De terribelste toeristenverhalen: 'De GPS zei: rij hier de supermarkt in. Dus dat deed ik'

Ondergetekende kan meespreken van vakantiepech. Dat gaat van driemaal in dezelfde drol trappen bij het inladen van de auto (shit!shit!shit!) tot een kind dat ongezien op zijn kousen blijkt te zijn ingestapt, een lichtzinnigheid die pas een halfuur later wordt vastgesteld (‘waar zijn uw schoenekes, jongen?!’) en dus weer back home terwijl de kop al gloeiend op vakantie staat! En dan spreken we nog niet van onze triomfantelijke terugkeer uit het tankstation Rumst. Zeventien kilometer gereden, sissende stoom uit de motorkap, waterkoeling stuk en dus met de takelwagen weer huiswaarts. Vaut le détour! Maar het kan allemaal nog veel erger en hilarischer, getuige deze bloemlezing van krantenknipsels vol vakantieleed.

(Verschenen in Humo 3543 op 28 juli 2008)

'Ja hoor: Fawlty Towers bestaat écht – en nog wel in Torquay, het badplaatsje waar ook de serie zich afspeelt. Een verbouwereerde gast: ‘Toen ik vroeg of ik wat fruit bij mijn ontbijt kon krijgen, brulde de eigenaar dat ik onmiddellijk het hotel moest verlaten!'


Geloofd zij de GPS!

Het begint al bij het boeken van de reis. Zo kwam een Brits koppel dat last minute-tickets gekocht had voor het bruisende Sydney niet down under terecht, maar wel up north in Sydney, Canada. Inwonertal 25.000, en vooral bekend vanwege zijn gesloten staalovens en steenkoolmijnen. Naar eigen zeggen roken de twee toeristen pas onraad toen ze onderweg moesten overstappen op een toestel voor vijfentwintig personen: ‘Het leek ons nogal sterk dat zo’n vliegtuigje helemaal naar Australië zou gaan.’

De 21jarige Duitser Tobias Gutt maakte een spelfout toen hij via het internet zijn ticket wilde bestellen: in plaats van ‘Sydney’ tikte hij ‘Sidney’ in. De reis bracht hem van Berlijn helemaal naar Portland in het noordwesten van de VS. Daar moest hij plaatsnemen in een klein propellervliegtuig ‘dat obscure dorpjes als Missoula, Helena en Billings aandeed’. Die obscure plaatsjes waren in werkelijkheid wel steden met 25.000 tot 100.000 inwoners, maar dat kon niet verhinderen dat hij onderweg was naar Sidney, Montana (5.000 inwoners en hoofdzakelijk suikerbietenindustrie). Het grote Sydney lag nog eens 14.000 km verderop, en voor die bestemming moest de ‘slechtste toerist aller tijden’ een nieuw ticket nemen. De nieuwe technologie kan een mens in de steek laten, maar hetzelfde kan ook gebeuren met al te oude reisgidsen.

Al heel zijn leven had de 79-jarige Amerikaan Hank Edwards gespaard om Duitsland te kunnen bezoeken en toen het in 2004 eindelijk zover was, ging hij met een huurauto op excursie in de buurt van Bayreuth. Aan boord: een stokoude gids annex wegenkaart uit 1914. Die had zijn vader zaliger ooit voor hem gekocht, en Hank was heel zijn leven gefascineerd geweest door dat mooie druksel. Dat een streek flink kan veranderen na twee wereldoorlogen en een recente herbebossing mocht hij aan den lijve ondervinden: hij kwam in een dicht woud en een zuigende modderpoel terecht, en werd twee dagen later gezond maar enigszins verbijsterd teruggevonden door een reddingsploeg van de politie.

Een andere Amerikaan in Duitsland nam zijn gps al te letterlijk en reed in Beieren ‘dwars door de glazen deuren van een supermarkt’. De auto kwam pas tot stilstand tegen de winkelrekken. De 68-jarige gate crasher zei dat hij de ‘streek niet kende en dus blindelings op zijn navigatiesysteem had vertrouwd’.

Hetzelfde blinde vertrouwen speelde een buschauffeur en vijftig Britse toeristen danig parten. Ze waren onderweg naar de feeërieke kerstmarkt in het Franse Lille, maar kwamen in het Kempense Lille terecht. Enige alerte reizigers hadden onderweg al gemord (‘daar staat een wegwijzer naar Eindhoven!’), maar de chauffeur had niet willen luisteren: ‘Wie ben ik om te twijfelen aan mijn gps?!’ Toen ze in het dorp (zonder één kerststal) aankwamen, maakten ze zonder uit te stappen rechtsomkeert. Uren later kwamen ze toch aan in de Franse stad, ‘waar men zojuist bezig was de kerstmarkt af te breken’. Op de sombere terugweg naar Groot-Brittannië reed de chauffeur zich vast onder een te lage brug.

Bussen oefenen blijkbaar een fatale aantrekkingskracht uit op Pech & Ongelukken, dat ondervond ook een groep onfortuinlijke Nederlanders. Hun touringcar kwam in het zuidoosten van Zwitserland vast te zitten op een besneeuwde weg. ‘De bus was bij een slipmanoeuvre dwars over de weg gaan staan en blokkeerde het verkeer. De chauffeur vroeg aan de passagiers om uit te stappen en te helpen duwen. Wat niet lukte. Kort daarop ging de bus, allicht onder invloed van de trillingen van de neutraal draaiende motor, zonder bestuurder toch aan het rijden. Het voertuig nam snelheid, ramde enkele auto’s en stortte vervolgens in een 200 meter diep ravijn, waar sparren zijn val braken. Drie passagiers die in de bus waren blijven zitten, werden als bij wonder slechts lichtgewond.’


Korte lontjes

Je zou het nooit verwachten, maar zelfs op een luchthaven kunnen passagiers de dieperik ingaan. Dat overkwam een Belgisch gezin dat enkele weken geleden incheckte aan één van de vele balies op Schiphol. Van ‘een ogenblik onoplettendheid’ maakte de vijfjarige zoon gebruik om op een aanpalende onbemande balie te kruipen. De kleuter kwam via de weegschaal en de aanloopstrook op de rollende band terecht en zette koers richting bagagekelder. Zijn ontstelde moeder en een omstander snelden toe, klommen ook op de band, maar kwamen te laat en tuimelden met het kind in de bagagekelder. Allen bleven ‘wonderwel ongedeerd’.

En dan was er nog die Antwerpse vrouw die wilde inchecken richting Benidorm en die ‘een gigantische doos bij haar bagage had staan’. Navraag van de reisleidster leerde dat het haar televisie betrof. Ze wilde haar eigen toestel meenemen ‘want op die Spaanse tv in de hotelkamer zou ze de vtm nooit kunnen vinden.’

Dat op een luchthaven allerminst gelachen wordt met grapjes over bommen en ander wapentuig is al lang geweten (het is ook flink strafbaar), maar nog altijd zijn er diehards die het joken niet kunnen laten. In één geval liep de factuur op tot 25.000 euro. Een veertienjarige scholier die vakantiewerk deed bij een cateringbedrijf nabij de luchthaven had ‘uit balorigheid’ op een servetje geschreven: Bomb On Airplane. Het servetje belandde in een maaltijdbox en zo op de schoot van een passagier op de vlucht Eindhoven-Londen. Die waarschuwde stante pede de stewardess, de piloot maakte een bocht van honderdtachtig graden en zette het toestel met de achtenzestig inzittenden weer aan de grond in Eindhoven. De bom werd niet gevonden, de scholier wel, en de KLM eiste zo’n hoge schadevergoeding omdat de gedupeerde reizigers noodgedwongen een nacht in een hotel hadden moeten slapen.

Ook Zaventem was vier jaar geleden het toneel van een uit de hand gelopen grap. Een Waals-Brabantse toerist zat op een vliegtuig dat vertraging had bij het opstijgen en stuurde een sms’je naar zijn vriendin: ‘De gijzeling is nog niet voorbij.’ De vrouw nam het bericht ijselijk ernstig, belde in paniek de politie en die bracht antiterreur-eenheden in stelling. Het toestel kon uiteindelijk pas met zeven uur vertraging vertrekken. Twintig van de tweehonderd reizigers verkozen ‘vanwege de commotie’ niet meer af te reizen. Factuur: onbekend.


Kind vergeten

En dan is er de snelweg! Slingerend lint van lekke banden, eindeloze files, verkeerd genomen afritten en struikrovers op zuiderse parkings die het op de argeloze vakantieganger gemunt hebben. Hoort ook in het rijtje thuis: het vergeten gezinslid! Het overkwam een Zweeds ouderpaar dat onderweg was naar het Zuiden. Op de snelweg naar Salzburg waren ze bij een Raststätte gestopt voor een plaspauze. Hun dochtertje lag te slapen op de achterbank en werd rustig duttend achtergelaten. Tijdens die korte afwezigheid werd het kind echter wakker en ging het op zoek naar zijn ouders. Die waren intussen weer bij de auto ‘en zetten hun reis nietsvermoedend voort’. Pas driehonderd kilometer verder werd de afwezigheid opgemerkt. De politie kon het kind ‘na enig zoekwerk’ terugvinden.

Oostenrijk lijkt wel een patent te hebben op verdwijnende reizigers. Een Britse toerist had aan de Italiaans-Oostenrijkse grensovergang niet gemerkt dat zijn vrouw van het wachten en aanschuiven gebruik had gemaakt ‘om even naar het toilet te gaan’. De man reed de grens over en ontdekte pas 150 km verder dat hij alleen was in de auto.

Een gezelschap Oude Belgen kreeg in Frankrijk te maken met hetzelfde fenomeen. Op een parking langs de A7 werd de 87-jarige Madeleine achtergelaten door haar 88-jarige broer Ferdinand, ‘die met een vriend voorin zat’. Het drietal was gestopt voor een kopje koffie. Toen de vrouw zag dat ze haar handtas vergeten was, stapte ze opnieuw uit om het verloren voorwerp te gaan halen. Ferdinand ging echter ‘zo op in de conversatie met zijn meereizende vriend’ dat hij niets merkte. Pas na een goed uur ‘en de hulp van een vriendelijke gendarme die me uitlegde hoe ik mijn gsm in Frankrijk moest gebruiken’ kon de nog immer babbelende Ferdinand tot stilstand worden gebracht. De 88 jarige Madeleine was ‘geen moment ongerust geweest’ en nam haar broer ook niets kwalijk: ‘Ik ben nogal discreet als ik achterin zit. Hij heeft gewoon niets gemerkt.’


Mister Fawlty

Aangekomen in de met zorg uitgekozen verblijfplaats kan het toch gebeuren dat niet alles loopt zoals het in de brochures en op de websites te zien was. Je zal maar logeren in een hotel met een constant draaiende grieventrommel! Zo meenden honderddrieëntwintig Vlamingen in 2003 een fijne skivakantie door te brengen in het Zuid-Franse La Norma, maar hun low budget-studiohotel was zelfs bij nacht niet in staat om één ster te halen. De elektriciteit liet het afweten, de eetzaal stond onder water en in de keuken liepen muizen tussen het eten: ‘We vonden ook geroosterde muizen in de oven!’ Er waren dertien (!) personeelsleden, die één voor één opstapten uit protest tegen hun arbeidsomstandigheden. Vooral het vertrek van de kok ging niet onopgemerkt voorbij, hij liet de gasflessen leeglopen ‘zodat er geen warm eten meer gemaakt kon worden’. Tot overmaat van ramp was het hotel overboekt ‘zodat de studio’s overvol zaten en sommige gasten in de kelder moesten gaan eten’.

Die harde Fawlty Towers-reality brengt ons naadloos bij het Britse badplaatsje Torquay en het Gainsboro Hotel aldaar, waar een scène plaatsvond die zo uit de tv-serie had kunnen komen. Hotelklant Roger Rixon had gevraagd of hij ‘wat fruit’ bij zijn ontbijt kon krijgen. Dat kon niet, volgens de eigenaar. Rixon bleef aandringen, en toen was de maat plots vol: ‘De eigenaar brulde dat ik onmiddellijk het hotel moest verlaten! Ik schrok zo van zijn hysterische reactie dat ik daadwerkelijk mijn koffers heb gepakt. Mán, die kerel was nog gekker dan Basil Fawlty!’

Ook in het nabijgelegen Newquay speelde zich een déjà vu af. Sally Burchell had samen met vijftig collega’s het sjieke Atlantic Hotel afgehuurd voor een feestje. Ze spendeerden er honderden euro’s, maar toen Sally een glas kraantjeswater vroeg, werd het haar geweigerd. Onthutst schreef ze achteraf een klachtenbrief. De reactie van eigenaar Anthony Cobley was zo mogelijk nog onthutsender: ‘Mevrouw! Laat mij u vertellen hoe de moderne wereld in elkaar zit. Ik koop water van de watermaatschappij. Ik koop glazen. Ik voorzie de gasten van een luxueuze omgeving waarin ze dat water kunnen drinken. En U vindt dat ik dat alles maar gratis ter beschikking moet stellen?!’ En op haar opmerking dat ze het hotel mogelijk niet meer zou boeken: ‘Ach ja, gasten die alleen maar water drinken en dan nog klagen dat ze daarvoor moeten betalen, die kan ik best missen!’

Dat dezelfde geest kan overwaaien naar het vasteland ondervonden de gasten van het vijf(!)sterren hotel Oriental Palace in het Nederlandse Breukelen. Het hotel werd op een weekdag failliet verklaard, maar om de gasten ‘niet te derangeren’ mocht het personeel de zaak nog twee dagen draaiende houden. Tegelijk had de curator echter een aantal kleine schuldeisers ingelicht dat hun facturen allicht niet meer betaald zouden worden, en dat ze dus maar beter hun schulden konden vereffenen door ‘zaken in natura te komen ophalen alvorens de fiscus er beslag op legt’. Het gevolg was een chaos waarin de Marx Brothers met graagte een hoofdrol hadden gespeeld: ‘In één van de vier restaurants werden de gasten aangemaand zich snel te bedienen van het Japanse hapjesbuffet, want zo meteen zou het hele buffetmeubilair mét de resterende hapjes worden opgehaald.’ Business as usual moet de baliebediende niettemin gedacht hebben, want in de grote hall werden nog steeds nieuwe gasten verwelkomd ‘terwijl achter hun rug bedden, tv’s, kasten, servies en staande lampen werden buitengesleept’. Het hotel was amper drie maanden open.


Running gag!

Dat logeren op een simpele camping méér geluk kan brengen, ondervond de 24-jarige René Braber uit het Nederlands-Limburgse Meerssen. Hij verdiende zijn brood als loodgieter en was ook keeper bij de plaatselijke amateur-hoofdklasser SV Meerssen. In 2002 verbleef hij op een camping in het Oostenrijkse Zell Am See, waar hij deelnam aan een potje voetbal: Onze Kampeerders versus het Lokale Team. De kampeerders wonnen met 60, en dat was één van de toeschouwers niet ontgaan. De man, een voetbalscout, zag Braber met verve het doel verdedigen, en enkele weken later kon hij een profcontract van één jaar tekenen bij de eersteklasser SV Salzburg. Braber verklaarde dat het méér dan geluk was: ‘Ik had het zo druk in de loodgieterij: eigenlijk wilde ik na die vakantie stoppen met voetballen.’

Onderwég zijn naar een camping in Oostenrijk kan dan weer voor narigheid zorgen. Dat ondervond de 48-jarige Duitse toerist Jürgen Winkler, die op een heuvelende weg een sanitaire stop maakte en ‘lekker rustig op het toilet van zijn caravan zat’ toen ineens alles begon te schudden en te bonken. ‘Tot zijn grote schrik merkte de man dat de caravan van de berg afrolde.’ De sleephut kwam tientallen meters verder tegen een lantaarnpaal tot stilstand en was total loss. Winkler zat nog steeds op het toilet, ‘de Oostenrijkse brandweer moest hem uit zijn benarde positie bevrijden’. Volgens de spuitgasten zat hij ‘lijkbleek op de bril’; volgens omstanders verkeerde de man in shock. Terwijl u toespelingen bedenkt als ‘turista!’, ‘afgang!’, ‘niet bepaald op zijn gemak zitten’ en ‘zeker aan de verkeerde trekhaak getrokken?!’, spoeden wij ons naar het hoofdstuk Verdwalen Met Vérstrekkende Gevolgen.


Waar rook is

In het najaar van 2005 verdwaalden een Britse toerist en zijn Franse vrouw in een landschapspark in de Spaanse Sierra Nevada. Ervan uitgaande dat de hulpdiensten naar hen op zoek waren, stak het koppel ’s avonds een vuurtje aan om de redders de weg te wijzen. ‘Het kleine vuur groeide echter uit tot een grote bosbrand die zich over 2.000 hectare natuurgebied verspreidde. De brandweer zette drieëntwintig helikopters en blusvliegtuigen in om de brand onder controle te krijgen.’ Hetzelfde lopende vuurtje trof een wandelaar in Australië. Omdat hij al vier dagen de weg kwijt was in een woud, maakte ‘de natuurliefhebber’ een klein smeulend vuurtje ‘om aldus met rooksignalen enige hulp in te roepen. Daarbij stak hij ongewild het Blue Mountains nationaal park in brand.’

Ook Belgen hebben zich al met ongewilde brandstichting ingelaten, getuige dit berichtje uit juli 2006. ‘Een 37-jarige Brabander heeft op een ietwat ongelukkige manier een einde gemaakt aan zijn 3,5 maand durende voettocht naar het bekende pelgrimsoord Santiago de Compostela. Als afsluiting van zijn voetmars wilde hij een kledingstuk verbranden en zo een middeleeuws ritueel herstellen: toen was het immers gebruikelijk dat een pelgrim al zijn kleren verbrandde en de laatste drie dagen naakt tot in Santiago stapte. Onze landgenoot koos ervoor om zijn beide stapschoenen te verbranden, maar hij ging iets te onvoorzichtig te werk, want ineens vatte ook een kurkdroge struik vuur, en voor hij het goed en wel besefte, stond een groot deel van het omliggende bos in brand. De brandweer kreeg het vuur echter snel onder controle en na een nacht cel zal de man voor de rechtbank moeten verschijnen. Mogelijk komt hij er vanaf met een administratieve boete.’


Eindelijk thuis!

En dan is het tijd om direction home in te slaan. Met alle middelen, als het moet. ‘De Britse zeeman Lawrence Tervit wilde zaterdag de ferry nemen van Calais naar Dover. Eén probleem: hij had geen cent op zak. Smeekbedes aan het adres van het personeel mochten niet baten. Uit woede nam hij van het terrein van de ferry-maatschappij een houten pallet en stak van wal richting Engeland. Na een vruchteloze tocht van dertig uur verloor Tervit zijn peddel na een bijna-aanvaring met een tanker. De Franse kustwacht pikte de man op.’ En zo werd het toch nog een goede vaart, want van het Britse consulaat kreeg-ie een gratis overtocht naar zijn vaderland aangeboden. Home Sweet Home.

Dat moet ook Phil Newborn gedacht hebben toen hij na zijn vakantie weer bij zijn voordeur stond. Tijdens de verwelkoming door zijn huisgenoten liet hij zijn koffer op de stoep staan. Toen hij enige tijd later weer naar buiten kwam, zag hij zijn bagage nog net in de krakende klep van een vuilniswagen verdwijnen. De man schatte de waarde van zijn vernietigde bezittingen (inclusief gsm, digitale camera en souvenirs voor vrienden) op 2.500 euro. De verbouwereerde Phil kon het niet begrijpen: ‘Die koffer woog 25 kilo, en de vliegtuiglabels hingen er nog op!’ Het excuus van de vuilnismannen: ‘Veel mensen zetten oude koffers bij het vuilnis.’

(Bron: Belang Van Limburg, De Morgen, Gazet Van Antwerpen, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234