null Beeld

De tien platen die het leven van Robin Verheyen (TaxiWars) veranderden

Op tweede plaat ‘Fever’ swingt, shuffelt en jakkert TaxiWars – het heerlijk onstuimige jazz-meets-whatever-vehikel van Tom Barman en saxofonist Robin Verheyen – zich door tien splinternieuwe nummers heen, en aan het slot zit u geheid opgescheept met wat de titel belooft. Nice job! Benieuwd waar de fabuleus toeterende Verheyen z’n mosterd zoal haalde? Deze 10 platen veranderden alvast z’n leven.

'Tijdens het snelle werk kun je wel faken, maar in een ballad sta je met je billen bloot'


The Lester Young-Teddy Wilson Quartet: ‘Pres and Teddy’ (1959)

Robin Verheyen «Als jonge jazzfan was ik vooral gek op Charlie Parker en John Coltrane, maar met ouder worden ben ik ook Lester Young meer gaan appreciëren. Hij blaast een tikje minder onstuimig op z’n saxofoon dan die eerste twee, maar hij heeft hen wél beïnvloed. Pianist Teddy Wilson heb ik dan weer op het conservatorium ontdekt: hij is wat minder bekend, maar ik hou van z’n lichtheid.

null Beeld

»Hun manier van spelen op ‘Pres and Teddy’ is eigenlijk niet meer van deze tijd: er zit zo’n goeie ouderwetse swing in, maar toch voelt die bijna tijdloos aan. ’t Is een plaat waarvan ik meteen gelukkig word. Perfect voor een zondagochtend, met goeie koffie en croissants erbij.»


Albert Ayler: ‘Spiritual Unity’ (1965)

HUMO Een freejazzplaat die volgens jazzdichter Ted Joans klinkt ‘alsof iemand luidkeels ‘FUCK!’ brult tijdens een uitverkochte paasmis in St. Paul’s Cathedral.’

null Beeld

Verheyen «Zelfs Coltrane was helemaal ondersteboven toen hij Albert Ayler voor het eerst hoorde, en dat wilde toch wat zeggen. ‘Spiritual Unity’ is een echte splinterbom: een rauwe, emotionele oerschreeuw, helemaal in tune met de politieke realiteit van die periode – Vietnam, de vroege Black Power-beweging. Er zit een enorme urgentie in: hij was echt op zoek naar nieuwe manieren om zichzelf uit te drukken met zijn instrument. Laat ons zeggen dat z’n experiment hier meer dan geslaagd is; op andere platen was het wat minder. Maar het is toch méér dan een rauwe freejazzplaat: er zitten simpele, maar supersterke melodieën in – luister maar eens naar ‘Ghosts’.

»Ook niet onbelangrijk: bassist Gary Peacock heeft de moderne manier van spelen compleet veranderd, door de manier waarop hij rond de saxofoonthema’s van Ayler heen danst. Af en toe lijkt er helemaal niks te gebeuren, maar dat is net geweldig: soms moet je wachten op de magie, je kunt ze niet forceren.»


Archie Shepp: ‘Blasé’ (1969)

Verheyen «Ik zag Archie Shepp ooit aan het werk in Parijs, met een groep jazzstudenten. Hij zat aandachtig op zijn barkruk te luisteren naar de anderen, maar toen het zijn beurt was, speelde hij één noot die iedereen omverblies. Z’n geweldige sound valt pas écht op als hij een ballad speelt: tijdens het snelle werk kun je nog faken, maar in een ballad sta je bij wijze van spreken met je billen bloot. Ik neem zelf niet meer zo vaak deel aan openbare jams, maar als het gebeurt, stel ik steevast een ballad voor. En dan zie je vooral de drummers denken: ‘Ook dat nog.’ (lacht) Alsof je jezelf alleen in snelle nummers zou kunnen uitdrukken!

null Beeld

»‘Blasé’ is niet zijn bekendste plaat, maar er zit gigantisch veel soul in.»


Pierre Van Dormael: ‘Vivaces’ (2002)

Verheyen «Pierre was behalve de broer van filmregisseur Jaco van Dormael ook een geweldige jazzgitarist, en mijn mentor op het Lemmensinstituut. Hij heeft me ontzettend veel nieuwe muziek leren kennen – jazz natuurlijk, maar ook rock en allerlei Afrikaanse genres. Ik wilde in die jaren dolgraag in de VS gaan studeren, maar het was financieel niet haalbaar. Vond ik natuurlijk doodjammer, maar achteraf gezien heb ik er geen spijt van gehad. Net na de opnames van zijn magnum opus ‘Vivaces’ vroeg Pierre me namelijk om in zijn band te komen spelen: ’t was een enorme kans, want hij speelde met de top van de Belgische jazz-wereld, mensen als Stéphane Galland van Aka Moon en zo.

null Beeld

»‘Vivaces’ is geen zuivere jazzplaat, maar een afspiegeling van zijn eigen muzikale persoonlijkheid: er zit ook pop in, en Afrikaanse percussie. Pierre was trouwens een grote Dylan-fan; hij speelde diens ‘My Back Pages’ vaak tijdens optredens. Hij is tot aan zijn veel te vroege dood in 2008 – kanker – onbekend gebleven buiten de jazzwereld, en da’s jammer: een geweldige mens én een ontzettend integere muzikant.»


Olivier Messiaen: ‘Éclairs sur l’au-delà’ (1994)

Verheyen «Je voelt dat Messiaen zijn einde voelde naderen toen hij ‘Éclairs sur l’au-delà’ schreef: ’t is een heel fragiel werk, waarin hij vooruitblikt in het hiernamaals. In die eerste drie, vier minuten zie je de poorten van de hemel als het ware traag openzwaaien.

null Beeld

»Naar verluidt had Messiaen een bloedhekel aan jazz, maar toch heeft hij nog altijd veel invloed op de huidige generatie jazzmuzikanten, en wel dankzij de dikke muziektheoretische boeken die hij schreef; het zou je een half leven kosten om ze allemaal te bestuderen. Soms lees ik een paar zinnetjes, en da’s vaak voldoende om geïnspireerd te geraken.

»Net als Bach was hij een ontzettend goeie improvisator: hij was de vaste organist in de Église de la Sainte-Trinité, en daar ging hij elke week zwaar uit de bol, soms tot zwaar ongenoegen van de kerkgangers (lacht). Omdat mijn zus kerkorgel speelde, ben ik daar ooit ook ingerold. Nu ja: ik speelde een paar hymnes tijdens de mis, en tussendoor improviseerde ik een beetje, en prulde wat met de pedalen – wreed leuk.»


Michael Jackson: ‘Bad’ (1987)

Verheyen «Mijn allereerste plaat. Ik was 4 toen ze uitkwam, maar ik herinner me nog levendig hoe ik ze op onze platendraaier legde en al die fantastische nummers voorbij hoorde komen – ‘Bad’, ‘Dirty Diana’, ‘The Way You Make Me Feel’, ‘Man in the Mirror’.

null Beeld

»Nu ik zelf muzikant ben, luister ik er natuurlijk met andere oren naar: ik besef nu pas hoe geniaal Quincy Jones was, om maar iets te noemen. Jackson zelf was a rare breed: een fantastische performer die bovendien een waanzinnig straf oeuvre heeft opgebouwd. Doodjammer dat hij op het einde van z’n leven vooral werd gezien als een weirdo.»

HUMO Hoe goed is je moonwalk eigenlijk?

Verheyen «Héél slecht, helaas.»


Aphex Twin: ‘Come to Daddy’ (1997)

Verheyen «Deze heb ik eigenlijk gekocht voor de hoes, maar ik heb het me niet beklaagd. Ik kende bitter weinig elektronische muziek, maar dit was echt... wow. Zo intens! En toen had ik die clip van Chris Cunningham nog niet gezien: pure horror. Via de soundtrack van ‘Pi’, het regiedebuut van Darren Aronofsky, ben ik pas echt in het oeuvre van Aphex Twin gedoken. Er valt veel over te zeggen, maar vooral: je voelt dat hij verdomd goed weet waar hij mee bezig is.

null Beeld

»Ik ben in die tijd ook bij de elektronicaband van Bert Hornikx en Joachim Saerens gaan spelen – Joachim is de pianist van Selah Sue. We waren allemaal fan van Aphex Twin, Autechre en Boards Of Canada, en we probeerden die vibe te verzoenen met geïmproviseerde jazz. Knap lastig, want elektronica is veel minder flexibel dan jazz, je kunt niet zomaar de flow volgen. We hebben een paar jaar geleden nog een plaat opgenomen onder de groepsnaam HRNS, en als het aan mij ligt, pik ik de elektronische draad snel weer op.»


Joni Mitchell: ‘Both Sides Now’ (2000)

Verheyen «Ik heb Joni Mitchell vrij laat leren kennen, maar de liefde is er niet minder om. Ze is één van de meest briljante songschrijvers van de 20ste eeuw, aan haar muziek klopt werkelijk alles. Vooral het titelnummer ‘Both Sides Now’ raakt me diep: ik heb het voor het eerst gehoord bij Pierre Van Dormael thuis, toen hij al ziek was – een heel emotioneel moment. ’t Is een heel geladen tekst, en Joni zingt ’m heel mooi, en als Wayne Shorter die eerste twee noten op z’n saxofoon speelt, gaat de hemel open. Trouwens: ik heb deze plaat ook gekozen zodat ik het over Wayne zou kunnen hebben zonder dat het al te veel opvalt (lacht).»

null Beeld


Youssou N’Dour: ‘Egypt’ (2004)

Verheyen «Ik heb al lang een zwak voor Senegal – het land én de muziek. Youssou N’Dour is niet m’n enige favoriete zanger, maar ’t is wél de eerste die ik ontdekte. De platen met zijn eerste groep Étoile De Dakar waren ook al fantasisch: die percussie hoorde je nergens anders. Hij heeft later een pak goeie commerciëlere platen gemaakt, maar ik heb ‘Egypt’ gekozen omdat het een buitenbeentje in zijn oeuvre is: hij speelt religieus geïnspireerde nummers, samen met een traditioneel orkest (Egyptian Fathy Salama Orchestra, red.). Bloedmooi.

null Beeld

»Pierre had drie jaar in Senegal gewoond, en hij kende Youssou. We maakten plannen om er ooit samen naartoe te gaan, maar het is er nooit van gekomen. Of liever: na zijn dood ben ik er met mijn vrouw geweest, en het was net zo fantastisch als ik had gehoopt. Die ene Soirée Sénégalèse, een discoavond in een club, zal me voorgoed bijblijven: om vier uur ’s nachts viel er een troep Senegalese sabardrummers binnen, en de tent ontplofte – die sabars zijn eigenlijk gemaakt om in openlucht te spelen, dus na afloop was ik stokdoof. Maar wat een vibe!»


Ásgeir Trausti: ‘Dýrð í dauðaþögn’ (2012)

HUMO Ásgeir Trausti: een jonge IJslandse singer-songwriter die je in deze kolommen al vaker hebt bewierookt. Maar geen idéé hoe je de titel van z’n debuutplaat uitspreekt.

null Beeld

Verheyen «Troost je: ik ook niet.

»Ik ben jaren geleden eens een week gaan rondrijden in IJsland, en toen draaiden we die plaat voortdurend in de auto. Ze was me getipt door de verkoper in de beste platenwinkel van Reykjavik, en ik ben ’m daar nog altijd dankbaar voor. Ásgeir heeft er later nog een Engelse versie van opgenomen, en die is lang niet slecht, maar ik ben toch verliefd gebleven op het origineel. Hij is trouwens de grootste IJslandse artiest aller tijden: 30.000 platen verkocht, op 300.000 inwoners.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234