkens als de clip ergens werd vertoond royalties moesten betalen, kocht Metallica dan maar de rechten op de hele film.

Het einde van de film – spoiler op komst! - is gitzwart: Joe vindt uiteindelijk een manier om met de buitenwereld te communiceren, maar in plaats van naar hem te luisteren zijn de legerofficieren er als de kippen bij om hem een injectie te geven en om hem te doen wegzinken in de afgrondelijke stilte van de verdoving. Nu hij zich kan uitdrukken, is Joe immers een té levend bewijs geworden van de oorlogswaanzin.

Nog lang na de aftiteling van dit verpletterende meesterwerk blijven de laatste woorden van de soldaat nagalmen in de ziel: ‘Als ik armen had, dan kon ik zelfmoord plegen. Als ik benen had, dan kon ik weglopen. Als ik een stem had, dan kon ik praten en mezelf op één of andere manier gezelschap houden. En ik zou God om hulp kunnen roepen. Maar er is geen God. Niet op deze plek.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234