null Beeld

De Tand Des Tijds: 'The African Queen' (John Huston, 1951)

Humo presenteert: De Tand Des Tijds! In deze nagelnieuwe reeks waagt filmjournalist Erik Stockman zich één keer per week aan een rewatch van een grote klassieker, een geliefde cultfilm of een beroemde blockbuster. Waarbij onze man zich afvraagt: hoe heeft deze film de blikkerende hoektanden des tijds doorstaan? Vandaag: 'The African Queen' van John Huston. Licht, camera, háp!

Als je aan één van die films begint die in de naslagwerken als grote klassieker staan geboekstaafd, dan zijn er, zo leert onze kijkervaring ons, grofweg twee mogelijkheden. Ofwel heb je aldoor het gevoel dat je naar een film ‘van toen’ zit te kijken; naar een monument dat zichtbaar uit een ander tijdsgewricht stamt. Dit zijn de klassiekers waarvan we de onmiskenbare mottenballengeur minzaam glimlachend wegwuiven met een relativerend ‘Maar weet je, in zijn tijd was dit echt wel een goeie prent, hoor!’ Ofwel krijg je het gevoel dat je net níet naar een relikt uit het verleden zit te kijken, maar naar een film die – ondanks die zwartwitbeelden of die gedateerde kostuums - nog steeds very much alive and kicking is en doorheen het ruimtetijd-continuüm zijn urgentie heeft weten te bewaren. ‘The African Queen’ behoort tot de eerste categorie.

De plot komt er in essentie op neer dat je anderhalf uur zit te kijken naar Humphrey Bogart en Katharine Hepburn in een gammel bootje op een rivier in Belgisch Congo. Hij is een meestal beschonken schipper die voor rekening van ‘them Belgians’ goederen over de rivier transporteert, zij is een stijfdeftige Britse evangeliedienares die na een raid van Duitse soldaten – we schrijven 1914 - haar broer verliest. En er zijn geen twee grotere tegenpolen denkbaar: zij meent dat we door de Almachtige op de aarde zijn neergezet met als doel de natuur te overstijgen; hij is van oordeel dat een borreltje nu en dan perfect deel uitmaakt van de menselijke natuur. Het botst, het wringt, het knettert, zij overhaalt hem om zijn boot, de African Queen, om te bouwen tot een reusachtige torpedo zodat ze een in de buurt patrouillerende Duitse oorlogsbodem kunnen vernietigen, en op een gegeven moment geven ze elkaar – in een mooie scène - de shutupkiss.

Weetje: terwijl de meeste films uit die periode gewoon in de studio in Hollywood werden opgenomen, trok de ploeg van ‘The African Queen’ écht op locatie in Congo. De openingsscène is vrij grappig: Hepburn die in een kerkje middenin het oerwoud met een hemelsbrede hoed op haar hoofd voor een publiek van halfnaakte zwarten tekeergaat op een orgel (let op de speren die de inboorlingen voor de gelegenheid aan de ingang hebben achtergelaten). En die scène wordt nog grappiger wanneer men weet dat er vlak naast Hepburn, maar net buiten beeld, een emmer stond waar de actrice tussen de opnamen door kotsend boven moest gaan hangen: net als de rest van de crew leed ze immers aan buiktyfus. De enigen die gespaard bleven, waren Bogart en regisseur John Huston: die twee notoire zuipschuiten waren zo verstandig om van het lokale drinkwater af te blijven en om uitsluitend whisky te slempen. Of hoe alcoholisme soms ook voordelen kan hebben. En mocht u zich nu afvragen op welke manier de grote John Huston zijn stempel op de film heeft gedrukt, dan dienen we onmiddellijk te zeggen dat de cineast meestal niet eens op de set aanwezig was. Als we ‘White Hunter, Black Heart’ mogen geloven, het beruchte boek dat co-scenarist Peter Viertel over de opnamen schreef, en dat in 1990 werd verfilmd door Clint Eastwood met Clint himself als regisseur ‘John Wilson’, trok Huston zich geen bal aan van de film en was hij eigenlijk naar Congo afgereisd met één enkel doel: een olifant neerknallen. Geen idee of Huston uiteindelijk met een olifantenkop naar Los Angeles is teruggekeerd, maar wat ons betreft is ‘The African Queen’ niet gevrijwaard gebleven van het onverbiddellijke malen van de slagtanden des tijds.

Ziehier een film waarvan de filmstijl, de muziek, de humor (Bogeys rommelende maag!) en zelfs het zo vaak bewierookte spel van de twee hoofdacteurs allemaal wijzen op de enorme verschillen tussen de cinema van toen en die van nu. En toch zal dit altijd een klassieker blijven. Want terwijl ‘Ace in the Hole’, ‘A Streetcar Named Desire’ en ‘Strangers on a Train’ – drie films uit datzelfde jaar 1951 – grandioos boven de nevelen van hun tijd uitstijgen, zit ‘The African Queen’ veilig en wel ingekapseld in een tijdscapsule, waar geen enkele review, positief of negatief, hem nog kan raken. Het bootje van Bogey en Hepburn zal wel voor eeuwig verder blijven varen, in zijn eigen stroom en op zijn eigen golfslag. Soms hoor je de motor sputteren, maar geen nood: gewoon nu en dan met beide voeten hard tegen de ketel stampen om het ijzerroest los te maken, en we kunnen weer verder. Down the river we go!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234