DE TAND DES TIJDS

De Tand Des Tijds: 'The Fly' (David Cronenberg, 1986)

Humo presenteert: De Tand Des Tijds! In deze reeks waagt filmjournalist Erik Stockman zich één keer per week aan een rewatch van een grote klassieker, een geliefde cultfilm of een beroemde blockbuster. Waarbij onze man zich afvraagt: hoe heeft deze film de blikkerende hoektanden des tijds doorstaan? Vandaag: 'The Fly' van David Cronenberg!

Telkens we in de spiegel kijken, is er iets verdwenen of bijgekomen. Daar! Dat beginnende Trappist-Westmalle-buikje! Daar! Die steeds groter wordende uitbarsting van grijze haarpuntjes op onze slapen! En daar! Die afbrokkelende hoektand! Leken we twee jaar geleden nog op de Richard Gere uit ‘American Gigolo’ (1980), dan lijken we vandaag al wat meer op de Richard Gere uit ‘An Officer and a Gentleman’ (1982). Verdomme! Er is geen ontkennen aan: het verval is ingezet.

Om er onszelf van te overtuigen dat het nog altijd erger kan, hebben we nog eens gekeken naar David Cronenberg’s ‘The Fly’: niet alleen één van de beste horrorflicks uit de jaren 80, maar tevens een film die in al z’n celkernen handelt over iets waar niemand van ons – zelfs Brad Pitt niet - aan kan ontsnappen: fysieke aftakeling.

De geweldige openingsmuziek van componist Howard Shore – terwijl we dit opschrijven zitten we naar de soundtrack te luisteren! Op vinyl! – zuigt ons binnen in het universum van Seth Brundle (de fantastische Jeff Goldblum), een wetenschapper die een manier heeft gevonden om objecten van de ene plek naar de andere te teleporteren. Na een geslaagd experiment met een baviaan besluit hij om zijn uitvinding op zichzelf uit te proberen, maar terwijl hij van de ene telepod naar de andere flitst loopt er iets verkeerd.

Het loont hierbij de moeite om op te merken dat Brundle tot het dramatische experiment overgaat in een dronken bui van jaloezie: als zijn lief (Geena Davis) enkele uren eerder niet zo geheimzinnig had gedaan over haar relatie met haar hoofdredacteur, dan was er geen vuiltje aan de lucht geweest. Maar het gaat dus fout: Brundle is in de telepod op moleculair-genetisch niveau een fusie aangegaan met een ordinaire huisvlieg, waardoor hij langzaam begint te transformeren.

De eerste effecten van de transformatie bevallen hem wel: hij ontwikkelt een herculische kracht, is plotseling in staat om als een volleerd turner rond een rekstang te wervelen, en ontpopt zich tot een onvermoeibaar seksbeest met een libido om U tegen te zeggen (met de u van uren aan een stuk). Maar net wanneer Brundle begint te denken dat de teleportatie hem heeft uitgezuiverd tot een betere ik, duiken de eerste ongemakken op. Er groeien ijzerharde haren uit zijn rug, op zijn gezicht verschijnen wel héél verdachte donkere vlekken, en in het café dropt hij afschrikwekkende hoeveelheden suiker in zijn koffie.

En ook: hij begint een beetje te stinken. In 1986 was men er – overigens tot ergernis van Cronenberg, die het absoluut niet zo had bedoeld – als de kippen bij om in de verschrikkelijke aftakeling die Brundle ondergaat een metafoor te lezen voor de ziekte aids. Begrijpelijk: aids was in die tijd een betrekkelijk nieuw fenomeen, Rock Hudson was er nog maar een jaar eerder aan overleden, in de media verschenen geregeld schokkende foto’s van graatmager geworden patiënten. Maar nu die maatschappelijke aids-context een beetje is weggevallen, kunnen we ‘The Fly’ – eigenlijk de remake van een genietbare prent van Kurt Neumann uit de jaren 50 - eindelijk ervaren zoals Cronenberg het oorspronkelijk had bedoeld: als een metafoor voor het onomkeerbare proces van de ouderdom.

Uiteraard valt er in allereerste instantie lekker te rillen: zo trakteert Cronenberg ons op een charmante scène waarin Brundle achtereenvolgens een eigen voortand en een eigen vingernagel uittrekt, steeds mét bijpassende griezelige geluidseffectjes. Iets verderop in het verhaal komen we te weten dat vliegen zich voeden door etenswaren met hun eigen braaksel vloeibaar te maken – een eigenschap die Goldblum zich indrukwekkend eigen heeft gemaakt. Die voedingstechniek – de ‘vomit drop’, zoals Brundle het noemt – leidt trouwens tot één van de weerzinwekkendste scènes uit de hele film, namelijk die waarin Brundle enkele lichaamsdelen van bovenvermeldde hoofdredacteur verorbert. ‘The Fly’ biedt dus puik gruwelvertier, maar er is meer.

Zoals álle goeie horrorfilms, plugt Cronenberg op een dieper liggend niveau rechtstreeks in op de angsten die velen onder ons ‘s nachts wakker houden – de angst voor de ouderdom, voor de verflensing van de huid, voor de teloorgang van de schoonheid, de angst ook om de controle over ons eigen lichaam te verliezen. De tragedie die Brundle overkomt, overkomt ons allemaal, en precies dit laatste maakt van ‘The Fly’ een universele en tijdloze langspeler; een film die je op de één of andere manier de indruk geeft dat je naar een groteske natuurdocumentaire zit te kijken. En als u ons nu wil excuseren: wij gaan onze buurvrouw naar binnen werken. Met behulp van de kotsdrop uiteraard.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234