De tiende verjaardag van Hugo Claus' dood wordt gevierd met herdenkingen, tentoonstellingen en boeken

In het eerste decennium zonder Hugo Claus heb ik elk jaar wel iets van ’m herlezen. Zo ben ik een weekend in de verzamelde gedichten blijven wonen toen ik een fragment uit een sonnet knipte voor mijn rouwkaart bij de dood van de vader van mijn beste vriend.

En toen ‘De Metsiers’ passeerde op de leeslijst Nederlands van dochterlief – amper een jaartje jonger dan de schrijver van de roman – heb ik met plezier meegelezen en werd ik met nog meer plezier uitgedaagd om uit te leggen wat Claus zo geweldig maakt.

Ik zal wel blijven teruggrijpen naar Claus, mijn leven lang, tot de mist die niet meer uit zijn hoofd wilde wegtrekken ook het mijne ingepalmd zal hebben. Dit jaar geschiedt dat teruggrijpen onvermijdelijk wat uitvoeriger, omdat de tiende verjaardag van Claus’ geregisseerde dood gevierd wordt met herdenkingen, tentoonstellingen en boeken. Zo zorgt zijn vertrouwde uitgever – men kon er iets dierbaars op verwedden – voor bloemlezingen van poëzie en proza. Dat die allebei verrassen, viel dan weer niet te voorspellen.

Een vrolijke graai in Claus’ poëzie gaat in ‘Nieuwe tekeningen en gedichten’ (De Bezige Bij, ) vergezeld van schetsen die de dichter tijdens een ziekenhuisopname in februari 2003 aan een notitieboekje toevertrouwde. Geen verborgen gebleven hoogtepunt in het oeuvre, die 108 tekeningetjes, maar ze doen al wie vertrouwd is met Claus op een onverwachte manier thuiskomen in een geliefd universum. Kwikzilveren speelsheid in zwart-wit, slim in dialoog gemonteerd met verzen die doorgaans minder bekend zijn. De evergreen ‘Nu nog’ kon evenwel niet ontbreken: de regels ‘Nu nog verbeeld ik mij dat zij in de smalle tijd / tussen mij en de poolnacht de sterren is geweest’ kregen een roerend eenvoudig tekeningetje mee. Een gitarist vereert een dame met een ballade, haar mond geopend in verrukking. De selectie van de gedichten is van Suzanne Holtzer, Claus’ vertrouwelinge bij de uitgeverij – op de cover staat een schetsje van een langharige dame in wie ik haar meen te herkennen. En zijzelf ook, gok ik, want binnenin bloemleest de redactrice naast haar portret: ‘De hele spraakkunst snakt / naar jouw adem’. Een knipoog zoals de meester die koesterde.

Voor de prozabloemlezing tekent Claus-biograaf Mark Schaevers, die we op de Humo-redactie voornamelijk brevierend met de blik op oneindig en op Claus aantreffen. In ‘Het verdriet staat niet alleen’ (De Bezige Bij, ) verzamelt hij autobiografisch gekleurde fragmenten. Hij rangschikt die chronologisch, zodat de contouren van ‘een leven in verhalen’ zich aftekenen. De bloemlezer mijdt de autobiografische evidenties en selecteert maar één hoofdstuk uit ‘Het verdriet van België’ en amper twee bladzijden uit ‘Het jaar van de Kreeft’. Zo maakt hij ruimte voor surprises. Ik wist bijvoorbeeld niet van de autobiografische humus van de integraal opgenomen novelle ‘De zwaardvis’, één van mijn meest geliefde Claus-boeken. En een geestig, vilein en superieur presentje is het weinig bekende ‘Dagboek’, in april 1979 verschenen in De Morgen. Bijna vijfhonderd bladzijden lang illustreert ‘Het verdriet staat niet alleen’ dat Hugo Claus een literair roofdier was, die om zijn waarheid te liegen aan de slag ging met alles wat hem onder ogen kwam en iedereen die zijn pad kruiste.

Wat hij precies meemaakte, zag en las, is van geen vaderlandse auteur zo uitvoerig gedocumenteerd en becommentarieerd als van Hugo Claus. Bij de tiende herdenking van zijn sterfdag wordt dat er niet minder op. In ‘Hugo Claus. Familiealbum’ (Uitgeverij Polis, ) verzamelt Georges Wildemeersch een indrukwekkende massa feiten en getuigenissen, foto’s en documenten. Alleen liet hij na één en ander tot een prettig leesbaar en overzichtelijk geheel te smeden. Zijn boek is dan ook vooral een cadeau voor de biograaf, die we hier ter redactie tevreden hummend zagen brevieren.

Zo overvloedig ‘Hugo Claus. Familiealbum’ is, zo sober is ‘Con Amore’, de tentoonstelling die Marc Didden voor Bozar samenstelde. In acht etappes – de Parijse is de mooiste – presenteert de curator allerhande parafernalia. Zijn schijnbaar willekeurige selectie is alles bij elkaar wat beperkt voor een kunstenaar als Claus, die de mateloosheid verheerlijkte. Volgens ‘Con Amore’ heeft Claus ‘De verwondering’ bijvoorbeeld nooit geschreven. En weduwe Veerle De Wit is op amper één foto te zien, terwijl twee weken terug zes sterke Humo-bladzijden amper volstonden voor de Claus-episode aan haar zijde. Het met liefde vormgegeven gelijknamige boek (Lannoo, ) heeft gelukkig een handvol extra teksten in de aanbieding. De meest rake is van dichter Bernard Dewulf, die de vinger probeert te leggen op Claus’ lichtvoetige spel ‘met alles en iedereen, niet het minst met zichzelf’. Dat speelzieke typeert ook mijn favoriete Claus-foto van Herman Selleslags: de dichter verbergt zijn grijns achter een fladderende linkerhand, maar zijn ogen glimlachen doortastender dan zijn lippen ooit gegrijnsd zouden hebben. De perfecte verbeelding van Claus’ werk: een sluierspel met emoties, in dienst van de schoonheid.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234